← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van Bergen op Zoom houdende de Bouwverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom (Bergen op Zoom)

Verordening van de gemeenteraad van Bergen op Zoom houdende de Bouwverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom De raad van de gemeente Bergen op Zoom, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van gelet op besluit vast te stellen de Bouwverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom HOOFDSTUK1Inleidende bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen

  1. In deze verordening wordt verstaan onder: - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; - NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.
  2. In deze verordening wordt verder verstaan onder: - bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet; - omgevingsvergunning voor het bouwen: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel1.2Termijnen (vervallen) Artikel1.3Indeling van het gebied van de gemeente 1 Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente: a het gebied binnen de bebouwde kom; b het gebied buiten de bebouwde kom. 2 Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven. HOOFDSTUK2Omgevingsvergunning voor het bouwen Paragraaf1Gegevens en bescheiden Artikel2.1.1Aanvraag bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.2In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen) Artikel2.1.3Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen) Artikel2.1.4Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (vervallen) Artikel2.1.5Bodemonderzoek
  3. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, uitgave 2009, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1 b. (Vervallen); c. de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in het geval dat de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging en voor de beoordeling van de ernst van deze verontreiniging een nader onderzoek, als bedoeld in het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), onontkoombaar is. d. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave
  4. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit omgevingsrecht, artikelen 2 en 3 van bijlage II.
  5. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
  6. Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 2.4, onder d van de Regeling omgevingsrecht toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 2.23 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, uitgave 2009 niet rechtvaardigen.
  7. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen. Artikel2.1.6Overige gegevens en bescheiden behorende bij een aanvraag om bouwvergunning (vervallen) Artikel2.1.7Bouwregistratie (vervallen) Artikel2.1.8Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen) Paragraaf2Behandeling van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen Artikel2.2.1Ontvangst van de aanvraag (vervallen) Artikel2.2.2Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen) Artikel2.2.3Bekendmaking van termijnen (vervallen) Artikel2.2.4In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen) Artikel2.2.5In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen) Artikel2.2.6Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen) Paragraaf3Welstandstoetsing Artikel2.3.1Welstandscriteria (vervallen) Paragraaf4Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond Artikel2.4.1Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voor zover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk: a. waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; b. voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist; en c.
  8. dat de grond raakt, of
  9. waarvan het bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd. Artikel2.4.2Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht , kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. Paragraaf5Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen (vervallen) Artikel2.5.2Anti-cumulatiebepaling Terrein dat voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen in aanmerking moet worden genomen mag niet nog eens bij de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor een ander bouwwerk in aanmerking worden genomen. Artikel2.5.3Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer (vervallen) Artikel2.5.3ABrandweeringang (vervallen) Artikel2.5.4Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen) Artikel2.5.5Ligging van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.6Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.7Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.8Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.9Bouwen op de weg (vervallen) Artikel2.5.10Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken (vervallen) Artikel2.5.11Ligging achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.13Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.14Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.15Erf bij overige gebouwen (vervallen) Artikel2.5.16Erf bij overige gebouwen (vervallen) Artikel2.5.17Ruimte tussen bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.18Erf- en terreinafscheidingen (vervallen) Artikel2.5.19Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen (vervallen) Artikel2.5.20Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.21Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.22Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn (vervallen) Artikel2.5.23Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (vervallen) Artikel2.5.24Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.25Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen (vervallen) Artikel2.5.26Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken (vervallen) Artikel2.5.27Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte (vervallen) Artikel2.5.28Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte (vervallen) Artikel2.5.29Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid (vervallen) Artikel2.5.30Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (vervallen) Paragraaf6Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Paragraaf7Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen Artikel2.7.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel2.7.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel2.7.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel2.7.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel2.7.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen) Artikel2.7.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen) HOOFDSTUK3De melding Artikel3.1De wijze van melden (vervallen) Artikel3.2Welstandscriteria (vervallen) HOOFDSTUK4Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk Artikel4.1Intrekking omgevingsvergunning voor het bouwen bij niet-tijdige start of tussentijdse staking (vervallen) Artikel4.2Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel4.3Wijzigingen in gegevens bouwregistratie (vervallen) Artikel4.4Het uitzetten van de bouw (vervallen) Artikel4.5Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.6Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (vervallen) Artikel4.7Bemalen van bouwputten (vervallen) Artikel4.8Veiligheid op het bouwterrein (vervallen) Artikel4.9Afscheiding van het bouwterrein (vervallen) Artikel4.10Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (vervallen) Artikel4.11Bouwafval (vervallen) Artikel4.12Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen) Artikel4.13Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen) Artikel4.14Verbod tot ingebruikneming (vervallen) HOOFDSTUK5Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte Paragraaf1Staat van open erven en terreinen Artikel5.1.1Staat van onderhoud van open erven en terreinen (vervallen) Artikel5.1.2Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer (vervallen) Artikel5.1.3Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen) Paragraaf2Staat van brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen Artikel5.2.1Voorschriften inzake brandveiligheidsinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen) Artikel5.2.2Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen) Artikel5.2.3Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in woongebouwen (vervallen) Artikel5.2.4Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen) Artikel5.2.5Aanwezigheid van brandveiligheidsinstallaties in kantoorgebouwen (vervallen) Paragraaf3Aansluiting op de nutsvoorzieningen Artikel5.3.1Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen) Artikel5.3.2Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen) Artikel5.3.3Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen) Artikel5.3.4Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.5Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen) Artikel5.3.6Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen) Artikel5.3.7Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel5.4.1Preventie (vervallen) HOOFDSTUK6Brandveilig gebruik (Vervallen) HOOFDSTUK7Overige gebruiksbepalingen Paragraaf 1 Overbevolking Artikel7.1.1Overbevolking van woningen (vervallen) Artikel7.1.2Overbevolking van woonwagens en woonketen (vervallen) Paragraaf2Staken van het gebruik Artikel7.2.1Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (vervallen) Artikel7.2.2Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (vervallen) Artikel7.2.3Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen) Paragraaf3Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen Artikel 7.3.1 Er wordt niet afgeweken van het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Artikel7.3.2Hinder (vervallen) Paragraaf4Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid Artikel7.4.1Preventie (vervallen) Paragraaf5Watergebruik Artikel7.5.1Verboden gebruik van water (vervallen) Paragraaf6Installaties Artikel7.6.1Gebruiksgereed houden van installaties (vervallen) HOOFDSTUK8Slopen Paragraaf1Omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.1.1Omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.2Aanvraag sloopvergunning (vervallen) Artikel8.1.3In behandeling nemen (vervallen) Artikel8.1.4Termijn van beslissing (vervallen) Artikel8.1.5Samenloop van slopen en bouwen (vervallen) Artikel8.1.6Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.1.7Intrekking Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf2Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen Artikel8.2.1Sloopmelding (vervallen) Artikel8.2.2Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Paragraaf3Verplichtingen tijdens het slopen Artikel8.3.1Veiligheid op sloopterrein (vervallen) Artikel8.3.2Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen) Artikel8.3.3Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen) Artikel8.3.4Plichten van degene die sloopt (vervallen) Artikel8.3.5Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (vervallen) Artikel8.3.6Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen) Paragraaf4Vrij slopen Artikel8.4.1Sloopafval algemeen (vervallen) HOOFDSTUK9Welstand Artikel9.1De advisering door de WelstandsMonumentenCommissie 1 De WelstandsMonumentenCommissie adviseert het bevoegd gezag over de welstandsaspecten van aanvragen: a. om omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, lid a, f, g, en h en artikel 2.2, lid 1 sub b, c, h en i van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. voor een aanwijzing van een onroerende zaak als monument; c. voor cultuurhistorische subsidies. 2 De WelstandsMonumentenCommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. 3 Waar “WelstandsMonumentenCommissie” staat, kan ook gelezen worden: ”Commissie Ruimtelijke Kwaliteit”. 4 Waar “welstandsnota” staat, kan ook gelezen worden “Nota ruimtelijke kwaliteit”. Artikel9.2Samenstelling van de WelstandsMonumentenCommissie
  10. De WelstandsMonumentenCommissie bestaat uit drie leden, te weten een voorzitter en twee leden, die deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie.
  11. Voor de voorzitter en de leden worden plaatsvervangers aangewezen die hen bij afwezigheid vervangen.
  12. De voorzitter en leden van de WelstandsMonumentenCommissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur.
  13. De WelstandsMonumentenCommissie wordt bijgestaan door een secretaris.
  14. Bij afwezigheid van de ambtelijk secretaris treedt diens vervanger op. Artikel9.3Benoeming ambtelijk secretaris
  15. De ambtelijk secretaris en diens plaatsvervanger wordt door burgemeester en wethouders benoemd voor een termijn van 3 jaar.
  16. De benoeming wordt elke drie jaar stilzwijgend verlengd.
  17. Bij uitdiensttreding van de ambtelijk secretaris eindig de benoeming van rechtswege. Artikel9.4Termijnen en wijze van advisering
  18. De WelstandsMonumentenCommissie brengt het advies over aanvragen als bedoeld in artikel 9.1 eerste lid onder a uit binnen drie weken nadat door of namens het bevoegd gezag daarom is verzocht.
  19. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek voor het uitbrengen van een advies aan de WelstandsMonumentenCommissie een langere termijn geven dan genoemd in lid 1 van dit artikel.
  20. De WelstandsMonumentenCommissie adviseert en motiveert haar advies schriftelijk.
  21. Het advies wordt door de ambtelijk secretaris en voorzitter ondertekend. Artikel9.5Openbaarheid Het reglement van orde van de WelstandsMonumentenCommissie bevat nadere regels over de openbaarheid. Artikel9.6Advies onder verantwoordelijkheid (vervallen) HOOFDSTUK10Overige administratieve bepalingen Artikel10.1De aanvraag om woonvergunning (vervallen) Artikel10.2De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen) Artikel10.3Overdragen vergunningen (vervallen) Artikel10.4Overdragen mededeling (vervallen) Artikel10.5Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen) Artikel10.6Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening – of in de bij deze verordening behorende bijlagen – wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. HOOFDSTUK11Handhaving Artikel11.1Stilleggen van de bouw (vervallen) Artikel11.2Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen) Artikel11.3Stilleggen van het slopen (vervallen) Artikel11.4Onderzoek naar een gebrek (Vervallen) HOOFDSTUK12Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel12.1Strafbare feiten (vervallen) Artikel12.2Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen) Artikel12.3Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (vervallen) Artikel12.4Overgangsbepaling (aanvragen om) gebruiksvergunning (vervallen) Artikel12.5Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen) Artikel12.5aOvergangsbepaling aanvraag om bouwvergunning Op een aanvraag om bouwvergunning, ontheffing of toestemming anderszins, die is ingediend vóór het tijdstip waarop deze wijzigingsverordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, zijn de bepalingen van de bouwverordening van toepassing, zoals die luidden vóór de onderhavige wijziging, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. Artikel12.6Slotbepaling 1 Deze verordening treedt in werking vanaf 1 november
  22. 2 Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt “Verordening tot 12e wijziging van de bouwverordening voor de gemeente Bergen op Zoom” zoals op 26 april 2012 is vastgesteld. 3 Deze verordening kan worden aangehaald als “Bouwverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom”. BIJLAGEN Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen 1 (vervallen) Artikel 1 De bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening 2 (Vervallen) Artikel 2 De bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen behorende gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening 3 (Vervallen) Artikel 3 Funderingsplan 4 (vervallen) Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens 5 (vervallen) Artikel 5 Bouwveiligheidsplan 6 (vervallen) Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen 7 (vervallen) Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen (vervallen) Toelichting bijlage 1 8 (vervallen) Hoofdlijnen van de jurisprudentie 9 (vervallen)Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning (Vervallen) Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken (Vervallen) Artikel 2 Verlichting/elektrische installatie Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties Bijlage 5 Toegestane hoeveelheid brandgevaarlijke stoffen (vervallen) Bijlage behorend bij artikel 6.2.2 (vervallen) Bijlage 6 Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen) Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 (vervallen) Bijlage 8 Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest (vervallen) Bijlage 9 Reglement van orde van de welstandscommissie Reglement van orde voor de WelstandsMonumentenCommissie van de gemeente Bergen op Zoom OPENBAARHEID Artikel 1 Vergaderdata en agenda
  23. De data, het tijdstip en de locatie van de vergadering van de WelstandsMonumentenCommissie worden bekendgemaakt via de gemeentelijke internetsite.
  24. De voorlopige agenda van de vergadering van de WelstandsMonumentenCommissie wordt geplaatst op gemeentelijke internetsite. Artikel 2 Openbaarheid Eenieder kan de vergaderingen van de WelstandsMonumentenCommissie bijwonen op de publieke tribune. Artikel 3 Spreekrecht 1 Voorafgaande aan de behandeling van een plan bestaat de mogelijkheid voor belanghebbenden gedurende maximaal vijf minuten in te spreken. De voorzitter kan een langere spreektijd toestaan en kan het aantal sprekers per bouwplan aan een maximum verbinden. 2 Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken moeten dit minimaal één dag voor de vergadering van de commissie aan het secretariaat kenbaar hebben gemaakt. Artikel 4 Verslag Van de vergadering van de WelstandsMonumentenCommissie wordt een verslag gemaakt. Het verslag van de behandeling van plannen is openbaar en wordt op geplaatst op de gemeentelijke internetsite. VERGADERORDE Artikel 5 Quorum De commissie kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste twee leden aanwezig zijn. Artikel 6 Mondelinge toelichting Planindieners en ontwerpers worden in de gelegenheid gesteld om de behandeling van hun plan bij te wonen en toe te lichten. De voorzitter bepaalt de spreektijd van planindieners en ontwerpers. De secretaris van de commissie draagt zorg voor het uitnodigen van planindieners en ontwerpers die dat wensen. Artikel 7 Onafhankelijkheid 1 Indien de commissie om advies wordt gevraagd over het ontwerp van een plan dat door één van haar leden is vervaardigd, of indien de onafhankelijke advisering door de commissie op een andere wijze in het geding kan zijn, zal het betreffende commissielid aan de beraadslaging noch aan de advisering over dat plan deelnemen noch daarbij aanwezig zijn. 2 Het ontwerp van het plan mag wel door het commissielid worden toegelicht zoals bedoeld in artikel 7 van dit reglement. Artikel 8 Stemming De commissie adviseert bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken heeft de voorzitter een beslissende stem. WELSTANDSADVIES: INHOUD EN MONDELINGE TOELICHTING Artikel 9 Inhoud welstandsadvies
  25. Het welstandsadvies is schriftelijk en gemotiveerd. Elk welstandsadvies bestaat in ieder geval uit: a. Een korte duiding van het plan en zijn omgeving; b. Een verwijzing naar de bij de beoordeling gebruikte welstandscriteria, indien de criteria van toepassing zijn, en een motivering; c. Het advies en de motivering daarvan indien het een negatief advies is.
  26. Bij een positieve advisering kan een expliciete motivering achterwege blijven, tenzij het bevoegd gezag daarom verzoekt, of indien er bezwaar tegen het bouwplan wordt ingediend.
  27. In het advies wordt, zover van toepassing, onderscheid gemaakt tussen het welstandsaspect en het monumentenaspect. Artikel 10 Toelichting op het welstandsadvies De planindiener en/of de ontwerper kan verzoeken om een mondelinge toelichting op het welstandsadvies. Deze toelichting wordt gegeven door de secretaris. Indien de planindiener of ontwerper vervolgens eventueel een nadere toelichting wenst, wordt een afspraak gemaakt met de commissie. SCHETSPLAN EN COLLEGIAAL OVERLEG Artikel 11 (Vervallen) KLACHTEN Artikel 12 Klachten over het functioneren van de commissie worden schriftelijk ingediend bij de commissie zelf. Als klager en commissie niet tot een oplossing komen kan de klager zijn klacht indienen bij burgemeester en wethouders. CITEERTITEL Artikel 13 Dit reglement wordt aangehaald als “Reglement van orde voor de WelstandsMonumentenCommissie van de gemeente Bergen op Zoom”. Bijlage 10 Tabel 2.6.1 (vervallen) Bijlage 11 Tabel 2.6.5 (vervallen) Bijlage 12 Tabel 2.6.8 (vervallen) Bijlage 13 Kaart bebouwde kom Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeente Bergen op Zoom van De griffier, De voorzitter,C.J.M. Terstappen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.