Kostentoedelingsverordening watersysteembeheer waterschap Hunze en Aa’s 2019Het algemeen bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 4 juni 2018 Gelet op de artikelen 120 en 122 van de Waterschapswet; BESLUIT: Vast te stellen de volgende kostentoedelingsverordening watersysteembeheer 2019: Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. Kosten voor het watersysteem: netto-kosten van de kostendrager watersysteembeheer zoals opgenomen in de begroting van het waterschap en die gedekt worden met behulp van de watersysteemheffing; b. gebied van het waterschap: het gebied dat is aangegeven op de bij het provinciaal reglement behorende kaart waarin de zorg voor het watersysteem aan het waterschap is opgedragen; c. ingezetenen: degenen die blijkens de basisregistratie personen bij het begin van het kalenderjaar woonplaats hebben in het gebied van het waterschap en aldaar gebruik hebben van woonruimte; d. zakelijk gerechtigden ongebouwd, niet zijnde natuurterreinen: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn in het gebied van het waterschap; e. zakelijk gerechtigden natuurterreinen: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht in het gebied van het waterschap het genot hebben van natuurterreinen; f. zakelijk gerechtigden gebouwd: degenen die krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot hebben van gebouwde onroerende zaken in het gebied van het waterschap; g. buitendijks gelegen onroerende zaken: onroerende zaken die geheel of gedeeltelijk buiten de primaire waterkering zijn gelegen; Artikel2Kostentoedeling watersysteembeheer De kosten voor het watersysteembeheer worden als volgt aan de heffingsplichtige categorieën toegedeeld: 29% aan de ingezetenen; 22% aan de zakelijk gerechtigden van ongebouwde onroerende zaken, niet zijnde natuurterreinen; 0,4% aan de zakelijk gerechtigden van natuurterreinen; 48,6% aan de zakelijk gerechtigden van gebouwde onroerende zaken. De waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaken bedoeld in het vorige artikellid, onderdelen b, c en d, wordt bepaald naar de waarde die de onroerende zaken op de waardepeildatum hebben naar de staat en hoedanigheid waarin zij op die datum verkeren. De waardepeildatum is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.