Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer houdende regels omtrent subsidie cultuureducatie Nadere subsidieregeling voor intermediaire en aanjaagfuncties CultuureducatieHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer; Gelet op artikel 4:23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op artikel 1.3, tweede lid, van de Algemene subsidieverordening Deventer; Besluit vast te stellen de: Nadere subsidieregeling voor intermediaire en aanjaagfuncties Cultuureducatie Artikel1Doel regeling Deze regeling regelt de verstrekking van projectsubsidies voor: de intermediaire functie binnen het domein onderwijs; de intermediaire functie binnen het domein vrije tijd, amateurkunst en talentontwikkeling; de aanjaagfunctie binnen het sociaal domein; zoals omschreven in de Functie uitwerking cultuureducatie. Artikel2Voorwaarden voor subsidie 1.Een partij of samenwerkingsverband van partijen komt in aanmerking voor de invulling van de intermediaire/aanjaagfunctie. Te allen tijde is er één hoofdaanvrager. 2.Op ieder domein genoemd in artikel 1 wordt slechts 1 projectsubsidie in dit kader toegekend. 3.Om voor subsidie op grond van deze regeling in aanmerking te komen dient de aanvrager: onafhankelijk en neutraal te zijn; zelf geen aanbiedende partij te zijn; gevestigd, betrokken en verankerd te zijn in de gemeente Deventer; een organisatie te zijn zonder commercieel oogmerk. Artikel3Beoordeling Het college beoordeelt de aanvragen aan de hand van de volgende wegingsfactoren (in volgorde van belangrijkheid): De mate van professionaliteit van de aanvrager(s). De mate waarin de aanvrager voldoet aan de uitwerking van de betreffende functie zoals beschreven in de functie uitwerking cultuureducatie. De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding. De mate waarin wordt samengewerkt met en ondersteuning wordt geboden aan professionele aanbieders (op het betreffende domein). De mate van flexibiliteit van de organisatie om in te spelen op (maatschappelijke) trends. De mate van continuïteit om meerjarige plannen te kunnen realiseren wat blijkt uit de financiële jaarstukken. Artikel4Hoogte van de subsidie 1.De raad stelt jaarlijks in de begroting het subsidieplafond voor de uitvoering van deze regeling vast. 2.Uitgangspunt voor de hoogte van het subsidiebedrag per domein is de door de raad op 4 juli 2018 vastgestelde indicatieve begroting cultuureducatie. 3.Het jaar 2019 geldt voor de toepassing van deze regeling als overgangsjaar. Aanvragers krijgen tot en met 1 november 2018 de tijd voor het indienen van aanvragen binnen deze regeling. De hoogte van de subsidie in 2019 is mede afhankelijk van de mogelijkheid bestaande subsidierelaties, zoals die zijn ontstaan voor 2019, te wijzigen. Dit kan leiden tot een lagere subsidieverlening dan aangevraagd. De subsidieherverdeling zal daarom trapsgewijs plaatsvinden waarbij het jaar 2019 als overgangsjaar geldt en de volledige (her)verdeling plaatsvindt in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.