Verordening afvoer hemelwater en grondwater 2018De raad van de gemeente Oisterwijk; gelezen het voorstel d.d. 8 mei 2018 van burgemeester en wethouders; afdeling Ruimte raadsvoorstel nr. 18/38 gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en artikel 154 van de Gemeentewet; Overwegende: dat in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet aan de gemeente zorgplichten zijn opgedragen voor de verwerking van hemelwater en het voorkomen van nadelige gevolgen van de grondwaterstand; dat artikel 10.32a van de Wet milieubeheer de gemeenteraad de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een gemeentelijk rioolstelsel en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in de openbare vuilwaterriolering; dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het afvloeiend hemelwater en het grondwater in een bepaald gebied binnen een vooraf te bepalen termijn niet meer te doen afvloeien in een openbaar vuilwaterriool. dat de verordeningsbevoegdheid van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer de gemeente de mogelijkheid biedt het afkoppelen van hemelwater en grondwater van een openbaar vuilwaterriool af te dwingen, mits dit in redelijkheid van de lozer kan worden gevergd. Gelezen het advies van de commissie Ruimtelijke Zaken van 14 juni 2018, b e s l u i t : de verordening afvoer hemelwater en grondwater 2018 vast te stellen Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen a.Aansluitleiding: De leiding lopend vanaf het particulier perceel door het openbaar gebied en aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel of het gemeentelijk drainage- of infiltratiestelsel; b.Afkoppelen: Het loskoppelen van een hemelwaterafvoerleiding van het gemengde of DWA-riool; c.Niet aankoppelen bij nieuwbouw: het niet aansluiten van hemelwater op een afvoerleiding van het gemengde of DWA-riool; Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; Beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Oisterwijk; Bronneringswater: Grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand; Vuilwaterriolering: Het openbaar riool voor de afvoer van stedelijk afvalwater, exclusief hemelwater en grondwater; Hemelwaterafvoerleiding: Een leiding bedoeld voor het afvoeren van hemelwater; Zichtbaar lozen van hemelwater aan de oppervlakte: Het zichtbaar lozen van hemelwater ter plaatse van de perceelgrens waardoor het weg kan vloeien naar de openbare weg. Hoofdstuk2Lozen van hemelwater Artikel2Plicht tot afkoppelen 1.De beheerder van het openbaar riool wijst een gebied aan waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. 2.De beheerder bepaalt de wijze waarop het afkoppelen plaatsvind. 3.Deze verordening is niet van toepassing op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare wegen in beheer bij de provincie, het waterschap en het rijk. 4.Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5.De beheerder verleent ontheffing van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. 6.Aan de ontheffing van de verplichting tot afkoppelen wordt een financiële bijdrage gekoppeld als de beheerder de zorgplicht voor het hemelwater overneemt. 7.Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel3Kwaliteit af te voeren water 1.Het afstromende water dat geloosd wordt op het hemelwater- of gemengde rioolstelsel mag niet sterker verontreinigd zijn, en geen andere verontreinigingen bevatten, dan het hemelwater dat van openbare wegoppervlakken afstroomt; 2.Het afstromende water dat geloosd wordt op het hemelwater- of gemengde rioolstelsel mag niet dusdanig verontreinigd zijn, en geen verontreinigingen bevatten, die overstorten op oppervlaktewater onmogelijk maken. Hoofdstuk3Lozen van grondwater Artikel4Grondwaterlozingen 1.Het is verboden grondwater af te voeren naar het gemengde rioolstelsel; 2.De beheerder van het openbaar riool wijst een gebied aan waarbinnen het verboden is een afvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van grondwateronttrekking. 3.De beheerder bepaalt de wijze waarop een eventuele lozing mag plaatsvinden 4.Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5.De beheerder verleent ontheffing van het verbod op lozing die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het grondwater kan worden gevergd. 6.Aan de ontheffing voor het lozen van grondwater wordt een financiële bijdrage gekoppeld als de beheerder de zorgplicht voor het grondwater overneemt. 7.Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Hoofdstuk4 Artikel5Kosten van de overname van de zorgplichten 1.Burgemeester en wethouders stellen bij de verlening van de vergunning de kosten voor het overnemen van de zorgplicht voor grond- en/of hemelwater vast aan de hand van voorcalculatie. 2.De gemeente is niet gehouden tot feitelijke overname van de zorgplicht voor grond- en/of hemelwater voordat de rechthebbende zich door betaling van de kosten voor de overname van het grond- en/of hemelwater akkoord heeft verklaard met de in het eerste lid genoemde kosten. 3.Indien de kosten voor de overname van de zorgplicht voor grond- en/of hemelwater reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit bij de aanvraag van de aansluitvergunning te vermelden. De kosten voor de overname van de zorgplicht voor grond- en/of hemelwater worden niet in rekening gebracht indien deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn verhaald. Hoofdstuk5Overige bepalingen Artikel6Nadere regels 1.Burgemeester en Wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening nadere regels stellen; 2.Burgemeester en Wethouders kunnen beleidsregels vaststellen ter uitvoering van: Deze verordening of De nadere regels Artikel7Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in deze verordening en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Artikel8Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen. Artikel9Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar bekendmaking. 2.De gebiedsaanwijzing treedt in werking op de achtste dag volgend op die van haar bekendmaking. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.