Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen houdende regels omtrent natuurbeheer (Openstellingsbesluit Natuurbeheer 2019)Gedeputeerde Staten van Groningen maken bekend dat zij op 25 september 2018, nr. A.16, afdeling LGW, dossiernummer K11927, het volgende besluit hebben vastgesteld: Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen Gelet op artikel 1.2 van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer 2016 Groningen en artikel 1.3 van de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Groningen; BESLUITEN: Vast te stellen hetgeen volgt. Hoofdstuk1Natuur- en landschapsbeheer binnen een natuurterrein Paragraaf1Continuering natuur- en landschapsbeheer Artikel1Doelgroep en activiteiten Aan aanvragers als bedoeld in artikel 2.1 van de SVNL’16 kan subsidie worden verstrekt voor de continuering van natuur- en landschapsbeheertypen binnen een natuurterrein, waarvoor door of namens Gedeputeerde Staten subsidie is verstrekt op basis van de Provinciale Subsidieregeling natuurbeheer of de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Groningen en waarbij deze subsidie eindigt op uiterlijk 31 december 2018; door of namens de provincie een subsidie of vergoeding is verstrekt voor inrichting, verwerving of functieverandering. Artikel2Subsidiabele activiteiten a.Uitsluitend de volgende activiteiten komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1 in aanmerking: kosten voor het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de natuurbeheertypen met de aanduiding N.01.01, N01.02, N01.03, N03.01, N04.01, N04.02, N04.03, N04.04, N05.01,N05.02, N06.01, N06.02, N06.04, N06.05, N06.06, N07.01, N08.03, N09.01, N10.01, N10.02, N11.01, N12.01, N12.02, N12.03, N12.04, N12.05, N12.06, N13.01, N13.02, N14.01, N14.02,N14.03, N15.01, N15.02, N16.03, N16.04, N17.02, N17.03, N17.04, N17.06 van het natuurbeheerplan; b.kosten voor het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de landschapsbeheertypen met de aanduiding L01.01, L01.02, L01.03, L01.05 van het Natuurbeheerplan; c.kosten voor monitoring, indien de subsidieaanvrager over een certificaat beschikt; d.kosten voor het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein (uitsluitend de voorzieningenbijdrage). Artikel3Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 30.000,- voor terreinen gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. 2.Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 1,- voor terreinen gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland. Paragraaf2Nieuw areaal Artikel4Doelgroep en activiteiten Aan aanvragers als bedoeld in artikel 2.1 van de SVNL’16 kan subsidie worden verstrekt voor nieuw areaal voor natuur- en landschapstypen binnen een natuurterrein. Artikel5Subsidiabele activiteiten Uitsluitend de volgende activiteiten komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking: kosten voor het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de natuurbeheertypen met de aanduiding N.01.01, N01.02, N01.03, N03.01, N04.01, N04.02, N04.03, N04.04, N05.01,N05.02,N06.01, N06.02, N06.04, N06.05, N06.06, N07.01, N08.03, N09.01, N10.01, N10.02,N11.01,N12.01,N12.02, N12.03, N12.04, N12.05, N12.06, N13.01, N13.02, N14.01, N14.02,N14.03, N15.01,N15.02, N16.03, N16.04, , N17.02, N17.03, N17.04, N17.06 van het natuurbeheerplan; kosten voor het beheer van een natuurterrein ten behoeve van de landschapsbeheertypen met de aanduiding L01.01, L01.02, L01.03, L01.05 van het Natuurbeheerplan; kosten voor monitoring, indien de subsidieaanvrager over een certificaat beschikt; kosten voor het recreatief toegankelijk maken en houden van een natuurterrein (uitsluitend de voorzieningenbijdrage). Artikel6Subsidieplafond 1.Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 5 op terreinen gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland bedraagt € 1,-. 2.Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 5 op terreinen gelegen buiten het Natuurnetwerk Nederland bedraagt € 0,-. Paragraaf3 Artikel7Doelgroep en activiteiten Aan gecertificeerde beheerders als bedoeld in artikel 3.1.3, lid 4 en artikel 5.1.2.1 lid 4 van de SVNL kan subsidie als bedoeld in artikel 7.5 worden verstrekt voor uitbreiding van de subsidieverlening voor subsidies als bedoeld in: artikel 3.1.1, eerste lid (natuurbeheer) ten behoeve van de natuurbeheertypen met de aanduiding N.01.01, N01.02, N01.03, N03.01, N04.01, N04.02, N04.03, N04.04, N05.01,N05.02, N06.01, N06.02, N06.04, N06.05, N06.06, N07.01, N08.03, N09.01, N10.01, N10.02, N11.01, N12.01, N12.02, N12.03, N12.04, N12.05, N12.06, N13.01, N13.02, N14.01, N14.02,N14.03, N15.01, N15.02, N16.03, N16.04, N17.02, N17.03, N17.04, N17.06: artikel 3.1.1, tweede lid recreatiepakket; artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a (landschapsbeheer binnen natuurterreinen) ten behoeve van L01.01, L01.02, L01.03, L01.05; artikel 3.2.1 (monitoring van de kwaliteit van een op een natuurterrein aanwezig natuurbeheertype). Ten behoeve van: het beheer op de terreinen waarvoor door of namens de provincie op basis van de Provinciale Subsidieregeling natuurbeheer of de Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer Groningen een subsidie is verstrekt voor beheer en waarbij deze subsidie afloopt in de periode tussen 30 december 2017 en 30 december 2018; of waarvan het beheer berust bij Staatsbosbeheer; of het beheer op de terreinen waarvoor door of namens de provincie een subsidie/vergoeding is verstrekt voor inrichting, verwerving en/of functieverandering. Artikel8Subsidieplafond Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 7 op terreinen gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland bedraagt € 56.000,-. Paragraaf4Bijzondere bepalingen ten aanzien van subsidies Artikel9Natuurbeheerplan 2019 Waar in het natuurbeheerplan Groningen, versie 2019, een terrein begrensd is met het beheertype N16.01, N16.02, N17.01, wordt voor de toepassing van de artikelen 2, 5 en 8 respectievelijk gelezen N16.03, N16.04, N17.
- Artikel10Aanvraagperiode Aanvragen voor subsidies kunnen in de periode van 15 november 2018 tot en met 31 december 2018 worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Postbus 40.225, 8004 DE te Zwolle. Artikel11Uitwisselbaarheid subsidieplafonds De subsidieplafonds zoals opgenomen in de artikelen 3, 6 en 8, zijn onderling uitwisselbaar na overleg met de Provincie Groningen. Hoofdstuk2Collectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer SNL Artikel12Collectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer 1.Voor subsidies voor collectief agrarisch natuur- en landschapsbeheer als bedoeld in; artikel 4.1.1.
- SNL ten behoeve van de agrarische beheertypen die op grond van artikel 2.1, vierde lid, SNL zijn aangewezen voor collectief agrarisch natuurbeheer (agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer); artikel 4.1.2.4, eerste lid SNL (toeslag collectief agrarisch natuurbeheer); artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel b, SNL ten behoeve van de landschapstypen met de aanduiding die op grond van artikel 2.1, vierde lid, SNL zijn aangewezen voor collectief landschapsbeheer (collectief landschapsbeheer buiten natuurterreinen); geldt een subsidieplafond van €85.000,-. 2.Dit subsidieplafond is alleen beschikbaar voor het uitdienen van de in 2019 nog van kracht zijnde subsidiebeschikkingen voor (collectief) agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Hoofdstuk3Tarieven Artikel13tarieven begrotingsjaar 2019 1.De jaarvergoeding voor de landschapsbeheertypen binnen een natuurterrein als bedoeld in bijlage 1 van de SVNL’16 is opgenomen in bijlage 1 behorende bij dit besluit. 2.De jaarvergoeding voor de natuurbeheertypen als bedoeld in bijlage 2 van de SVNL’16 is opgenomen in bijlage 1 behorende bij dit besluit. 3.De jaarvergoeding voor de toeslagen als bedoeld in artikel 2.4 van de SVNL’16 is opgenomen in bijlage 1 behorende bij dit besluit. 4.De jaarvergoeding voor de agrarische beheerpakketten, opgenomen in bijlage 3, onderdeel B1 en B2 van de SNL, is opgenomen in bijlage 2 behorende bij dit besluit. 5.Het percentage voor dit begrotingsjaar als bedoeld in artikel 44, vierde lid Subsidieregeling natuurbeheer 2000, zoals die luidde tot 1 oktober 2004, waarmee de subsidie functieverandering voor de subsidies die zijn verleend op grond van aanvragen voor de begrotingsjaren 2000 tot en met 2006 wordt verhoogd, bedraagt 1,39%. 6.De opslag voor prijsstijging zoals bedoeld in artikel 1.1 sub v van de SVNL’16, waarmee de tarieven in bijlage 1 worden verhoogd, bedraagt 3,51%. Hoofdstuk4Voorbehouden Artikel14Subsidiabele natuurterreinen De subsidies als opgenomen in dit besluit 2 worden uitsluitend verstrekt voor zover het perceel/terrein als subsidiabel is aangemerkt in het Natuurbeheerplan
- Artikel15Voorbehoud goedkeuring Europese Commissie en Minister van Economische Zaken De subsidies als opgenomen in dit besluit worden uitsluitend verleend voor die onderdelen die ook door de Europese Commissie en de Minister van Economische zaken zijn of worden goedgekeurd. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel16Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin dit besluit wordt geplaatst. Artikel17Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit Natuurbeheer
- Groningen, 25 september
- Gedeputeerde Staten voornoemd: F.J. Paas, voorzitter. H.J. Bolding, secretaris.Bijlage 1 Tarieven SNL beheerjaar 2019 Natuurtype Beheertype Subsidietarief Landschapstypen natuur L01 01 Poel en klein historisch water (per stuk) € 131,07 L01 02 Houtwal en houtsingel (per ha) € 3.118,91 L01 03 Elzensingel (per 100 m) € 98,46 L01 05 Knip- en scheerheg (per 100 m) € 225,78 L01 06 Struweelhaag (per 100 m) € 259,32 L01 07 Laan (per rij per 100 m) € 268,41 L01 08 Knotboom (per stuk) € 11,58 L01 09 Hoogstamboomgaard (per ha) € 1.740,67 L01 16 Bossingel (per ha) € 1.577,90 L02 01 Fortterrein € 722,27 L02 02 Historisch bouwwerk en erf (prijs per m2) € 34,37 L02 03 Historische tuin € 4.425,01 L03 01 Aardwerk en groeve € 814,73 Natuurtypen N01 01 Zee en wad € 0,37 N01 02 Duin- en kwelderlandschap € 58,52 N01 03 Rivier- en moeraslandschap € 99,99 N01 04 Zand- en kalklandschap € 74,42 N02 01 Rivier € 3,82 N03 01 Beek en bron € 76,90 N04 01 Kranswierwater € 43,49 N04 02 Zoete plas € 43,81 N04 03 Brak water € 54,47 N04 04 Afgesloten zeearm € 0,37 N05 01 Moeras € 372,77 N05 02 Gemaaid rietland (met ingebruikgeving) € 491,98 N06 01 Veenmosrietland en moerasheide € 864,15 N06 02 Trilveen € 1.948,66 N06 03 Hoogveen € 151,70 N06 04 Vochtige heide € 233,28 N06 05 Zwakgebufferd ven € 56,29 N06 06 Zuur ven of hoogveenven € 73,08 N07 01 Droge heide € 155,92 N07 02 Zandverstuiving € 95,03 N08 01 Strand en embryonaal duin € 8,39 N08 02 Open duin € 233,76 N08 03 Vochtige duinvallei € 985,53 N08 04 Duinheide € 179,85 N09 01 Schor of kwelder € 110,81 N10 01 Nat schraalland € 1.657,26 N10 02 Vochtig hooiland € 982,65 N11 01 Droog schraalland € 587,12 N12 01 Bloemdijk € 1.648,26 N12 02 Kruiden- en faunarijk grasland (met IGG) € 173,31 N12 03 Glanshaverhooiland € 376,82 N12 04 Zilt- en overstromingsgrasland € 438,29 N12 05 Kruiden- en faunarijke akker [met IGG] € 673,48 N12 06 Ruigteveld € 86,58 N13 01 Vochtig weidevogelgrasland (met IGG) € 542,47 N13 02 Wintergastenweide (met IGG) € 23,15 N14 01 Rivier- en beekbegeleidend bos € 33,95 N14 02 Hoog- en laagveenbos € 17,08 N14 03 Haagbeuken- en essenbos € 52,89 N15 01 Duinbos € 58,23 N15 02 Dennen-, eiken- en beukenbos € 92,10 N16 03 Droog bos met productie (nieuw) € 25,64 N16 04 Vochtig bos met productie (nieuw) € 45,15 N17 02 Droog hakhout € 409,36 N17 03 Park- en stinzenbos € 251,88 N17 04 Eendenkooi € 2.218,24 N17 05 Wilgengriend € 3.340,59 N17 06 Vochtig en hellinghakhout € 578,60 Toeslagen Openstellingsbijdrage: voorzieningenbijdrage € 37,66 Openstellingsbijdrage: toezichtsbijdrage € 17,08 toeslag gescheperde kuddes hoog € 457,95 toeslag gescheperde kuddes laag € 279,01 toeslag vaarland € 475,78 Monitoring N01 02 Duin- en kwelderlandschap € 16,71 N01 03 Rivier- en moeraslandschap € 10,26 N01 04 Zand- en kalklandschap € 9,22 N05 01 Moeras € 23,96 N05 02 Gemaaid rietland € 12,76 N06 01 Veenmosrietland en moerasheide € 26,68 N06 02 Trilveen € 22,89 N06 03 Hoogveen € 30,93 N06 04 Vochtige heide € 15,93 N06 05 Zwakgebufferd ven € 99,16 N06 06 Zuur ven of hoogveenven € 99,06 N07 01 Droge heide € 14,66 N07 02 Zandverstuiving € 14,66 N08 01 Strand en embryonaal duin € 8,06 N08 02 Open duin € 21,22 N08 03 Vochtige duinvallei € 27,15 N08 04 Duinheide € 14,66 N09 01 Schor of kwelder € 18,93 N10 01 Nat schraalland € 30,83 N10 02 Vochtig hooiland € 22,38 N11 01 Droog schraalland € 18,33 N12 01 Bloemdijk € 16,33 N12 02 Kruiden- en faunarijk grasland € 5,15 N12 03 Glanshaverhooiland € 16,96 N12 04 Zilt- en overstromingsgrasland € 18,93 N12 05 Kruiden- en faunarijke akker € 9,20 N12 06 Ruigteveld € 5,19 N13 01 Vochtig weidevogelgrasland € 8,29 N14 01 Rivier- en beekbegeleidend bos € 19,57 N14 02 Hoog- en laagveenbos € 10,47 N14 03 Haagbeuken- en essenbos € 17,67 N15 01 Duinbos € 7,65 N15 02 Dennen-, eiken- en beukenbos € 7,65 N16 03 Droog bos met productie € 5,13 N16 04 Vochtig bos met productie € 5,13 N17 02 Droog hakhout € 3,11 N17 03 Park- en stinzenbos € 3,11 N17 05 Wilgengriend € 14,46 N17 06 Vochtig en hellinghakhout € 14,46 Bijlage 2 Tarieven agrarische beheerpakketten (oud stelsel) Agrarisch beheertype/beheerpakket €/ha/j A01.01.01 Weidevogelgrasland met een rustperiode A01.01.01a Rustperiode van 1 april tot 1 juni 274,95 A01.01.01b Rustperiode van 1 april tot 8 juni 400,09 A01.01.01c Rustperiode van 1 april tot 15 juni 531,75 A01.01.01d Rustperiode van 1 april tot 22 juni 598,98 A01.01.01e Rustperiode van 1 april tot 1 juli 1028,35 A01.01.01f Rustperiode van 1 april tot 15 juli 1190,39 A01.01.01g Rustperiode van 1 april tot 1 augustus 1375,57 A01.01.02 Weidevogelgrasland met voorweiden A01.01.02a Voorweiden 1 mei tot 15 juni 229,73 A01.01.02b Voorweiden 8 mei tot 22 juni 229,73 A01.01.03 Plas-dras Plas-dras A01.01.03a Inundatieperiode 15 februari tot 15 april 758,5 A01.01.03b Inundatieperiode 15 februari tot 15 mei 1211,05 A01.01.03c Inundatieperiode 15 februari tot 15 juni 1981,43 A01.01.03d Inundatieperiode 15 februari tot 1 augustus 1981,43 Greppel plas-dras A01.01.03e Inundatieperiode 15 februari tot 15 april 758,5 A01.01.03f Inundatieperiode 15 februari tot 15 mei 1211,05 A01.01.03g Inundatieperiode 15 februari tot 15 juni 1981,43 A01.01.03h Inundatieperiode 15 februari tot 1 augustus 1981,43 A01.01.04 Landbouwgrond met legselbeheer A01.01.04a1 Legselbeheer op grasland 35 broedparen 69,17 A01.01.04a1 Legselbeheer op grasland 50 broedparen 87,82 A01.01.04a1 Legselbeheer op grasland 75 broedparen 108,41 A01.01.04a1 Legselbeheer op grasland 100 broedparen 129,84 A01.01.04b Legselbeheer op bouwland en/of grasland 51,66 A01.01.04c1.ut Legselbeheer op grasland 150 broedparen plus maaitrappen 316,31 A01.01.04c2.ut Legselbeheer op grasland 200 broedparen plus maaitrappen 359,11 A01.01.04c3.ut Legselbeheer op grasland 300 broedparen plus maaitrappen 380,9 A01.01.05 Kruidenrijk weidevogelgrasland A01.01.05a Kruidenrijk weidevogelgrasland 1028,35 A01.01.05b Kruidenrijk weidevogelgraslandrand 926,62 A01.01.06 Extensief beweid weidevogelgrasland A01.01.06 Extensief beweid weidevogelgrasland 495,04 A01.02.01 Bouwland met broedende akkervogels A01.02.01a1
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op kleigrond 2138,73 A01.02.01a2
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op zandgrond 1652,31 A01.02.01b1
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd op kleigrond 2138,73 A01.02.01b2
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd op zandgrond 1652,31 A01.02.01c1
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: In het derde of vierde jaar dient de gehele beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op kleigrond 2138,73 A01.02.01c2
(2010)Bouwland met broedende akkervogels: In het derde of vierde jaar dient de gehele beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april te worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op zandgrond 1652,31 A01.02.01a1 Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op kleigrond 2138,73 A01.02.01a2 Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 maart en 15 april worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel op zandgrond 1652,31 A01.02.01b1 Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 sept en 15 april te worden geploegd op kleigrond 2138,73 A01.02.01b2 Bouwland met broedende akkervogels: Jaarlijks dient 20-50% van de beheereenheid opnieuw tussen 1 sept en 15 april te worden geploegd op zandgrond 1652,31 A01.02.01c1 Bouwland met broedende akkervogels: In 3e en 4e jaar dient de gehele beheereenheid opnieuw tussen 1 sept en 15 april te worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel… Roulatie mogelijk op klei 2138,73 A01.02.01c2 Bouwland met broedende akkervogels: In 3e en 4e jaar dient de gehele beheereenheid opnieuw tussen 1 sept en 15 april te worden geploegd en opnieuw ingezaaid met een in het natuurbeheerplan voorgeschreven zaaimengsel… Roulatie mogelijk op zand 1652,31 A01.02.01d1 De beheereenheid is minimaal 12 meter breed. Tussen 15 april en 31 aug mag max. 10% van de oppervlakte bedekt zijn met rijsporen …. Roulatie mogelijk op klei 1739,63 A01.02.01d2 De beheereenheid is minimaal 12 meter breed. Tussen 15 april en 31 aug mag max. 10% van de oppervlakte bedekt zijn met rijsporen …. Roulatie mogelijk op zand 1302,33 A01.02.02 Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels A01.02.02a Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels klei 2028,24 A01.02.02b Bouwland met doortrekkende en overwinterende akkervogels zand 1744,97 A01.02.03 Bouwland voor hamsters A01.02.03a Bouwland voor hamsters, vollevelds 2240,05 A01.02.03b Opvangstrook voor hamsters 2028,24 Agrarisch beheertype/beheerpakket €/ha/j A01.03.01 Overwinterende ganzen A01.03.01a Ganzen op grasland min 118 max 725,81 A01.03.01b Ganzen op bouwland min 73 max 756,8 A01.03.01c Ganzen op vroege groenbemester 252 A01.03.01d Ganzen op late groenbemester 252 A01.03.02 Overzomerende ganzen A01.03.02.Lb Opvang overzomerende grauwe ganzen Maasplassen 940 A01.04 Insectenrijke graslanden A01.04.01a.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: basis 1386,98 A01.04.01b.Lb Insectenrijk graslandperceelsbeheer Roerdal: plus 1991,11 A01.04.02.Lb Insectenrijke graslandranden Roerdal 1991,11 A01.05.01 Foerageerrand Bever A01.05.01.Lb Foerageerrand Bever 0 A02.01 Botanisch grasland A02.01.01 Botanisch weiland 1020,09 A02.01.02 Botanisch hooiland 1164,83 A02.01.03 Botanische weide-of hooilandrand A02.01.03a Botanische weiderand 1020,09 A02.01.03b Botanische hooilandrand 1350,02 A02.01.04 Botanisch bronbeheer 1803,98 A02.02 Akker met waardevolle flora A02.02.01a Akker met waardevolle flora: Drie van de zes jaar graan 149,63 A02.02.01b Akker met waardevolle flora: Vier van de zes jaar graan 441,76 A02.02.01c Akker met waardevolle flora: Vijf van de zes jaar graan 521,6 A02.02.02 Chemie en kunstmestvrij land A02.02.02a Chemie en kunstmestvrij land: Drie van de zes jaar graan 663,24 A02.02.02b Chemie en kunstmestvrij land: Vier van de zes jaar graan 725,42 A02.02.02c Chemie en kunstmestvrij land: Vijf van de zes jaar graan 766,5 A02.02.03 Akkerflora randen A02.02.03 Akkerflora randen 1652,31