Onderzoeksprotocol rekenkamercommissie gemeente Olst-WijheDe rekenkamercommissie van Olst-Wijhe, Gelet op artikel 11, eerste lid, van de Verordening gemeentelijke rekenkamercommissie, besluit vast te stellen het Onderzoeksprotocol rekenkamercommissie Olst-Wijhe, 1.Inleiding Taken en doelstellingDe rekenkamercommissie van de gemeente Olst-Wijhe bestaat uit twee externe leden en uit twee raadsleden. De rekenkamercommissie wordt ondersteund door een secretaris. De taak van de rekenkamercommissie is het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur op drie onderdelen: rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving? doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid efficiënt verlopen? doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald? Hiertoe voert de rekenkamercommissie onderzoek uit. Het doel van deze onderzoeken is inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente en waar nodig het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. OnderzoeksprotocolIn dit onderzoeksprotocol beschrijft de rekenkamercommissie de richtlijnen die zij hanteert bij de uitvoering van haar onderzoek. Het doel van dit protocol is om waarborg te bieden voor de kwaliteit van de onderzoeken van de commissie en voor een goed verloop van het onderzoeksproces. Daarnaast wil de rekenkamercommissie met dit protocol inzicht verschaffen in de werkwijze van de rekenkamercommissie en hierdoor bijdragen aan de transparante sfeer waarbinnen de rekenkamercommissie haar taken wil uitoefenen. Bij de samenstelling van dit protocol is gebruik gemaakt van de handreiking onderzoek die is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Dit protocol is geen statisch document; de toekomstige ontwikkeling van het lokale rekenkamerwerk kan aanleiding zijn om dit protocol op onderdelen te herzien. De rekenkamercommissie hanteert de volgende drie uitgangspunten bij haar onderzoek: zorgvuldigheid: validiteit en volledigheid bij de verzameling van de relevante feiten objectiviteit: objectieve en gedegen analyse van de feiten transparante oordeelsvorming: beoordeling van feiten aan de hand van een expliciet normenkader. MissieDe rekenkamercommissie wil door middel van haar onderzoeken een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het bestuur van de gemeente Olst-Wijhe, in het bijzonder doordat onderzoek van de rekenkamercommissie de controlerende rol van de gemeenteraad versterkt. 2.Onderwerpselectie Genereren onderzoeksonderwerpenDe rekenkamercommissie heeft een onafhankelijke positie binnen de gemeente. Dit betekent dat de rekenkamercommissie zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht. De gemeenteraad, maar ook derden, kunnen de rekenkamercommissie verzoeken om een bepaald onderwerp nader te onderzoeken. Alle inkomende verzoeken worden in de rekenkamercommissie besproken. De rekenkamercommissie beslist of deze verzoeken worden gehonoreerd. Op verzoeken van de raad zal ingevolge de verordening op de rekenkamercommissie altijd een reactie volgen. Indien nodig kan de verzoeker van een onderzoek worden uitgenodigd door de commissie om zijn verzoek nader toe te lichten. De rekenkamercommissie laat zich bij haar keuze van onderwerpen niet alleen leiden door verzoeken van derden, maar houdt ook zelf bij wat er aan thema’s speelt binnen de gemeente. Hiervoor maakt de rekenkamercommissie gebruik van officiële stukken zoals raadsstukken, B&W-stukken, de begroting en jaarrekening en eventuele commissiestukken. Verder hanteert de commissie andere bronnen, zoals plaatselijk verschijnende kranten, vakbladen en oriënteert de rekenkamercommissie zich op het werk van andere rekenkamer(commissie)s in het land. De rekenkamercommissie houdt een groslijst van onderwerpen bij. Niet alle onderwerpen zullen zich lenen voor een uitgebreid rekenkameronderzoek zoals beschreven in dit protocol. In sommige gevallen kan worden bekeken of de onderzoeksvraag op andere wijze door de rekenkamercommissie kan worden beantwoord, bijvoorbeeld in de vorm van een korte analyse. SelectiecriteriaIn zijn algemeenheid geldt dat de rekenkamercommissie bij de keuze van haar onderwerpen een zo groot mogelijke bijdrage aan de missie en doelstelling van de rekenkamercommissie beoogt, voor zover de onderzoekscapaciteit dit toelaat. Meer specifiek hanteert de rekenkamercommissie de volgende criteria: naar gelang het financiële belang van een onderwerp; naar gelang het maatschappelijke belang van een onderwerp; naar gelang de twijfel met betrekking tot de uitvoering van een onderwerp; naar gelang de mate van risico m.b.t. doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid; naar gelang het geschikt is als rekenkameronderzoek Verder houdt de rekenkamercommissie er rekening mee dat de onderzoeken complementair zijn aan door anderen gedane onderzoeken en dat er diversiteit ontstaat in de keuzes wat betreft de aard van de onderwerpen en de te onderzoeken beleidsvelden. 3.Onderzoeksopzet en aankondiging Nadat de rekenkamercommissie een onderzoeksonderwerp heeft bepaald, stelt de commissie een onderzoeksopzet vast. De rekenkamercommissie verricht hiervoor vooronderzoek in de vorm van de analyse van relevante documenten en literatuur. Indien nodig kan de rekenkamercommissie besluiten om een aantal oriënterende gesprekken met sleutelpersonen te voeren. De onderzoeksopzet omvat in elk geval de volgende onderdelen: A Wat willen we bereiken?Aanleiding en achtergronden onderzoeksvraag Doel van het onderzoek B Wat willen we wetenCentrale vraagstelling en deelvragen Omschrijving normenkader C Hoe komen we dat te wetenGlobale onderzoeksopzet: keuze onderzoeksinstrumenten Organisatie: tijdpad, eventuele inhuur benodigde expertise en kosten De definitieve onderzoeksopzet wordt ter kennisneming toegezonden aan de raad, inclusief de raadsgriffier, het college en de gemeentesecretaris. Daarbij wordt ook aangegeven – indien reeds bekend - wie het onderzoek zal uitvoeren. De definitieve onderzoeksopzet vormt het uitgangspunt voor het onderzoek. Tegelijkertijd wenst de rekenkamercommissie een zekere flexibiliteit te behouden. Gaandeweg het onderzoek kan duidelijk worden dat het niet (meer) mogelijk of niet (meer) opportuun is de onderzoeksopzet in de bestaande vorm uit te voeren. De rekenkamercommissie behoudt zich het recht voor de onderzoeksopzet aan te passen. Wanneer er substantiële wijzigingen in de onderzoeksopzet worden aangebracht, zal dit worden meegedeeld aan de raad, het college en de gemeentesecretaris. 4.Start van het onderzoek De secretaris is het primaire aanspreekpunt voor de dagelijkse voortgang van het onderzoek. Schematisch zal een onderzoek er vaak als volgt uitzien: dossierstudie; interviews; experts raadplegen; concept rapport; hoor en wederhoor; definitief rapport. Aan een onderzoek gaat vooraf, afhankelijk van het onderzoeksonderwerp, een gesprek met de gemeentesecretaris. In dit gesprek zullen de voorzitter, de griffier en de secretaris van de rekenkamercommissie een toelichting geven op de onderzoeksaanpak. De gemeentesecretaris kan desgewenst medewerkers, waarvan hij het nuttig acht dat zij ook op de hoogte zijn van het onderzoek, voor dit gesprek uitnodigen. De rekenkamercommissie zal de gemeentesecretaris vragen om een contactpersoon voor het onderzoek aan te wijzen. In het startgesprek worden over en weer afspraken gemaakt over de procedure en de planning van het onderzoek, de wijze waarop met gegevens wordt omgegaan, hoe de rekenkamercommissie de door haar benodigde informatie van de betrokken sector zo snel mogelijk kan verkrijgen en hoe de belasting van de organisatie-eenheid door het onderzoek zoveel mogelijk kan worden beperkt. 5.Samenwerking met externen De rekenkamercommissie kan extern ondersteuning zoeken voor de uitvoering van het onderzoek. De ondersteuning kan op diverse manieren worden geregeld: Een professioneel onderzoeksbureau; Stagiaires van hogeschool of universiteit, al of niet extern gecoördineerd; Ambtenaren van andere gemeenten; Andere door de rekenkamercommissie adequaat geachte uitwerkingen. Indien een extern professioneel bureau in de arm wordt genomen, zal zo mogelijk meer dan één onderzoeksbureau worden benaderd om aan de hand van de onderzoeksopzet een offerte uit te werken. De bureaus ontvangen bij de offerteaanvraag het onderzoeksprotocol van de rekenkamercommissie met het verzoek in hun offerte rekening te houden met de werkwijze van de rekenkamercommissie. De/het bureau(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.