Klachtenregeling Ongewenst Gedrag Gemeente Haarlem 2018Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem, besluit: gelet op het gestelde in de artikelen 3 en 4 van de Arbeidsomstandighedenwet; gelet op verkregen instemming van de Ondernemingsraad (art. 27, lid 1, sub j, WOR); tot het vaststellen van de navolgende KLACHTENREGELING ONGEWENST GEDRAG GEMEENTE HAARLEM 2018 Artikel1.Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: werkgever: burgemeester en wethouders van Haarlem; commissie: de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de decentrale overheid; college: het College voor Arbeidszaken van de Vereniging Nederlandse Gemeenten dat deze klachtencommissie heeft ingesteld. ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in artikel 1, 1 a en 2 van de Algemene wet gelijke behandeling en agressie geweld en pesten zoals bedoeld in de Arbowet artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e en f; seksuele intimidatie: seksueel getinte aandacht binnen of in verband met de werksituatie, wat tot uiting komt in verbaal, fysiek of ander non-verbaal gedrag, die ongewenst of ongewild is of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd; discriminatie: ongewenst gedrag op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook, dat van zodanige aard is, dat de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van een medewerker wordt aangetast of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd; pesterij, agressie en geweld: voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de arbeid of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd. klacht: een door de klager ondertekend en van naam- en adresgegevens voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking heeft is omschreven; klager: een persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest in deze organisatie en een klacht over ongewenst gedrag indient; aangeklaagde: een persoon die werkzaam is of werkzaam is geweest in deze organisatie en over wiens gedrag geklaagd wordt; informant: degene die namens de werkgever informatie verstrekt aan de commissie; getuigen: andere dan onder i en j genoemde personen die door de commissie worden verzocht informatie te verstrekken; vertrouwenspersoon: de functionaris tot wie de medewerker die geconfronteerd wordt met ongewenst gedrag zich kan wenden voor advies en ondersteuning; Artikel1a.Klachten van en over politieke ambtsdragers onderling In afwijking van hetgeen voortvloeit uit artikel 1, is de landelijke klachtencommissie niet bevoegd in het geval van klachten tussen politieke ambtsdragers onderling. Artikel2.Taakstelling en samenstelling van de commissie 1.De commissie heeft tot taak een klacht te onderzoeken en daarover advies uit te brengen aan de werkgever. 2.Uit de commissie worden door de voorzitter van de commissie drie leden aangewezen om een klacht te onderzoeken, waaronder een (plaatsvervangend) voorzitter. 3.Deze leden beslissen bij gewone meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 4.Een lid wordt vervangen als deze direct of indirect betrokken is geweest bij enige vorm van ongewenst gedrag waarover de klacht is ingediend dan wel een persoonlijk belang heeft bij de afhandeling van de klacht. 5.Benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers geschiedt door de voorzitter van het college. 6.De voorzitter, overige leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van zes jaar. Zij komen voor herbenoeming in aanmerking voor een termijn van drie jaar. 7.De commissie kan een nadere werkwijze bepalen. Artikel3.Secretaris en administratie 1.De voorzitter van het college wijst na overleg met de voorzitter van de commissie een secretaris en een of meer plaatsvervangend secretarissen aan. 2.De administratie ten behoeve van de commissie wordt gevoerd door het secretariaat van het college. Artikel4.Indienen van de klacht 1.De klager die met ongewenst gedrag wordt geconfronteerd, kan, voordat hij een klacht indient bij de commissie, zich wenden tot de vertrouwenspersoon om: te voorkomen dat een klacht door de klachtencommissie niet in behandeling kan worden genomen. De reden kan zijn dat er sprake is van een klacht die door een andere instantie in behandeling moet worden genomen. te voorkomen dat er klachten worden ingediend, die intern ook opgelost hadden kunnen worden door inschakeling van de vertrouwenspersoon. 2.De klager kan de klacht zowel rechtstreeks bij de commissie indienen als bij de werkgever. 3.De klager vermeldt in de klacht zo mogelijk de datum, tijd, plaats van het ongewenst gedrag, de omstandigheden, de namen van aangeklaagde en eventuele getuigen, alsmede de stappen die hij reeds heeft ondernomen. 4.Indien de klager de klacht indient bij de werkgever, bevestigt de werkgever de ontvangst van de klacht aan de klager en vermeldt daarbij dat de klacht zal worden doorgezonden naar de commissie die de werkgever over de afhandeling van de klacht zal adviseren. De werkgever zendt de klacht, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk door aan de commissie. 5.De commissie bevestigt de ontvangst van de klacht aan de klager en stelt hem op de hoogte van de termijnen en de wijze van afdoening van de klacht. Tevens informeert de commissie de werkgever binnen twee weken, dat een klacht is ontvangen. Indien de klacht rechtstreeks bij de commissie is ingediend bevat de melding aan de werkgever geen persoonsgegevens van klager, beklaagde of getuigen. 6.Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen, maar kunnen ondersteuning bieden aan (een) andere niet-anonieme klacht(en). Artikel5.In behandeling nemen van de klacht 1.De werkgever verstrekt op verzoek alle op de klacht betrekking hebbende gegevens, waaronder deze klachtenregeling, de contact- en functiegegevens van klager en aangeklaagde en een overzicht van de reeds geproduceerde stukken met betrekking tot de klacht. 2.De commissie neemt een klacht niet in behandeling indien verplichte stappen uit deze klachtenprocedure niet zijn doorlopen. 3.De commissie verklaart de klacht niet ontvankelijk indien deze niet valt binnen de begripsbepalingen van artikel 1 onder d, e, f, g, h, i en j van deze regeling, 4.Ingeval lid 2 van toepassing is brengt de commissie klager- en in geval lid 3 van toepassing is klager en het bevoegd gezag binnen twee weken na ontvangst van de klacht schriftelijk op de hoogte van het niet in behandeling nemen (lid 2) of de niet ontvankelijkheid (lid 3) van de klacht. 5.De commissie kan de klacht voorts niet in behandeling nemen indien: de klacht niet binnen een redelijke termijn nadat het ongewenste gedrag heeft plaatsgevonden aan de commissie is voorgelegd; er sprake is van een uitzondering als bedoeld in artikel 9:8 lid 1 en 2 Awb; wanneer niet in voldoende mate voldaan is aan het bepaalde in artikel 4 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.