Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Schouwen – Duiveland 2019De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit : Vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Schouwen – Duiveland 2019 Artikel1.Begripsomschrijving a. kampeermiddelen, standplaatsen, niet – permanente standplaatsen en zomerseizoen: zie hiervoor de begrippenlijst als opgenomen in de door de raad in de vergadering van 27 juni 2013 vastgesteld “Nota kamperen 2013”; b. permanente standplaatsen: in afwijking van de omschrijving als opgenomen in de onder sub a genoemde “Nota kamperen”, wordt hieronder verstaan: standplaatsen bestemd voor het plaatsen van een kampeermiddel of een kampeerhuisje en twee bijzettentjes van maximaal acht vierkante meter, dat gedurende het gehele jaar aanwezig mag zijn ten behoeve van recreatiefnachtverblijf en waarbij de standplaatsen niet ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdig plaatsing van verschillende kampeermiddelen. c. seizoenplaatsen: standplaatsen, permanent of niet – permanent, die ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van een kampeermiddel gedurende een zomerseizoen, dat na afloop van het seizoen van de plaats verwijderd wordt en waarbij de standplaatsen niet ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; d. niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: mobiele kampeeronderkomens, vakantie-onderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen of op vaste seizoenplaatsen en strandslaaphuisjes, die niet door de exploitant, of namens de exploitant volgtijdig worden verhuurd of ter beschikking staan voor volgtijdige verhuur; e. arrangement: een reservering op een niet – permanente plaats voor een gezin, echtpaar of samen reizend personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag; f. voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het zomerseizoen en eindigt de maand juni; g. verlengd voorseizoenarrangement: een arrangement lopend vanaf het begin van het zomerseizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli; h. naseizoenarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het zomerseizoen; i. maandarrangement: een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september; j. winterarrangement: een arrangement met een looptijd van ongeveer vijf maanden, startend bij de afloop van het zomerseizoen en eindigend bij de start van het volgende zomerseizoen. Artikel2.Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachtingen binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3.Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem er beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt. Artikel4.Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: 1. a. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de Wet Toelating Zorginstellingen. b. op last of bevel van de overheid binnen de gemeente verblijf houdt. 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Artikel5.Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. 2. In afwijking van het eerste lid, wordt voor met toepassing artikel 6 het aantal overnachtingen op permanente standplaatsen, seizoenplaatsen, niet – permanente standplaatsen indien sprake is van een voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, naseizoenarrangement, maandarrangement en winterarrangement geheven naar een vast bedrag per belastingjaar. 3. In afwijking van het tweede lid, geldt het vaste bedrag niet voor beroepsmatig verhuurde kampeermiddelen. Artikel6.Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,40; 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.