← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2011 (Veendam)

Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2011Nummer 671h/BBO De raad van de gemeente Veendam; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 november 2010; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing ende invordering van reclamebelasting 2011 luidende als volgt: Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel verstaat onder: Lichaam: elk van de lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301); Tussenpersoon: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in een vaste betrekking staat: Exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; Jaar: een kalender jaar; Kernwinkelgebied: het winkelgebied zoals dat op de bij deze verordening behorende overzichtskaart (WVD d.d. 03-11-2008, nr. GBS-788 gew dd. 16-11-2009 CCN) is aangeduid. Artikel2Voorwerp van de belasting en belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende overzichtskaart, een belasting geheven ter zake van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel3Belastingplicht

  1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg wordt aangetroffen.
  2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van een aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg, die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon.
  3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting ter zake van een aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg die is aangebracht door tussenkomst van een exploitant, geheven van die exploitant. Artikel4Maatstaf van heffing De reclamebelasting wordt geheven naar de maatstaf die is opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel5Tarief De reclamebelasting wordt geheven naar het tarief zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening en bijbehorende tarieventabel bepaalde. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing a.De reclamebelasting wordt geheven door middel van een aanslag. b.Het verschuldigde bedrag wordt in de aanslag vermeld. Artikel8Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg: Die zijn aangebracht of geplaatst ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer; Die minder dan 13 weken in de gemeente aanwezig zijn; Die zijn aangebracht op voorwerpen onder, op of boven voor de openbaren dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor precariobelasting verschuldigd is op de voet van de “Verordening precariobelasting”. Openbare aankondigingen door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De reclamebelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de geheven reclamebelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde reclamebelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
  4. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de reclamebelasting worden betaald in drie termijnen waarvan de eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens twee maanden later. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,--, doch minder is dan € 5.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen in afwijking van het eerste lid worden betaald in zoveel termijnen als er na de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reclamebelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel De verordening reclamebelasting 2010 van 14 december 2009, nummer 804i/BBO, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  5. Deze verordening wordt aangehaald als `Verordening reclamebelasting 2011”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
  6. De voorzitter, De griffier, A. Meijerman R. Brekveld Bijlage1Overzichtskaart Overzichtskaart (WVD d.d. 03-11-2008, nr. GBS-788 gew dd. 16-11-2009 CCN) van het winkelgebied. Als aangewezen gebied gelden de binnen de rode markerende streep gelegen objecten. Bijlage2Tarieventabel 2011 behorende bij de “Verordening reclamebelasting 2011” Het tarief bedraagt voor een vanaf de openbare weg zichtbare aankondiging, per jaar € 472,80 Behoort bij raadsbesluit van 13 december
  7. De griffier van Veendam, R.Brekveld

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.