Besluit van de heffingsambtenaar van de gemeente Waadhoeke houdende regels omtrent mandaat Mandaatbesluit heffingsambtenaar 2018De heffingsambtenaar; Overwegende dat het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 januari 2018 heeft besloten om de medewerker verzekeringen & belastingen A aan te wijzen als heffingsambtenaar, bedoeld in artikel 231, lid 2, onderdeel b, van de Gemeentewet en artikel 1, lid 2 van de Wet waardering onroerende zaken; gelet op het bepaalde in de artikelen 10:1 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: de uitoefening van de bevoegdheden, zoals vermeld in het bij dit besluit behorend overzicht, op te dragen aan de daarbij aangegeven functionarissen; De volgende algemene bepalingen vast te stellen en van toepassing te verklaren op de bevoegdheden, zoals bedoeld onder bijlage I van dit besluit: Artikel1.Definities Onder mandaat wordt in dit besluit verstaan de machtiging tot het in naam en onder verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar uitoefenen van een besluitbevoegdheid, zulks met inbegrip van de ondertekeningsbevoegdheid. Artikel2.Kaderstelling 1.De uitoefening van de bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de kaders en specifieke voorwaarden, zoals aangegeven in het onder bijlage I bedoelde overzicht. 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid geschiedt de uitoefening van de bevoegdheden binnen de grenzen van het recht, waarop deze bevoegdheden steunen en de terzake geldende uitvoeringsregels. 3.Voor zover de uitoefening van de bevoegdheden financiële consequenties voor de gemeente met zich brengt, geschiedt zulk met inachtneming van de terzake gestelde budgettaire kaders. Artikel3.Terugkoppeling 1.Indien in enig geval wordt getwijfeld of de voorgenomen uitoefening van de bevoegdheid in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 2, oefent de gemandateerde zijn bevoegdheid niet uit dan nadat hij daarover overleg heeft gepleegd met de heffingsambtenaar. 2.Het bepaalde in het eerste lid vindt in elk geval plaats indien: de heffingsambtenaar de wens daartoe heeft kenbaar gemaakt; de uitoefening van de bevoegdheid (vermoedelijk) bestuurlijke/politieke consequenties zal hebben; precedentwerking is te verwachten. Artikel4.Ondertekening De ondertekening van uitgaande stukken, waarop de besluitbevoegdheid betrekking heeft geschiedt als volgt: “De heffingsambtenaar, namens hem”, gevolgd door de functie-aanduiding van de gemandateerde, diens handtekening en naam. Artikel5.Ondermandaat Buiten de in bijbehorend overzicht aangegeven gevallen is de gemandateerde niet bevoegd om ondermandaat te verstrekken ten aanzien van enige bij dit besluit aan hem verleende bevoegdheid, tenzij en voor zover de heffingsambtenaar daarvoor toestemming heeft verleend. Artikel6.Toezicht 1.De mandaatgever draagt zorg voor het toezicht op de rechtmatige uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden. Artikel7.Register/bekendmaking 1.De bij dit besluit verleende mandaten en de eventuele toekomstige wijziging of intrekking ervan, worden geregistreerd in een openbaar register. 2.Dit besluit wordt bekendgemaakt op de wijze, zoals voorgeschreven in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel8.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2.Dit besluit kan worden aangehaald als “Mandaatbesluit heffingsambtenaar 2018”. Aldus vastgesteld bij besluit van xxxxx 2018De heffingsambtenaar,Bijlage1 Intern/ extern Bevoegdheid Grondslag Bevoegde Gemandateerde
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.