Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent bouw Bouwverordening Berkelland 2018De raad van de gemeente Berkelland; gezien de ledenbrief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, kenmerk TLE/U201800234 Lbr. 18/014 van 17 april 2018; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 juli 2018; gelet op artikel 8 van de Woningwet; besluit: vast te stellen de: BOUWVERORDENING BERKELLAND 2018 Hoofdstuk1.INLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm. 2.In deze verordening wordt verder verstaan onder: bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet; omgevingsvergunning voor het bouwen: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel1.2Termijnen (vervallen) Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente 1.Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: het gebied binnen de bebouwde kom; het gebied buiten de bebouwde kom. 2.Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. Hoofdstuk2.DE AANVRAAG OMGEVINGSVERGUNNING VOOR HET BOUWEN Paragraaf1.Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen) Artikel2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen) Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (vervallen) Artikel2.1.5Bodemonderzoek 1.Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur
- Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015 nl. 2.De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 of 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. 3.Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen. 5.Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, kan het bevoegd gezag eisen dat het bodemonderzoek plaatsvindt nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.7Bouwregistratie (vervallen) Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen) Paragraaf2.Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag (vervallen) Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen) Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen (vervallen) Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen) Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen) Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen) Paragraaf3.Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria (vervallen) Paragraaf4.Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en dat de grond raakt, of waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht , kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5.Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel2.5.1Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen (vervallen) Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling (vervallen) Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (vervallen) Artikel2.5.3ABrandweeringang (vervallen) Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen) Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.8Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.9Bouwen op de weg (vervallen) Artikel2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken (vervallen) Artikel2.5.11Ligging achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.12Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.15Erf bij woningen en woongebouwen (vervallen) Artikel2.5.16Erf bij overige gebouwen (vervallen) Artikel2.5.17Ruimte tussen bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.18Erf- en terreinafscheidingen (vervallen) Artikel2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen. (vervallen) Artikel2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (vervallen) Artikel2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen (vervallen) Artikel2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte (vervallen) Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte (vervallen) Artikel2.5.29Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid (vervallen) Artikel2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (vervallen) paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel2.6.1Beginsel inzake brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.2Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.3Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.4Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen) Artikel2.6.5Beginsel inzake ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.6Aanwezigheid van ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.7Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (vervallen) Artikel2.6.8Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.9Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.10Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel2.6.11Gelijkwaardigheid (vervallen) Artikel2.6.12Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (vervallen) Paragraaf
- Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op ervenen terreinen (vervallen) Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van hetopenbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen) Hoofdstuk3.DE MELDING Artikel3.1De wijze van melden (vervallen) Artikel3.2Welstandscriteria (vervallen) Hoofdstuk4.PLICHTEN TIJDENS EN BIJ VOLTOOIING VAN DE BOUW EN BIJ INGEBRUIKNEMING VAN EEN BOUWWERK Artikel4.1Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (vervallen) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (vervallen) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (vervallen) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (vervallen) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein (vervallen) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (vervallen) Artikel4.11Bouwafval (vervallen) Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (vervallen) Hoofdstuk5.STAAT VAN OPEN ERVEN EN TERREIN, AANSLUITING OP DE NUTSVOORZIENINGEN EN HET WEREN VAN SCHADELIJK EN HINDERLIJK GEDIERTE Paragraaf1.Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (vervallen) Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (vervallen) Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen) Paragraaf2.Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen, niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen) Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard (vervallen) Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen) Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen (vervallen) Paragraaf3.Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen) Paragraaf4.Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (vervallen) Hoofdstuk6.BRANDVEILIG GEBRUIK Paragraaf1.Gebruiksvergunning Artikel6.1.1Vergunning gebruik bouwwerk (vervallen) Artikel6.1.2Aanvraag gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.3In behandeling nemen (vervallen) Artikel6.1.4Termijn van beslissing (vervallen) Artikel6.1.5Weigeren gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.6Intrekken gebruiksvergunning (vervallen) Artikel6.1.7Verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Paragraaf2.Het voorkomen van brand en het beperken van brand en brandgevaar Artikel6.2.1Gebruikseisen van bouwwerken (vervallen) Artikel6.2.2Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen) Artikel6.2.3Opslag en verwerking stoffen (vervallen) Paragraaf3.Het bestrijden van brand en het voorkomen van ongevallen bij brand Artikel6.3.1Gebruiksgereed houden van bluswaterwinplaatsen (vervallen) Artikel6.3.2Gebruik middelen en voorzieningen (vervallen) Paragraaf4.Hinder in verband met de brandveiligheid Artikel6.4.1Hinder in verband met de brandveiligheid (vervallen) Hoofdstuk7.OVERIGE GEBRUIKSBEPALINGEN Paragraaf1.Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (vervallen) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens (vervallen) Paragraaf2.Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (vervallen) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (vervallen) Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen) Paragraaf3.Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel 7.3.1Vergunningsplicht nachtverblijf (vervallen) Artikel7.3.2Hinder (vervallen) Paragraaf4.Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (vervallen) Paragraaf5.Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (vervallen) Paragraaf6.Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (vervallen) Hoofdstuk8.SLOPEN Paragraaf1.Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning (vervallen) Artikel8.1.3In behandeling nemen (vervallen) Artikel8.1.4Termijn van beslissing (vervallen) Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (vervallen) Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.7Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf2.Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (vervallen) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf3.Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (vervallen) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (vervallen) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (vervallen) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen) Paragraaf4.Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (vervallen) Hoofdstuk9.WELSTAND Artikel9.1De advisering door de welstandscommissie 1.De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan het Gelders Genootschap te Arnhem die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie. 2.De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel9.2Samenstelling van de welstandscommissie 1.De welstandscommissie bestaat ten minste uit een voorzitter en drie leden, waarvan ten minste drie leden deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. 2.Voor de voorzitter en leden worden plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 3.De welstandscommissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste drie leden aanwezig zijn en waarvan ten minste twee leden beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand. 4.De voorzitter en leden van de welstandscommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. 5.De welstandscommissie wordt bijgestaan door een secretaris of diens plaatsvervanger. Artikel9.3Zittingsduur (vervallen) Artikel9.4Jaarlijkse verantwoording De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt: op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota; de werkwijze van de welstandscommissie; op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; de aard van de beoordeelde plannen; de bijzondere projecten. De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel9.5Termijn van advisering 1.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 2.De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel9.6Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting 1.De behandeling van bouwplannen door of onder verantwoordelijkheid van de welstandscommissie is openbaar. Het tijdstip voor de vergadering van de welstandscommissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2.Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de welstandscommissie in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan. 3.In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 4.Er is geen spreekrecht. Artikel9.7Afdoening onder verantwoordelijkheid 1.De welstandscommissie kan de advisering over een aanvraag om advies, in afwijking van artikel 9.2, onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Het aangewezen lid of de aangewezen leden adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de welstandscommissie als bekend mag worden verondersteld. 2.In geval van twijfel wordt het bouwplan voorgelegd aan de welstandscommissie. Artikel9.8Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
- De welstandscommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk.
- Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel9.9Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (vervallen) Hoofdstuk10.OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (vervallen) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen) Artikel10.3Overdragen vergunningen (vervallen) Artikel10.4Overdragen mededeling (vervallen) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening of in de bij deze verordening behorende bijlagen wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. Hoofdstuk11.HANDHAVING Artikel11.1Stilleggen van de bouw (vervallen) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (vervallen) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (vervallen) Hoofdstuk12.STRAF- OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel12.1Strafbare feiten (vervallen) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (vervallen) Artikel12.4 (vervallen) Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen) Artikel12.6Slotbepaling 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij bekend is gemaakt. 2.Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Bouwverordening Berkelland 2012, vastgesteld bij raadsbesluit van 6 maart 2012 en alle daarin aangebrachte wijzigingen. 3.Deze verordening kan worden aangehaald als: Bouwverordening Berkelland
- Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 18 september 2018de griffier, de voorzitter,