, als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid van de Telecommunicatiewet; Kabel- en leidingentunnel: voor de geleiding van kabels of leidingen aangebrachte infrastructuur, waarvan door één of meerdere grondroerders gebruik kan worden gemaakt; Kabels of leidingen: kabels of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden (stalen) kasten t.b.v. Schakel-, verdeel- en onderstations geschikt voor het plaatsen op de openbare weg, voorzieningen en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en ook omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, elektriciteitskabels, gasleidingen, waterleidingen en kabels of leidingen ten behoeve van industriële netwerken, uitgezonderd kabels- en leidingennetwerken van de gemeente. Kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen, waterkeringen, kabels of leidingen, niet bedoeld voor permanent verblijf; Nadere regels: de door het college, aanvullend aan deze verordening, gestelde regels, voorwaarden en voorschriften opgenomen in een separaat handboek kabels en leidingen; Netbeheerder: de rechtspersoon die handelt als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of Warmte Koude Opslag, dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar)
; Net of netwerk: een ondergrondse kabel of leiding, daaronder mede begrepen lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie; Niet-openbare kabels of leidingen: kabels of leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden; Openbaar
: openbaar
als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet; Openbare gronden: openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet; Omwonenden: de bewoners en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels of leidingen; Registratiesysteem: geautomatiseerd systeem van het college waarin instemmingen of meldingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens het college of de grondroerder; Sleuf: in de bodem uitgegraven of uitgehakte of geboorde langwerpige smalle opening; Spoedeisende werkzaamheden: reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden; Vergunning: vergunning op basis van deze verordening die bij het college aangevraagd moet worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels of leidingen; Werkzaamheden: handmatige of mechanische (graaf)werkzaamheden, inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding, in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen; Werkzaamheden van niet ingrijpende aard: Het aanbrengen of verwijderen van kabels of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen; reparaties of onderhoudswerk aan kabels of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan vijfentwintig
.1.Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het college of in afwijking van een verleende vergunning kabels of leidingen in, op of boven openbare gronden en in of op kunstwerken: Aan te leggen en of te houden; Te liggen Te onderhouden of te exploiteren; Te wijzigen; Te verplaatsen; Een andere functie te geven of; Te verwijderen. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen vergunning, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf aan het college. Artikel2.2.Aanvragen en melden Een vergunning wordt door het college op aanvraag aan de grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. De vergunning dient 8 weken voor aanvang werkzaamheden te worden aangevraagd. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid voor te bereiden. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n). Werkzaamheden van niet ingrijpende aard dienen minimaal vijf
.1.Instemmingsbesluit Het is verboden zonder instemmingsbesluit of in afwijking van een verleende instemmingsbesluit kabels in, op of boven openbare gronden en in of op kunstwerken: aan te leggen en of te houden; te onderhouden of te exploiteren; te wijzigen; te verplaatsen; een andere functie te geven of; te verwijderen. Voor het verrichten van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard is geen instemmingsbesluit, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk, maar kan worden volstaan met een (digitale) melding vooraf aan het college. Het instemmingsbesluit vervalt indien daarvan geen gebruik wordt gemaakt binnen één jaar na de datum waarop het besluit onherroepelijk is geworden. Artikel3.2.Aanvragen en melden Een instemmingsbesluit wordt door het college op aanvraag aan de grondroerder verleend, nadat is gebleken dat wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college om de aanvraag, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel voor te bereiden. Als de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n). Werkzaamheden van niet ingrijpende aard worden minimaal vijf
. De grondroerder start de werkzaamheden binnen een jaar na de datum van vergunningverlening of instemmingsbesluit en voltooit de werkzaamheden zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 6 maanden na aanvang, tenzij in de vergunning of het instemmingsbesluit anders is bepaald. De grondroerder informeert omwonenden schriftelijk van de uit te voeren werkzaamheden over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden. De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels of leidingen en medegebruik van voorzieningen gebeurt volgens de door het college vastgestelde nadere regels. De grondroerder vergoedt aan het college de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de door het college ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te willen dragen. Het college stelt nadere regels op voor het in rekening brengen van de kosten voor herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van de openbare ruimte die het rechtstreekse gevolg zijn van uitgevoerde werkzaamheden aan leidingen in de openbare ruimte. Indien een grondroerder/netbeheerder binnen 5 jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden werkzaamheden wil uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de grondroerder. Ten aanzien van het herstellen van bijzondere bestrating stelt het college nadere regels vast. Hoofdstuk5:Overige bepalingen Artikel5.1.Nadeelcompensatie Het college kan beleidsregels opstellen voor een door het college op aanvraag toe te kennen financiële tegemoetkoming (bij wijze van nadeelcompensatie) in het geval dat een netbeheerder als gevolge van een besluit van het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 2.3, tweede lid onderdeel g, h of i, schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en de vergoeding van deze schade niet op een andere wijze is verzekerd. Artikel5.2.Eigendom Indien eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder. De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert. Op het eigendom van de kabels of leidingen zijn de desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing. Artikel5.3.Niet-openbare kabels of leidingen Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels of leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing. Artikel5.4.Informatieplicht De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een net of netwerk in of op openbare gronden. In dit kader kan van de netbeheerder een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels of leidingen worden verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder. Artikel5.5.Overleg Het college kan periodiek een overleg organiseren, waarvoor de bij haar bekende netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen worden uitgenodigd. In dit overleg worden de plannen van het college en van de diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening. Hoofdstuk6:Handhavings- en toezichtsbepalingen Artikel6.1.Toezicht en handhaving Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. Artikel6.2.Bevoegdheid college Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt: Zonder voorafgaande aanvraag voor een vergunning of instemmingsbesluit of melding (ten behoeve van spoedeisende werkzaamheden of werkzaamheden van niet ingrijpende aard); Zonder vergunning of instemmingsbesluit of zonder toestemming ingeval van meldingsplicht; In afwijking van de uitvoeringsvoorschriften; In afwijking van de voorschriften uit de vergunning of het instemmingsbesluit; Artikel6.3.Strafbepaling bij overtreding Overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Hoofdstuk7.Overgangs- en slotbepalingen Artikel7.1.Overgangsbepalingen Voor kabels of leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke instemming dan wel vergunning op grond waarvan zij gelegd zijn als een vergunning- respectievelijk instemmingsbesluit krachtens deze verordening. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een melding is gedaan op grond van de Telecommunicatieverordening Someren 2010, maar waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. Artikel7.2.Citeertitel en inwerkingtreding Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Someren 2018 Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Op hetzelfde moment komt de Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Someren 2014, zoals vastgesteld bij besluit van 27-11-2014 te vervallen. Aldus besloten in de vergadering van de raad van de gemeente Someren,de raadsgriffier, J. Laurens Janse-Oostdijk de voorzitter,D. BlokTOELICHTING OP DE VERORDENING ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUCTUUR SOMEREN Algemeen Het doel van deze toelichting is informatie, aanvulling en nadere uitleg met betrekking tot de Verordening Ondergrondse Infrastructuur (verder aangeduid als VOI), zowel voor gebruik binnen de gemeente als door de netbeheerders en grondroerders. Deze VOI heeft als doel de regie en coördinatie uniform te regelen met betrekking tot (graaf)werkzaamheden die nodig zijn voor de aanleg, ligging, het (in stand) houden en opruiming van alle kabels of leidingen in openbare gronden binnen de gemeentegrenzen. In deze verordening zijn zowel regels gesteld betreffende kabels of leidingen voor openbare elektronische netwerken alsmede regels voor de overige kabels of leidingen. Volgens de VOI wordt iedere aanvraag van elke netbeheerder eenduidig behandeld. Het verschil in wettelijke grondslag (Telecommunicatiewet e.a.) is geen reden om de aanvragen verschillend te behandelen. In deze verordening is voor elk regime een apart onderdeel met bepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 is van toepassing op de werkzaamheden in de categorie overige kabels of leidingen. Hoofdstuk 3 is van toepassing op werkzaamheden voor wat betreft kabels die ten dienste staan of komen van een openbaar
. De VOI reguleert de werkzaamheden in de openbare ruimte, waarbij de (weg)verharding, maar ook bermen en groenvoorzieningen etc. worden opgebroken. De VOI is onder andere gericht op minimalisatie van overlast en maatschappelijke kosten ten gevolge van (graaf)werkzaamheden in de openbare ruimte: proactieve regie ; meer grip en sturing op werkzaamheden; het waarborgen van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie tijdens werkzaamheden; uniforme regels en sanctiemogelijkheden en een efficiënt gebruik van de openbare ruimte. Belangrijk uitgangspunt is dat werkzaamheden alleen in de openbare ondergrond mogen worden uitgevoerd na voorafgaand akkoord van het college. De VOI geeft ook invulling aan de conform de Telecommunicatiewet verplichte Telecommunicatieverordening. De regels voor werkzaamheden betreffende een
waren voorheen opgenomen in de gemeentelijke Telecommunicatieverordening uit
.1.Vergunning Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel bij het regime voor de overige kabels of leidingen (niet zijnde openbare elektronische communicatienetwerken). Het is verboden om kabels- of leidingen aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te liggen, te wijzigen, te verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de netbeheerder in het bezit is van een vergunning. Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden en werkzaamheden van niet ingrijpende aard (ook spoedeisende werkzaamheden) wordt m.b.t. de instemmingsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt. Artikel 2.2.Aanvragen en melden Dit bepaalt dat de vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de voorschriften in deze verordening en de nadere regels, zoals gesteld in het Handboek Kabels & Leidingen. Een vergunning moet 8 weken voor aanvang van de werkzaamheden te worden aangevraagd. In het derde lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de aanvraag overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de beslistermijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald. Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van een speciaal formulier of digitaal meldsysteem, melding gemaakt te worden van het voornemen daartoe. In geval van storingen waar reparatie geen uitstel kan lijden en in geval van calamiteiten geldt de meldtermijn van vijf werkdagen niet. Deze dienen uiterlijk voor 09.00 uur op de eerste werkdag na aanvang van de werkzaamheden gemeld te zijn. Artikel 2.3.Weigeren, wijzigen of intrekken vergunning Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om een vergunning te weigeren, in te trekken of te wijzigen indien sprake is van één of meer van de in het eerste lid of tweede lid genoemde situaties. Een vergunning kan worden ingetrokken indien de netbeheerder niet binnen een jaar is begonnen met het werk en in de situatie waarin de werkzaamheden langer dan een periode van zes maanden stil liggen. Ook in de situatie waarin de betreffende kabel of leiding definitief buiten gebruik wordt gesteld, kan de vergunning worden ingetrokken. In gevallen waarin kabels of leidingen nog wel worden onderhouden of waarbij sprake is van kabels of leidingen die nog in reserve worden gehouden zal er in beginsel geen sprake zijn van het intrekken van een vergunning. De belangrijkste grond betreft het intrekken van de vergunning indien de netbeheerder de voorschriften van de verordening, de nadere regels zoals neergelegd in het Handboek Kabels & Leidingen en de vergunning(voorschriften) niet naleeft. Onderdeel g is een vangnetbepaling, die het college de bevoegdheid geeft om in te grijpen indien er ernstige gevolgen voor gezondheid en milieu dreigen als gevolg van het in stand houden van de vergunning. Deze bevoegdheid kan echter als laatste middel gebruikt worden aangezien eerst moet worden bezien of de dreiging kan worden weggenomen door aanpassing van de vergunning of door het stellen van nadere eisen. Onderdeel h betreft het geval indien er werken van openbaar belang en algemeen nut ter plaatse van de vergunde kabel of leiding moeten worden uitgevoerd, waardoor deze kabel of leiding niet kan blijven liggen of moet worden aangepast. Het betreft hier met name de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden. Gedacht kan worden aan de aanleg van een rotonde of het verplaatsen van een watergang. Onderdeel i is beperkt tot de verkoop aan derden van gronden die gemeentelijk eigendom zijn en behoren tot de openbare ruimte. In die gevallen zal er voor het liggen van kabels of leidingen in deze gronden een zakelijk recht moeten worden gevestigd ten behoeve van de netbeheerder. De kosten voor het vestigen van een dergelijk zakelijk recht komen voor rekening van de koper van de betreffende gronden. In het geval de betreffende kabel of leiding met het oog op voorgenomen bouwplannen op deze gronden verlegd moet worden zal ook hiervoor een vergunning moeten worden aangevraagd door de netbeheerder. De hoorplicht in lid 3 vloeit voort uit de eisen die de Algemene wet bestuursrecht stelt aan de zorgvuldige voorbereiding van besluiten. Lid 4 geeft het college de bevoegdheid om aan het besluit tot intrekking of wijziging van de vergunning de verplichting te koppelen om de betreffende kabel of leiding te verleggen/verplaatsen of deze zelfs in zijn geheel te verwijderen. Wordt deze verplichting opgelegd dan geeft dit de netbeheerder vervolgens de mogelijkheid om een beroep te doen op de Verlegregeling, waarin de procedure en voorwaarden voor tegemoetkoming in de schade die netbeheerder door de opgelegde verplichting lijdt, is geregeld. Overigens zal per geval ook altijd worden bezien of verwijdering van kabel- of leidingdelen wel wenselijk is en ook technisch mogelijk is. Artikel 2.4. Intrekken vergunning op verzoek netbeheerder In geval dat de netbeheerder niet langer van een vergunning gebruik wenst te maken, doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan ons college. Deze zal in reactie hierop de vergunning intrekken met daarbij zo nodig de verplichting om de betreffende kabel of leiding ook te verwijderen. Met het intrekken van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning gepaard gaan. Om te voorkomen dat een netbeheerder door het afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in het tweede lid aangegeven dat hij nog steeds wordt beschouwd als netbeheerder in de zin van deze verordening. De verwijderingsplicht rust dan ook op hem. Dit geldt niet indien de kabel of leiding is overgedragen aan een andere (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe eigenaar als netbeheerder beschouwd. Hoofdstuk 3:Werkzaamheden inzake kabels ten dienste van een openbaar
.1.Instemmingsbesluit Dit artikel vormt de kern van het instemmingsbesluit bij het regime voor openbare elektronische communicatienetwerken. Het is verboden om kabels aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de netbeheerder in het bezit is van een instemmingsbesluit. Het onderscheid tussen reguliere werkzaamheden en werkzaamheden van niet ingrijpende aard (ook spoedeisende werkzaamheden) wordt m.b.t. de instemmingsprocedure in dit artikel duidelijk gemaakt. Het college kan de werkingsduur van het instemmingsbesluit beperken om te voorkomen dat een aanbieder nog gebruik maakt van een dergelijk besluit geruime tijd na afgifte. Immers, het intussen gewijzigde gebruik van de openbare gronden kan het aanleggen van een telecomkabel onwenselijk maken. Artikel 3.2.Aanvragen en melden Dit bepaalt dat het instemmingsbesluit wordt verleend indien wordt voldaan aan de voorschriften in deze verordening en de nadere regels, zoals gesteld in het Handboek Kabels & Leidingen. In het tweede lid is uitdrukkelijk de mogelijkheid opgenomen om voor de aanvraag overleg te voeren. In dit overleg kan onder meer aan de orde komen het mogelijk medegebruik van voorzieningen en het splitsen van de werkzaamheden bij omvangrijke projecten. Op deze wijze wordt bevorderd dat de beslistermijn van acht weken ook werkelijk kan worden gehaald. Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden dient, door middel van een speciaal formulier of digitaal meldsysteem, melding gemaakt te worden van het voornemen daartoe. In geval van storingen waar reparatie geen uitstel kan lijden en in geval van calamiteiten geldt de meldtermijn van vijf werkdagen niet. Deze dienen uiterlijk voor 09.00 uur op de eerste werkdag na aanvang van de werkzaamheden gemeld te zijn. Artikel 3.3.Intrekken instemmingsbesluit Het college heeft de mogelijkheid de verleende instemming in te trekken als er niet voldaan is aan de voorschriften en beperkingen. Artikel 3.4(mede)gebruik van voorzieningen Dit artikel beschrijft dat een grondroerder op verzoek van een gedoogplichtige gebruik moet maken van reeds aanwezige voorzieningen als deze tegen een marktconforme prijs worden aangeboden. Het doel hiervan is te voorkomen dat onnodig gegraven wordt in gemeentegrond of overige voorzieningen in de openbare ruimte. Hoofdstuk 4:Algemene bepalingen Artikel 4.1.Gegevensverstrekking In dit artikel is verduidelijkt op welke wijze een aanvraag moet worden gedaan en welke gegevens daarbij verstrekt moeten worden. Het betreft informatie die de het college als coördinator van de openbare gronden nodig heeft om een juiste beoordeling te maken en inzicht te krijgen in de belangen die door de voorgenomen werkzaamheden worden geraakt. Duidelijk is ook gemaakt dat vergunning of instemming steeds op aanvraag van de verzoekende partij zal plaatsvinden en niet op eigen initiatief van het college. De aanvraag moet (digitaal) gebeuren door middel van de door het college vastgestelde formulieren. Voor aanvragen voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard moeten slechts een beperkt aantal gegevens verstrekt worden. Voor reguliere aanvragen moeten meer gegevens verstrekt worden. Op grond van de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) is registratie van de kabels of leidingen bij het Kadaster wettelijk verplicht. Van de netbeheerders wordt verwacht dat zij hun kabels of leidingen zo registreren dat steeds inzicht kan worden geboden. Er is samenhang tussen WION (nationale wetgeving) en VOI (gemeentelijke verordening). De WION heeft betrekking op het voorkomen van graafschade via een plicht tot zorgvuldig graven én een plicht tot zorgvuldige en tijdige informatie-uitwisseling. De WION bepaalt in artikel 44 dat het onverlet laat dat de raad in het belang van openbare orde en veiligheid bij verordening voorschriften kan geven over graafwerkzaamheden, waaronder het binden aan een vergunning of instemmingsbesluit. Bij de aanvraag voor een instemming voor kabels van elektronische communicatienetwerken moeten meer gegevens worden aangeleverd. De reden is dat het college wil weten of een kabel wel of niet in gebruik is genomen. Artikel 4.2.Beslistermijnen De beslistermijn van het college is maximaal acht weken en is afgeleid uit de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van de Awb is het college verplicht binnen een redelijke termijn een besluit te nemen, waarbij die redelijke termijn geacht te zijn verstreken na verloop van acht weken. In navolging van de Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen moet het college zich bewust zijn van het belang van de voortgang van de activiteiten en zich inspannen om de termijn tot besluitvorming zo kort mogelijk te houden. Het college kan onder bepaalde voorwaarden de termijn tot besluitvorming verlengen. De Lex Silencio Positivo is de rechtsfiguur waarbij er automatisch sprake is van een positieve beschikking als een bestuursorgaan niet binnen de voorgeschreven beslistermijn een besluit op een aanvraag heeft genomen, de zogenaamde van rechtswege verleende beschikking (geregeld in paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht). Het uitsluiten van de Lex Silencio Positivo is alleen mogelijk wanneer dit gerechtvaardigd kan worden door dwingende redenen van algemeen belang. In de VOI wordt beschreven wat de procedure is om zaken grondig af te wegen, waarbij juist onderdelen van openbare veiligheid en verkeersveiligheid een grote rol spelen. Een Lex Silencio Positivo is hier niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang met name openbare orde, openbare veiligheid, verkeersveiligheid en volksgezondheid. Derhalve is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht in de VOI niet van toepassing verklaard. Artikel 4.3.Voorschriften en beperkingen Grondroerders moeten aan een aantal verplichtingen voldoen als zij werkzaamheden gaan verrichten zoals bedoeld in de VOI. Daarnaast kan het college aan de vergunning en het instemmingsbesluit aanvullende voorschriften of beperkingen verbinden. Omwille van de uniformiteit is in de verordening geregeld onder welke voorwaarden dit kan en welke soort voorschriften en beperkingen dit zijn. De voorschriften hebben vooral te maken met de wijze van uitvoering en zijn gericht op de (deels wettelijk vastgelegde) belangen die de gemeente geacht wordt te behartigen. Daarnaast kunnen door het college lokaal geldende regels van toepassing worden verklaard als die er ten aanzien van de aanleg van kabels of leidingen zijn. Dit artikel benadrukt dat bewoners van percelen langs het tracé, maar ook de bedrijfsmatige gebruikers worden geïnformeerd. Hieronder vallen o.a. winkeliers en gebruikers van kantoorpanden, die gelijk bewoners behandeld moeten worden. Dit artikel omschrijft ook dat toegebrachte schade vergoed moet worden en op basis waarvan de hoogte van deze vergoeding berekend wordt. Uitgangspunt hierbij is dat de vergoeding beperkt is tot de marktconforme kosten. De grondroerder moet eventuele verhardingen en beplanting terugbrengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hiervoor zelf zorg te dragen. Ook is geregeld dat als binnen 5 jaar na uitvoering van groot onderhoud werkzaamheden uitgevoerd moeten worden speciale eisen gesteld kunnen worden met betrekking tot schadeherstel, zoals het inschakelen van een specifieke aannemer. Dit geldt ook voor gebieden waar bijzondere bestrating is toegepast. Zodoende kan de uniformiteit van het openbaar gebied worden gewaarborgd. Dit naar oordeel van het college. Hoofdstuk 5:Overige bepalingen Artikel 5.1.Nadeelcompensatie Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels of leidingen ten dienste van een openbaar
op verzoek van het college, zijn de wettelijke regels conform Art. 5.8 van de Telecommunicatiewet van toepassing. Op het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels of leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden gelden de geformuleerde bepalingen, in samenhang met eventuele geldende privaatrechtelijke overeenkomsten met de netbeheerder(s) die gerespecteerd worden voor zover deze regelingen niet aanvullend daarop zijn. Een netbeheerder is verplicht maatregelen te nemen als dat noodzakelijk is voor werken door of vanwege het college, zoals o.a. het verplaatsen van kabels en leidingen. Het college zal dus de noodzakelijkheid moeten aantonen. De eventuele compensatie van kosten van de het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, worden vooralsnog berekend aan de hand van de tussen partijen van toepassing zijnde afspraken, totdat er algemeen geldende regels zijn vastgesteld. Alle hierboven bedoelde kosten van het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels of leidingen, op verzoek van het college zijn onvermijdelijke maatschappelijke kosten die zo laag mogelijk gehouden dienen te worden. Dat is een van de redenen waarom op initiatief van de gemeente proactieve regie wordt gevoerd. Hierbij worden de plannen van de gemeente én van de netbeheerders vanuit een lange termijn planning zoveel als mogelijk inzichtelijk gemaakt en gemonitord teneinde werkzaamheden zoveel als mogelijk op elkaar af te stemmen of te combineren. In welke omstandigheden en onder welke voorwaarden het college een aangevraagde vergoeding verstrekt zal worden opgenomen in de beleidsregels nadeelcompensatieregeling. Artikel 5.2.Eigendom Het zakelijk karakter van de verkregen vergunning of instemming is gewenst, opdat de nieuwe netbeheerder die gebruik maakt van de kabel of leiding de betreffende graafrechten heeft en tevens gehouden is aan de geldende voorschriften. Het college moet op de hoogte gesteld worden van het feit dat het eigendom wordt overgedragen. De wettelijke bepalingen zijn van toepassing op het eigendom van netwerken in grond van anderen. Artikel 5.3.Niet-openbare kabels of leidingen Met niet-openbare kabels of leidingen worden kabels of leidingen bedoeld die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden. Een voorbeeld hiervan is een point-to-point glasvezelverbinding tussen twee bankgebouwen als deze (gedeeltelijk) in openbare grond is aangelegd door de bankinstelling zelf. Ook wordt hieronder de landelijke/specifieke netwerken bedoeld zoals o.a. Gasunie, Tennet, DPO enz. Het college gedoogt (onder voorwaarden) kabels of leidingen met een publieke of openbare functie in de openbare ruimte. Het college kan echter ook aanvragen krijgen van particuliere partijen. Vanwege het intensieve gebruik van de ondergrondse ruimte en de veiligheidsrisico’s is de tendens dat in het algemeen geen toestemming wordt verleend voor de aanleg van niet-openbare kabels of leidingen van particulieren of bedrijven. Particulieren die een eigen verbinding wensen, dienen bij voorkeur gebruik maken van openbare aanbieders. Toch zijn er uitzonderingssituaties en indien de beschikbare (ondergrondse) ruimte het toestaat kan het college onder strikte voorwaarden daarvoor toestemming geven. Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van niet-openbare kabels of leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in de VOI van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.4.Informatieplicht Wettelijk is voor wat betreft openbare elektronische communicatienetwerken voorzien in regels ten aanzien van kabels (en bijbehorende voorzieningen) voor wat betreft de duur van de gedoogplicht. Artikel 5.2, lid 8 van de Telecommunicatiewet bepaalt dat aan de gedoogplicht een einde komt als gedurende tien jaar een kabel geen onderdeel uitmaakt van een openbaar
. Om die reden is het van belang dat de gedoogplichtige gemeente in kennis wordt gesteld van het in- of uit gebruik stellen van kabels ten einde bij overschrijding van die termijn over te kunnen gaan tot het verzoeken van verwijdering van de kabel. Op grond van artikel 5 lid 2b van de WION verstrekt het Kadaster op verzoek aan bestuursorganen gebiedsinformatie voor zover deze noodzakelijk is voor de uitvoering van hun taak. Op deze wijze voorziet deze wet in de informatiebehoefte van de gemeente over de in het openbaar gebied liggende kabels of leidingen. De WION registreert echter niet of de kabels of leidingen al dan niet in gebruik zijn. Vandaar de aanvullende verplichting voor de netbeheerders om elke wijziging in eigendom van het netwerk zelf aan het college te melden. Wijzigingen kunnen ook optreden door het vervallen van het openbare karakter van gronden. Dit heeft ook gevolgen voor het karakter van kabels of leidingen in deze gronden. Artikel 5.5.Overleg Ter afstemming van allerlei zaken en het voeren van proactieve regie kan er regelmatig een periodiek (lange termijn) overleg gepland worden tussen het college en netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen. Dit gebeurt op initiatief van het college. Het kan ook in samenwerking met andere gemeenten of overheden gebeuren. Hoofdstuk 6:Handhavings- en toezichtsbepalingen Artikel 6.1.Toezicht en handhaving Dit artikel maakt alle betrokken partijen bewust van het niet-vrijblijvende karakter van de VOI. Uitgangspunt is dat partijen zich houden aan de bepalingen van de VOI, waarmee nagestreefde doeleinden bereikt kunnen worden. Dit artikel geeft aan dat het college ambtenaren kan aanwijzen die belast zijn met toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens deze VOI. Als één of meer partijen zich echter niet houden aan de voorschriften en beperkingen van deze VOI behoudt het college zich nadrukkelijk het recht voor gebruik te maken van de haar toekomende bevoegdheden en mogelijkheden zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk en eventueel strafrechtelijk. Bestuursrechtelijk zijn met name de Awb en de Gemeentewet van belang met de huidige bepalingen inzake bestuursdwang, last onder dwangsom en bestuurlijke boete. Civielrechtelijk blijven de opties van onrechtmatige daad van toepassing. Strafrechtelijk is naast het wetboek van Strafrecht in algemene zin ook de Wet op de economische delicten relevant, omdat daarin rechtstreeks bepalingen uit de Telecommunicatiewet van toepassing zijn verklaard. Artikel 6.2.Bevoegdheid college Afgezien van voornoemde preventieve en vooral correctieve of repressieve acties kan het college in voorkomende gevallen ook ingrijpen in het lopende proces en werkzaamheden (onder bepaalde voorwaarden) ook tijdelijk stil leggen. In dit artikel staat beschreven in welke gevallen dit kan. Artikel 6.3 Strafbepaling bij overtreding In artikel 154 van de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad op overtreding van zijn verordeningen en van die van organen waaraan ingevolge artikel 156 verordende bevoegdheid is gedelegeerd, straf kan stellen maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 6.3 van de VOI is van de bevoegdheid om een strafbepaling op te nemen gebruik gemaakt. In het artikel is bepaald dat overtreding van de bij of krachtens de VOI gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijnde bij de categorieën behorende bedragen vastgelegd. Artikel 6.3 van de VOI heeft vooral ten doel alle partijen bewust te maken van het niet-vrijblijvende karakter van de VOI. Partijen dienen zich te houden aan de bepalingen van de VOI, zodat de daarmee nagestreefde doelen bereikt kunnen worden. Naast de strafrechtelijke handhaving van de VOI door middel van de strafbepaling van artikel 6.3 door het Openbaar Ministerie kan tegen de overtreding van de VOI (eventueel tegelijkertijd) bestuursrechtelijk handhavend opgetreden worden, door middel van de inzet van de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Daarnaast wordt volledigheidshalve opgemerkt dat de overtreding van (sommige bepalingen uit) de Telecommunicatiewet strafbaar is gesteld in de Wet op de Economische Delicten (zie artikel 1 onder 4° van de WED). Hoofdstuk 7:Overgangs- en slotbepalingen Artikel 7.1.Overgangsbepalingen Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze kabels of leidingen die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in de meeste gevallen – al dan niet privaatrechtelijk dan wel door middel van een vergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Someren – een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden verbonden zijn. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de huidige netbeheerders hoge kosten moeten maken is er voor gekozen de huidige toestemmingen te beschouwen als een vergunning of instemming in de zin van deze verordening. Overigens geldt voor kabels of leidingen die zonder vergunning of toestemming in de openbare ruimte liggen hoe dan ook dat een aanvraag moet worden ingediend om een vergunning of instemmingsbesluit op grond van deze verordening te kunnen verkrijgen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.