Subsidieregeling amateurkunst en culturele activiteiten Zaanstad 2015Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.Adviescommissie: een vaste door het college ingestelde commissie voor advies ex artikel 84 Gemeentewet, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur; b.Amateurkunst: kunst die uit liefhebberij, dat wil zeggen niet beroepsmatig, wordt bedreven; c.Amateurkunstvereniging: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst; d.ASV: algemene subsidie verordening Zaanstad 2014; e.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad; f.Incidentele subsidie: de aanspraak op financiële middelen met het oog op een ad hoc activiteit van een instelling; g.Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst of cultuur; h.Jeugd: personen in de leeftijd t/m 18 jaar; i.Nieuwe instelling: een instelling die is opgericht nadat de lopende vierjarenperiode van 4 jaar van de structurele subsidies, is aangevangen; j.Sanctiebeleid: Algemeen (sanctie)beleid bij verstrekken subsidies Zaanstad 2014 k.Startsubsidie: de aanspraak op eenmalig te verstrekken financiële middelen aan nieuwe instellingen in de vorm van een stimuleringsbijdrage; l.Subsidiejaar: een jaar dat begint op 1 januari en eindigt op 31 december; m.Subsidieplafond: een bedrag zoals bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht; n.Sluitingsdatum: de datum waarop de volledige aanvraag door het college ontvangen dient te zijn. o.Subsidie: de aanspraak op financiële middelen verstrekt met het oog op de activiteiten van een instelling of amateurkunstvereniging, anders dan als betaling voor geleverde diensten of goederen; p.Toekomstagenda: Toekomstagenda cultuur Zaanstad 2014-2017; q.De wet: de Algemene wet Bestuursrecht; r.Zaanstad: de gemeente Zaanstad. Artikel1.2Subsidiedoeleinden 1.Door middel van deze regeling wil het college een stimulans bieden aan activiteiten van amateurkunstverenigingen en instellingen die bijdragen aan de doelstellingen zoals verwoord in de Toekomstagenda. 2.Jaarsubsidies aan amateurkunstverenigingen worden verleend op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze regeling. 3.Jaarsubsidies aan andere culturele instellingen worden verleend op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van deze regeling. 4.Kleinschalige evenementen en incidentele culturele activiteiten die buiten de jaarsubsidies vallen kunnen gesubsidieerd worden op basis van de subregeling zoals bedoeld in hoofdstuk 4 activiteitensubsidies cultuurhoofdstuk 4 van deze regeling. 5.Het college wint voor het verlenen van de subsidies advies in van de adviescommissie. Artikel1.3Kosten die voor subsidie in aanmerking komen 1.De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de culturele activiteiten verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten. 2.Organisatiekosten van de aanvrager kunnen tot maximaal 30% deel uitmaken van de begroting. Niet voor subsidie in aanmerking komen de vaste salariskosten van derden. Artikel1.4Aanvrager, aanvraag en aanvraagtermijn 1.Aanvrager dient te voldoen aan redelijke eisen van goed bestuur. 2.De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend. 3.Elke subregeling kent een sluitingsdatum, waarop de volledige aanvraag ingediend moet zijn. 4.Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag is aangevuld en compleet geworden is. 5.Na de sluitingsdatum ingediende aanvragen worden niet in behandeling genomen. Artikel1.5Subsidieplafond De drie subregelingen hebben elk een subsidieplafond. Deze subsidieplafonds zijn gelijk aan de bedragen die jaarlijks door de raad beschikbaar worden gesteld in de begroting. Artikel1.6Eerste keer subsidie aanvragen 1.Indien een instelling voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt zij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en het jaarverslag, de jaarrekening en de balans over het voorafgaande jaar toe aan het aanvraagformulier. 2.In plaats van de onder lid 1 genoemde documenten levert een nieuwe instelling een exemplaar van de oprichtingsakte en de statuten, en een overzicht van de financiële positie van de aanvrager ten tijde van de aanvraag. Artikel1.7Verantwoording van subsidies tot en met € 5.000 1.Subsidie tot en met € 5.000 wordt direct vastgesteld. 2.Onverminderd de verplichtingen van de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 10 van de ASV, verstrekt de subsidieontvanger op verzoek van het college inlichtingen waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3.Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, kan door het college worden gedaan tot vijf jaar na de datum van de subsidievaststelling. 4.Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het tweede lid, kan deel uitmaken van het besluit tot subsidieverstrekking. Artikel1.8Verantwoording van subsidies hoger dan € 5.000 Bij subsidies van meer dan € 5.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: a.Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de activiteiten zijn verricht; b.Indien van toepassing, een kopie van de publiciteit omtrent de gesubsidieerde activiteit; c.Een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke begroting (financieel verslag); d.Een balans zoals bedoeld in artikel 14 van de ASV. Indien het een subsidie betreft die is verleend op basis van hoofdstuk 4 in deze regeling, hoeft geen balans te worden overlegd, tenzij het college hier in de beschikking om vraagt. Artikel1.9Subsidievaststelling 1.Bij een subsidie tot € 5.000 kan de aanvrager worden verplicht om aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 9 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 2.Bij een subsidie boven € 5.000 vindt de vaststelling van de subsidie binnen 9 weken na ontvangst van de volledige verantwoording plaats. 3.De in lid 1 en 2 genoemde termijnen kunnen eenmaal met ten hoogste 9 weken worden verdaagd. Het college doet hiervan voor afloop van de eerste termijn mededeling aan de aanvrager. 4.Indien de subsidieontvanger de volledige verantwoording niet tijdig indient, kan het college de subsidie lager vaststellen. 5.De subsidies die worden verleend op basis van hoofdstuk 4 in deze regeling worden op basis van werkelijke kosten vastgesteld. Artikel1.10Bevoorschotting 1.Een subsidie tot € 5.000 wordt uiterlijk binnen 6 weken na de verstrekking volledig uitbetaald. 2.Een subsidie boven € 5.000 wordt uiterlijk binnen 6 weken na verlening voor 95% uitbetaald. Bij de subsidievaststelling wordt binnen 6 weken het restant uitbetaald. 3.Wanneer de subsidie na de verantwoording lager wordt vastgesteld, wordt het verschil teruggevorderd. Hoofdstuk2Jaarsubsidies amateurkunst Artikel2.1Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.Actieve leden: contributie betalende leden van een instelling, die de activiteiten ervan mede uitvoeren. De artistieke leiders, bestuurders, commissarissen, donateurs, ereleden en dergelijke worden niet als zodanig aangemerkt; b.Activiteiten: de artistiek gerichte werkzaamheden van een instelling gericht op de beoefening van amateurkunst; c.Artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke, die hiertoe een erkende opleiding heeft gevolgd of aantoonbare relevante ervaring heeft; d.Jeugdleden: leden in de leeftijd tot en met 18 jaar; e.Openbaar optreden: een door een instelling georganiseerde, voor publiek toegankelijke, activiteit waaraan door publiciteit bekendheid wordt gegeven; f.Subsidiabele periode: een kalenderjaar; g.Vierjarenperiode: de periode van 4 kalenderjaren waarin de amateurkunstvereniging in aanmerking komt voor subsidie. Artikel2.2Doel en reikwijdte 1.Door middel van de bepalingen in dit hoofdstuk wil het college een meerjarige stimulans bieden aan activiteiten op het gebied van amateurkunst die bijdragen aan een cultureel aantrekkelijke stad. 2.Subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de aanvrager in te dienen vierjarenplan. 3.Subsidie wordt per kalenderjaar verleend voor de amateurkunstactiviteiten die ter uitvoering van het vierjarenplan zullen plaats vinden gedurende dat kalenderjaar. Artikel2.3Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan amateurkunstverenigingen die gevestigd zijn in de gemeente Zaanstad, die voldoen aan de volgende criteria: 1.De amateurkunstvereniging verzorgt minimaal 2 openbare optredens per jaar. 2.De amateurkunstvereniging heeft ten minste het hierna vermelde aantal actieve leden, waarvan ten minste tweederde woonachtig in Zaanstad, zoals hieronder aangegeven: Vijftien, in geval van een toneelvereniging, theater- of dansgroep, schilderskring, literaire kring, fotografenkring of audiovisuele vereniging; Achttien, in geval van een koor, een muziekvereniging, een majorettevereniging, een tamboerkorps, een drumfanfare, of een blazersensemble; Dertig, in geval van een fanfaregezelschap, een opera- of operettevereniging, een harmoniegezelschap of een symfonieorkest. Artikel2.4Hoogte subsidie 1.De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing aan de criteria zoals genoemd in Artikel 2.10, door de adviescommissie. 2.Een subsidie bedraagt daarbij nooit meer dan het bedrag dat door de leden van de vereniging/organisatie zelf wordt ingebracht (contributie). 3.De subsidie bedraagt daarbij ten hoogste een maximaal bedrag per jaar, zoals hierna aangegeven: € 2.000,- per jaar in geval van een koor, een toneelvereniging, theater- of dansgroep, schilderskring, literaire kring, fotografenkring of audiovisuele vereniging € 3.000,- per jaar in geval van een muziekvereniging, een majorettevereniging, een tamboerkorps, een fanfaregezelschap, een harmoniegezelschap of een symfonieorkest, een drumfanfare, of een blazersensemble € 5.000,- per jaar in geval van een opera- of operettevereniging Artikel2.5Subsidiabele periode 1.Een vierjarenplan kan eens in de vier jaar worden ingediend. 2.De eerste vierjarenperiode begint op 1 januari 2015. 3.De vierjarenperiode bestaat derhalve uit 4 subsidiabele periodes, die elk samenvallen met een kalenderjaar. 4.Bij aanvang van de vierjarenperiode wordt de subsidie verleend op basis van de objectieve criteria uit artikel 2.3 en het toetsingsoordeel van de adviescommissie op grond van de beoordelingscriteria uit Artikel 2.10. 5.Bij het tweede, derde en vierde subsidiejaar wordt alleen getoetst aan de objectieve criteria uit artikel 2.3. Artikel2.6Vierjarenplan 1.Het vierjarenplan omvat een visie voor de komende vier jaar en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager daar invulling aan wil geven. 2.Het vierjarenplan bevat een globale beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in ieder kalenderjaar zullen plaats vinden. Artikel2.7Aanvraag 1.De aanvraag voor het eerste kalenderjaar van het vierjarenplan omvat het vierjarenplan en een vierjarenbegroting van de uitgaven en inkomsten waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten, een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, het aantal actieve leden ten tijde van de aanvraag, en het curriculum vitae van de artistieke leider(s). 2.Voor het vierjarenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt 3.De aanvraag voor het tweede, derde en vierde kalenderjaar omvat een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) inclusief een jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten. Ook wordt een verantwoording over het voorgaande subsidiejaar toegevoegd door middel van een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke jaarbegroting (financieel verslag). 4.Voor het jaarprogramma (activiteitenoverzicht), de jaarbegroting en de verantwoording van het voorgaande subsidiejaar stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt Artikel2.8Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.In afwijking op het eerste lid geldt voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2019, 1 november 2018 als uiterste datum van indiening. Artikel2.9Wijze van verdeling 1.De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op basis van de in Artikel 2.10 genoemde criteria. De adviescommissie kent de aanvragen op ieder criterium een aantal punten toe. Het maximum aantal te behalen punten bedraagt 20 punten per aanvraag. 2.Op basis van het aantal punten dat de adviescommissie aan een vierjarenplan heeft toegekend, bepaalt het college het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt. Indien de adviescommissie aan een vierjarenplan 20 punten heeft toegekend, komt de aanvrager in aanmerking voor het maximale subsidiebedrag. Indien de adviescommissie minder dan 20 punten heeft toegekend, wordt het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, naar evenredigheid verlaagd. 3.De subsidiebedragen waarvoor de aanvragers in aanmerking komen ingevolge het vorige lid, worden alle met hetzelfde percentage verhoogd dan wel verlaagd totdat het subsidieplafond is bereikt. 4.Subsidie wordt niet verleend voor een hoger bedrag dan aangevraagd. 5.Indien in een subsidiejaar het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan het subsidieplafond van de subsidieregeling voor culturele activiteiten van datzelfde jaar. Artikel2.10Subsidiecriteria 1.De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op grond van de volgende criteria: Artistieke begeleiding Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief) Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad Betrokkenheid jeugd Samenwerking Deskundigheidsbevordering/professionalisering Kwaliteit PR Noodzakelijke kosten t.b.v. materialen en huisvesting 2.De criteria uit lid 1 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Dit is opgenomen in bijlage 1. 3.De aanvragen met betrekking tot het tweede, derde en vierde kalenderjaar worden door de gemeente beoordeeld op hun overeenstemming met het vierjarenplan. 4.Indien de aanvraag voor een kalenderjaar afwijkt van het vierjarenplan, kan de subsidie voor dat jaar lager worden toegekend. Geen verlaging vindt plaats, indien het nader ingevulde activiteitenplan als gevolg van de afwijking naar het oordeel van het college beter voldoet aan de criteria genoemd in het eerste lid. Artikel2.11Beslistermijn 1.Het college beslist uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, over de verdeling van subsidies. 2.De subsidies worden direct vastgesteld. 3.De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden. 4.In afwijking van het eerste lid besluit het college uiterlijk 31 januari 2019 over de verdeling van de subsidies van de eerste subsidiabele periode. Artikel2.12Weigeringsgronden Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en in het sanctiebeleid, wordt de subsidie niet verleend indien: 1.Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling. 2.De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is. 3.De aanvrager reeds op een andere manier van de gemeente Zaanstad een jaarsubsidie ontvangt. 4.De aanvraag te laat is ingediend. 5.Minder dan 10 punten behaald zijn in de beoordeling op grond van artikel 2.10. Hoofdstuk3Jaarsubsidies kleine culturele instellingen Artikel3.1Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a.Culturele activiteit: het leveren van een bijdrage aan de realisatie van het gemeentelijk cultuurbeleid zoals verwoord in de Toekomstagenda, het creëren van een cultureel, openbaar toegankelijk, aanbod in Zaanstad, bijvoorbeeld door het organiseren van concerten, het produceren en uitvoeren van theatervoorstellingen en dergelijke, het faciliteren van de onder b. genoemde activiteiten, bijvoorbeeld door het aanbieden van een podium, het bevorderen van cultuurparticipatie, het bevorderen van kennis, discussie en bewustwording over verschillende cultuurdisciplines, waaronder architectuur en beeldende kunst, b.Subsidiabele periode: een kalenderjaar; c.Vierjarenperiode: de periode van 4 kalenderjaren waarin de instelling in aanmerking komt voor subsidie, mits aan de objectieve criteria uit deze regeling wordt voldaan. Artikel3.2Doel en reikwijdte van de regeling 1.Door middel van de bepalingen in dit hoofdstuk wil het college een stimulans bieden aan meerjarige culturele activiteiten die bijdragen aan een cultureel aantrekkelijke stad. 2.Subsidie wordt verleend aan instellingen die zich ten doel stellen activiteiten te verrichten op het gebied van cultuur, anders dan amateurkunst. 3.Subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de aanvrager in te dienen vierjarenplan. 4.Subsidie wordt per kalenderjaar verleend voor de culturele activiteiten die ter uitvoering van het vierjarenplan zullen plaats vinden gedurende dat kalenderjaar. 5.Het college wint voor het verlenen van de subsidies advies in van een adviescommissie. Artikel3.3Subsidiabele Activiteiten 1.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor meerjarige culturele activiteiten die ten goede komen aan de inwoners van Zaanstad. Culturele activiteiten worden geacht ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de culturele activiteiten in Zaanstad plaats vinden. 2.Culturele activiteiten worden geacht ten dele ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de inwoners van Zaanstad behoren tot de doelgroep van de aanvrager. De culturele activiteiten zijn in dat geval subsidiabel naar evenredigheid van het aandeel van de inwoners van Zaanstad in de doelgroep van de culturele activiteiten. Artikel3.4Subsidiabele periode 1.Een vierjarenplan kan eens in de vier jaar worden ingediend. 2.De eerste vierjarenperiode begint op 1 januari 2015. 3.De vierjarenperiode bestaat derhalve uit 4 subsidiabele periodes, die elk samenvallen met een kalenderjaar. 4.Bij aanvang van de vierjarenperiode wordt de subsidie verleend op basis van de objectieve criteria uit artikel 3.2 en artikel 3.3 en de beoordelingscriteria uit artikel 3.10. 5.Bij het tweede, derde en vierde subsidiejaar wordt alleen getoetst aan de objectieve criteria uit artikel 3.2 en artikel 3.3 Artikel3.5Hoogte subsidie 1.De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing op de criteria zoals genoemd in artikel 3.10, door de adviescommissie. 2.Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de in de aanvraag beschreven culturele activiteiten. 3.Een subsidie bedraagt daarbij maximaal € 25.000,- per kalenderjaar per aanvrager. Artikel3.6Vierjarenplan 1.Het vierjarenplan omvat een visie voor de komende vier jaar en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager daar invulling aan wil geven. 2.Het vierjarenplan bevat een globale beschrijving van de subsidiabele activiteiten die in ieder kalenderjaar zullen plaats vinden. Artikel3.7Aanvraag 1.De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend. 2.De aanvraag voor het eerste kalenderjaar van het vierjarenplan omvat het vierjarenplan en een vierjarenbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteit, en een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) met bijbehorende jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten. 3.Voor het vierjarenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt 4.De aanvraag voor het tweede, derde en vierde kalenderjaar omvat een jaarprogramma (activiteitenoverzicht) inclusief een jaarbegroting van de uitgaven en inkomsten, waaronder de eigen bijdrage aan de culturele activiteiten. Ook wordt een verantwoording over het voorgaande subsidiejaar toegevoegd door middel van een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten, t.o.v. de oorspronkelijke jaarbegroting (financieel verslag). 5.Voor het jaarprogramma (activiteitenoverzicht), de jaarbegroting en de verantwoording van het voorgaande subsidiejaar stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt. Artikel3.8Aanvraagtermijn Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.In afwijking op het eerste lid geldt voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op 2019, 1 november 2019 als uiterste datum van indiening. Artikel3.9Wijze van verdeling 1.De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op basis van de in artikel 3.10 genoemde criteria. De adviescommissie kent de aanvragen op ieder criterium een aantal punten toe. Het maximum aantal te behalen punten bedraagt 20 punten per aanvraag. 2.Op basis van het aantal punten dat de adviescommissie aan een vierjarenplan heeft toegekend, berekent het college het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt. Indien de adviescommissie aan een vierjarenplan 20 punten heeft toegekend, komt de aanvrager in aanmerking voor het volledige aangevraagde subsidiebedrag. Indien de adviescommissie minder dan 20 punten heeft toegekend, wordt het subsidiebedrag waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, naar evenredigheid verlaagd. 3.De subsidiebedragen waarvoor de aanvragers in aanmerking komen ingevolge het vorige lid, worden alle met hetzelfde percentage verhoogd dan wel verlaagd totdat het subsidieplafond is bereikt. 4.Subsidie wordt niet verleend voor een hoger bedrag dan aangevraagd. 5.Indien in een subsidiejaar het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan het subsidieplafond van de subsidieregeling voor culturele activiteiten van datzelfde jaar. Artikel3.10Subsidiecriteria 1.De vierjarenplannen worden door de adviescommissie beoordeeld op grond van de volgende criteria: Expertise en deskundigheid Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief) Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad Sociaal-maatschappelijke relevantie Betrokkenheid jeugd Samenwerking Deskundigheidsbevordering/professionalisering Kwaliteit PR 2.De criteria uit lid 1 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Dit is opgenomen in bijlage 1. 3.De aanvragen met betrekking tot het tweede, derde en vierde kalenderjaar worden door de gemeente beoordeeld op hun overeenstemming met het vierjarenplan. 4.Indien de aanvraag voor een kalenderjaar afwijkt van het vierjarenplan, kan de subsidie voor dat jaar lager worden toegekend. Geen verlaging vindt plaats, indien het nader ingevulde activiteitenplan als gevolg van de afwijking beter voldoet aan de criteria genoemd in het eerste lid. Artikel3.11Beslistermijn 1.Het college beslist uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, over de verdeling van subsidies. 2.De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden. 3.In afwijking van het eerste lid besluit het college uiterlijk 31 januari 2019 over de verdeling van de subsidies van de eerste subsidiabele periode. Artikel3.12Weigeringsgronden Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en in het sanctiebeleid, wordt de subsidie niet verleend indien: 1.Niet is voldaan aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling. 2.De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is 3.De aanvrager reeds op een andere manier van de gemeente Zaanstad een jaarsubsidie ontvangt. 4.De aanvraag te laat is ingediend. 5.Minder dan 10 punten behaald zijn in de beoordeling op grond van artikel 3.10. Hoofdstuk4Activiteitensubsidies cultuur Artikel4.1Begripsbepalingen a.Ad hoc activiteit: een activiteit die zich onderscheidt van het normale activiteitenpatroon van een instelling, zoals een evenement, een experiment, een festival of een project; b.Kleinschalig evenement: een bijzondere en unieke gebeurtenis, van beperkte duur, publiek toegankelijk (betaald of vrij entree) een korte voorbereidingstijd, zoals bedoeld in de nota Zaanse Smaakmakers en de aanpak Stad aan de Zaan; c.Subsidieperiode 1: de maanden januari, februari en maart van het subsidiejaar waarin de regeling geldt; d.Subsidieperiode 2: de maanden april, mei en juni van het subsidiejaar waarin de regeling geldt; e.Subsidieperiode 3: de maanden juli, augustus, september en oktober van het subsidiejaar waarin de regeling geldt; f.Subsidieperiode 4: de maanden november en december van het subsidiejaar waarin de regeling geldt. Artikel4.2Doel en reikwijdte van de regeling 1.Deze regeling is van toepassing op subsidies die het college beschikbaar stelt voor ad hoc culturele activiteiten die zich onderscheiden van het normale activiteitenpatroon van amateurkunstverenigingen en andere (culturele) instellingen en bijdragen aan de culturele ontwikkeling van Zaanstad. 2.Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor culturele activiteiten die ten goede komen aan de inwoners van Zaanstad. Culturele activiteiten worden geacht ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad: indien de culturele activiteiten in Zaanstad plaats vinden, of indien de culturele activiteiten worden uitgevoerd door inwoners van Zaanstad . 3.Culturele activiteiten worden geacht ten dele ten goede te komen aan de inwoners van Zaanstad, indien de inwoners van Zaanstad behoren tot de doelgroep van de aanvrager. De culturele activiteiten zijn in dat geval subsidiabel naar evenredigheid van het aandeel van de inwoners van Zaanstad in de doelgroep van de culturele activiteiten. 4.Onder lid 1 vallen ook activiteiten die de verdere ontwikkeling, samenwerking en professionalisering van de culturele instellingen en amateurkunstverenigingen betreffen of die gericht zijn op de promotie van Zaanstad. Artikel4.3Doelgroep Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen zonder winstoogmerk, die culturele activiteiten uitvoeren binnen Zaanstad. Artikel4.4Hoogte subsidie 1.De hoogte van de subsidie is afhankelijk van de toetsing op de criteria zoals genoemd in artikel 4.9, door de adviescommissie. 2.Een subsidie bedraagt maximaal 50% van de kosten van de aangevraagde ad hoc activiteit. 3.Een aanvrager kan per kalenderjaar maximaal € 10.000 aan subsidie ontvangen ingevolge deze regeling, ongeacht het aantal aanvragen. 4.Een startsubsidie bedraagt maximaal € 4.000. Artikel4.5Subsidiabele periode 1.Elk kalenderjaar kent 4 subsidieperiodes, zoals opgenomen in artikel 4.1. 2.Het eerste subsidiejaar en de eerste subsidiabele periode beginnen op 1 januari 2015. 3.De adviescommissie komt elke subsidieperiode bijeen om de gedane aanvragen van de daarop volgende subsidieperiode te beoordelen. 4.Activiteiten die zich over meerdere subsidieperiodes uitstrekken, worden beoordeeld alsof zij plaatsvinden in de subsidieperiode waarin de activiteit start. Dit geldt ook voor startsubsidies. Artikel4.6Subsidieplafond en wijze van verdeling 1.Voor subsidieperiode 1 is 25% van het subsidieplafond beschikbaar. Voor subsidieperiode 2 ook 25%. Voor subsidieperiode 3 is het 35% en voor subsidieperiode 4 is het 15%. 2.Door de adviescommissie worden de aanvragen per subsidieperiode kwalitatief en ten opzichte van elkaar gewogen, op basis van de in deze regeling genoemde doelen en de in Artikel 4.9 genoemde criteria en het puntensysteem. 3.Het puntensysteem leidt tot een percentage, welke wordt gebruikt om de hoogte van de subsidie te bepalen. Op basis van deze weging wordt subsidie toegekend door het college. Hierbij wordt het subsidieplafond voor de betreffende subsidieperiode in acht genomen. De weging kan er toe leiden dat een lagere subsidie wordt toegekend dan is aangevraagd. 4.Indien in een subsidieperiode het subsidieplafond niet bereikt wordt, komt het surplus ten goede aan de volgende subsidieperiode, met dien verstande dat hierbij geen kalenderjaarwisseling overschreden wordt. Artikel4.7Aanvraagformulier 1.De subsidieaanvraag wordt met een volledig ingevuld, gedateerd en ondertekend aanvraagformulier ingediend. 2.De aanvraag betreft in ieder geval een activiteitenplan en een begroting van de uitgaven en inkomsten waaronder de eigen bijdrage aan de activiteit. 3.Indien de activiteit eerder heeft plaatsgevonden wordt een verslag van die eerdere editie samen met de verbeterpunten die op grond van een vorige editie zijn vastgesteld opgenomen in het activiteitenplan. 4.In het geval dat de activiteiten deels in Zaanstad plaatsvinden (artikel 4.2 lid 3) dient door de aanvrager duidelijk worden aangegeven welk onderdeel in Zaanstad plaatsvindt en welke kosten en inkomsten daar mee gepaard gaan 5.Voor het activiteitenplan en de begroting stelt de gemeente formats beschikbaar die door de aanvrager dienen te worden gebruikt Artikel4.8Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie wordt ingediend uiterlijk op de vijftiende dag van de eerste maand van de subsidieperiode die voorafgaat aan de subsidieperiode waarin de aangevraagde activiteit plaatsvindt. 2.Te vroeg ingediende aanvragen worden opgeschort tot de sluitingsdatum van de betreffende subsidieperiode. Artikel4.9Subsidiecriteria 1.De aanvragen voor culturele activiteiten worden per subsidieperiode beoordeeld op grond van de volgende criteria: Inhoudelijke kwaliteit Professionaliteit Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief) Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad Sociaal maatschappelijke relevantie Betrokkenheid jeugd Samenwerking Deskundigheidsbevordering/professionalisering Kwaliteit PR 2.De aanvragen voor kleinschalige evenementen worden per subsidieperiode beoordeeld op grond van de volgende criteria: Professionaliteit Publieksbereik (kwalitatief en kwantitatief) Inhoudelijke en geografische spreiding binnen Zaanstad Sociaal maatschappelijke relevantie/bijzondere doelgroepen Samenwerking Aansluiting bij hotspot Duurzaamheid Kwaliteit PR 3.De criteria uit lid 1 en 2 zijn uitgewerkt in een puntensysteem. Deze is opgenomen in bijlage 1. 4.Een aanvraag voor een culturele activiteit dient ‘gemiddeld’ of ‘hoger’ te scoren op criterium a. 5.Indien een aanvrager meerdere aanvragen heeft ingediend voor dezelfde subsidieperiode en het subsidieplafond met minimaal 50% overschreden wordt, kan het college besluiten om niet alle aanvragen te honoreren. Tenzij in overleg met de aanvrager tot een andere keuze wordt gekomen, komt de hoogste aanvraag in aanmerking voor subsidie. Artikel4.10Beslistermijn 1.Het college beslist binnen 6 weken na de sluitingsdatum voor de aanvragen van de betreffende subsidieperiode. 2.In afwijking op lid 1 geldt voor subsidieperiode 1 van het jaar 2015 een beslistermijn van 9 weken na de sluitingsdatum. 3.De in het eerste lid gestelde termijn kan, met redenen omkleed, met ten hoogste 9 weken verdaagd worden. Artikel4.11Weigeringsgronden 1.Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Zaanstad 2014 en in het sanctiebeleid, wordt de subsidie niet verleend indien: Niet voldaan is aan de eisen en criteria genoemd in deze regeling. De aanvraag te laat is ingediend. Het een evenement betreft dat in aanmerking komt voor de Subsidieregeling evenementen Zaanstad of diens opvolger, tenzij daarbij het subsidieplafond is bereikt. De financiële onderbouwing onduidelijk, ondeugdelijk, niet sluitend of onvoldoende is Minder dan 10 punten behaald zijn op grond van artikel 4.9. 2.Het college kan de subsidie daarnaast weigeren indien: De activiteit al anderszins van gemeentewege wordt gesubsidieerd Aanvrager meer dan 1 activiteitensubsidie per subsidieperiode aanvraagt. Hoofdstuk5Overgangs- en slotbepalingen Artikel5.1Hardheidsclausule Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze regeling, indien een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger. Artikel5.2Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het college. Artikel5.3Slotbepalingen 1.Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.De subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling amateurkunst en culturele activiteiten Zaanstad 2015. 3.De Subsidieregeling culturele activiteiten Zaanstad en de Subsidieregeling amateurkunst Zaanstad worden ingetrokken per 1 januari 2015. 4.Aanvragen om incidentele subsidies, welke het jaar 2014 betreffen, worden afgedaan op grond van de Subsidieregeling culturele activiteiten Zaanstad of de Subsidieregeling amateurkunst Zaanstad. Bijlage1Toelichting criteria en puntensysteem Gedeelde criteria Geografische spreiding binnen Zaanstad Bij dit criterium wordt gekeken naar de locaties waar de activiteiten van aanvrager plaatsvinden. Hier kan een punt worden behaald indien er sprake is van spreiding ten opzichte van de activiteiten van soortgelijke aanvragers/aanvragen. Doel hierachter is dat de activiteiten zich niet concentreren op een bepaald gedeelte van de gemeente. Spreiding buiten de gemeentegrenzen telt niet mee. Ze zijn wel toegestaan, maar aanvrager behaalt er geen extra punten mee. Sociaal-maatschappelijke relevantie Zaanstad acht culturele activiteiten op zichzelf waardevol. Meerwaarde kan gevonden worden als de activiteiten samenhangen met actuele maatschappelijke thema’s en /of verbinding leggen tussen verschillende doelgroepen (sociale cohesie). Cultuur biedt kansen om deze thema’s en verbinding in een nieuw licht te plaatsen en breder onder de aandacht te brengen. Kwalitatief publiekbereik Bij dit criterium geldt niet het aantal bezoekers, maar de aard ervan. Als de activiteit plaatsvindt op een locatie waar ook toevallige voorbijgangers worden bereikt wordt 1 punt toegekend. De aanvrager kan 2 punten behalen indien een optreden naast vaste bezoekers bewust gericht wordt op een bijzondere doelgroep, die normaal gesproken niet bereikt wordt met amateurkunstactiviteiten en/of culturele activiteiten. In het activiteitenplan geeft aanvrager een duidelijke toelichting hoe die doelgroep wordt benaderd en uitgenodigd/betrokken. Deskundigheidsbevordering/professionalisering Bij dit criterium wordt beoordeeld hoe de aanvrager zich inzet om de kwaliteit van de eigen culturele activiteiten te verbeteren, dan wel die van anderen. Deskundigheidsbevordering en professionalisering is relevant voor het voortbestaan van een organisatie. Als dit onderdeel uitmaakt van het vierjarenplan, wordt hier een punt behaald. Een ad-hoc-activiteit mag hier op gericht zijn, bijvoorbeeld een amateurkunstvereniging die gedurende een jaar workshops volgt die gegeven worden door professionals, investeren in een beter bestuur of professionele begeleiding. Kwaliteit PR Bij dit criterium wordt gekeken naar de manieren waarop de aanvrager publiciteit inzet om de optredens aan te kondigen en de vereniging te promoten. Of er sprake is van basale of extra publiciteit is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen. Criteria voor jaarsubsidies amateurkunst Artistiek leider Een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke, die hiertoe een erkende opleiding heeft gevolgd of beschikt over een consistente en aantoonbare relevante ervaring. Kwantitatief publieksbereik De omvang van het publiek dat redelijkerwijs bereikt zal worden met de drie vereiste openbare optredens van de amateurkunstvereniging. Het aantal bezoekers dat in het puntensysteem genoemd wordt, geldt per optreden. Dit criterium kan onderbouwd worden door ervaringen uit het verleden van aanvrager. Indien er meer dan de verplichte 2 optredens verzorgd worden, draagt ook dit bij aan het publieksbereik. Bij dit criterium wordt ook gekeken naar het ledenaantal van de aanvrager, omdat leden over het algemeen ook eigen publiek aantrekken. Inhoudelijke spreiding binnen Zaanstad Zaanstad streeft naar grote diversiteit in het aanbod van amateurkunstverenigingen en stimuleert creativiteit en inhoudelijke vernieuwing. Amateurkunstverenigingen die zich weten te onderscheiden van anderen door de inhoud van hun activiteiten, scoren punten bij dit criterium. Of hier sprake van is, is ter beoordeling van de adviescommissie en zal mede worden bepaald op basis van de andere aanvragen. Betrokkenheid jeugd Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre de jeugd onderdeel uitmaakt van de organisatie en activiteiten van de aanvrager. Er is sprake van een jeugdafdeling als de jeugdleden een eigen afdeling vormen binnen de vereniging en door de vereniging opgeleid worden. Indien de aanvrager geen jeugdleden heeft, maar zich in haar activiteiten wel richt op jeugd, worden er op dit criterium geen punten gescoord. Aanvrager scoort in dat geval punten op het kwalitatieve publieksbereik. Samenwerking Bij dit criterium wordt beoordeeld in hoeverre er sprake is van samenwerking met andere instellingen binnen of buiten de amateurkunst. Met de eigen discipline wordt het type amateurkunst bedoeld. Een koor dat samenwerkt met bijvoorbeeld een toneelvereniging is een voorbeeld van samenwerking buiten de eigen discipline. Samenwerking buiten de amateurkunst komt hier ook voor in aanmerking, bijvoorbeeld met een sportvereniging of een winkeliersvereniging, etc. De samenwerkingspartner(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.