Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gaasterlân-Sleat; gelet op het gestelde in artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 3:1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst; gehoord de Commissie voor Georganiseerd Overleg; b e s l u i t : vast te stellen de volgende: “Bezoldigingsregeling gemeente Gaasterlân-Sleat”. Hoofdstuk1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn en/of hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, hierna ‘de medewerker’ te noemen; werkgever: gemeente Gaasterlân-Sleat salaris: het bedrag van de schaal dat aan de medewerker is toegekend of, als voor de betrekking een vast bedrag geldt, dit bedrag; uurloon: 1/156 gedeelte van het - zo nodig naar een volledige betrekking herberekende - salaris van de medewerker per maand; salarisschaal: Voor een functie of voor een aantal functies tezamen geldende opklimmende reeks van bedragen, opgenomen in IIa van de CAR-UWO; maximumsalaris: het hoogste bedrag van een salarisschaal; bezoldiging: het salaris, vermeerderd met het bedrag van de aan de medewerker toegekende vergoedingen en toelagen - niet zijnde onkostenvergoedingen -, plus het bedrag van de functioneringstoelage en de waarnemingstoelage; functiewaardering: het op systematische wijze naar zwaarte rangordenen van functies; volledige betrekking: een betrekking waarbij de arbeidsduur per jaar ten hoogste 1836 uur bedraagt en de formele arbeidsduur per week 36 uur bedraagt; passende arbeid: de arbeid die de medewerker redelijkerwijs kan worden opgedragen, gezien zijn arbeidsverleden, opleiding, aanwezige competenties en overige persoonlijke omstandigheden. functieschaal: de salarisschaal die aan de hand van een functiewaarderingssysteem voor het betreffende functieprofiel wordt vastgesteld. uitloopschaal: de salarisschaal volgend op de functieschaal. beoordeling: jaarlijks beoordeelt de leidinggevende de medewerker aan de hand van de wijze waarop deze zijn/haar feitelijke taken het betreffende jaar heeft uitgeoefend. Uitvoering van de beoordeling vindt plaats conform het ‘reglement personeelsbeoordeling’. Hoofdstuk2Salaris Artikel1Recht op salaris 1.Het recht op salaris start met ingang van de dag waarop de aanstelling van de medewerker ingaat. Als in het aanstellingsbesluit geen datum van ingang is vermeld, start het recht op salaris met ingang van de dag waarop de medewerker feitelijk in dienst is getreden. 2.Het recht op salaris eindigt, in geval van ontslag, met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat. Artikel2Gebroken tijdvakken en/of onvolledige betrekking 1.Als het salaris of een toelage moet worden berekend over een gedeelte van een maand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door het aantal kalenderdagen van die maand. 2.Het salaris van de medewerker met een onvolledige betrekking wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris dat voor hem zou gelden bij een volledige betrekking. Artikel3Functiewaardering 1.De waardering van alle bij de gemeente voorkomende functies wordt bepaald volgens de vastgestelde methode van functiewaardering in de regeling ‘organieke functiebeschrijvingen en –waardering gemeente Gaasterlân-Sleat’. 2.Uit de functiewaardering wordt voor elke organieke functie de salarisschaal vastgesteld, zoals opgenomen in bijlage IIa van de CAR-UWO. Artikel4Inschaling 1.Bij het bepalen van het salaris wordt rekening wordt gehouden met: De functiewaardering De overige in artikel 3.1.1 van de CAR-UWO bepaalde factoren waaronder: de verhoudingen op de arbeidsmarkt, leeftijd en ervaringsjaren van de medewerker. 2.Alleen bij het aanvaarden van passende arbeid of bij wijze van disciplinaire straf, zoals bedoeld in de CAR-UWO, kan zonder voorafgaand ontslag voor een medewerker een lagere salarisschaal gaan gelden. 3.Als de medewerker een functie vervult die na een functiewaardering in een lagere schaal wordt gewaardeerd, ontvangt de medewerker een garantietoelage ter grootte van het verschil tussen het salaris voor en na de functiewijziging. 4.Als de medewerker een hoger salarisperspectief had voordat de functiewaardering was uitgevoerd, wordt bij de bepaling van de hoogte van de garantietoelage daarmee periodiek rekening gehouden. Artikel5Periodieke verhoging van het salaris 1.Op basis van een positieve beoordeling wordt het salaris van de medewerker binnen de voor hem geldende salarisschaal verhoogd met één trede. 2.Op basis van een positieve beoordeling wordt het salaris van de medewerker die reeds het maximumsalaris van de voor hem geldende functieschaal heeft bereikt, verhoogd naar de uitloopschaal conform artikel 7, lid 1 van deze regeling. 3.Voor de medewerker, werkzaam in de functie van directeur-secretaris en directeur bedrijfsvoering is lid 2 niet van toepassing. 4.Uitvoering van lid 1 en 2 vindt voor de eerste keer plaats met ingang van de eerste dag van de maand waarin de aanstelling een jaar is verstreken en daarna telkens na een jaar. 5.Het tijdstip waarop als gevolg van het vorige lid voor de eerste keer een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd als daar volgens het oordeel van de directie aanleiding voor is. Artikel6Geen periodieke verhoging 1.Op basis van een negatieve beoordeling, conform de geldende regeling personeelsbeoordeling, kan worden bepaald dat voor de medewerker de in artikel 5 bedoelde salarisverhoging achterwege wordt gelaten. 2.Op basis van een volgende beoordeling kan achteraf worden bepaald dat de salarisverhoging, die door toepassing van het eerste lid niet is gegeven, al dan niet met terugwerkende kracht, alsnog wordt toegekend. 3.De beslissing tot toepassing van het eerste lid wordt de medewerker zo snel mogelijk, maar in elk geval voor de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk medegedeeld, onder vermelding van de redenen die tot de beslissing hebben geleid. Artikel7Salaris bij bevordering 1.Bij bevordering wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het naasthogere bedrag in die schaal. Het verschil tussen het nieuwe salaris en het oude salaris van de medewerker moet daarbij tenminste 75% bedragen van het verschil tussen het bedrag dat de medewerker als laatste ontving en het naasthogere bedrag in die oude schaal. Er wordt uitgegaan van het naastlagere bedrag in die oude schaal, als de medewerker in de oude schaal al in de maximale trede was ingeschaald. 2.Als de medewerker op hetzelfde moment zowel een bevordering als een periodieke verhoging ontvangt, wordt voor de bepaling van de nieuwe inschaling eerst de periodieke verhoging uitgevoerd en vervolgens de bevordering volgens lid 1 van dit artikel. Hoofdstuk3Instrumenten van flexibele beloning Artikel8Gratificatie 1.Als een medewerker een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd, kan aan hem een gratificatie als bedoeld in artikel 15:1:28 van de CAR-UWO worden toegekend. 2.Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie hebben geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend. 3.Aan de toekenning van de gratificatie genoemd in lid 1 en 2 dient een goede beoordeling ten grondslag te liggen. Artikel9Extra periodieke verhoging van het salaris 1.Aan de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende uitloopschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke salarisverhoging worden toegekend, die niet uitgaat boven het maximumsalaris, op grond van zeer goed of uitstekend functioneren. 2.Als lid 1 wordt toegepast, blijft de periodiekdatum zoals genoemd in artikel 5 lid 2 ongewijzigd, tenzij anders wordt besloten. 3.Toekenning van een extra periodieke verhoging vindt plaats op basis van een positieve beoordeling. Artikel10Persoonlijke toelage na bereiken maximum uitloopschaal 1.Aan een medewerker die het maximum van de voor hem geldende schaal heeft bereikt, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de CAR-UWO worden toegekend, als de medewerker gedurende meerdere jaren uitstekend heeft gefunctioneerd. Grondslag hiervoor zijn de beoordelingen van meerdere jaren. 2.De hoogte van de in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal 10% van het salaris van de medewerker met dien verstande dat de som van het salaris van de betrokken medewerker en de toelage het hoogste bedrag van de naast hogere salarisschaal niet overschrijdt. 3.De in het eerste lid bedoelde toelage wordt ingetrokken, als de redenen om de toelage toe te kennen niet meer aanwezig zijn, tenzij burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven. Artikel11Arbeidsmarkttoelage 1.Aan de medewerker kan vanwege werving of behoud een toelage worden toegekend. 2.De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een tijdvak dat tevoren is vastgesteld, maximaal voor de duur van drie jaar.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.