Verordening watertoeristenbelasting 2014 De raad van de gemeente Woudrichem; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 5 november 2013; gehoord het advies van de opiniërende vergadering d.d. 26 november 2013; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening watertoeristenbelasting 2014 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; b. lengte: de lengte over alles; c. vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van tenminste één maand; d. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; e. maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; f. seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; g. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente op vaartuigen waarvoor wegens de aanwezigheid in het watergebied van de gemeente in welke vorm dan ook een vergoeding wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam watertoeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1 Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2 De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- 3 Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
- van degenen die verblijf houden aan boord van: a. een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. kano's, roei- en volgboten; c. een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijk watergebied bevindt.
- waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de Verordening toeristenbelasting
- van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1 Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden bepaald op: - drie, bij een vaartuig met een lengte van ten hoogste 8 meter; - vier, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, doch ten hoogste 12 meter; - vijf, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter; b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op
- 2 Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het gemiddelde van een viertal tellingen, welke vallen op 1 mei, 1 juli, 1 augustus en 1 oktober. Artikel7Opteren voor niet-forfaitaire heffingsgrondslag 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de heffingsgrondslag vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6 berekende aantal. 2 Het in het eerst lid bedoelde verzoek kan desgewenst per ligplaats worden gedaan. Artikel8Aangifte De belastingplichtige die niet binnen zes weken na afloop van het belastingtijdvak is uitgenodigd voor het doen van aangifte of aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingtijdvak een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na afloop van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om te worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Artikel9Belastingtarief De belasting bedraagt per persoon, per etmaal € 1,
- Artikel10Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen. Artikel11Wijze van belastingheffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel12Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal etmalen dat gelegenheid tot verblijf wordt of is gegeven, gedurende het belastingtijdvak minder dan vijftien zal of heeft belopen. Artikel13Termijn van betaling De aanslag moet worden betaald binnen dertig na de dagtekening van het aanslagbiljet. Artikel14Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de watertoeristenbelasting. Artikel15Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b en d, van de Gemeentewet. Artikel16Inwerkingtreding en citeerartikel 1 De 'Verordening Watertoeristenbelasting 2013' van 18 december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3 De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 4 Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening watertoeristenbelasting 2014'. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Woudrichem van 17 december
- de voorzitter, de griffier, A. Noordergraaf P.A. Paulides- Ruitenberg