Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel houdende regels omtrent kostensoorten bijzondere bijstand Beleidsregels kostensoorten bijzondere bijstand 2018Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; gelet op artikel 35 van de Participatiewet; overwegende dat het wenselijk is het beleid bijzondere bijstand voor de kostensoorten: Babyuitzet Betaling vaste lasten bij verblijf in inrichting Bewassing en kledingslijtage Bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer Dieetkosten Energieverbruik Kosten medisch advies inburgering Legeskosten voor verblijfsvergunning Rechtsbijstand Reiskosten (sociaal/medisch) Uitvaartkosten Verhuis- en inrichtingskosten Warme maaltijdvoorziening vast te leggen in beleidsregels; b e s l u i t: vast te stellen de Beleidsregels kostensoorten bijzondere bijstand 2018. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel; bijzondere bijstand: de bijstand, bedoeld in artikel 35 van de wet; wet: de Participatiewet. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2Verstrekkingen bijzondere bijstand Artikel2Babyuitzet 1.In beginsel wordt er geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een babyuitzet. 2.Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing indien er sprake is van een eerstgeborene en belanghebbende niet gehuwd of niet samenwonend is. 3.De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt het bedrag van de nota, met een maximum van de bedragen, zoals vastgesteld in de Prijzengids van het NIBUD. 4.De bijzondere bijstand wordt als geldlening verstrekt. Artikel3Betaling vaste lasten bij verblijf in inrichting 1.Indien belanghebbende in een inrichting verblijft, kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de huur, vastrecht energielasten en inboedelverzekering voor maximaal zes maanden. 2.Indien de verwachting is dat de belanghebbende zal terugkeren naar zijn woning, kan de periode zoals genoemd in lid 1 verlengd worden met maximaal twee keer zes maanden. 3.Vanaf de datum dat bekend is dat belanghebbende niet zal terugkeren naar zijn woning, wordt de bijzondere bijstand nog voor maximaal drie maanden verstrekt. 4.Indien er sprake is van kostendelende medebewoner(
(2018). Het verschil is € 359,05 per maand. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op het totaalbedrag aan bijzondere bijstand. Is er sprake van inwonenden met een commerciële relatie, dan vindt er geen verlaging van de bijzondere bijstand plaats. Op het moment dat terugkeer naar de woning niet (langer) te verwachten is, dient de bijzondere bijstand na maximaal drie maanden, in verband met de benodigde tijd voor opzegging en ontruiming, te worden beëindigd. Artikel 4 Bewassing en kledingslijtage Het komt voor dat personen met een bepaalde ziekte of handicap hun kleding vaker moeten wassen. Dit zorgt onder andere voor extra waskosten en snellere slijtage van de kleding. Hiervan kan onder andere sprake zijn als: gevolg van lichamelijke gebreken of het extra wassen als gevolg van het noodzakelijk gebruik van zalf waardoor er sprake is van meer dan normale slijtage; belanghebbende kan niet zelf wassen. Let op: hiermee wordt niet bedoeld de afwezigheid van een eigen wasmachine, maar vanwege medische beperkingen niet in staat zijn de eigen was te verzorgen. belanghebbende verblijft in een verpleeginrichting. De waskosten zijn niet begrepen in de verpleegprijs. De kosten die de inrichting aan de belanghebbende in rekening brengt zijn noodzakelijke kosten als gevolg van bijzondere omstandigheden. Artikel 5 Bewindvoering, mentorschap, curatele en budgetbeheer In een aantal situaties komt het voor dat een belanghebbende in of buiten rechte aangewezen is op een persoon die hem vertegenwoordigt of bijstaat. Als de kosten die deze vertegenwoordiging met zich meebrengt als noodzakelijke kosten van het bestaan zijn aan te merken, dan kan voor de kosten bijzondere bijstand worden verstrekt. Voor bewindvoering, curatele en mentorschap geldt dat de noodzaak van de eventuele kosten daarvan als vaststaand moet worden beschouwd, als de rechter belanghebbende onder bewind c.q. curatele heeft geplaatst dan wel een mentor heeft benoemd. Het college kan in deze geen eigen afweging meer maken. Voor zover belanghebbende de kosten niet uit eigen middelen kan betalen, kan bijzondere bijstand worden verstrekt. In sommige situaties is budgetbeheer toereikend. Belanghebbende heeft vanwege of ter voorkoming van schulden hulp nodig om zijn financiële situatie te stabiliseren, maar is verder prima in staat zijn belangen te behartigen. Bewindvoering is dan een te zware maatregel. Budgetbeheer is meestal tijdelijk. Het stopt zodra belanghebbende zijn geldzaken weer op orde heeft. Het kan ook zijn dat budgetbeheer een permanent karakter heeft, maar er naast de financiën geen andere problemen zijn. Budgetbeheer is dan een goedkopere optie dan bewindvoering. De kosten van budgetbeheer komen voor bijzondere bijstand in aanmerking, mits het wordt uitgevoerd door een professionele instelling. Het college dient het budgetbeheer noodzakelijk te vinden. Bijvoorbeeld bij deelname aan schuldhulpverlening of bij gezinnen met kinderen. Artikel 6 Dieetkosten In beginsel behoren dieetkosten, die de normale voedingskosten niet of niet in belangrijke mate overtreffen, tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Dit houdt in dat in de regel geen bijzondere bijstand kan worden verleend voor dieetkosten, tenzij het een dieet betreft dat kostenverhogend is en de meerkosten niet vergoed worden vanuit de zorgverzekering. Dit betekent dat de meerkosten ten opzichte van een reguliere maaltijd voor bijzondere bijstandsverlening in aanmerking komen. Hierbij wordt aangesloten bij de Prijzengids van het Nibud. Een arts of diëtist kan een dieetverklaring afgeven. De kosten van dieetpreparaten, zoals drinkvoeding en sondevoeding, staan niet in de Prijzengids van het Nibud. Deze worden namelijk vergoed via het basispakket van de zorgverzekering. Als een dieet niet voorkomt in de Prijzengids van het Nibud, dan zijn er voor dat dieet geen meerkosten. Artikel 7 Energieverbruik Sommige belanghebbenden moeten door ziekte, handicap of een andere reden hun woning extra verwarmen of verbruiken extra elektriciteit. Daardoor hebben zij een hogere energierekening dan gemiddeld. Voorbeeld: Belanghebbende heeft een aandoening waardoor de eigen lichaamstemperatuur niet op peil kan worden gehouden en extra moet worden gestookt. De meerkosten van energie komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. Hierbij wordt voor de hoogte van de bijzondere bijstand aangesloten bij de Prijzengids van het Nibud. Artikel 8 Kosten medisch advies inburgering Het kan zijn dat belanghebbende om medische (lichamelijk en/of psychisch) redenen niet in staat is om aan het inburgeringsexamen deel te nemen. Belanghebbende dient dan ontheffing aan te vragen en heeft daarvoor een medisch advies nodig van een door de overheid voorgeschreven medisch adviesbureau. Belanghebbende heeft hier geen vrije keuze in. Inburgering is een wettelijke verplichting. Gezien de hoogte van de kosten (€ 240,79 - bedrag 2018) is het aannemelijk dat belanghebbenden met een laag inkomen dit niet vanuit het inkomen kunnen voldoen. Er bestaat geen mogelijkheid om deze kosten te voldoen uit de lening die belanghebbende bij het DUO kan aanvragen om te inburgeren. Daarom kan hiervoor éénmalig bijzondere bijstand worden verstrekt. Artikel 9 Legeskosten voor verblijfsvergunning De kosten van eerste aanschaf, wijzigen en/of verlengen van een verblijfsvergunning moeten als regel worden gerekend tot de incidenteel noodzakelijke kosten van het bestaan, welke uit de eigen middelen moeten worden bestreden. Een uitzondering op deze algemene regel doet zich voor in het geval dat het de gezinsleden van een erkende vluchteling betreft in het kader van gezinshereniging. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de vluchteling nadrukkelijk op onvrijwillige (gedwongen) basis naar Nederland is gekomen. De vluchteling had geen vrije keus. In deze is het onvrijwillige karakter van het verblijf in Nederland de bijzondere omstandigheid op grond waarvan de noodzakelijke kosten zijn ontstaan. Door niet terug te kunnen keren naar het land van herkomst kan de vluchteling het recht op een gezinsleven ex artikel 8 Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) niet uitoefenen. Daartoe zal het gezin wel naar Nederland moeten komen. De gezinsleden van de vluchteling die in het kader van gezinshereniging naar Nederland komen moeten wel de legeskosten betalen. Dit in tegenstelling tot de vluchteling zelf. Vluchtelingen zijn namelijk vrijgesteld van betaling van leges voor het verkrijgen of verlengen van hun verblijfsvergunning asiel. Dit heeft tot gevolg dat in de legeskosten bij een eerste aanvraag van de verblijfsvergunningen van de gezinsleden van de vluchteling in verband met toegestane gezinshereniging bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Het betreft hier gezinshereniging en niet gezinsvorming. Legeskosten bij een verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Kosten van naturalisatie worden niet aangemerkt als noodzakelijke kosten. Een legale vreemdeling heeft ten aanzien van het recht op inkomensvoorzieningen dezelfde rechten als een Nederlander. Om die reden is het, uit oogpunt van bijstandsverlening, niet noodzakelijk voor vreemdelingen om zich te laten naturaliseren. Artikel 10 Rechtsbijstand Met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand is er een belangrijke voorliggende voorziening, namelijk de Wet op de rechtsbijstand. Krachtens deze wet wordt voor personen met een laag inkomen, middels een toevoeging, voorzien in rechtsbijstand. Wel gelden er eigen bijdrages. Voor deze eigen bijdrages kan het college in een voorkomend geval bijzondere bijstand verstrekken. Indien aan belanghebbende een toevoeging is verleend, staat de noodzaak van de rechtsbijstand vast. Voor een eigen afweging door het college is dan geen ruimte meer. De uitzondering op deze hoofdregel wordt vermeld onder het kopje ‘nareisprocedure’. Hoogte van de bijzondere bijstand Het Juridisch Loket geeft eenvoudige juridische hulp en adviseert over het nut en de noodzaak van verdere procedures. Daarmee fungeert het Juridisch Loket als filter. Het Juridisch Loket legt de afspraken vast in een “diagnosedocument”. Het diagnosedocument speelt een belangrijke rol om vast te stellen of de kosten noodzakelijk zijn. Als de diagnose is dat een verdere procedure noodzakelijk is wordt de verschuldigde wettelijke eigen bijdrage verlaagd met € 53,00 (bedrag 2018). Als de belanghebbende zich niet eerst bij Het Juridisch Loket heeft gemeld en hierdoor zijn kosten hoger zijn, wordt de hoogte van de bijzondere bijstand verlaagd met het bedrag aan korting wat belanghebbende had kunnen ontvangen. Rechtsbijstand door WSNP bewindvoerder Wsnp-bewindvoerders mogen verzoekschriftprocedures uitvoeren. Zij kunnen een toevoeging krijgen voor de verzoekschriftprocedures als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Regeling toevoegen bewindvoerders Wsnp. Dit zijn het moratorium, het dwangakkoord en de voorlopige voorziening. De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt hiervoor, indien van toepassing, een civiele toevoeging. Het Juridisch Loket verzorgt niet de verwijzingen naar een bewindvoerder zodat de belanghebbende geen gebruik kan maken van de korting (diagnosedocument). De bijzondere bijstand wordt verstrekt ter hoogte van de volledige eigen bijdrage. Er geldt dus geen verlaging Bureaukosten Onder bureaukosten worden de kosten verstaan die gemaakt moeten worden voor het voeren van een procedure en welke onontkoombaar zijn. Mits gespecificeerd komen deze kosten eveneens voor verstrekking van uit de bijzondere bijstand in aanmerking. Nareisprocedure Kosten van een nareisprocedure van een gezinslid van een belanghebbende zijn geen kosten van het bestaan van belanghebbende zelf. Hiervoor kan dan ook geen bijzondere bijstand worden verstrekt aan belanghebbende. Er wordt niet voldaan aan de voorwaarden voor bijzondere bijstand. Het gaat immers om een verblijfsvergunning van een familielid en niet van de belanghebbende zelf. De nareizende persoon is de procespartij die wordt bijgestaan door de advocaat. Het feit dat er wel toevoeging wordt verleend aan de belanghebbende, maakt dit niet anders. Zie ook de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ECLI:NL:CRVB:2014:
- Artikel 11 Reiskosten (sociaal/medisch) In het algemeen behoren reiskosten tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan welke uit de eigen middelen moeten worden voldaan. Hieronder vallen reiskosten voor regulier bezoek aan familieleden, reiskosten van ten laste komende schoolgaande kinderen en dergelijke. Hieronder zijn dus niet begrepen de kosten die samenhangen met een als gevolg van bijzondere omstandigheden, tijdelijk optredende, extra vervoersbehoefte. Bijzondere omstandigheden kunnen met zich meebrengen dat reiskosten voor de verlening van bijzondere bijstand in aanmerking kunnen komen. Deze kosten horen niet bij het aandeel voor vervoerskosten dat inbegrepen is in de normuitkering, zodat voor deze kosten een regeling is getroffen. In deze beleidsregels wordt vastgesteld dat bij een enkele reisafstand tot acht kilometer het vervoer per fiets als algemeen gebruikelijk wordt geacht en daardoor in principe geen bijzondere bijstand mogelijk is. Bij een enkele reisafstand van meer dan acht kilometer wordt de gehele reisafstand vergoed. Familieleden Indien de reiskosten (sociaal/medisch) betrekking hebben op het bezoek aan uit huis geplaatste of gedetineerde familieleden wordt dit beperkt tot de volgende familierelaties; ouder/kind en broer/zus. Onder ouder wordt de officiële verzorger verstaan. Schoolgaande kinderen In situaties waarbij voor het ten laste komend schoolgaande kind de dichtstbijzijnde toegankelijke school met een passend onderwijsaanbod niet in de eigen gemeente gelegen is, kan het zo zijn dat de afstand van huis naar school te ver is om met de fiets te overbruggen. Het gaat hier om situaties waar het leerlingenvervoer van de gemeenten geen oplossing biedt. Bijvoorbeeld een gezin van nieuwkomers waarvan de kinderen naar een school moeten met een ISK (internationale schakelklas). Deze is niet aanwezig in de gemeenten Capelle aan den IJssel, Zuidplas en Krimpen aan den IJssel. De schoolgaande kinderen moeten dan naar Rotterdam, Gouda of Zoetermeer. Voor de reiskosten kan dan bijzondere bijstand verstrekt worden. Indien zij de schakelklas met goed gevolg hebben afgerond, zijn zij in staat om regulier onderwijs te volgen. Zij kunnen dan naar een school in de gemeente waar ze woonachtig zijn. Openbaar vervoer of auto Uitgangspunt is dat indien de reiskosten voor vergoeding in aanmerking komen de hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de goedkoopste manier van reizen met het openbaar vervoer. Het kan echter voorkomen dat belanghebbenden gezamenlijk met anderen met de auto reist. Indien deze manier van reizen goedkoper uitvalt omdat men de kosten kan delen, dan wordt de hoogte van de bijstand vastgesteld op basis van de fiscaal vrijgelaten kilometervergoeding gedeeld door het aantal reizigers. Artikel 12 Uitvaartkosten De kosten van een begrafenis of crematie worden in beginsel voldaan uit de nalatenschap en/of begrafenisverzekering en komen voor rekening van de erfgenamen. Deze kunnen ieder voor zich en op persoonlijke titel bijzondere bijstand aanvragen. Indien de uitvaartkosten niet of niet volledig uit de nalatenschap en/of verzekering voldaan kunnen worden en de erfgenaam niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de noodzakelijke uitvaartkosten te voldoen bestaat er recht op bijzondere bijstand voor deze kosten. De erfgenaam moet zijn aandeel in de uitvaartkosten aanvragen in de gemeente waar hij woonachtig is. In het artikel ‘Vermogensvaststelling bij reservering voor uitvaart/crematie’ in de Beleidsregels vermogensvaststelling Participatiewet is een maximum bedrag genoemd voor uitvaartkosten. Dit bedrag moet gedeeld worden door het aandeel waar de erfgenaam aansprakelijk voor is. Bij bijvoorbeeld een achterblijvende partner en drie meerderjarige kinderen worden de kosten door vier gedeeld. Er wordt geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van een begrafenis of crematie in het buitenland. Ook voor de reiskosten voor het bijwonen van een begrafenis of crematie in het buitenland is geen bijzondere bijstand mogelijk. Artikel 13 Verhuis- en inrichtingskosten De kosten die zelfstandige huisvesting met zich meebrengt, zijn algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan die in beginsel bestreden moeten worden uit het eigen inkomen. Dit zijn kosten met een voorzienbaar karakter. Dat wil zeggen dat verhuis- en (her)inrichtingskosten uitsluitend in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand indien er sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. Daarvan kan sprake zijn bij een niet voorziene verhuizing op grond van een medische of sociale noodzaak. Verhuiskosten Transportkosten of opslag Hiermee worden de kosten van het vervoeren van de huisraad bedoeld. De kosten van de goedkoopst mogelijke adequate oplossing worden vergoed. Dit kan betekenen dat een verhuisbusje moet worden gehuurd. Als de belanghebbende niet in staat is om zelf zijn inboedel te verhuizen, is bijstand mogelijk in de verhuiskosten door een verhuisbedrijf. Ook is het mogelijk dat de belanghebbende in verband met bijzondere persoonlijke omstandigheden tijdelijk zijn inboedel moet opslaan bij een daartoe bestemd bedrijf. Ook in deze kosten is bijstandsverlening mogelijk en ook hier geldt dat de goedkoopst mogelijke adequate oplossing gezocht moet worden. Voor de verhuiskosten geldt dat de transportkosten of opslag ingediend moeten worden bij de vertrekkende gemeente. De kosten van eerste huur, administratiekosten en waarborgsom moeten worden ingediend bij de gemeente waar de belanghebbende zich vestigt. Eerste huur Hiermee worden de kosten bedoeld die de belanghebbende moet maken om de woning te accepteren. De vergoeding voor de kosten van eerste huur en bijbehorende administratiekosten worden om niet verstrekt. De waarborgsom, maximaal ter hoogte van één maand huur wordt als lening verstrekt daar de waarborgsom op een later moment aan belanghebbende wordt gerestitueerd. Kosten dubbele maand huur Als er sprake is van een maand dubbele huur, komt de hoogste huur (inclusief administratiekosten) voor vergoeding in aanmerking. Van de belanghebbende mag verwacht worden dat hij binnen één maand na acceptatie van de nieuwe woning verhuist. Er was immers een noodzaak om te verhuizen. Er moet echter rekening gehouden worden met de opzegtermijn waar de belanghebbende aan gehouden is. Indien het opzeggen alleen per de eerste van de maand kan en de nieuwe woning is geaccepteerd gedurende de maand heeft de belanghebbende langer dan één maand dubbele huur. Inrichtingskosten Bij een verstrekking bijzondere bijstand voor inrichtingskosten, moet er sprake zijn van een noodzakelijke verhuizing. Dit is altijd het geval als er een urgentieverklaring door de gemeente is afgegeven of bij een plotselinge verlating. In dat laatste geval kan belanghebbende bijvoorbeeld niet reserveren voor deze onvoorziene kosten. De hoogte van de bijstand wordt op grond van maatwerk bepaald. Wat moet de belanghebbende beslist noodzakelijk aanschaffen en wat kan belanghebbende meenemen uit de oude woning. Het is niet nodig om goederen nieuw te kopen. Er wordt verwacht dat de meeste goederen tweedehands worden aangeschaft. Dit kan bijvoorbeeld bij kringloopwinkels, de kleding- en meubelbank, marktplaats, etc. Is er sprake van de aanschaf van slechts een enkel goed, dan gelden de maximale bedragen, zoals genoemd in de Nibud Prijzengids. Voor een volledige inrichting gelden vaste maximale bedragen, zie hiervoor tabel
- Vorm en hoogte bijzondere bijstand De bijzondere bijstand voor stoffering wordt om niet verstrekt. De bijzondere bijstand voor de inrichting (duurzame gebruiksgoederen) wordt als geldlening verstrekt. De achterliggende gedachte is dat stoffering aan de woning vastgenageld zit en bij een eventuele verhuizing niet meegenomen kan worden, dit conform jurisprudentie Tabel 1 Aantal personen Stoffering (verf, behang, vloerbedekking, gordijnen/vitrage) Inrichting Volledige inrichting 1 persoon, kamerbewoner € 257,- € 1180,- € 1437,- 1 persoon € 631,- € 1975,- € 2606,- 2 personen, echtpaar € 631,- € 2232,- € 2863,- 2 personen, geen echtpaar € 952,- € 2232,- € 3184,- 3 personen, echtpaar € 952,- € 2490,- € 3442,- 3 personen, geen echtpaar € 1274,- € 2490,- € 3764,- 4 personen € 1274,- € 2747,- € 4021,- 5 personen € 1559,- € 3040,- € 4599,- 6 personen € 1784,- € 3298,- € 5082,- meer personen, per persoon extra € 225,- € 257,- € 482,- Artikel 14 Warme maaltijdvoorziening Het komt voor dat belanghebbenden niet in staat zijn om zelf de warme maaltijd te bereiden. Er kan dan een beroep worden gedaan op een warme maaltijdvoorziening. De kosten hiervan overstijgen de normale kosten voor een warme maaltijd. De noodzaak wordt individueel bepaald. Meestal vindt er een verwijzing naar een warme maaltijdvoorziening plaats door het sociale team in de gemeente of de huisarts. Bij een zelfstandig wonende hoogbejaarde die een beroep doet op de warme maaltijdvoorziening kan ervan uitgegaan worden dat er een noodzaak is gezien de hoge leeftijd. Artikel 15 Citeertitel Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 16 Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 17 Intrekking en overgangsrecht Dit artikel behoeft geen toelichting.