Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer houdende regels omtrent bijzondere bijstand Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente OpmeerGelet op: Titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht; Artikel 35 Participatiewet; Overwegende dat: Het college het noodzakelijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet kan worden verstrekt en daartoe beleidsregels wenst vast te stellen; Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Opmeer Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen AZG: aanvullende zorgverzekering gemeente Opmeer Bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c van de wet De wet: Participatiewet Draagkracht: dat gedeelte van het inkomen en/of het vermogen dat men zelf dient aan te wenden alvorens voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen FW: Faillissementswet Nibud Prijzengids: door het Nibud uitgegeven prijzengids met richtbedragen voor bijzondere bijstand Student: als student wordt aangemerkt de studerende van 18 jaar en ouder die aanspraak heeft of kan maken op studiefinanciering op grond van de WSF of de Wtos Voorliggende voorziening: Een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 5 onder e van de wet Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Wsnp: Wet schuldsanering natuurlijke personen Artikel2.De aanvraag 1.Bijzondere bijstand wordt op aanvraag verstrekt. De aanvraag kan gemotiveerd ambtshalve worden ingenomen. 2.Voor de verlening van bijzondere bijstand is het geen vereiste dat belanghebbende algemene bijstand ontvangt. Ook degene met een ander inkomen dan een bijstandsuitkering kan een beroep op bijzondere bijstand doen. 3.Er kan alleen bijzondere bijstand worden verleend als; geen sprake is van financiële draagkracht in inkomen en vermogen; sprake is van noodzakelijke kosten door bijzondere individuele omstandigheden; een voorliggende voorziening ontbreekt; er geen administratieve drempel van toepassing is 4.Bij de beoordeling van de aanvraag voor bijzondere bijstand is in het individuele geval maatwerk geboden. 5.Op de verstrekking van de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten, worden altijd de kosten die voor iedereen algemeen gebruikelijk zijn in mindering gebracht. Artikel3.De duur van de bijstandsverlening 1.Het college verleent periodieke bijzondere bijstand voor de duur van maximaal één jaar. 2.Het college verleent geen individuele bijzondere bijstand voor kosten die al zijn gemaakt op het moment dat bijzondere bijstand wordt aangevraagd, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de bijzondere bijstand achteraf wordt aangevraagd; blijkt dat de bijstand achteraf wordt aangevraagd en de kosten de 12 voorafgaande maanden lager zijn gebleven dan de administratieve drempel. Hoofdstuk2.Vormen van bijstand Artikel4.Vormen van bijstand 1.Hoofdregel is dat bijzondere bijstand om niet wordt verstrekt. 2.Bijzondere bijstand kan ook worden verstrekt in de vorm van een geldlening, borgstelling of onder verband van hypotheek. Artikel5.Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling 1.Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening of borgstelling kan worden verleend, indien: redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien (artikel 48 lid 2 sub a van de wet). de noodzaak tot bijstandverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan (artikel 48 lid 2 sub b van de wet); de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft (artikel 48 lid 2 sub c van de wet); het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft (artikel 48 lid 2 sub d van de wet); het bijstand voor duurzame gebruiksgoederen betreft (artikel 51 van de wet). 2.In beginsel wordt bijstand in de vorm van borgtocht verleend en wel tot een maximumbedrag gelijk aan 36 maanden de aflossingscapaciteit. Als er geen mogelijkheid is een banklening af te sluiten, dan wordt beoordeeld of leenbijstand kan worden verstrekt. Artikel6.Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek Wanneer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 50, tweede lid van de wet, is het mogelijk dat de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt verstrekt als (ook) de algemene bijstand in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek wordt verstrekt. Artikel7.Bijzondere bijstand in natura Voor het verlenen van bijzondere bijstand in natura vindt een individuele afweging plaats. Artikel8.Aflossingsbedrag en aflossingstermijn leenbijstand 1.De bijzondere bijstand die wordt verleend in afwachting van andere middelen moet ineens geheel worden afgelost als de belanghebbende over deze middelen beschikt. 2.De maandelijkse aflossingsruimte voor overige bijstand in de vorm van een geldlening bedraagt; bij een inkomen op bijstandsniveau 5% van de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. als het netto inkomen 120% van de bijstandsnorm te boven gaat, wordt ook 50% van het meerdere aangewend als aflossingsruimte. 3.Bij verstrekking van leenbijstand wordt als uitgangspunt gehanteerd dat een cliënt gedurende maximaal 36 maanden aaneengesloten aflost op de geldlening. Zodra gedurende 36 maanden volledig aan de aflossingsverplichtingen is voldaan wordt een eventueel restant van de lening buiten invordering gesteld (als bijstand om niet verstrekt). 4.Als de geldlening het gevolg is van verwijtbaar handelen of nalatigheid van de belanghebbende kan de aflossingsduur worden verlengd. Artikel9.Aflossingstoeslag bij een hoger aflossingsbedrag 1.Wanneer voor noodzakelijke kosten een hogere lening noodzakelijk is, met een hoger aflossingsbedrag dan vanuit de bijstandsnorm mogelijk is, wordt voor het verschil gedurende maximaal 36 maanden een toeslag verstrekt vanuit de bijzondere bijstand. 2.Als de belanghebbende door het verwerven van inkomsten meer kan aflossen aan de lening van de Kredietbank wordt de bijzondere bijstand verminderd. Hierbij wordt 50% van het inkomen boven 120% van de bijstandsnorm als extra aflossingscapaciteit aangemerkt. Hoofdstuk3.Draagkracht Artikel10.Het vermogen en de draagkracht 1.Bij de vaststelling van de draagkracht is artikel 34 lid 2 van de wet inzake de vrijlating van vermogen volledig van toepassing. 2.Hierop gelden de volgende uitzonderingen; van het vermogen worden de middelen bedoeld in artikel 34 lid 2 onder c volledig in aanmerking genomen, voor zover deze het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34 lid 3 te boven gaan. indien slechts sprake is van vermogen in de door de aanvrager of zijn gezin bewoonde woning wordt individueel beoordeeld in hoeverre voor de vaststelling van de draagkracht rekening wordt gehouden met dit vermogen. in gevallen waarin naast de eigen woning nog sprake is van ander vermogen wordt het niet in de woning belegde vermogen geheel als voor de draagkracht in aanmerking te nemen middelen aangemerkt, met uitzondering van een bedrag gelijk aan het netto maandinkomen exclusief vakantietoeslag. Artikel11.Het inkomen en de draagkracht 1.Het voor de draagkracht in aanmerking te nemen inkomen wordt vastgesteld conform het bepaalde in de artikelen 31 t/m 33 van de wet. Uitgegaan wordt van het actuele maandinkomen en dit inkomen wordt omgerekend naar een jaarinkomen. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan hier van afgeweken worden. 2.In de berekening dient het vakantiegeld te worden meegenomen. De hoogte van het vakantiegeld wordt vastgesteld conform artikel 11 van de Regeling Participatiewet. 3.In de berekening van de draagkracht van een alleenstaande ouder dient uitgegaan te worden van de norm voor alleenstaanden plus de alleenstaande ouderkop. Artikel12.Draagkrachtpercentage 1.Het conform hierboven onder artikel 10 vastgestelde vermogen wordt voor 100% als draagkracht in aanmerking genomen. 2.Als hoofdregel geldt dat bij een inkomen tot en met 120% van de bijstandsnorm geen draagkracht aanwezig wordt geacht. 3.Is het inkomen hoger dan 120% van de bijstandsnorm dan wordt wel verwacht dat men een deel van de kosten zelf kan betalen. Als draagkracht geldt 50% van dat deel van het inkomen dat hoger is dan 120% van de bijstandsnorm met uitzondering van de situatie als bedoeld in artikel 16 eerste lid. 4.In afwijking van lid 2 en 3 wordt voor specifieke in de beleidsregels genoemde kosten 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt: het gehele inkomen boven bijstandsniveau moet worden aangewend. Wanneer een draagkracht geldt van 100% dan wordt bij de berekening van woonkostentoeslagen en toeslagen voor levensonderhoud wel rekening gehouden met het mislopen van de huur- en zorgtoeslag. Hierop geldt als uitzondering dat dit niet gebeurt bij de kosten bij bewindvoering. Artikel13.Draagkrachtperiode 1.De periode, waarover de draagkracht wordt vastgesteld, begint op de eerste dag van de maand waarvoor de bijstandsaanvraag wordt ingediend en wordt vastgesteld voor een periode van een jaar. 2.De draagkracht kan over een afwijkende periode worden vastgesteld indien de omstandigheden van de aanvrager of de aard van de kosten daar aanleiding voor geven. Hoofdstuk4.Toeslagen voor levensonderhoud Artikel14.Toeslag bij co-ouderschap 1.Als de belanghebbende als gevolg van de gedeeltelijke zorg voor een kind hogere kosten van het bestaan heeft, kan de gemeente de bijstandsnorm voor een alleenstaande aanvullen met bijzondere bijstand. Hoofdstuk5.Bijzondere bijstand voor medische kosten Artikel15.Zorgverzekering 1.Bij een aanvraag om bijstand voor medische kosten wordt rekening gehouden met de zorgverzekering. Daarbij kunnen zich de volgende drie situaties voordoen: de belanghebbende is verzekerd via de collectieve aanvullende zorgverzekering van de gemeente Opmeer. De vergoeding vanuit deze verzekering wordt toereikend geacht. Er wordt geen bijstand verstrekt; de belanghebbende is niet verzekerd via de collectieve aanvullende verzekering van de gemeente Opmeer, maar heeft wel elders een aanvullende verzekering afgesloten. Er kan in een dergelijk geval maximaal bijstand worden verstrekt tot de vergoeding die wordt geboden vanuit de collectieve aanvullende verzekering, pakket compact. Op deze bijstand wordt dan de vergoeding vanuit de eigen aanvullende verzekering in mindering gebracht. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een eigen risico; de belanghebbende is niet verzekerd via de collectieve aanvullende verzekering van de gemeente Opmeer en heeft geen aanvullende verzekering afgesloten. In dit geval is de bijstand gelijk aan het bedrag dat vanuit de collectieve aanvullende zorgverzekering van de gemeente Opmeer, pakket compact zou zijn vergoed. Op deze bijstand wordt het bedrag in mindering gebracht dat zou zijn vergoed bij de eigen zorgverzekeraar vanuit een aanvullend pakket dat qua premie vergelijkbaar is met de premie van de collectieve aanvullende zorgverzekering voor het pakket compact. Het gaat daarbij om de totale premiebetaling voor het pakket compact; dit is de premie die een verzekerde zelf betaalt voor dit pakket plus de gemeentelijke bijdrage voor dit pakket. 2.Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor het verplichte eigen risico en voor het vrijwillige eigen risico. Artikel16.Collectieve aanvullende zorgverzekering gemeente (AZG) Opmeer 1.De gemeente Opmeer biedt belanghebbenden de mogelijkheid om deel te nemen aan een collectieve aanvullende zorgverzekering bij Univé mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: belanghebbende kan op het moment van de aanvraag niet beschikken over een inkomen dat hoger is dan 120 % van de bijstandsnorm waarbij de kostendelersnorm van artikel 22a van de wet buiten beschouwing wordt gelaten; belanghebbende heeft op het moment van de aanvraag geen in aanmerking te nemen vermogen. 2.Belanghebbenden die aan de voorwaarden voldoen ontvangen een korting op de maandelijkse premie bij Univé van: € 10,- bij het GemeentePakket Compact € 20,- bij het GemeentePakket Compleet € 35,- bij het GemeentePakket Compleet inclusief herverzekering eigen risico. 3.De bijzondere bijstand wordt direct doorbetaald aan Univé zodat belanghebbenden maandelijks een lagere premie betalen. 4.Wanneer niet meer aan de voorwaarden voor deelname wordt voldaan kan deelname aan de collectieve aanvullende zorgverzekering door de gemeente worden stopgezet. Artikel17.Brillen en contactlenzen 1.Voor de vergoeding van brillen en contactlenzen wordt verwezen naar de Vergoedingenoverzichten van Univé. 2.Indien het aangevraagde bedrag gebaseerd op de ingediende offerte hoger ligt dan het vergoedingenoverzicht of indien de vervanging van de bril of de contactlenzen plaatsvindt binnen een periode van 3 jaar, dient de belanghebbende aan te geven welke (medische) noodzaak hiertoe heeft geleid. 3.Als vervanging door verandering van het gezichtsvermogen binnen een periode van 3 jaar door de medisch adviseur van Univé noodzakelijk wordt geacht, is vergoeding van glazen of lenzen mogelijk conform de in de tabel vastgestelde bedragen vanuit de AZG 4.Bij belanghebbenden die niet collectief verzekerd zijn, dient de noodzaak van eerdere vervanging door de consulent te worden onderzocht. Als uit onderzoek blijkt dat het gezichtsvermogen 0,5 of meer dioptrie is gewijzigd kan bijzondere bijstand worden verleend. Artikel18.Gehoorhulpmiddelen 1.Een hoortoestel behoort tot het zogenaamde basispakket van de zorgverzekeraar. Hieraan is echter een maximum vergoeding verbonden. Sommige aanvullende verzekeringen geven een extra vergoeding voor de aanschaf van een hoortoestel. Wanneer de vergoeding niet toereikend is omdat volgens medische redenen een duurder gehoortoestel moet worden aangeschaft kan voor de eigen bijdrage bijzondere bijstand worden verleend. 2.Voor de eigen bijdrage van gehoorhulpmiddelen kan bijzondere bijstand worden verleend overeenkomstig de bepaling genoemd in de AZG. 3.De kosten van batterijen worden niet vanuit de zorgverzekering vergoed. Hiervoor wordt ook geen bijzondere bijstand verleend. Artikel19.Mondzorg 1.Voor de vergoedingen van mondzorg wordt met toepassing van het bepaalde in artikel 15 verwezen naar de Vergoedingenoverzichten van Univé. Artikel20.Techniekkosten Techniekkosten worden middels de collectieve verzekering vergoed tot een maximumbedrag. Artikel21.Kunstgebit 1.De aanschafkosten van een kunstgebit of reparatiekosten van een kunstgebit worden vergoed door de zorgverzekeraar. Na goedkeuring worden de kosten van een kunstgebit (inclusief de techniekkosten) voor 75% vergoed op grond van de basisverzekering tot een bepaald maximumbedrag, afhankelijk of de tandarts of een tandprotheticus de gebitsprothese verzorgt. Daarnaast wordt een vergoeding via de aanvullende verzekering verstrekt. De overgebleven eigen bijdrage komt voor bijstandsverlening in aanmerking. 2.Alleen als de reparatie is uitgevoerd door een tandarts of tandprotheticus kan bijzondere bijstand worden verleend. Artikel22.Orthopedisch schoeisel 1.De eigen bijdrage voor volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel komt voor bijstandsverlening in aanmerking minus de aanschafkosten voor gewone schoenen. Als de aanschafkosten voor gewone schoenen hoger zijn dan de eigen bijdrage, dan wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. 2.De aftrek wegens de besparing voor gewone schoenen wordt eenmaal per jaar toegepast. Worden meerdere paren binnen een jaar aangeschaft, dan wordt dit niet meer algemeen gebruikelijk geacht. Artikel23.Geneesmiddelen Dit artikel is komen te vervallen Artikel24.Wmo-voorzieningen gemeente Bij de verstrekking van Wmo-voorzieningen is men een, inkomensafhankelijke, eigen bijdrage verschuldigd. Het CAK int deze eigen bijdrage. Voor deze eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verleend. Artikel25.Reiskosten i.v.m. medische behandeling 1.(De eigen bijdrage voor) zittend ziekenvervoer kan in individuele gevallen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen met toepassing van artikel 2 vierde lid. 2.Incidenteel ziekenvervoer komt niet voor bijzondere bijstand in aanmerking omdat deze kosten behoren tot de algemene noodzakelijke kosten van het bestaan. Artikel26.Dieetkosten 1.Om bijzondere bijstandsverlening mogelijk te maken, moet het dieet medisch geïndiceerd zijn. 2.De kosten van een aantal diëten zijn aftrekbaar bij de Belastingdienst mits dit dieet op doktersvoorschrift wordt gevolgd. Welke bedragen aftrekbaar zijn en voor welke diëten is te vinden op www.belastingdienst.nl. Bij de beoordeling moet hiermee rekening gehouden worden. 3.Bij de aanvraag moet men een dieetadvies van een diëtist(e) aanleveren met een op naam gesteld dieetadvies, ondertekend door de diëtist(e). 4.Bij de vaststelling van de maximale vergoeding wordt uitgegaan van de Nibud-Prijzengids. Artikel27.Maaltijdvoorziening 1.Indien noodzakelijkerwijs gebruik wordt gemaakt van een maaltijdvoorziening dan komen de zogenaamde meerkosten voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking. De extra kosten worden berekend door op de aan de belanghebbende in rekening gebrachte kosten voor de maaltijdvoorziening, het referentiebedrag voor een warme maaltijd volgens de Nibud-Prijzengids in mindering te brengen. Artikel28.Extra uitgaven voor langdurig zieken (minimaal een half jaar), chronisch zieken of gehandicapten 1.Bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een forfaitair bedrag ter bestrijding van de extra uitgaven van een chronisch zieke of gehandicapte. 2.De vergoeding bedraagt € 150,- per persoon per kalenderjaar maximaal. 3.Tot de doelgroep behoren gehandicapten, langdurig zieken (minimaal een half jaar) en chronisch zieken van 18 jaar en ouder. 4.Een persoon verblijvend in een instelling komt niet voor een forfaitaire vergoeding in aanmerking. Hoofdstuk6.Bijzondere bijstand voor niet-medische kosten Artikel29.Babyuitzet 1.In beginsel komen de kosten voor een babyuitzet niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De kosten komen enkel voor bijzondere bijstand in aanmerking indien een reservering voor deze kosten door bijzondere omstandigheden niet mogelijk is (geweest). 2.De maximumvergoeding voor de kosten van een babyuitzet is vastgesteld op € 300,-. Er is hierbij vanuit gegaan dat de aanschaf van de babyuitzet ook met tweedehands aangeschafte goederen kan plaatsvinden. Artikel30.Kosten kraamzorg/kraampakket In beginsel is bijzondere bijstand voor de kosten van kraamzorg/kraampakket niet mogelijk. Als het voor belanghebbende niet mogelijk was te reserveren wordt onderzocht of dit belanghebbende verweten kan worden. Indien er sprake is van verwijtbaarheid, dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt in de vorm van een geldlening. Indien er geen sprake is van verwijtbaarheid, dan kan bijzondere bijstand om niet worden verstrekt. Voor de kosten van een kraampakket worden de maximum bedragen gevolgd zoals beschreven in de Nibud-Prijzengids. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een kraampakker voor een ziekenhuisbevalling en voor een thuisbevalling. Wanneer de belanghebbende collectief verzekerd is via de gemeente worden de kosten door Univé conform de afgesproken maximumbedragen vergoed. Artikel31.Begrafenis- of crematiekosten 1.Voor zover de eigen middelen niet toereikend zijn om in de kosten van een begrafenis of een crematie te voorzien en de nabestaanden de kosten van een begrafenis of crematie niet of niet geheel voor hun rekening kunnen nemen, bestaat de mogelijkheid om bijzondere bijstand voor deze kosten te verstrekken. 2.Er wordt alleen bijzondere bijstand verstrekt voor dat deel van de kosten waarvoor belanghebbende een wettelijke verplichting heeft. 3.Bijstandsverlening voor begrafenis- of crematiekosten in het buitenland van een (in Nederland of in het buitenland) overleden persoon is niet mogelijk. 4.Tot de noodzakelijke kosten van lijkbezorging worden gerekend (overige kosten worden als niet-noodzakelijk aangemerkt): opbaren van de overledene; vervoer overledene naar rouwcentrum; gebruik rouwcentrum en/of aula; eenvoudige kist; rouwdrukwerk (incl. portokosten) volgens standaardtarief; lijkwagen en dragers; werkzaamheden uitvaartverzorger; volgauto(‘s), voor zover noodzakelijk voor directe familie; legeskosten en eventuele schouw- en verzegelingskosten. 5.Bij de vaststelling van de maximale vergoeding wordt uitgegaan van de Nibud-Prijzengids. Artikel32.Computervergoeding 1.De computervergoeding wordt verleend voor kinderen van 8 tot 18 jaar die in de bovenbouw van het basisonderwijs zitten, voortgezet onderwijs of een MBO opleiding volgen. 2.De eenmalige vergoeding voor de aanschaf van een computer bedraagt maximaal € 400,- 3.Dit bedrag wordt per gezin eenmaal in de vier jaar verstrekt en de kosten dienen door middel van bewijsstukken te worden aangetoond. Artikel33.Het Doe Mee-fonds 1.Er kan een financiële bijdrage worden gekregen voor de kosten van sportieve, recreatieve, culturele en schoolactiviteiten. 2.Voor een vergoeding vanuit het Doe Mee-fonds komen de volgende personen in aanmerking; De persoon van 18 jaar en ouder die zelfstandig woont en geen student is. De hoogte van de vergoeding bedraagt per kalenderjaar maximaal € 150,-. De ouder/verzorger met een kind op de basisschool, het voortgezet onderwijs of op het beroepsonderwijs. Voor elk ten laste komend kind op de basisschool bedraagt de vergoeding per kalenderjaar maximaal € 250,-. Er bestaat voor het eerst recht in het kalenderjaar waarin het kind 4 jaar wordt. Voor elk ten laste komend kind op het voortgezet onderwijs of een beroepsopleiding bedraagt de vergoeding per kalenderjaar maximaal € 365,-. Er bestaat voor het laatst recht in het kalenderjaar waarin het kind 18 jaar wordt. Bij de overgang van basisonderwijs naar vervolgonderwijs is er een eenmalige vergoeding van € 200,- 3.De aanvraag moet worden ingediend in het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. De kosten moeten door middel van bewijsstukken kunnen worden verantwoord. Artikel34.Zwemlessen 1.Voor de kosten van het behalen van zwemdiploma A en B kan bijzondere bijstand worden verleend. Het behalen van het zwemdiploma A en B via zwembad ‘t Woudmeer wordt volledig vergoed. Indien er omstandigheden zijn waardoor het volgen van zwemles in het buitenbad van ‘t Woudmeer niet mogelijk of wenselijk is kan er een vergoeding van maximaal € 400,- gegeven worden voor het volgen van zwemles in een ander (binnen)zwembad. 2.De aanvraag moet binnen een maand na het behalen van het diploma worden ingediend. De factuur kan door de aanvrager bij de gemeente worden ingediend. Artikel35.Kinderopvang sociaal-medisch geïndiceerden 1.Indien kinderopvang noodzakelijk is wegens een handicap of chronische ziekte van de ouder of indien de huiselijke situatie beperkingen meebrengt voor de goede en gezonde ontwikkeling van het kind kan bijzondere bijstand worden verleend voor de kosten van kinderopvang. 2.Beoordeling zal plaatsvinden op individuele gronden en na het inwinnen van advies bij een deskundige. 3.De maximaal te vergoeden uurprijs is gelijk aan de in de Wet kinderopvang genoemde bedragen. 4.Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie als de ouder en de partner al een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang ontvangen of kunnen ontvangen. Artikel36.Peuteropvang 1.De kosten van opvang in de peuteropvang komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. 2.De bijzondere bijstand kan worden verleend tot het moment waarop het kind basisonderwijs kan volgen en voor maximaal twee dagdelen per week. Artikel37.Reiskosten 1.In beginsel komen reiskosten, anders dan bedoeld in artikel 25 , niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. In een aantal situaties kan echter via de bijzondere bijstand een reiskostenvergoeding worden verleend. De noodzaak van de reiskosten en de frequente daarvan dienen op individuele basis te worden vastgesteld. 2.De reiskostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend op basis van de kosten openbaar vervoer klasse 2 dan wel tegen een kilometervergoeding van 0,19 cent per gereisde kilometer. De vergoeding is niet afhankelijk van het aantal gezinsleden dat meereist. 3.Een deel van de reiskosten kan worden aangemerkt als algemene bestaanskosten. Dit bedrag wordt vastgesteld op € 25,- per maand. Bijzondere bijstand wordt verleend voor de gemaakte kosten tot maximumbedragen per maand onder aftrek van de eigen bijdrage van € 25,- per maand. Artikel38.Verhuiskosten 1.Verhuiskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemene bestaanskosten waarvoor in principe geen bijstand kan worden verleend. Onder verhuiskosten vallen transportkosten, kosten voor een maand dubbele huur. 2.Bijzondere bijstand is alleen mogelijk als er sprake is van bijzondere omstandigheden. 3.Bij verhuizing naar een andere gemeente kan alleen bijzondere bijstand worden verleend voor de transportkosten. 4.Als sprake is van een verhuizing naar de gemeente Opmeer wordt alleen bijstand verleend voor de kosten van dubbele huur. Artikel39.Overbruggingsuitkering 1.Een overbruggingsuitkering kan worden verstrekt wanneer de belanghebbende bij aanvang van de uitkering onvoldoende middelen bezit om de eerste maand in eigen levensonderhoud te voorzien. 2.De hoogte van de overbruggingsuitkering is de van toepassing zijnde bijstandsnorm, exclusief vakantietoeslag. 3.De overbruggingsuitkering wordt verstrekt in de vorm van een geldlening. Het blijft altijd mogelijk om gezien dringende redenen, bijzondere omstandigheden in een later stadium alsnog af te zien van invordering Hoofdstuk7.Rechtsbijstand en juridische hulp Artikel40.Eigen bijdrage rechtshulp De kosten voor de eigen bijdrage voor rechtshulp en de bijkomende griffierechten komen voor vergoeding in aanmerking, wanneer er geen (gedeeltelijke) aanspraak kan worden gedaan op een verzekering voor rechtsbijstand. Artikel41.Proceskosten tegenpartij De kosten voor de proceskosten van de tegenpartij komen voor vergoeding in aanmerking indien de rechter bepaalt dat belanghebbende bij verlies van het proces, (een deel van) de proceskosten van de tegenpartij dient te voldoen en geen (gedeeltelijke) aanspraak kan worden gedaan op een verzekering voor rechtsbijstand. Artikel42.Bewindvoeringskosten, beschermingsbewind en mentorschap 1.Kosten van de bewindvoerder die voortkomen uit geheel of gedeeltelijk beschermingsbewind (curatele of bewindvoering) of de kosten van het mentorschap komen voor bijzondere bijstand in aanmerking als de rechter een beschikking heeft afgegeven, de werkzaamheden daadwerkelijk worden verricht en de kosten daadwerkelijk worden gemaakt. 2.De hoogte van de bijzondere bijstand wordt afgestemd op de door de rechter in de beschikking vastgestelde kosten van bewindvoering of mentorschap dan wel de door hen in rekening gebrachte voorschotten. 3.In dit geval geldt een draagkrachtpercentage van 100%. Er wordt geen rekening gehouden met het mislopen van de huur- en zorgtoeslag. Artikel43.Kosten van bewindvoering in het kader van de Wsnp Indien er sprake is van bewindvoering in het kader van de Wsnp kan aan de belanghebbende geen bijzondere bijstand verleend worden voor de hiermee gepaard gaande kosten. De Fw voorziet al in het al dan niet toekennen van voorschotten en het salaris van de bewindvoerder. Artikel44.Bijdrage schuldhulpverlening De gemeente heeft de schuldhulpverlening uitbesteed. Als gebruik kan worden gemaakt van schuldhulpverlening die de gemeente kosteloos aanbiedt zal voor de kosten van andere schuldhulpverleners geen bijzondere bijstand worden verleend. Hoofdstuk8.Woninginrichting en kosten Artikel45.Woninginrichting 1.De kosten van woninginrichting behoren in beginsel tot de incidenteel voorkomende, algemeen noodzakelijke bestaanskosten. Men wordt geacht hiervoor te reserveren. Onder inrichtingskosten van een woning vallen de kosten van de stoffering van de woning en de inrichting van de woning. 2.Voor de kosten van eerste woninginrichting kan geen bijzondere bijstand worden verleend. Ook als de kosten verband houden met een voorzienbare verhuizing kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt, mits de mogelijkheid tot reservering aanwezig was. 3.Indien het een noodzakelijke verhuizing betreft en de belanghebbende is niet in de gelegenheid geweest hiervoor geheel of gedeeltelijk te reserveren dan kan meestal in de kosten worden voorzien door een lening van een kredietverlenende instelling. Slechts als een dergelijke lening niet mogelijk is kan er bijzondere bijstand worden verleend. In beginsel geschiedt de bijstand in de vorm van een geldlening. Individuele omstandigheden kunnen het soms noodzakelijk maken dat bijstand om niet wordt verstrekt. Artikel46.Vaststelling van de kosten voor een woninginrichting 1.Het wordt niet onredelijk geacht te verlangen dat de inrichting plaatsvindt met behulp van merendeels tweedehands aangeschafte gebruiksgoederen. 2.De hoogte van de leenbijstand voor inrichtingskosten wordt bepaald op maximaal 50% van de NIBUD normen. 3.De maximale vergoeding voor stoffering kan worden afgeleid van de Nibud-Prijzengids. 4.Er wordt bij het vaststellen van de hoogte van de leenbijstand rekening gehouden met al aanwezige meubilering dan wel stoffering, evenals met aanwezige eigen financiële middelen. Artikel47.Vervanging duurzame gebruiksgoederen 1.Duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Kosten voor vervanging van duurzame gebruiksgoederen komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. 2.Bijzondere bijstand voor deze kosten is mogelijk wanneer: er geen sprake is van enige voorliggende voorziening; en belanghebbende gedurende 3 jaar een inkomen heeft dat niet meer bedraagt dan 120% van de bijstandsnorm; of wegens bijzondere omstandigheden reserveren niet of niet voldoende mogelijk was; in welk geval de bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 5, lid 2; 3.De hoogte van de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt bepaald aan de hand van de bedragen uit de Nibud prijzengids en de mogelijkheid van het aanschaffen van tweedehands artikelen. Artikel48.Betaling van kosten 1.Voor de uitbetaling van de leenbijstand en de verstrekking van de borgstelling dienen de betalingsbewijzen overgelegd te worden. Eventueel kan vooraf bevoorschotting plaatsvinden op basis van een eerste inschatting. 2.Voor zover er geen betalingsbewijzen zijn overlegd, komt de bijstand niet tot uitbetaling. 3.De kosten dienen binnen maximaal drie maanden na toekenning gedeclareerd te worden. Na deze termijn worden de kosten niet meer geacht tot de noodzakelijke (her) inrichtingskosten te behoren. 4.Er wordt door de gemeente globaal beoordeeld of de bijstand is uitgegeven aan het daarvoor bestemde doel en/of de hoogte van de uitgaven ongeveer overeenkomt met het bedrag. Hoofdstuk9.Woonkostentoeslagen Artikel49.Woonkostentoeslag bij een huurwoning 1.Indien belanghebbende een huurwoning bewoont en geen aanspraak kan maken op de maximale huurtoeslag, dan wordt een woonkostentoeslag verleend als de woonkosten niet hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag vermeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. Onder woonkosten van een huurwoning wordt verstaan de huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag (artikel 1, sub d). 2.De toeslag wordt berekend in overeenstemming met het bepaalde in hoofdstuk 3, paragraaf 3, van de Wet op de huurtoeslag. De door de Belastingdienst toegekende huurtoeslag wordt in mindering gebracht op de woonkostentoeslag. 3.De volledige draagkracht wordt in aanmerking genomen (100%). Artikel50.Woonkostentoeslag bij een koopwoning 1.Indien er sprake is van een eigen woning wordt onder woonkosten verstaan de kosten die de eigenaar verschuldigd is voor: de hypotheekrente; het eigenaarsaandeel onroerendzaakbelasting; de premie voor de opstalverzekering; de erfpachtcanon; de omslagheffing voor huiseigenaren (waterschapslasten). 2.Vanwege de te betalen hypotheekrente ontstaat een belastingvoordeel. Het deel van het belastingvoordeel dat betrekking heeft op de hypotheekrente wordt in mindering gebracht op de woonlasten. Bij de berekening van de woonkostentoeslag wordt daarom rekening gehouden met de Voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen die de Belastingdienst aan de belanghebbende uitbetaalt. Aan de bijstandsverlening wordt de verplichting verbonden een verzoek tot Voorlopige teruggaaf bij de Belastingdienst in te dienen. 3.Afhankelijk van de vermogensvaststelling kan de bijstand in de vorm van een geldlening (onder verband van hypotheek) worden verleend. Artikel51.Woonkostentoeslag boven de huurtoeslaggrens 1.Indien een huurwoning of een eigen woning wordt bewoond, waarvan de woonkosten hoger zijn dan het van toepassing zijnde bedrag vermeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag, kan een woonkostentoeslag worden verstrekt. 2.De toeslag is gelijk aan het bedrag van de woonkosten, verminderd met het bedrag dat maximaal voor rekening van de belanghebbende zou blijven, indien zijn woonkosten gelijk zouden zijn aan de maximaal subsidiabele huur ingevolge de Wet op de huurtoeslag. Artikel52.Verhuisplicht 1.Aan de verlening van de bijzondere bijstand wordt de verplichting verbonden dat de belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te verkrijgen die het best overeenstemt met de eigen financiële omstandigheden en mogelijkheden. 2.De toeslag wordt telkens voor een half jaar verlengd, indien en zolang naar het oordeel van burgemeester en wethouders de belanghebbende nog niet heeft kunnen voldoen aan de voorwaarde om goedkopere woonruimte te verkrijgen. 3.De volledige draagkrachtruimte wordt als draagkracht in aanmerking genomen. Hoofdstuk10.Bijzondere bijstand vergunninghouders Artikel53.Reiskosten vergunninghouders 1.Bijzondere bijstand voor reiskosten kan worden verstrekt voor vergunninghouders die een inburgeringscursus dan wel scholing volgen tot het moment dat zij stoppen met deze inburgeringscursus dan wel scholing. 2.De reiskostenvergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend op basis van de kosten openbaar vervoer klasse
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.