← Nederland

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Strijen houdende regels omtrent mandaat Mandaatregeling geme

lege van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Strijen houdende regels omtrent mandaat Mandaatregeling gemeente Strijen 2018De burgemeester en het college van burgemeester en w

Artikel 2

:28 APV Nee 3.5.5 Het beslissen op een kennisgeving incidentele festiviteit Artikel 4:3 APV Nee 3.5.6 Het verlenen van ontheffing overige geluidhinder Artikel 4:6 APV Nee 3.5.7 Het verlenen van een ontheffing van het verbod om langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) een voertuig voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden op de weg te plaatsen of te hebben Artikel 5:6 APV Nee 3.5.8 Het verlenen van ontheffing aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Artikel 5:11 APV Nee 3.5.9 Het beslissen op een aanvraag om een collectevergunning Artikel 5:13 APV Nee 3.5.10 Het verlenen van een standplaatsvergunning Artikel 5:18 APV Nee 3.5.11 Het verlenen van een vergunning voor het houden van een snuffelmarkt Artikel 5:23 APV Nee 3.5.12 Het ondertekenen van een besluit voor het verlenen van een evenementenvergunning door de burgemeester is genomen. Artikel 2:25 APV Nee 3.5.13 Het ondertekenen van een gecombineerde besluiten op grond van de APV dat door de burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders zijn genomen. APV Nee 3.5.14 Het ondertekenen van een besluit tot toestemming voor gebruik van wegen dat door het college van burgemeester en wethouders is genomen. 3.6 Wet op de Kansspelen 3.6.1 Het beslissen op aanvragen loterijvergunningen Artikel 3, lid 1 Wet op de Kansspelen Nee 3.6.2 Het verlenen van een vergunning voor een of meer kansspelautomaten, behalve indien sprake is van een aanvraag waaraan een

Artikel 30b

Wet op de Kansspelen Nee 3.7 Drank- en Horecawet 3.7.1 Het verlenen van vergunningen Drank- en Horecawet, behalve indien sprake is van een aanvraag waaraan een

Artikel 3Drank- en Horecawet Nee Volgnr.

Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 3.7.2 Het verlenen van ontheffing Drank- en Horecawet t.b.v. bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen Artikel 35 Drank- en Horecawet Nee 3.8 Leegstandwet 3.8.1 Het beslissen omtrent een aanvraag voor een vergunning tijdelijke verhuur Artikel 15 Leegstandwet Nee 3.9 Huisvestingsverordening 3.9.1 Het beslissen op een aanvraag voor een huisvestingsvergunning Artikel 2.2.1, lid 1 Huisvestingsverorde-ning gemeente Strijen 2011 Nee 3.10 Verkeer en vervoer 3.10.1 Het verlenen van ontheffingen op grond van artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) Artikel 87 RVV Nee 3.10.2 Het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen op grond van artikel 34 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) Artikel 34 BABW Nee 3.10.3 Het aanstellen van verkeersregelaars Artikel 56 BABW Medewerkers bureau bestuursonder-steuning 3.10.4 Het verlenen van een verkeersbesluit tot het inrichten van een gehandicaptenparkeerplaats, indien er sprake is van een aanvraag die past binnen het ‘beleid toewijzing gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken gemeente Strijen’, behalve indien toepassing gegeven moet worden aan hardheidsclausule Artikel 18 Wegenverkeerswet en artikel 12 Besluit Administratieve Bepalingen Wegverkeer Nee 3.11 Ingravingen 3.11.1 De bevoegdheden op grond van de Aansluitverordening vrij-verval riolering, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 29 april 2003, met uitzondering van de bevoegdheid in artikel 4, lid 1 van die verordening. Aansluitverordening Nee 3.11.2 De bevoegdheden op grond van de Telecommunicatieverordening gemeente Strijen 1999 Telecommunicatiever-ordening gemeente Strijen 1999 Nee Volgnr. Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 3.11.3 De bevoegdheden op grond van de Leidingenverordening gemeente Strijen 2015 Leidingenverordening gemeente Strijen 2015 nee 3.11.4 Het verlenen van vergunning/toestemming voor het doen van ingravingen in de openbare grond voor zover ze niet onder de Aansluitverordening, de Telecommunicatieverordening of Leidingenverordening vallen. Nee 3.12 Grondzaken 3.12.1 Het verkopen van groenstroken tot een maximum oppervlakte van 50 m² per keer en voor zover passend binnen het beleid zoals neergelegd in de Notitie verkoop groenstroken, vastgesteld op 23 maart 1999 en geactualiseerd op 24 januari 2006 3.13 Subsidie woningisolatie 3.13.1 Het beslissen op een aanvraag op grond van de Subsidieverordening woningisolatie Strijen, mits geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel

  1. Subsidieverordening woningisolatie Strijen Nee 3.14 Wet gemeenschappelijke regelingen 3.14.1 Het bijhouden van en verwerken van wijzigingen in het register van de regelingen waar de gemeente aan deelneemt Artikel 27 Wet gemeenschappelijke regelingen Medewerkers bureau bestuursondersteuning SECTOR 3MIDDELEN Volgnr. Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 4.1 Financiën 4.1.1 Het beslissen over het toepassen van de hardheidsclausule belastingen onder voorwaarde dat per kalenderjaar een overzicht aan burgemeester en wethouders wordt verstrekt over de gevallen waarbij gebruik is gemaakt van die bevoegdheid. Artikel 231 Gemeentewet en artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen Nee 4.1.2 Het opmaken en verzenden aangifte omzetbelasting, inclusief BTW compensatiefonds Wet Omzetbelasting, Wet op het BTW compensatiefonds Medewerkers bureau financiën 4.1.3 Het opmaken en verzenden van verzoeken teruggaaf dividendbelasting Wet op de dividendbelasting Medewerkers bureau financiën 4.1.4 Het doen van aanschrijvingen inzake achterstanden bij gemeentegaranties -- Nee 4.1.5 Het voeren van correspondentie inzake de hondenbelasting Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting Strijen 2010 Medewerkers bureau financiën 4.1.6 Het voeren van correspondentie in verband met invordering van bedragen, niet zijnde leges in de zin van de legesverordening gemeente Strijen. -- Medewerkers bureau financiën 4.1.7 Het beslissen omtrent het uit handen geven van invordering van bedragen, niet zijnde leges in de zin van de legesverordening gemeente Strijen, aan een incassobureau -- Nee 4.2 Verzekeringen 4.2.1 Het beslissen tot het aangaan, opzeggen en uitvoeren van verzekeringen, onder strikte voorwaarde dat het contract getekend wordt door de burgemeester Nee 4.2.2 Het aanmelden van schadegevallen bij verzekeringsmaatschappij Medewerkers bureau financiën 4.2.3 Het doen van aangifte bij politie in geval van vandalisme, diefstal en dergelijke met betrekking tot gemeente eigendommen en zaken in gemeentelijk beheer Medewerkers openbare orde en veiligheid en/of beheer openbare ruimte Volgnr. Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 4.3 Marktzaken 4.3.1 Inschrijven belangstellende op wachtlijst weekmarkt Hieronder valt in ieder geval: Het inschrijven van een belangstellende op de wachtlijst; Het verstrekken van een schriftelijk bewijs van inschrijving aan belangstellende; Het bijhouden van de wachtlijst weekmarkt; Het doorhalen van inschrijvingen op de wachtlijst weekmarkt Artikel 4 en 5 Marktreglement gemeente Strijen
  2. Nee 4.3.2 Het beslissen op aanvragen innemen standplaatsen op de weekmarkt Artikel 5 Marktverordening gemeente Strijen 2008 Nee 4.3.3 Intrekken standplaatsvergunning op de weekmarkt Artikel 7 Marktverordening gemeente Strijen 2008 Nee 4.3.4 Het beslissen omtrent het overschrijven van een vaste standplaatsvergunning Artikel 7 Marktreglement gemeente Strijen 2008 Nee 4.3.5 Het beslissen op een verzoek tot ontheffing of vervanging standplaats Artikel 12 Marktreglement gemeente Strijen 2008 Nee 4.4 Archief 4.4.1 Het in ontvangst nemen van poststukken -- Medewerkers facilitaire zaken en medewerkers documentaire informatievoorziening 4.4.2 Het namens de burgemeester openen van aan de raad, het college of hem gerichte stukken, als bedoeld in artikel 74, eerste lid, Gemeentewet Artikel 74, lid 1 Gemeentewet Medewerkers documentaire informatie voorziening 4.4.3 Het in ontvangst nemen van deurwaardersexploten, aangetekende stukken e.d. Medewerkers facilitaire zaken, medewerkers documentaire informatie voorziening en medewerkers bureau burgerzaken 4.4.4 Het ondertekenen en verzenden van algemene ontvangstbevestigingen -- Medewerkers facilitaire zaken en medewerkers documentaire informatie voorziening Volgnr. Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 4.4.5 Inrichten en instandhouden van de archiefbewaarplaats Artikel 2 Archiefverordening gemeente Strijen 2012 Medewerkers documentaire informatie voorziening 4.4.6 Het vaststellen van een vernietigingslijst van in het archief aanwezige stukken Artikel 5, lid 2, onder b Archiefwet 1995 Nee STAF (GEMEENTESECRETARIS) Volgnr. Omschrijving Wettelijke basis Ondermandaat (aan) 5.1 Algemeen 5.1.1 Het ondertekenen van stukken die van het college uitgaan indien: sprake is van een spoedeisende geval; een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen niet verzet. Elke wettelijke basis Nee 5.1.2 Het beslissen omtrent een verzoek tot tegemoetkoming in woon-werk verkeer Regeling reiskostenvergoeding woon - werkverkeer Medewerkers P&O 5.1.3 Ondertekening werkgeversverklaring -- Medewerkers P&O 5.2 Aanstelling 5.2.1 Het uitnodigingen van sollicitanten Sollicitatiecode gemeente Strijen Medewerkers P&O 5.2.2 Het opstellen en verzenden van een brief omtrent het afwijzen van niet geselecteerden Sollicitatiecode gemeente Strijen Medewerkers P&O 5.2.3 Het aanstellen van een medewerker, met uitzondering van het aanstellen van sectorhoofden en gemeentesecretaris Artikel 2:1, 2:2, 2:3, 2:4:1 CAR-UWO Nee 5.2.4 Het beslissen over het verzetten van het dienstbelang tegen het vervullen van een vacature uit het personeel van de gemeente Artikel 2:4:2 CAR-UWO Nee 5.2.5 Het aangaan van een arbeidsovereenkomst Artikel 2:5 CAR-UWO Nee 5.2.6 Het aanwijzen van een medewerker voor vrijstelling of deelname aan wacht- en storingsdienst Artikel 15:1:10 CAR-UWO Nee 5.2.7 Het bepalen van het bedrijfs- of dienstbelang bij een verzoek wijziging formele arbeidsduur, met uitzondering van het aanstellen van sectorhoofden en gemeentesecretaris Artikel 2:7 CAR-UWO Nee 5.2.8 Het beslissen omtrent toepassing verruiming arbeidsduur van 36 – 40 uur, met uitzondering van de verruiming arbeidsduur van sectorhoofden en gemeentesecretaris Artikel 2:7a CAR-UWO Nee 5.3 Salaris 5.3.1 Uitbetaling salaris Artikel 3:1, 3:1:1 CAR-UWO Medewerkers P&O 5.3.2 Het uitbetalen van een waarnemingstoelage Artikel 3:1:2 CAR-UWO Medewerkers P&O 5.3.2 Afdoen vergoeding overwerk, verschuivingstoelage, wachtdienst, ambsjubileumgratificatie, storingsdienst,….. Artikel 3:2, 3:2:1, 3:4, 3:4:1, 3:5, CAR-UWO Medewerkers P&O 5.3.1 Aangiften, opgaven en correspondentie die voortvloeit uit de salarisadministratie. Hieronder vallen in ieder geval: ABP Zorgverzekeringen UWV Belastingdienst CBS Elke wettelijke basis Medewerkers P&O 5.3.3 Het afwikkelen van verzoeken op basis van IKB • CAR-UWO Medewerkers P&O 5.3.5 Het afdoen van uitbetaling salaris Artikel 7:3 CAR/UWO Medewerkers P&O 5.3.6 Aangiften, opgaven en correspondentie in het kader van de opgave inkomstenbelasting van derden (zoals IB47) Elke wettelijke basis Medewerkers P&O TOELICHTING ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING ALGEMEEN MANDAAT (alle sectorhoofden en gemeentesecretaris) Artikel Toelichting 1.1 Algemeen 1.1.1 Dit artikel bevat handelingen die uitgevoerd worden ter voorbereiding op en ter afhandeling van een besluit waarvan het nemen van de beslissing gemandateerd is aan een sectorhoofd of gemeentesecretaris. In het artikel wordt geregeld dat het sectorhoofd of gemeentesecretaris tevens bevoegd is de genoemde handelingen uit te voeren. 1.1.2 Het is gebruikelijk dat de medewerkers post- en archiefzaken een ontvangstbevestiging op een aanvraag verzenden. Er zijn echter wetten die specifiek voorschrijven dat een ontvangstbevestiging of kennisgeving van ontvangst wordt verzonden. Deze documenten worden door de verschillende bureaus verzonden. De ondertekening hiervan wordt gemandateerd aan een sectorhoofd of gemeentesecretaris. Indien dit in een specifiek geval anders wordt geregeld, bijvoorbeeld door het verlenen van ondermandaat, dan is dat apart in het mandaatbesluit opgenomen. 1.1.3 Een sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd om brieven op te stellen en te ondertekenen omtrent het rappeleren van lopende zaken bij derden. 1.1.4 Een sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd om brieven op te stellen en te ondertekenen waarin informatie wordt verstrekt zonder dat daaraan een besluit verbonden is. 1.1.5 Een sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd correspondentie te voeren omtrent het aanvragen van een vergunning of (ander) besluit, het aanvragen van subsidie of subsidieverstrekking, het declareren van kosten of het opvragen of verstrekken van informatie bij andere bestuursorganen of overheidsinstanties. Het gaat uitsluitend om het voeren van correspondentie en niet om het nemen van een besluit hieromtrent. In praktijk worden deze werkzaamheden soms door een ambtenaar, niet zijnde sectorhoofd of gemeentesecretaris, uitgevoerd. Indien hiervan sprake is, dan is dat apart in het mandaatbesluit opgenomen. 1.1.6 Nadat (raads)besluiten, algemeen verbindende voorschriften, besluiten van algemene strekking en beleidsregels zijn vastgesteld, moeten deze bekend gemaakt worden in een huis-aan-huisblad . In een aantal gevallen moeten deze zaken ook bekend gemaakt worden aan een andere instantie. Omdat er sprake is van louter administratieve handelingen, worden deze gemandateerd aan een sectorhoofd of gemeentesecretaris. 1.1.7 Wanneer een overtreding van een wettelijk voorschrift wordt geconstateerd, wordt veelal eerst een aanschrijving/waarschuwing verzonden. Deze eerste (administratieve) aanschrijving wordt gemandateerd aan de gemeentesecretaris en sectorhoofden. Het daadwerkelijk besluiten over en het toepassen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom is voorbehouden aan het college. 1.1.8 Algemeen verbindende voorschriften, bestemmingsplannen en de toepassing van artikel 3.4 Awb moeten veelal bekend worden gemaakt via de website www.officielebekendmakingen.nl en/of in de Staatscourant. Deze bekendmakingen moeten elektronisch worden aangeleverd door middel van een landelijk systeem. Het aanleveren van deze bekendmakingen wordt gedaan door de medewerkers van het bureau bestuursondersteuning en de medewerkers facilitaire zaken. 1.1.9 In dit artikel is opgenomen dat het intrekken van een vergunning c.q. beschikking op verzoek van een vergunninghouder of degene die de beschikking toegewezen heeft gekregen wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. In praktijk komt het voor dat een vergunninghouder aangeeft dat hij of zij geen gebruik zal maken van de verleende vergunning of beschikking. Hierdoor kan deze worden ingetrokken. Deze min of meer administratieve beslissing wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. 1.2 Algemene wet bestuursrecht 1.2.1 Een ieder kan zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met een bestuursorgaan laten bijstaan door een gemachtigde. Hiertoe kan een bestuursorgaan een schriftelijke machtiging verlangen. Een sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd de schriftelijke machtiging op te vragen. De beoordeling en eventuele weigering van de gemachtigde valt niet onder het mandaat. 1.2.2 Wanneer een geschrift ontvangen wordt waarvoor een ander bestuursorgaan bevoegd is, is het sectorhoofd of gemeentesecretaris bevoegd dit geschrift door te zenden aan het juiste bestuursorgaan, orgaan, persoon of college. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris stelt de afzender hiervan op de hoogte. 1.2.3 Wanneer voor het nemen van een besluit een advies van een adviseur nodig is, mag het sectorhoofd of gemeentesecretaris een beslissing nemen over het inwinnen van dit advies, mits dit passend is binnen het beschikbare budget. Is er geen budget, dan beslist het college zelf over het al dan niet inwinnen van het advies. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris is niet bevoegd om te beslissen of een adviseur als bedoeld in afdeling 3.3 van de Awb wordt ingeschakeld. Het gaat dus om adviseurs die op basis van andere wettelijke regelingen of verordeningen zijn voorgeschreven. Is het besluit omtrent het inwinnen van het advies genomen, dan is het sectorhoofd of gemeentesecretaris bevoegd hieromtrent de correspondentie voeren, een termijn stellen waarbinnen het advies verlangd wordt en stelt het de benodigde gegevens beschikbaar. Het gaat derhalve om administratieve handelingen. 1.2.4 Op grond van de wet samenhangende besluiten moet een aanvrager gewezen worden op andere benodigde besluiten voor het uitvoeren van de beoogde activiteit. Hieraan ligt geen besluit ten grondslag; er is sprake van het verstrekken van informatie. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris stelt de aanvrager op de hoogte. 1.2.5 Een rechtelijke instantie vraagt veelal eerst gegevens op, voordat een inhoudelijk standpunt van het bevoegd gezag (verweerschrift) wordt gevraagd. Het toezenden van informatie is een administratieve handeling. Afwikkeling hiervan door het sectorhoofd of gemeentesecretaris ligt voor de hand. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris mag niet beslissen over het verweerschrift. Het verweerschrift wordt tevens door het bevoegd gezag zelf ondertekend. 1.2.6 Wanneer het college besluit een procedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb te voeren, is het sectorhoofd of gemeentesecretaris bevoegd de administratieve handelingen te verrichten. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris is niet bevoegd om een beslissing te nemen over het toepassen van afdeling 3.4 Awb. Deze beslissing neemt het college zelf. Daarnaast is het sectorhoofd of gemeentesecretaris niet bevoegd om een besluit te nemen nadat afdeling 3.4 Awb is toegepast, tenzij dit op grond van een andere bepaling in deze mandaatregeling anders is bepaald. 1.2.7 Op grond van artikel 4:5 Awb kan het bestuursorgaan een aanvraag buiten behandeling laten indien de aanvraag onvolledig is. De aanvrager moet wel eerst in de gelegenheid gesteld worden de ontbrekende gegevens aan te leveren. Het gaat hier dus om een procedurele aangelegenheid. Het opvragen van de gegevens door het sectorhoofd of gemeentesecretaris ligt voor de hand. 1.2.8 Zie 1.2.
  3. Wanneer een aanvrager de ontbrekende gegevens niet tijdig aanlevert, kan geen inhoudelijke beoordeling van de aanvraag plaatsvinden. De aanvraag wordt derhalve niet in behandeling genomen. Het gaat ook hier dus om een procedurele aangelegenheid. Het nemen van de beslissing omtrent het niet in behandeling nemen van een aanvraag door het sectorhoofd of gemeentesecretaris ligt voor de hand 1.2.9 Op grond van artikel 4:6 Awb kan het bestuurorgaan een nieuwe aanvraag zonder meer afwijzen als reeds eerder een dergelijke aanvraag is afgewezen en er geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn (ne bis in idem-regel). 1.2.10 Op grond van artikel 4:13 Awb moet het bestuursorgaan binnen de wettelijke termijn beslissen op een aanvraag. Is er geen wettelijke termijn, dan moet binnen een redelijke termijn worden beslist (in ieder geval binnen 8 weken). Op basis van artikel 4:14Awb kan deze termijn worden verlengd. Op basis van artikel 4:15 Awb wordt de beslissing op een aanvraag onder de in het artikel genoemde gevallen opgeschort. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarnaast wordt in artikel 4:15 Awb bepaalt dat in bepaalde gevallen een mededeling aan de aanvrager wordt gedaan omtrent de termijn van afhandeling. Afwikkeling hiervan door het sectorhoofd of gemeentesecretaris ligt voor de hand. Op basis van artikel 7:10, lid 1 Awb wordt binnen een termijn van 6 weken of –indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld binnen 12 weken op een bezwaarschrift beslist. Op grond van artikel 7:10, lid 3 Awb kan deze termijn voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd. In de lijn van het bovenstaande wordt deze bevoegdheid gemandateerd aan sectorhoofd of gemeentesecretaris. 1.2.11 Artikel 6:14 Awb geeft aan dat het orgaan waar een bezwaarschrift is ingediend, de ontvangst daarvan schriftelijk bevestigt. In praktijk wordt deze ontvangstbevestiging verzonden door de secretaris van de commissie Bezwaarschriften. 1.3 Personeel en Organisatie 1.3.1 Op basis van artikel 6:1:1 CAR-UWO verleent het college vakantie. Artikel 6:2:2 van de CAR-UWO bepaalt dat de beslissing omtrent de tijdstippen waarop de vakantie zal worden verleend, alsmede die omtrent de tijdvakken waarin de vakantie eventueel zal worden gesplitst, eveneens bij het college berust. Het nemen van deze beslissing wordt gemandateerd aan de sectorhoofden en gemeentesecretaris. 1.3.2 Op basis van artikel 6:2:5 CAR-UWO kan verleende vakantie worden ingetrokken wanneer dringende redenen van dienstbelang dit noodzakelijk maken. Een sectorhoofd of gemeentesecretaris mag hierover beslissen. 1.3.3 Zaken omtrent arbeid en zorg zijn samengevat in de Wet Arbeid en Zorg. Conform de praktijk worden de beslissingen die hiermee samenhangen gemandateerd aan sectorhoofd en gemeentesecretaris. 1.3.4 Het college van burgemeester en wethouders besluit over het aangaan en afsluiten van een detacheringsovereenkomst. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd tot het uitvoeren van het door het college genomen besluit. 1.3.5 Het sectorhoofd of gemeentesecretaris is bevoegd tot het nemen van een beslissing tot het aangaan van een stageovereenkomst. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris voert de overeenkomst eveneens uit. 1.3.6 Op basis van artikel 17:1:1 leggen het college en de ambtenaar afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten. Zij leggen dat vast in een persoonlijk ontwikkelingsplan. Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt vastgesteld door het college. In praktijk worden persoonlijke ontwikkelingsplannen vastgesteld door het sectorhoofd of gemeentesecretaris. Deze praktijk is in het mandaatbesluit vastgelegd. 1.3.7 In navolging van het maken van afspraken omtrent opleidingen met het sectorhoofd of gemeentesecretaris wordt het beslissen op een verzoek om studiefaciliteiten gemandateerd aan het sectorhoofd of gemeentesecretaris. 1.3.8 Wanneer een medewerker van de gemeente Strijen nevenwerkzaamheden wil uitvoeren moet dit in bepaalde gevallen worden gemeld. Het sectorhoofd of gemeentesecretaris beslist of deze nevenwerkzaamheden verenigbaar zijn met de werkzaamheden bij de gemeente Strijen. 1.4 Wet openbaarheid van bestuur 1.4.1 Veel verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) worden ingediend per e-mail. De gemeente Strijen heeft de elektronische weg hiervoor niet opengesteld. Verzoeker moet hiervan op de hoogte worden gesteld. Indien het verzoek vervolgens niet schriftelijk wordt ingediend moet aan de verzoeker worden medegedeeld dat zijn verzoek niet wordt behandeld. Dit zijn korte inhoudelijke mededelingen, die in de praktijk door de medewerkers van bureau bestuursondersteuning worden opgesteld en ook door hen kunnen worden verstuurd. 1.4.2 Op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moet binnen 4 weken worden beslist. Deze termijn kan met 4 weken worden verdaagd. Deze administratieve beslissing wordt gemandateerd aan het sectorhoofd of gemeentesecretaris. 1.4.3 Gelet op de kortere beslistermijn in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en het feit dat veel Wob verzoeken louter toezien op het verstrekken van bestaande documenten (waarover al eerder is beslist) wordt de afdoening van dergelijke verzoeken gemandateerd aan het sectorhoofd of gemeentesecretaris. SECTOR 1 MAATSCHAPPELIJKE ZAKEN Artikel Toelichting 2.1 Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (GBA) 2.1.1 De artikelen 2.55, 3.5, 3.6, 3.8 en 3.9 van de Wet basisregistratie personen hebben betrekking op het verstrekken van een bewijs van opneming in de gemeentelijke basisadministratie aan de burger of aan derden. De bevoegdheid hiertoe ligt bij het college van burgemeester en wethouders. In de praktijk worden deze handelingen uitgevoerd door de medewerkers van bureau burgerzaken. Het ligt dan ook voor de hand om voor het uitvoeren van deze handelingen ondermandaat te verlenen aan de medewerkers van bureau burgerzaken. In het verleden is deze bevoegdheid ook aan hen gemandateerd. 2.1.2 2.1.3 2.1.4 Op grond van Artikel 2.55 Wet basisregistratie personen verstrekt het college een bewijs van Nederlanderschap, attestatie de vita en een verklaring opneming/afvoering. In de praktijk worden deze handelingen uitgevoerd door de medewerkers van bureau burgerzaken. Het ligt dan ook voor de hand om voor het uitvoeren van deze handelingen ondermandaat te verlenen aan de medewerkers van bureau burgerzaken. In het verleden is deze bevoegdheid ook aan hen gemandateerd. 2.1.5 In hoofdstuk 2, afdeling 1 van de Wet basisregistratie personen zijn de verplichtingen van het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van het bijhouden van de basisadministratie opgenomen. Afdeling 1 bestaat uit meerdere paragrafen. Paragraaf 2 heeft betrekking op inschrijving en uitschrijving. Paragraaf 3 heeft betrekking op de opneming van persoonsgegevens. Ook in de andere paragrafen zijn handelingen opgenomen die betrekking hebben op het bijhouden van de basisadministratie. In praktijk worden de handelingen uitgevoerd door de medewerkers van bureau burgerzaken. Het ligt dan ook voor de hand om voor het uitvoeren van alle op deze afdeling gebaseerde handelingen ondermandaat te verlenen aan de medewerkers van bureau burgerzaken. In het verleden is deze bevoegdheid ook aan hen gemandateerd. vervallen 2.2 Overlijden vervallen 2.2.1 In het mandaatbesluit van 29 juli 1997 is reeds mandaat verleend aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken tot het uitgeven van een uitsluitend recht tot begraven. Deze lijn wordt in dit mandaatbesluit doorgetrokken. Artikel 15 van de beheersverordening Begraafplaatsen heeft betrekking op een aanvraag voor het recht op een eigen graf. Op basis van de verordening moet hieronder ook urn worden gelezen. 2.2.2 In het mandaatbesluit van 29 juli 1997 is reeds mandaat verleend aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken tot het verlengen van het uitsluitend recht tot begraven. Deze lijn wordt in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.2.3 In het mandaatbesluit van 29 juli 1997 is reeds mandaat verleend aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken tot het overschrijven uitsluitend recht tot begraven. Deze lijn wordt in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.2.4 In artikel 20 van de Beheersverordening Begraafplaatsen is de vergunningplicht voor grafbedekking geregeld. Het nemen van een beslissing op een aanvraag (zowel verlenen als weigeren) is reeds in het mandaatbesluit van 29 juli 1997 gemandateerd aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken. Deze lijn is in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.2.5 Artikel 15 van de Beheersverordening Begraafplaatsen geeft aan dat een rechthebbende een verzoek tot het verlengen van het grafrecht kan doen. Wanneer geen aanvraag tot het verlengen van het grafrecht wordt gedaan, is het in onze gemeente gebruikelijk hiervan mededeling te doen aan de rechthebbende. In het mandaatbesluit van 29 juli 1997 is voor het doen van deze mededeling reeds mandaat verleend aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken. Deze lijn is in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.2.6 Artikel 16 van de Wet op de lijkbezorging bepaalt dat begraving of crematie niet eerder geschiedt dan 36 uur na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden. Artikel 17 van de Wet op de lijkbezorging biedt een mogelijkheid voor de burgemeester om een andere termijn te stellen. Omdat de verzoeker hierover snel een beslissing wil ontvangen ten behoeve van het regelen van de begrafenis of crematie, is het in de praktijk gewenst per ommegaande een beslissing te kunnen nemen. Gelet hierop wordt voor het toepassen van de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing (zowel verlenen als weigeren) over een dergelijk verzoek ondermandaat verleend aan de medewerkers van bureau burgerzaken. Wanneer een verzoek geweigerd wordt, stellen de medewerkers van het bureau burgerzaken de burgemeester hiervan onmiddellijk op de hoogte. 2.3 Burgerlijke stand 2.3.1 Artikel 16, Burgerlijk Wetboek boek 1 geeft aan dat burgemeester en wethouders een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een bepaalde tijdsduur kunnen benoemen. Op 1 februari 2000 heeft het toenmalige college besloten om benoemingen voor één dag te mandateren aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken. Dit besluit is in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.4 BAG/verordening naamgeving en nummering 2.4.1 Op grond van artikel 3 van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) kan het college aan een object of een te onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen. In het mandaatbesluit van 29 juli 1997 is reeds mandaat verleend aan het hoofd van de sector Maatschappelijke Zaken tot het bepalen van de huisnummering. Deze lijn wordt in dit mandaatbesluit overgenomen. 2.5 Verkiezingen 2.5.1 Op grond van artikel D4 Kieswet delen burgemeester en wethouders aan een ieder op zijn verzoek mee of hij als kiezer is geregistreerd. Indien de verzoeker niet als kiezer is geregistreerd, wordt verzoeker hiervan gemotiveerd op de hoogte gesteld. In praktijk worden dergelijke (administratieve) verzoeken door de medewerkers van bureau burgerzaken afgehandeld. Het ligt voor de hand hen hiervoor ondermandaat te verlenen. 2.5.2 Artikel J7 Kieswet bepaalt dat elke kiezer die bevoegd is aan de stemming deel te nemen, ten minste 14 dagen voor de stemming een stempas ontvangt van de burgemeester. Het verstrekken van de stempassen wordt in praktijk verzorgd door de medewerkers van bureau burgerzaken. 2.5.3 In het kader van de verkiezingen kan iemand een aanvraag om een volmachtbewijs of kiezerspas indienen. In praktijk beslissen de medewerkers van bureau burgerzaken op dergelijke verzoeken. Er is sprake van een gebonden besluit. Men heeft hierin geen keuzevrijheid. Gelet hierop wordt hiervoor ondermandaat verleend. De medewerker mag zowel over het verlenen als over het weigeren van de aanvraag beslissen. 2.5.4 Bij de kandidatenlijst worden schriftelijke verklaringen van kiezers dat zij de lijst ondersteunen overgelegd. De kiezer die een verklaring van ondersteuning wenst af te leggen, moet de verklaring bij de burgemeester of een door deze daartoe aangewezen ambtenaar ondertekenen. In praktijk voeren de medewerkers van bureau burgerzaken deze bepaling uit. Het ligt dan ook voor de hand dit in dit mandaatbesluit op te nemen. 2.5.5 Het betreft het versturen van de brieven waarin de geadresseerde op de hoogte wordt gebracht van de benoeming als lid van het stembureau. Gelet op het aard van deze bevoegdheid wordt ook ondermandaat verleend. 2.5.6 Het betreft het aanwijzen en informeren van de medewerkers van de gemeente als ‘teller’ op een stembureau. Gelet op het aard van deze bevoegdheid wordt ook ondermandaat verleend. 2.6 Rijbewijzen 2.6.1 Door de burgemeester worden rijbewijzen afgegeven, vernieuwd en ingenomen. In praktijk worden deze handelingen verricht door de medewerkers bureau burgerzaken. Hiertoe wordt aan hen ondermandaat verleend. 2.6.2 De registraties in het rijbewijsregister van het RDW, zoals bijvoorbeeld de ontzegging of intrekking van rijbewijzen, worden in praktijk door de medewerkers van bureau burgerzaken gedaan. Hiertoe wordt hen ondermandaat verleend. 2.7 Nederlanderschap 2.7.1 Op verzoek wordt een uittreksel uit de GBA verleend waaruit blijkt dat betrokkene als Nederlander is aangemerkt. In de praktijk worden deze handelingen uitgevoerd door de medewerkers van bureau burgerzaken. Het ligt dan ook voor de hand om voor het uitvoeren van deze handelingen ondermandaat te verlenen aan de medewerkers van bureau burgerzaken. 2.7.2 In hoofdstuk III van het Besluit verkrijging en verlies Nederlanderschap is de administratieve behandeling van naturalisatieverzoeken opgenomen. De in dit hoofdstuk opgenomen handelingen worden in praktijk verricht door de medewerkers bureau burgerzaken. 2.7.3 De burgemeester is bevoegd optieverklaringen en naturalisatieverzoeken in ontvangst te nemen alsmede tot het uitreiken van uittreksels van naturalisatiebesluiten. Ook deze uitvoerende handelingen worden in praktijk door de medewerkers van bureau burgerzaken gedaan. Het verlenen van ondermandaat ligt dan ook voor de hand. 2.8 Reisdocumenten 2.8.1 De burgemeester is bevoegd tot het afgeven van paspoorten, identiteitskaarten, zakenpaspoorten, vluchtelingenpaspoorten en vreemdelingenpaspoorten. De bepalingen hieromtrent zijn opgenomen in de paspoortwet en de Paspoort Uitvoeringsregeling. Het uitvoeren van deze bepalingen wordt in praktijk door de medewerkers van bureau burgerzaken gedaan. Het verlenen van ondermandaat ligt dan ook voor de hand. 2.9 Justitieel 2.9.1 De burgemeester is bevoegd tot het aanvragen om inlichtingen uit het strafregister/algemeen documentatieregister. Het gaat hier om de zogenaamde ‘verklaring omtrent het gedrag’. Deze verklaring is bijvoorbeeld nodig voor een werkgever, maar ook in geval van het vestigen van een horecabedrijf. In praktijk worden deze aanvragen door medewerkers van bureau burgerzaken gedaan. Gelet hierop wordt deze bevoegdheid aan hen gemandateerd. vervallen ivm instellen team WMO – afzonderlijk mandaatbesluit 2.10 Leerlingenvervoer 2.10.1 Op basis van de verordening leerlingenvervoer Strijen beslist het college op een aanvraag om bekostiging van de vervoerskosten. In de verordening is opgenomen onder welke omstandigheden de aanvraag wordt toegekend. Indien sprake is van een aanvraag die op basis van de verordening toegekend kan worden, beslist het sectorhoofd omtrent die toekenning. Het besluiten omtrent het afwijzen van de aanvraag en het toekennen van de aanvraag door toepassing van de hardheidsclausule is niet gemandateerd. Hierover neemt het college zelf een besluit. 2.11 Kinderopvang 2.11.1 Degene die voornemens is een kindercentrum of gastouderbureau in exploitatie te nemen, doet daarvoor een aanvraag bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van vestiging. De houder van een gastouderbureau dient een aanvraag in voor degene die door zijn tussenkomst voornemens is gastouderopvang te bieden. In het kader van de voorbereiding tot het nemen van een besluit over deze aanvragen wordt een advies ingewonnen. Het ligt voor de hand om deze voorbereidende handelingen te mandateren aan het sectorhoofd. Indien blijkt dat de aanvraag kan worden toegekend wordt dit besluit genomen door het sectorhoofd. Het college neemt zelf een beslissing over het afwijzen van een aanvraag. 2.11.2 Artikel 1.47 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen regelt het wijzigen van gegevens of het verwijderen van de inschrijving van een kindercentrum, gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang op aangeven van de houder van een kinderopvang of een gastouderbureau. Nu het initiatief voor de wijziging of verwijdering van de houder komt ligt het voor de hand om deze handeling te mandateren aan het sectorhoofd. Uitdrukkelijk niet gemandateerd wordt het wijzigen of verwijderen in het register kinderopvang op initiatief van het college (op grond van artikel 1.47a). SECTOR 2 WONEN & WERKEN Artikel Toelichting 3.1 Algemeen 3.1.1 Het sectorhoofd Wonen & Werken is bevoegd bekendmakingen en correspondentie te ondertekenen betreffende de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit betreft het ondertekenen van min of meer ‘standaard’ correspondentie. Te denken valt bijvoorbeeld aan het verzenden van een bericht omtrent het bevoegd gezag en de te volgen procedure, het publiceren van aanvragen en afwijkingen bestemmingsplan, het ter inzage leggen van stukken, het openbaar en persoonlijk kennisgeving van aanvragen, ontwerp besluiten en bestemmingsplannen, het doorzenden van een aanvraag naar het bevoegd gezag. Omdat er sprake is van administratieve handelingen is het gewenst deze door het sectorhoofd te laten ondertekenen. 3.1.2 Aan het CBS worden gegevens verstrekt omtrent woningaantallen. In praktijk worden deze gegevens verstrekt door de medewerkers van het bureau ROWM. Gelet hierop wordt ondermandaat verleend aan deze medewerkers tot het verstrekken van genoemde gegevens. 3.2 Wabo 3.2.1 Het sectorhoofd beslist op aanvragen om omgevingsvergunning waarvoor de reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd wordt. Hieraan zijn beperkingen gesteld. Het sectorhoofd mag geen beslissing nemen over: een aanvraag om een omgevingsvergunning indien sprake is van een strijdigheid met het bestemmingsplan waaraan slechts medewerking kan worden verleend door middel van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, inpassingsplan, beheersverordening of exploitatieplan; Het beslissen omtrent een aanvraag om een omgevingsvergunning indien sprake is van een gemeentelijk monument; Het weigeren en intrekken van een omgevingsvergunning. Het sectorhoofd is niet bevoegd om te beslissen over aanvragen die betrekking hebben op de uitgebreide voorbereidingsprocedure (dus de ‘zwaardere’ gevallen). 3.2.2 In onze bestemmingsplannen is onder andere een binnenplanse afwijking opgenomen voor gevallen waarvoor eerst een advies moet worden ingewonnen bij bijvoorbeeld het waterschap of een andere deskundige. Indien het advies positief is kan de binnenplanse afwijking verleend worden. Er is in feite geen beleidsvrijheid. Het inwinnen van het advies neemt reeds tijd in beslag. Op de aanvraag om omgevingsvergunning waarvoor een reguliere procedure wordt gevolgd moet echter binnen 8 weken beslist worden. Omwille van het halen van deze termijn is het gewenst in deze gevallen het sectorhoofd omtrent het verlenen van de binnenplanse afwijking te laten beslissen. Het sectorhoofd mag niet beslissen over het weigeren van de binnenplanse afwijking. Daarnaast beslist het sectorhoofd niet over andere gevallen waarvoor een binnenplanse afwijking kan worden verleend. In deze gevallen is er sprake van beleidsvrijheid en beslist het college omtrent het verlenen van de binnenplanse afwijking. 3.2.3 Op grond van artikel 3.2.1 van dit mandaatbesluit mag het sectorhoofd niet beslissen over een aanvraag in het geval dat er een strijdigheid is met van het bestemmingsplan en daarvoor ontheffing wordt verleend (middels een buitenplanse ontheffing). Echter, er doen zich situaties voor dat uw college medewerking wil verlenen aan de aanvraag en dat er vervolgens in de inspraakmogelijkheid geen zienswijzen over de aanvraag en ontheffing zijn ontvangen. In dergelijke gevallen kan het besluit worden afgedaan door het sectorhoofd. 3.2.4 Voordat een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend voor een plan waarvoor gebruik moet worden gemaakt van een zogenaamde kruimelafwijking van het bestemmingsplan, wordt vaak een schetsplan/principe verzoek ingediend. Op die manier krijgt de initiatiefnemer inzicht in het verkrijgen van medewerking aan het plan door de gemeente. Het college beslist op dergelijke verzoeken. Wanneer het schetsplan/principe verzoek wordt gevolgd door een aanvraag om omgevingsvergunning voor een plan welke overeenkomt met het schetsplan/principe verzoek waaraan het college medewerking heeft toegezegd, is het sectorhoofd bevoegd te beslissen omtrent de kruimelafwijking en het verlenen van de omgevingsvergunning. 3.2.5 Artikel 3.1, lid 2 van de Wabo geeft aan dat het orgaan waarbij de aanvraag is ingediend, de aanvrager onverwijld een bewijs van ontvangst van de aanvraag zend, waarin het de datum vermeldt waarop het de aanvraag heeft ontvangen. Deze administratieve handeling is gemandateerd aan het sectorhoofd. Omdat het bericht van ontvangst onverwijld verzonden moet worden en er sprake is van louter een administratieve handeling zonder (rechts)gevolg wordt voor de ondertekening van deze ontvangstbevestiging ondermandaat verleend aan de medewerkers waar in praktijk de aanvragen om omgevingsvergunning ontvangen worden. Dit betreffen de medewerkers ROWM, bijzondere wetten. 3.2.6 Op grond van artikel 2.26 Wabo kan het bevoegd gezag een als adviseur aangewezen bestuursorgaan verzoeken om een advies uit te brengen over een aanvraag om omgevingsvergunning, bijvoorbeeld bij het waterschap. Het beslissen omtrent het opvragen van het advies, het voeren van correspondentie hieromtrent en het beschikbaar stellen van gegevens aan de adviseur wordt gezien als voorbereiding op het nemen van een beslissing, welke zich leent voor mandatering aan het sectorhoofd. Hierbij wordt geen onderscheidt gemaakt tussen de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure. 3.2.7 Artikel 2.27 Wabo geeft aan in welke gevallen een verklaring van geen bedenkingen nodig is van een ander bestuursorgaan, bijvoorbeeld van Gedeputeerde Staten. Het beslissen omtrent het opvragen van een verklaring van geen bedenkingen, het voeren van correspondentie hieromtrent en het beschikbaar stellen van gegevens aan het betreffend bestuursorgaan wordt gezien als voorbereiding op het nemen van een beslissing, welke zich leent voor mandatering aan het sectorhoofd. Hierbij wordt geen onderscheidt gemaakt tussen de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure. 3.2.8 Op een aanvraag om omgevingsvergunning waarop de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing is, moet binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag beslist worden. Artikel 3.9 Wabo geeft aan dat deze termijn eenmaal met ten hoogste 6 weken verlengd kan worden. De beslistermijn is een fatale termijn; wordt de termijn niet gehaald dan is er sprake van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Op een aanvraag om omgevingsvergunning waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, moet binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag beslist worden. Artikel 3.12 Wabo geeft aan dat deze termijn eenmaal met ten hoogste 6 weken verlengd kan worden. De beslistermijn is geen fatale termijn. De bevoegdheid tot het verlengen van de beslistermijn wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.2.9 In artikel 2.31 Wabo zijn bepalingen opgenomen waaronder het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning wijzigt of kan wijzigen. In artikel 3.2.1 van dit mandaatbesluit zijn gevallen opgenomen waarvoor het sectorhoofd bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen. Wanneer het sectorhoofd bevoegd is de omgevingsvergunning te verlenen, ligt het voor de hand dat het sectorhoofd ook bevoegd is de bijbehorende voorschriften te wijzigen. 3.2.10 In de Wabo zijn een aantal gevallen opgenomen waaronder het bevoegd gezag de beslissing op een aanvraag om omgevingsvergunning moet aanhouden. Dit is bijvoorbeeld het geval als er een voorbereidingsbesluit geldt of wanneer een bestemmingsplan ter inzage ligt. Artikel 3.6 Wabo geeft aan in welke gevallen de aanvrager hiervan op de hoogte moet worden gesteld. Hieraan ligt geen besluit ten grondslag. Het sectorhoofd is bevoegd de aanvrager te informeren over het aanhouden van de beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning. Hierbij wordt geen onderscheidt gemaakt tussen de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure. 3.2.11 In artikel 2.33 Wabo is opgenomen onder welke omstandigheden het college de verleende omgevingsvergunning intrekt. Hieronder valt onder andere de omstandigheid dat de vergunninghouder om het intrekken van de vergunning verzoekt (artikel 2.33, lid 2, onder b Wabo). Uit een dergelijk verzoek volgt geen inhoudelijke beoordeling. De vergunninghouder wil immers zelf dat de vergunning ingetrokken wordt. Het sectorhoofd is in dat geval bevoegd te beslissen omtrent het intrekken van de vergunning. Hierbij wordt geen onderscheidt gemaakt tussen de reguliere of uitgebreide voorbereidingsprocedure. In alle andere gevallen als bedoeld in artikel 2.33 Wabo omtrent het intrekken van de omgevingsvergunning neemt het college zelf een besluit. 3.2.12 Zoals in artikel 3.2.6 van dit mandaatbesluit is aangegeven is er bij de toepassing van een reguliere voorbereidingsprocedure sprake van een fatale beslistermijn; wordt de termijn niet gehaald dat is er sprake van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Het sectorhoofd is alleen bevoegd te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning waarbij sprake is van een reguliere voorbereidingsprocedure. Soms is de beslissingstermijn van 8 weken te kort, bijvoorbeeld als het plan aangepast moet worden als gevolg van opmerkingen van de welstandscommissie en de aanvrager verzuimt dit tijdig te doen. Om te voorkomen dat een omgevingsvergunning van rechtswege ontstaat, mag het sectorhoofd in zo’n geval de omgevingsvergunning weigeren. 3.2.13 Er zijn gevallen waarin een initiatiefnemer voorafgaand aan de start van het uitoefenen van (bouw) activiteiten een brief wil hebben van de gemeente waarin een bevestiging is opgenomen dat er geen omgevingsvergunning nodig is. Officieel gezien is dit een besluit. Het nemen van dit besluit wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.2.14 Over het algemeen worden bij een verleende omgevingsvergunning tekeningen gevoegd. In praktijk blijkt soms dat zaken iets anders uitgevoerd worden dan in de tekening bij de omgevingsvergunning is opgenomen, bijvoorbeeld omdat de technische of praktische uitvoering dat vergt. In zo’n geval levert de vergunninghouder een gewijzigde tekening in. Deze tekening behoeft goedkeuring van het bevoegd gezag. Dit kan echter alleen in geval er sprake is van een ondergeschikte wijziging. In praktijk worden aangepaste tekeningen beoordeeld en goedgekeurd door de taakveldcoördinator ROWM. Het ligt dan ook voor de hand om hiervoor ondermandaat te verlenen. Wanneer er sprake is van een weigering van de aangepaste tekening beslist degene die het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning heeft genomen. Wanneer geen sprake is van een ondergeschikte wijziging, moet een nieuwe omgevingsvergunning aangevraagd worden. 3.2.15 De gemeente vraagt zelf ook omgevingsvergunningen aan, bijvoorbeeld voor het kappen van boom of het bouwen van een gebouw. Voor het ondertekenen van dergelijke aanvragen wordt ondermandaat verleend aan de medewerkers van bureau BOR of de medewerkers van bureau ROWM. 3.2.16 Nadat de werkzaamheden zoals opgenomen in een omgevingsvergunning zijn afgerond, worden deze door medewerkers van de gemeente gecontroleerd. Hieromtrent wordt een brief gezonden aan de vergunninghouder. Er is derhalve sprake van een uitvoeringshandeling. Het ligt in de lijn van dit mandaatbesluit om het uitgaan van dergelijke brieven te mandateren aan het sectorhoofd. 3.2.17 In de gemeente Strijen is het uitgangspunt dat besluiten die door het college zelf zijn genomen, ook door het college ondertekend worden. In dit artikel wordt een uitzondering gemaakt voor het ondertekenen van besluiten op grond van de Wabo. Een positief besluit in het kader van de WABO (bijvoorbeeld een verleende omgevingsvergunning) moet echter veelal worden toegezonden aan het SVHW. Het SVHW moet het besluit binnen 4 werkdagen verwerken in de BAG. Gelet op deze korte termijn, is het gewenst het besluit te laten ondertekenen door het sectorhoofd Wonen & Werken. Hierdoor kan het besluit zo spoedig mogelijk aan het SVHW worden doorgezonden. Het ondertekenen van een besluit tot het weigeren van een beschikking op grond van de Wabo valt niet onder het ondertekeningsmandaat. 3.3 Bouwbesluit / Bouwverordening 3.3.1 . Deze gemandateerde bevoegdheid ziet toe op het slopen van asbest bevattende vloerbedekking, vloertegels en bouwmaterialen tot 35 m
  4. Hiervoor is geen omgevingsvergunning voor het slopen nodig, het doen van een melding is voldoende. Alle bevoegdheden van paragraaf 1.7 van het Bouwbesluit 2012 zijn gemandateerd, dus ook de bevoegdheid om bijvoorbeeld voorschriften te verbinden aan de mededeling (1.29) ligt bij het sectorhoofd. 3.3.2 Het gaat hier veelal om de bevoegdheid tot het verlenen van ontheffing van allerlei technische eisen die in de Bouwverordening zijn opgenomen, zoals bijvoorbeeld overschrijding voorgevelrooilijn, toegelaten bouwhoogte, aansluiting op riolering en aardgasnet en zaken zoals veiligheid van de bouwlocatie, aanleveren bouwafval en overschrijving vergunning op ander persoon. Kortheidshalve wordt verwezen naar de betreffende artikelen van de Bouwverordening. Zowel de bevoegdheid tot verlening als weigering is gemandateerd. 3.3.3 Op grond van het Bouwbesluit 2012 kan de plaatsing van een brandmeldinstallatie (artikel 6.20) verplicht zijn. Alvorens tot plaatsing van de kostbare brandmeldinstallatie over te gaan, overlegt de installateur een Programma van Eisen om te controleren of de installatie voldoet aan de normen in het Bouwbesluit 2012, middels het paraferen van het Programma van Eisen. Dit is puur een technisch oordeel en daarom ligt het voor de hand om dit in ondermaat te beleggen bij de taakveldcoördinator ROWM. 3.3.4 In bestemmingsplannen kan worden opgelegd dat een archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Indien er sprake is van een ruimer onderzoek wordt er een Programma van Eisen overgelegd dat moet voldoen aan de normen van de archeologische beroepsgroep. Omdat het onderzoek kostbaar is, wil de indiener instemming van de gemeente met de voorgestelde aanpak, middels het paraferen van het Programma van Eisen. Dit is puur een technisch oordeel en daarom ligt het voor de hand om dit in ondermaat te beleggen bij de taakveldcoördinator ROWM. 3.3.5 Artikel 7.9 van het Bouwbesluit 2012 geeft onder andere aan dat een voorziening voor de afvoer van rook uitsluitend gebruikt mag worden indien die voorziening (na brand) voldoende is gereinigd en hersteld. In praktijk is het gebruikelijk dat de eigenaar/bewoner van een pand waar brand heeft plaatsgevonden een brief ontvangen omtrent het opleggen en opheffen van een stookverbod. Dit is gebaseerd op genoemd artikel. Het opstellen en ondertekenen van dergelijke brieven is in artikel 3.3.4 van dit mandaatbesluit gemandateerd aan het sectorhoofd. Omwille van veiligheid kan het zijn dat na brand onmiddellijk een stookverbod moet worden opgelegd. Dit gebeurt op dat moment door de commandant van de brandweer en/of de medewerkers van Bouw- en Woningtoezicht. Het is gewenst hen hiervoor ondermandaat te verlenen. Het opleggen van het stookverbod wordt nadien bevestigd in een brief zoals geregeld in artikel 3.3.4 van dit mandaatbesluit. 3.4 Wet ruimtelijke ordening 3.4.1 Op grond van artikel 6.4 Wro heffen burgemeester en wethouders een recht van € 300,00 voor het in behandeling nemen van een verzoek om tegemoetkoming in schade. Op basis van het mandaatbesluit wordt dit bedrag door het sectorhoofd in rekening gebracht bij de indiener. Dit ligt in de lijn van de uitvoering van de legesverordening. Ook daar is het sectorhoofd bevoegd bedragen in rekening te brengen. 3.4.2 Het bedrag zoals genoemd onder 2.4.1 moet binnen 4 weken door de aanvrager betaald worden. Wanneer de indiener dit verzuimt, verklaren burgemeester en wethouders de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De aanvraag wordt derhalve niet in behandeling genomen. Het gaat ook hier dus om een procedurele aangelegenheid. Afwikkeling hiervan door het sectorhoofd ligt voor de hand. Dit ligt tevens in de lijn van artikel 1.2.7 van dit mandaatbesluit waarin is opgenomen dat het sectorhoofd een aanvraag buiten behandeling mag stellen als gevolg van het ontbreken van gegevens. 3.4.3 In de procedure voor een planschade verzoek zijn een aantal feitelijk handelingen opgenomen in de Procdureverordening voor advisering in planschade gemeente Strijen
  5. Het verstrekken van een opdracht om advisering wordt in de praktijk uitgevoerd door de afdeling ROWM. Het ligt daarom op de weg om dit te mandateren. Daarbij wordt opgemerkt dat de bevoegdheid het uiteindelijke besluit om planschade (niet) toe te kennen blijft berusten bij het college. 3.4.4 Een handeling die plaats moet vinden voordat de opdracht ex artikel 2 van de Procedureverordening voor advisering in planschade gemeente Strijen 2008 wordt verstrekt (artikel 3.4.3) is het informeren van de aanvrager en het in de gelegenheid stellen van het indienen van een verzoek tot wraking. Dit zijn feitelijke handeling die daarom gemandateerd kunnen worden. Het besluit over het verzoek tot wraking wordt niet gemandateerd (artikel 5, lid 3 van de Procedureverordening voor advisering in planschade gemeente Strijen 2008). 3.4.5 De aanvrager, andere bestuursorganen en andere belanghebbenden moeten in de gelegenheid worden gesteld om een reactie te geven op het concept advies op grond van de Procedureverordening voor advisering in planschade gemeente Strijen
  6. Dit is een feitelijke handeling die gemandateerd kan worden. Het indienen van een reactie op het concept advies door het college is niet in de verordening opgenomen, maar soms wel nodig. Vanwege de termijn, die op grond van artikel 6 lid 8 wordt gegeven aan de andere partijen ligt het voor de hand om het geven van deze reactie te mandateren. Gelet op artikel III van deze Mandaatregeling is het mogelijk dat dit te mandateren. 3.4.6 Het artikel heeft betrekking op de digitale verplichtingen uit de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening. Hieruit vloeien een aantal werkzaamheden voort die het college moet uitvoeren om het bestemmingsplan digitaal te kunnen ontsluiten. Deze werkzaamheden worden in praktijk door de beleidsmedewerkers Ruimtelijke Ordening uitgevoerd. Conform het mandaatbesluit van 4 mei 2010 worden alle werkzaamheden samenhangend met het elektronisch waarmerken, publiceren en melden van de vindplaats van Wro-instrumenten gemandateerd. 3.5 APV 3.5.1 Op grond van artikel 1:2, lid 2 en 3:3, lid 3 APV kan het bestuursorgaan zijn beslissing op een aanvraag respectievelijk met 8 en 12 weken verdagen. In het mandaatbesluit sectorhoofd Wonen & Werken 2004 is het nemen van een besluit tot het verdagen van de beslistermijn reeds gemandateerd. Het ligt voor de hand om dit thans ook over te nemen. 3.5.2 Op grond van artikel 1:8, lid2 APV kan een vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of bestuursorgaan worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Deze termijn is gekozen omdat vaak externe advies, zoals bijvoorbeeld politie, moet worden gevraagd en dit langere tijd in beslag neemt . In de praktijk komt het vaak voor dat aanvragen te laat worden ingediend. Indien mogelijk worden die aanvragen toch in behandeling genomen, maar soms is de tijd tussen ontvangst aanvraag en datum evenement zo kort dat dat niet meer lukt. Het ligt voor de hand dat in een dergelijk geval het sectorhoofd kan besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten. 3.5.3 Artikel 2:22 APV biedt de mogelijkheid ontheffing te verlenen voor het plaatsen van objecten onder hoogspanningslijnen. Het beslissen op een dergelijk verzoek is gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.5.4 Op grond van artikel 2:28 APV is het verboden om een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. Wanneer een horecabedrijf eenmaal gevestigd is, komt het voor dat er sprake is van een wijziging bij het betreffende bedrijf. Dit kan zijn in leidinggevenden of een aanpassing van de inrichting. Er is derhalve sprake van een administratieve wijziging van ondergeschikt belang. Het beslissen op een aanvraag om exploitatievergunning indien sprake is van een wijziging wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. Het sectorhoofd beslist dus niet wanneer sprake is van een nieuw horecabedrijf of een nieuwe uitbater. Een geval waarbij er sprake is van een aanvraag waaraan een

wordt evenmin gemandateerd. 3.5.5 Op grond van artikel 4:3 APV mag een inrichting maximaal 10 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden waarbij de geluidsnormen mogen worden verhoogd, mits de houder van de inrichting het college daarvan ten minste twee weken van tevoren in kennis stelt. De toegestane verhoogde geluidsnormen worden met de Omgevingsdienst bepaald. Er is sprake van een standaard beschikking welke op korte termijn moet worden afgedaan. Gelet hierop wordt het beslissen op deze melding gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.5.6 Op grond van artikel 4:6 APV kan het college ontheffing voor geluid buiten een inrichting verlenen. Er is sprake van een standaard beschikking waarvoor de toegestane geluidsnormen met de Omgevingsdienst worden vastgelegd. Het sectorhoofd wordt gemandateerd om de ontheffing te verlenen. Wanneer sprake is van een weigering, zal het college daaromtrent een beslissing nemen. 3.5.7 Op grond van artikel 5:6, lid 2 APV kan het college een ontheffing verlenen voor maximaal 2 weken per kalenderjaar van het verbod om een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt langer dan 3 achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben. Het sectorhoofd wordt gemandateerd om een ontheffing te verlenen. Wanneer sprake is van een weigering, zal het college daaromtrent een beslissing nemen. 3.5.8 Artikel 5:11 APV geeft aan dat het verboden is met een voertuig te rijden of een voertuig te laten staan in een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Het college kan hiervan ontheffing verlenen. Het beslissen op een verzoek om ontheffing is gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.5.9 Het beslissen op een aanvraag om een collectevergunning is gemandateerd aan het sectorhoofd. . 3.5.10 Artikel 5:18 APV geeft aan dat het verboden is zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. In de APV zijn de gronden opgenomen waaronder de vergunning geweigerd wordt. Omdat dit een bestuurlijke afweging vormt, wordt het weigeren van de vergunning niet gemandateerd aan het sectorhoofd. Het sectorhoofd mag alleen beslissing indien er sprake is van het verlenen van de vergunning. 3.5.11 Voor het houden van een snuffelmarkt is een vergunning nodig van de burgemeester. De aard van de besluitvorming laat mandatering van het verlenen van een vergunning toe. De burgemeester neemt zelf een beslissing op het weigeren van de vergunning. 3.6 Wet op de Kansspelen 3.6.1 Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 3, lid 1 Wet op de Kansspelen een vergunning verlenen voor een loterij. Het beslissen op een dergelijke vergunningaanvraag is gemandateerd aan het sectorhoofd. . Onder beslissen moet zowel het beslissen als het weigeren van de vergunning worden verstaan. 3.6.2 Op grond van artikel 30b Wet op de Kansspelen kan de burgemeester een vergunning verlenen voor het hebben van een kansspelautomaat. De beoordelingsruimte is beperkt door de Wet op de Kansspelen en de verordening speelautomaten gemeente Strijen. Ieder jaar moet opnieuw een vergunning aangevraagd worden. Hierdoor is vaak sprake van een administratieve handeling. Het verlenen van een vergunning wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. Het weigeren van een vergunning alsmede een geval waarbij er sprake is van een aanvraag waaraan een

wordt niet gemandateerd. 3.7 Drank- en Horecawet 3.7.1 Het verlenen van een vergunning Drank- en Horecawet is een gebonden beschikking; wordt aan de voorwaarden van de wet voldaan, dan moet de burgemeester de vergunning verlenen. Gezien het gebonden karakter van de vergunning ligt mandatering voor de hand. . Weigering en intrekking van de vergunning blijft voorbehouden aan de burgemeester. 3.7.2 Het verlenen van een ontheffing Drank- en Horecawet op basis van artikel 35 van de Drank- en Horecawet is een gebonden beschikking; wordt aan de voorwaarden van de wet voldaan, dan moet de burgemeester de ontheffing verlenen. Gezien het gebonden karakter van de ontheffing ligt mandatering voor de hand. Weigering van de ontheffing blijft voorbehouden aan de burgemeester. 3.8 Leegstandwet 3.8.1 Eerder is besloten om het beslissen op een aanvraag voor een vergunning tijdelijke verhuur op grond van artikel 15 van de Leegstandwet te mandateren aan het sectorhoofd Wonen & Werken. Het woord beslissen impliceert dat het sectorhoofd mag beslissen over zowel het verlenen als het weigeren van de vergunning. 3.9 Huisvestingsverordening 3.9.1 Voor het in gebruik nemen van een zelfstandige woning met een koopprijs beneden de koopprijsgrens of een huurprijs beneden de huurprijsgrens moet men een huisvestingsvergunning aanvragen bij burgemeester en wethouders. De aanvraag wordt getoetst aan de huisvestingsverordening. Deze verordening geeft aan onder welke voorwaarden een vergunning verleend kan worden. Gezien het gebonden karakter hiervan, ligt mandatering voor de hand. Het sectorhoofd mag zowel over het verlenen als over het weigeren van de vergunning beslissen. 3.10 Verkeer en vervoer 3.10.1 In praktijk gaat het om ontheffingen zoals bijvoorbeeld ontheffing van het verbod om de Kerkstraat in te rijden. Het sectorhoofd is bevoegd een ontheffing te verlenen, niet om een ontheffing te weigeren of in te trekken. Indien nodig vraagt het sectorhoofd advies bij de politie. 3.10.2 Op grond van artikel 34 van het BABW kan de wegbeheerder tijdelijke verkeerstekens (bijvoorbeeld borden) plaatsen of maatregelen nemen in het geval van bijvoorbeeld uitvoering van werken, dreigend gevaar of andere dringende omstandigheden van voorbijgaande aard. Het gaat hier dus in praktijk om situaties waarin snel optreden vereist is. Uit artikel 35 van het BABW blijkt dat voor dit soort spoedeisende situaties geen verkeersbesluit nodig is, behalve als dit soort situaties zich regelmatig voor doen of langer dan 4 maanden duren (artikel 37 BABW). Deze bevoegdheid tot het treffen van tijdelijke verkeersmaatregelen wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. 3.10.3 Op grond van artikel 56 BABW is de burgemeester bevoegd verkeersregelaars aan te stellen. Verkeersregelaars worden veelal ingezet bij evenementen. Er moet in dergelijke gevallen een aanstellingsbesluit worden genomen. Om als verkeersregelaar te worden aangesteld moeten de betreffende personen een examen doen via de stichting verkeersregelaars Nederland. Na het doen van dit examen wordt de gemeente via deze stichting digitaal verzocht een goedkeuring te geven, waarna men is aangesteld. Het gaat hier in feite om een formaliteit die in praktijk door de medewerkers van het bureau bestuursondersteuning wordt uitgevoerd. 3.10.4 Voor het realiseren van een gehandicaptenparkeerplaats is een verkeersbesluit nodig van burgemeester en wethouders. Het beleid voor het verlenen van een dergelijk besluit is vastgelegd binnen het ‘beleid toewijzing gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken gemeente Strijen’. Wanneer een aanvraag voldoet aan dit beleid is het sectorhoofd bevoegd het verkeersbesluit te nemen. Het sectorhoofd is niet bevoegd de aanvraag te weigeren, het verkeersbesluit in te trekken of een verkeersbesluit te verlenen indien toepassing moet worden gegeven aan de hardheidsclausule. 3.11 Ingravingen 3.11.1 3.11.2 3.11.3 3.11.4 Het gaat hier om het geven van toestemming voor het doen van ingravingen in de openbare grond. In praktijk is de gemeente veelal verplicht om toestemming te verlenen en gaat het om een formaliteit. Op basis van artikel 4, lid 1 Aansluitverordening stelt het college jaarlijks het bedrag vast waartegen gedurende het daarop volgende jaar het aanleggen van het aansluitriool van gemeentewegen zal worden verzorgd. Het ligt voor de hand deze bevoegdheid bij het college te laten. 3.12 Grondzaken 3.12.1 Het sectorhoofd mag beslissen over het verkopen van groenstroken tot een maximum oppervlakte van 50 m² per keer en voor zover passend binnen het beleid zoals neergelegd in de Notitie verkoop groenstroken. 3.13 Subsidie woningisolatie 3.13.1 (subsidieverordening zonnepanelen is vervallen) Het sectorhoofd is gemandateerd om subsidie te verlenen voor woningisolatie indien er geen sprake is van een weigeringsgrond als vermeld in artikel 5 van de subsidieverordening woningisolatie Strijen. 3.14 Wet gemeenschappelijke regelingen Het college moet op grond van artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen een register bijhouden met daarin een aantal onderwerpen. Het verwerken van de wijzigingen van een regeling of het opnemen van een nieuwe regeling in het register is een handeling die vergelijkbaar is met het bekendmaken van een besluit, welke bevoegdheid ook gemandateerd is. De medewerkers van bureau bestuursondersteuning dragen zorg voor dit register. SECTOR 3 MIDDELEN 4.1 Financiën 4.1.1 Op grond van artikel 231 Gemeentewet en artikel 63 Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn burgemeester en wethouders bevoegd in bepaalde gevallen tegemoet te komen aan niet voorziene ‘onbillijkheden van overwegende aard’ die zich bij de toepassing van belastingverordeningen kunnen voordoen. Het betreft hier dus een hardheidsclausule. Het gaat dus om gevallen dat formeel een aanslag zou moeten worden opgelegd, maar dat het in dat concrete geval onredelijk zou zijn. In een dergelijke situatie kan de hardheidsclausule uitkomst bieden. Van belang is dat de hardheidsclausule niet bedoeld is voor betalingsproblemen. In die gevallen de kwijtscheldingsregeling van artikel 255 Gemeentewet van toepassing. Het sectorhoofd is gemandateerd een beslissing te nemen omtrent de toepassing van de hardheidsclausule. Hij beslist derhalve over zowel het toepassen als afwijzen van de hardheidsclausule. Eerder is de strikte voorwaarde opgelegd dat het sectorhoofd eens per kalenderjaar een overzicht verstrekt aan het college over de gevallen waarbij gebruik is gemaakt van deze bevoegdheid. Deze voorwaarde is eveneens overgenomen. 4.1.2 4.1.3 Het opmaken en verzenden van aangiften van omzetbelasting, het BTW compensatiefonds en het opmaken en verzenden van verzoeken teruggaaf dividendbelasting wordt in praktijk door de medewerkers van het bureau financiën gedaan. Het ligt voor de hand voor deze administratieve handelingen ondermandaat te verlenen. 4.1.4 De gemeente Strijen kent nog enkele verstrekte gemeentegaranties. Deze zijn vele jaren geleden verstrekt. Indien een achterstand bij de gemeentegarantie wordt geconstateerd wordt hieromtrent een aanschrijving verzonden. Deze aanschrijving wordt in praktijk door het sectorhoofd verzonden. 4.1.5 De hondenbelasting wordt geheven door het SVHW. De gemeente voert hieromtrent wel correspondentie. Voorbeelden zijn correspondentie omtrent het aangeven of doorhalen van de hond en correspondentie als gevolg van de controle van hondenbelasting. Deze correspondentie wordt in praktijk gevoerd door de medewerkers van het bureau financiën. Hiertoe wordt ondermandaat verleend. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat dus geen mandaat wordt verleend omtrent de inhoudelijke belasting. 4.1.6 De gemeente brengt derden kosten in rekening welke niet onder de legesverordening vallen. Hierbij moet gedacht worden aan huur, erfpachtscanon en het doorbelasten van kosten aan derden. Indien betrokkenen niet tijdig betalen wordt hieromtrent een brief verzonden. Deze brieven wordt in praktijk verzonden door de medewerkers van het bureau financiën. Hiertoe wordt ondermandaat verleend. 4.1.7 Wanneer derden het bedrag zoals genoemd in artikel 4.1.6 van dit mandaatbesluit niet betalen wordt een beslissing genomen omtrent het uit handen geven van de invordering van het bedrag aan een incassobureau. Het sectorhoofd beslist hierover. 4.2 Verzekeringen 4.2.1 Het sectorhoofd is bevoegd tot het nemen van een beslissing over het aangaan, opzeggen en uitvoeren van verzekeringen. Als voorwaarde is gesteld dat het contract wordt getekend door de burgemeester. 4.2.2 In praktijk worden schadegevallen door de medewerkers van het bureau financiën gemeld bij de verzekeringsmaatschappij. Hiertoe wordt ondermandaat verleend. 4.2.3 Indien de gemeente te maken krijgt met schade als gevolg van vandalisme, diefstal en dergelijke wordt hiervan aangifte gedaan bij de politie. Deze aangifte wordt in praktijk gedaan door de medewerkers openbare orde en veiligheid en/of beheer openbare ruimte. 4.3 Marktzaken 4.3.1 Het college houdt op basis van artikel 4 van het Marktreglement gemeente Strijen 2008 een wachtlijst bij voor plaatsen op de weekmarkt. In artikel 5 zijn bepalingen opgenomen voor het doorhalen van de inschrijving op de wachtlijst. Er is derhalve sprake van administratieve handelingen. Mandatering aan het sectorhoofd ligt voor de hand. 4.3.2 Artikel 5 van de Marktverordening gemeente Strijen 2008 geeft aan dat het verboden is om een standplaats op de markt in te nemen zonder vergunning van het college. De gronden voor het verlenen van een vergunning zijn vastgelegd in de verordening en het marktreglement. . Het sectorhoofd is bevoegd te beslissen op zowel het verlenen als het weigeren van de vergunning. 4.3.3 In artikel 7 van de Marktverordening gemeente Strijen 2008 zijn de gronden opgenomen waaronder een vaste standplaatsvergunning op de weekmarkt wordt ingetrokken. Hierin is nauwelijks sprake van beleidsvrijheid. Gelet hierop leent deze bevoegdheid zich voor mandaat aan het sectorhoofd. 4.3.4 In artikel 7 van het Marktreglement gemeente Strijen 2008 zijn bepalingen opgenomen waaronder een verleende vaste standplaatsvergunning kan worden overgeschreven. Hierin is geen sprake van beleidsvrijheid. Het sectorhoofd is bevoegd te beslissen omtrent het verlenen of weigeren van een aanvraag tot overschrijving van de vergunning. 4.3.5 Op grond van artikel 11 van het Marktreglement gemeente Strijen 2008 moet een vergunninghouder van een vaste standplaats het college tijdig schriftelijk meedelen dat hij wegens vakantie of bijzondere omstandigheid is verhinderd zijn vaste standplaats in te nemen. Artikel 12 biedt een mogelijkheid om tijdelijk ontheffing te verlenen van artikel 11. Daarnaast kan de vergunninghouder een aanvraag indienen om zich op zijn standplaats te laten vervangen door een ander persoon. Het ligt in de lijn van de bepalingen omtrent marktzaken in dit mandaatbesluit om de beslissingsbevoegdheid omtrent dergelijke aanvragen te mandateren aan het sectorhoofd. Het sectorhoofd beslist zowel op het verlenen als het weigeren van de aanvraag. 4.4 Archief 4.4.1 4.4.2 4.4.3 Op grond van artikel 74, lid 1 van de Gemeentewet worden alle aan de raad of aan het college gerichte stukken door of namens de burgemeester geopend. In praktijk wordt dit door de medewerkers facilitaire zaken/ documentaire informatie voorziening gedaan. . Het in ontvangst nemen van poststukken, deurwaardersexploten, aangetekende stukken e.d. door de medewerkers facilitaire zaken, documentaire informatie voorziening en de medewerkers van bureau burgerzaken. 4.4.4 Nadat een poststuk of daarmee vergelijkend stuk is ontvangen, wordt een ontvangstbevestiging verzonden. In praktijk gebeurt dit door de medewerkers documentaire informatie voorziening. . Wanneer een poststuk of daarmee vergelijkend stuk bij de receptie wordt afgegeven komt het voor dat de afzender direct een ontvangstbevestiging wenst te ontvangen. In dat geval wordt een ontvangstbevestiging direct aan de balie ondertekend en afgegeven. . 4.4.5 Op basis van artikel 2 Archiefverordening gemeente Strijen 2012 draagt het college van burgemeester en wethouders zorg voor de archiefbescheiden en documentatie van de gemeentelijke organen alsmede voor het inrichtingen en in stand houden van de archiefbewaarplaats en archiefruimten overeenkomstig de wettelijke eisen. In praktijk worden deze bevoegdheden uitgeoefend door de medewerkers documentaire informatievoorziening. Het ligt voor de hand om voor de uitvoering van deze bevoegdheden ondermandaat te verlenen aan de medewerkers documentaire informatie voorziening. 4.4.6 Op basis van artikel 5 van de Archiefwet 1995 moet de gemeente een vernietigingslijst opstellen van de in het archief aanwezige stukken. In de lijst staan stukken die op basis van wettelijke bepalingen voor vernietiging in aanmerking komen. Er is derhalve sprake van een uitvoering van een wettelijk voorschrift. Het vaststellen van de lijst wordt gemandateerd aan het sectorhoofd. STAF (GEMEENTESECRETARIS) 5.1 Algemeen 5.1.1 Normaal gesproken worden uitgaande brieven van het college ondertekend door gemeentesecretaris en burgemeester. De Gemeentewet verplicht hiertoe. Het komt echter wel eens voor dat er een brief is die met spoed de deur uit moet en er geen (loco) burgemeester beschikbaar is om die brief te ondertekenen. Op 7 oktober 2003 heeft de burgemeester een mandaatbesluit genomen waarbij hij de gemeentesecretaris heeft gemandateerd om uitgaande stukken van het college te ondertekenen. Dit houdt dus in dat alleen de handtekening van de gemeentesecretaris (of zijn vervanger) op de brief voldoende is. Opgemerkt wordt dat het besluit dus door het college genomen wordt en dat de gemeentesecretaris alleen bevoegd is tot het ondertekenen van de brief. Dit besluit is overgenomen in dit mandaatbesluit. Kanttekeningen zijn dat van deze bevoegdheid mag alleen gebruik gemaakt worden indien sprake is van een spoedeisend geval. Daarnaast kan van het mandaat geen gebruik gemaakt worden indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Uit de stukken moet duidelijk blijken dat het besluit genomen is door het college. vervallen 5.1.2 Op basis van de Regeling reiskostenvergoeding woon - werkverkeer kan een medewerker een verzoek tot tegemoetkoming in woon-werk verkeer indienen. In praktijk handelen de medewerkers P & O dergelijke verzoeken af. Het ligt dan ook voor de hand dat hiervoor ondermandaat verleend wordt. 5.1.3 Voor het verkrijgen van bijvoorbeeld een geldlening t.b.v. hypotheek vereist een instelling een werkgeversverklaring. De medewerkers P & O zijn bevoegd tot het ondertekenen van de werkgeversverklaring. 5.2 Aanstelling 5.2.1 5.2.2 De sollicitatiecode gemeente Strijen geeft aan dat een sollicitant telefonisch wordt uitgenodigd en dat deze afspraak schriftelijk wordt bevestigd. Daarnaast wordt een brief gezonden aan degenen die niet voor een sollicitatiegesprek worden uitgenodigd. Niet is geregeld wie bevoegd is deze handelingen te verrichten. Dit heeft tot gevolg dat het college bevoegd is. In praktijk worden deze handelingen verricht door de medewerkers P & O. Het ligt daarom voor de hand hen hiervoor ondermandaat te verlenen. 5.3 Salaris 5.3.1 Op basis van verschillende wettelijke bepalingen moeten aangiften, opgaven en correspondentie gedaan worden die voortvloeien uit de salarisadministratie. De medewerkers P & O voeren deze handelingen uit. Het ligt voor de hand hen hiervoor ondermandaat te verlenen. 5.3.2 Op basis van de CAR-UWO kan een medewerker een vergoeding voor een wachtdienst, storingsdienst of overwerk verkrijgen. In praktijk besluiten sectorhoofden en gemeentesecretaris over het al dan niet verrichten van bijvoorbeeld overwerk. De medewerkers P & O zorgen voor de uitbetaling. De bepaling in het mandaatbesluit heeft betrekking op het afdoen van de vergoedingen. Zij beslissen dus niet over het al dan niet verrichten van wachtdiensten, storingsdiensten of overwerk. 5.3.3 5.3.4 Binnen het IKB is het mogelijk om iets aan te schaffen in ruil voor bijvoorbeeld plus- of verlofuren. Verzoeken hiertoe mogen door de medewerkers P & O afgewikkeld worden. 5.3.5 In artikel 7:3 CAR-UWO is aangegeven wanneer een medewerker recht heeft op salaris tijdens ziekte. Er is in beginsel sprake van een gebonden bepaling. Het artikel geeft exact aan wanneer recht op salaris bestaat en waaruit het salarisbestaat. De medewerkers P & O voeren deze regeling in praktijk uit. Ondermandaat ligt daarom voor de hand. De gemeentesecretaris en/of medewerkers P & O zijn niet bevoegd tot het stellen van nadere regels zoals bedoeld in artikel 7:3, lid 13 CAR-UWO. Daarnaast blijft het college bevoegd te beslissen over individuele gevallen zoals bedoeld in artikel 7:3, lid 14 CAR-UWO. 5.3.6 In het geval derden voor de gemeente Strijen werkzaamheden verrichten en daarvoor een vergoeding krijgen, moet daarvan aangiften, opgaven en correspondentie worden gedaan. De medewerkers P & O voeren deze handelingen uit. Het ligt voor de hand hen hiervoor ondermandaat te verlenen. Het onderscheid met de bevoegdheid in artikel 5.3.1 wordt gemaakt doordat in dit geval geen sprake is van een medewerker van de gemeente. 5.4 Vakantie/verlof vervallen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.