Beleidsregels op grond van artikel 2:79 APV, aanpak woonoverlast, gemeente OosterhoutDe burgemeester van Oosterhout Gelet op artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:79 van de APV Oosterhout Besluit vast te stellen; Beleidsregels op grond van artikel 2:79 APV, aanpak woonoverlast, gemeente Oosterhout 1.Inleiding In deze beleidsregels is vastgelegd hoe de burgemeester van de gemeente Oosterhout omgaat met de bevoegdheden als genoemd in artikel 151d Gemeentewet jo. artikel 2:79 APV en artikel 174a Gemeentewet, oftewel de aanpak van woonoverlast. De toepassing van de bevoegdheden wordt van licht naar zwaar beschreven. De gemeente Oosterhout heeft de afgelopen jaren regelmatig klachten binnengekregen over woonoverlast. Vaak gaat het om gedragingen die ernstige hinder veroorzaken en het woongenot schaden, zoals geluidsoverlast, geurhinder en bedreiging of intimidatie. Het kan hierbij om zowel strafbare- als niet strafbare feiten gaan. Tot 1 juli 2017 had de burgemeester bestuurlijk alleen de mogelijkheid om op te treden op basis van artikel 174a Gemeentewet. In dit artikel is de bevoegdheid geregeld tot het sluiten van woningen, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door gedragingen in de woning de openbare orde rond die woning wordt verstoord. Bij woonoverlast gaat het vaak om relatief kleine vergrijpen, waarbij het middel van woningsluiting ingrijpend en niet proportioneel is. Op 1 juli 2017 is de Wet aanpak woonoverlast in werking getreden (Stb. 2017, 77). Doel van deze wetgeving is het tegengaan van woonoverlast. Op grond van artikel 151d Gemeentewet kan de raad bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen tot oplegging van een last onder bestuursdwang aan degene, die een woning- of een bij die woning behorend erf- gebruikt, indien door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf omwonenden ernstig worden gehinderd. De bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing kan pas worden ingezet als de overlast redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Deze bevoegdheid heeft de gemeenteraad in artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening Oosterhout (hierna: APV) opgenomen. 2.Juridisch kader 2.1Wetgeving De tekst van de betreffende artikelen luidt als volgt: Artikel 151d Gemeentewet:De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De in artikel 125, eerste lid, bedoelde bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift wordt uitgeoefend door de burgemeester. De burgemeester oefent de bevoegdheid uit met inachtneming van hetgeen daaromtrent door de raad in de verordening is bepaald en slechts indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan Onverminderd de laatste volzin van het tweede lid kan de last, bedoeld in de eerste volzin van dat lid, een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken. Artikel 2:79 APVDegene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Als de burgemeester een last onder dwangsom of onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. De last kan in ieder geval worden opgelegd bij ernstige en herhaaldelijke: geluid- of geurhinder; hinder van dieren; hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Artikel 174a Gemeentewet:De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel. 2.2Toelichting op wetgeving Artikel 151d Gemeentewet jo. artikel 2:79 APVHet uitgangspunt bij toepassing van deze artikelen is dat het gaat om situaties waarbij sprake is van herhaaldelijke en ernstige hinder. Omdat het woongenot van omwonenden wordt geschaad is het optreden van de overheid gerechtvaardigd. De burgemeester heeft de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen. In de praktijk zal dit in de vorm zijn van een op maat gemaakte gedragsaanwijzing. Deze is passend in dát specifieke geval. Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Als de gerichte aanpak niet blijkt te werken kan de burgemeester verdergaande maatregelen toepassen zoals een huisverbod. Het tweede lid van het wetsartikel regelt dat het instrument van de bestuursdwang of dwangsom alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit op grond van deze bepaling zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan of toepassing daarvan niet het gewenste resultaat heeft bereikt. Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als er sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat. In de wetgeving wordt verwezen naar de gebruiker van de woning. De gebruiker hoeft geen huurrechtelijke of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning te hebben. Ook hoeft hij niet de rechtmatige bewoner van de woning te zijn. Ook een regelmatige gast of een illegale onderhuurder kan onder het begrip ‘gebruiker’ vallen. De gedragingen kunnen worden gepleegd door de gebruiker van de woning zelf, maar ook door derden. Denk hierbij aan gasten of vrienden van de gebruiker of een huisdier. Bij overlast door kort toeristische verhuur is het mogelijk de verhuurder met deze wet aan te pakken. Het nalaten van bepaald handelen kan ook als een gedraging worden aangemerkt. Daarnaast moet het gaan om ‘gedragingen in of vanuit die woning of dat erf’. Het gaat hierbij om de woning die, of het erf dat, de overlastgever gebruikt. Gedragingen kunnen ook worden gepleegd in de onmiddellijke nabijheid van die woning. Het gaat dan om de nabije omgeving van de woning. Dit kan ook in de tuin van de buren, het trottoir en de straat ter hoogte van of vlakbij de woning zijn. Zolang er maar een duidelijk causaal verband is tussen de gedraging en de woning of het erf. Met de woning of een bij de woning behorend erf wordt de woning en het omliggende perceel bedoeld. Het moet gaan om een woonhuis. Dit is een pand of ruimte die in de aangetroffen staat op een normale wijze voor bewoning kan worden gebruikt en deze daarvoor ook mag worden gebruikt. Het maakt hierbij niet uit of het een huur- of een koopwoning betreft. Gedragingen moeten ernstige hinder voor omwonenden opleveren. Een vergelijking kan worden gemaakt met artikel 37 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, waar onder ‘hinder’ gedragingen worden verstaan zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet kan tevens onrechtmatig zijn in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek, maar dat is geen vereiste. En andersom zal niet elke onrechtmatige burenhinder ook automatisch kunnen worden aangemerkt als ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Met omwonenden worden diegenen bedoeld die in de directe nabijheid wonen van de woning waarvandaan de overlast wordt veroorzaakt. Zij moeten ernstig worden gehinderd. De overlast moet herhaaldelijk voorkomen. Dit betekent dat de overlast een terugkerend karakter heeft. Het moet duidelijk zijn dat de burgemeester geen gebruik kan maken van zijn bevoegdheid op basis van één incident. De hinder moet terugkerend zijn, maar hoeft niet voortdurend te zijn (in de zin van: zonder onderbreking). De wetgever heeft de term ‘ernstige woonoverlast’ niet expliciet gedefinieerd. Het is niet mogelijk om alle potentiële situaties limitatief op te sommen in dit beleid. Dit geldt ook voor de wijze waarop dergelijke situaties worden aangepakt. Elke situatie is anders en vergt een maatwerkoplossing die zo goed mogelijk aansluit bij de individuele kenmerken van het geval. Artikel 174a GemeentewetDit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning of niet voor publiek toegankelijk lokaal of een daarbij behorend erf te sluiten wegens verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De reikwijdte van dit artikel is dus breder dan bij bovenstaande artikelen. Onder het begrip ‘niet voor het publiek toegankelijk lokaal’ gaat het bijvoorbeeld om een hotelkamer, een lokaal uitsluitend toegankelijk voor leden van een vereniging of een bepaald gezelschap en kantoor- en bedrijfsruimten. De gedragingen waarop een dergelijk besluit moet worden gebaseerd, moet blijken uit een gevormd dossier. Bovendien is een woningsluiting bij woonoverlast alleen gerechtvaardigd bij die gedragingen in de woning waardoor de openbare orde rond die woning wordt verstoord. Het causale verband tussen de gedragingen en de overlast moet worden aangetoond. Wanordelijkheden in de woning, zonder een effect buiten de woning, kunnen geen grond voor sluiting opleveren. Een verstoring van de openbare orde kan alleen aanwezig worden geacht bij overlast waardoor de veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning in ernstige mate wordt bedreigt. Zodanige overlast kan slechts plaatsvinden bij gedragingen die op zichzelf ernstig zijn1https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken-in-uitspraken/tekst-uitspraak.html?id=50427&summary_only=&q=overlast. De bestuurlijke maatregel betreft de sluiting van een woning of niet voor het publiek toegankelijk lokaal. De bevoegdheid tot toepassing van een sluiting wordt in beginsel toegepast als een waarschuwing vooraf niet het vereiste effect heeft opgeleverd. Tot aan het moment dat de burgemeester besluit tot sluiting hebben belanghebbenden de gelegenheid gehad de verstoring van de openbare orde uit eigen beweging te beëindigen. Na bekendmaking van het besluit tot sluiting van de woning of het lokaal aan belanghebbenden, wordt hen een begunstigingstermijn gegund waarbinnen zij de woning of het lokaal moeten verlaten en/of moeten zorgen voor een adequate sluiting voor de termijn genoemd in het besluit van de burgemeester. Deze handeling heeft geen opschortende werking. De begunstigingstermijn is 10 werkdagen, aanvangend de dag volgende op verzending van het besluit. 3.Handhaving Dit hoofdstuk beschrijft de procedures welke doorlopen moet worden voor de toepassing van een van beide artikelen. Ter verduidelijking zijn in onderstaande tabel de verschillen tussen de artikelen weergegeven. Artikel Voorwaarden Bestuurlijke maatregel Artikel 151d Gemeentewet jo. artikel 2:79 APV • Ernstige hinder voor omwonenden • Herhaaldelijk • Door de gebruiker van de woning • last onder dwangsom of onder bestuursdwang • Huisverbod Artikel 174a Gemeentewet • Causaal verband tussen gedragingen in de woning waardoor de openbare orde rond de woning wordt verstoord • De veiligheid en gezondheid van mensen in de omgeving van de woning wordt in ernstige mate bedreigt • Sluiting woning 3.1Procedure art. 151d Gemeentewet jo. art. 2.79 APV Het veelvuldig klagen of melden van een burger kan niet zonder meer aanleiding zijn om een gedragsaanwijzing op te leggen. Er zal altijd objectief gekeken moeten worden of er sprake is van een overlastsituatie. Op hoofdlijnen volgt hieronder een stappenplan dat inzicht biedt in de wijze waarop en de gevallen waarin de burgemeester kan overwegen om gebruik te maken van de bestuursdwangbevoegdheid.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.