Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond houdende regels omtrent herziening, intrekking, terugvordering en invordering Beleidsregels herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Helmond 2018Het college van burgemeester en wethouders, Collegevoorstel : 33771840 Gelet op de artikelen 17, 52, 54, 58, 59, 60, 60a, 60b en 60c Participatiewet, de artikelen 13, 17, 20a, 25, 26, 27, 28, 29 en 29a Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de artikelen 13, 17, 25, 26, 27, 28, 29 en 29a Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en titel 4.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb): Besluit In te trekken de beleidsregels Invordering Helmond 2015 zoals opgenomen in beleidsrichtlijn B125 tevens opgenomen in Verzamelbesluit Beleidsregels Participatiewet Helmond 2015 Vast te stellen de Beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Helmond 2018 De beleidsregels Herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Helmond 2018 worden als volgt ingevuld: HOOFDSTUK1ALGEMEEN Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: bruteren: het verhogen van de vordering met de loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de uitkering verstrekt krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is, voor zover deze belasting en premies niet verrekend kunnen worden met de door het college af te dragen loonbelasting en premies volksverzekeringen; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente[ xxx]; fraudevordering: vordering in verband met ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende uitkering als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid van de IOAW, artikel 13, eerste lid van de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; Rv: Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel2.Algemene bepaling met betrekking tot de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering Het college maakt gebruik van in de Participatiewet, de IOAW en IOAZ toekomende bevoegdheid tot: herziening of intrekking als bedoeld in artikel 54, derde lid, laatste volzin en vierde lid van de Participatiewet of 17, derde lid, laatste volzin en vierde lid van de IOAW en IOAZ; tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Participatiewet alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; bruteren van de vordering, welke zijn ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij niet tijdige betaling; en verrekenen van inkomsten als bedoeld in 58, vierde lid van de Participatiewet of 25, vierde lid van de IOAW en IOAZ. Artikel3.Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie 1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitkering niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. 2.Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen. 3.In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b beperkt het college de terugvordering tot het bedrag rekening houdend met de matigingsjurisprudentie. 4.In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder c ziet het college af van brutering indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft. HOOFDSTUK2GEHEEL OF GEDEELTELIJK AFZIEN VAN VERDERE TERUGVORDERING Artikel4.Reikwijdte De bepalingen in dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op vorderingen vanwege het schenden van de inlichtingenplicht die op of na 1 januari 2013 zijn ontstaan. Paragraaf2.1Kwijtschelding in verband met het gedurende een bepaalde periode voldoen aan de betalingsverplichtingen Artikel5.Afzien van terugvordering of van verdere terugvordering na het voldoen aan de betalingsverplichting 1.In afwijking van artikel 2, tweede lid kan het college besluiten af te zien van terugvordering of van verdere terugvordering van uitkering indien de belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, overeenkomend met tenminste 50% van de restsom in één keer aflost. 2.Tot toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, b, c en d wordt ambtshalve besloten. Artikel6.Uitzondering 1.Artikel 5 is niet van toepassing ten aanzien van vorderingen die: het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid dan bedraagt de termijn zoals genoemd in artikel 5, eerste lid onder a en b tien jaar; door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, tenzij voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden. 2.Het op basis van artikel 5 genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van terugvordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Paragraaf2.2Kwijtschelding in verband met kruimelbedragen Artikel7.Afzien van terugvordering bij kruimelbedragen In afwijking van het bepaalde in artikel 2, onderdeel b, ziet het college af van het nemen van een terugvordering besluit indien: het terug te vorderen bedrag lager is dan € 150,- en het bedrag niet verrekend kan worden met een lopende uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ of gereserveerd vakantiegeld; of sprake is van een restantvordering beneden € 150,- en is vastgesteld dat een minnelijk traject niet meer tot betalingen leidt. Paragraaf2.3Schuldregeling Artikel8.Geheel of gedeeltelijk afzien van terugvordering bij schulden 1.Het college verleent medewerking aan een schuldregeling indien: redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde uitkering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; en de aanpak van de schuldenproblematiek wordt uitgevoerd door een instantie aangesloten bij de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet). 2.Het eerste lid is niet van toepassing indien: de terugvordering van uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende dan wel de vordering ziet op bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening op grond van het bepaalde in artikel 48, tweede lid, aanhef en onder b, van de Participatiewet; de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, tenzij voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden. 3.Het besluit om medewerking te verlenen aan een schuldregeling wordt ingetrokken indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling tot stand is gekomen die voldoet aan de eisen bedoeld in het eerste lid; de belanghebbende de aan de schuldregeling verbonden verplichting ondanks eerdere waarschuwing blijft schenden; dan wel onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. HOOFDSTUK3INVORDERING Paragraaf3.1De betalingsverplichting Artikel9.Algemeen 1.Het college start de invordering gelijktijdig met de afgifte van het besluit tot terugvordering en hanteert daarbij de in artikel 4:87 van de Awb genoemde betalingstermijn van zes weken. 2.Het gelijktijdig met het terugvordering besluit afgegeven invorderingsbesluit omvat daarbij de volgende punten: de hoogte van (het saldo van) de vordering; de betalingsverplichting om de vordering in zijn geheel te voldoen; de datum waarop de betalingsverplichting in gaat; de mogelijkheid voor belanghebbende om binnen 6 weken na verzenddatum van de beschikking als bedoeld in artikel 4.87 van de Awb een betalingsregeling te treffen; de rechtsgevolgen bij niet-nakoming van de betalingsverplichting als beschreven in afdeling 4.4.2 Awb over verzuim en wettelijke rente en afdeling 4.4.4 over aanmaning en invordering bij dwangbevel; de vermelding dat het aangaan van nieuwe schuldverplichtingen niet leidt tot een nieuwe vaststelling van een opgelegde betalingsverplichtingen behoudens bijzondere onvoorziene omstandigheden. Artikel10.Verrekening Onverminderd het bepaalde in artikel 60, vierde lid van de Participatiewet en artikel 28, tweede lid van de IOAW en IOAZ en ongeacht de in artikel 9 genoemde betalingstermijn gaat het college indien mogelijk meteen na afgifte van het besluit tot terugvordering over tot verrekening van de vordering met een eventueel recht op bijstand of een uitkering in het kader van de IOAW of IOAZ. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.