artikel 1.8.6 van de tarieventabel ten behoeve van een rijks-, provinciale of gemeentedienst of van een waterschap. Op aanvraag, en uiterlijk drie maanden na aanvangsdatum van het evenement, worden geen leges geheven voor bepaalde activiteiten ten behoeve van evenementen van sociaal-culturele instellingen (zie begripsbepalingen art. 1) waarvan de opbrengsten aangewend worden om de continuïteit van de eigen activiteiten te waarborgen. De aanvrager van het evenement dient op het aanvraagformulier aan te geven dat de organisatie en het evenement voldoen aan deze voorwaarden. De in het tweede lid bedoelde vrijstelling geldt voor de volgende in de tarieventabel opgenomen bepalingen: Artikel 1.19 (aanvraag ontheffing geluidshinderverordening) Artikel 3.1.4 (aanvraag ontheffing als
artikel 35 Drank- en Horecawet) Artikel 3.2.1 (vergunning voor het houden van een evenement, art.3.1 en art.8.1 Evenementenverordening) Voor een ontheffing in de zin van artikel 4.5.2 APV (kamperen buiten kampeercentrum) Voor een vergunning in de zin van artikel 2.1.4.1 APV (loopwedstrijd / wielerwedstrijd) Op aanvraag, en uiterlijk drie maanden na aanvangsdatum van het evenement, worden geen leges geheven voor bepaalde activiteiten ten behoeve van evenementen georganiseerd door sociaal-culturele instellingen (zie begripsbepalingen art 1) naar rato van dat deel van de netto-opbrengst van het evenement dat naar een goed doel gaat. Hiertoe dient voorafgaand aan het evenement een lijst van commerciële deelnemers te worden overlegd en een beschrijving van het evenement èn een verklaring door de organisatie van het evenement overlegd te worden waaruit blijkt dat de gehele of gedeeltelijke netto-opbrengst naar de goede doelen zullen worden overgemaakt. De in het vierde lid bedoelde vrijstelling geldt voor de volgende in de tarieventabel opgenomen bepalingen: Artikel 1.19 (aanvraag ontheffing geluidshinderverordening) Artikel 3.1.4 (aanvraag ontheffing als
artikel 35 Drank- en Horecawet) Artikel 3.2.1 (vergunning voor het houden van een evenement, art.3.1 en art.8.1 Evenementenverordening). Voor een ontheffing in de zin van artikel 4.5.2 APV (kamperen buiten kampeercentrum) Voor een vergunning in de zin van artikel 2.1.4.1 APV (loopwedstrijd / wielerwedstrijd) Leges die betrekking hebben op activiteiten die plaatsvinden in het kader van campagnevoering voor verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen, worden niet geheven aan deelnemende partijen, mits deze activiteiten niet eerder dan 6 maanden vóór de betreffende verkiezingen plaatsvinden. De leges die betrekking hebben op art. 1.19.1 van de tarieventabel, worden niet geheven voor het organiseren van een betoging in de zin van artikel 2.1.2.2.APV. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als
artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals
artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt, met uitzondering van Titel 2, Hoofdstuk 3. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving
artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel9Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst kan worden verleend op een aanvraag als
artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:
artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als
artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, bedraagt: € 10,65 1.8.6 Het tarief voor het verstrekken van informatie uit Kadaster OnLine bedraagt: € 7,10 1.8.7 Het tarief voor een abonnement op lijsten van straatnamen en huisnummeringen bedraagt: € 302,65 1.8.8 Het tarief voor een abonnement op lijsten van ingeschreven bouwactiviteiten bedraagt: € 37,30 Hoofdstuk 10 en 11 maken geen deel uit van deze verordening en tarieventabel Hoofdstuk 12 Leegstandwet analoge aanvraag digitale aanvraag 1.12 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 1.12.1 tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als
artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet 1.12.1.1 voor één woning: € 210,90 € 191,75 1.12.1.2 voor 2 tot en met 10 woningen: € 626,55 € 569,60 1.12.1.3 voor 11 tot en met 25 woningen: € 720,55 € 655,05 1.12.1.4 voor 26 tot en met 50 woningen: € 767,50 € 697,75 1.12.1.5 voor meer dan 50 woningen: € 971,60 € 882,90 1.12.2 tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als
artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet € 195,75 € 178,00 Hoofdstuk 14 Markten analoge aanvraag digitale aanvraag 1.14.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een eerste c.q. nieuw verzoek om op de wachtlijst(en)/sollicitantenlijsten van gegadigde voor de dag- en weekmarkt(
artikel 30b van de Wet op de kansspelen en artikel 3 van het speelautomatenbesluit: 1.16.1.1 voor één kansspelautomaat, voor 4 jaar: (€ 56,50 per kalenderjaar) € 226,00 n.v.t. 1.16.1.2 voor iedere volgende kansspelautomaat voor 4 jaar: (€ 34,00 per kalenderjaar) € 136,00 n.v.t. 1.16.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als
artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) € 46,00 € 41,80 1.16.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning en tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als
artikel 2 van de vigerende Verordening speelautomatenhallen en speelautomaten Maastricht 2001, exclusief de aanwezigheidsvergunning, bedraagt de beschikking per jaar: € 1.354,35 n.v.t. 1.16.3.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een reeds verleende vergunning, als
1.16.3, bedraagt: € 227,80 n.v.t. 1.16.3.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een reeds verleende vergunning, als
1.16.3, die een wijziging van de leidinggevende(n) inhoudt, bedraagt voor de eerste leidinggevende: € 36,15 n.v.t. 1.16.3.3 voor iedere volgende leidinggevende: € 18,10 n.v.t. Hoofdstuk 17 Telecommunicatie analoge aanvraag digitale aanvraag 1.17.1 Het tarief ter zake het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent tijdstip, plaats en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als
artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet, c.q. een aanvraag als
artikel 4 en volgende van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016 gemeente Maastricht, bedraagt: € 371,50 € 337,75 1.17.2 Dit tarief wordt, indien het betreft werkzaamheden in tegel-, klinker- en sierbestratingen, alsmede gesloten verhardingen, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 1,55 € 1,40 1.17.3 Dit tarief wordt, indien het betreft werkzaamheden in bermen, groenstroken en dergelijke, voor zover de werkzaamheden plaatsvinden in of op openbare gemeentegrond, per strekkende meter sleuf verhoogd met: € 1,55 € 1,40 1.17.4 Dit tarief wordt, indien met betrekking tot een melding overleg moet plaatsvinden tussen gemeente, andere beheerders van openbare grond en de aanbieder van het netwerk, verhoogd met: € 123,80 € 112,55 1.17.5 De verwijderingsbijdrage als
artikel 13 lid 5 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren 2016 gemeente Maastricht bedraagt, per strekkende meter kabel: € 3,80 € 3,40 Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer analoge aanvraag digitale aanvraag 1.18.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om toepassing van artikel 9 van de Wegenwet (het onttrekken van een weg aan het openbaar verkeer) bedraagt: € 91,00 n.v.t. 1.18.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 van de gesloten-verklaring milieuzone, bedraagt: 1.18.2.1 voor een dagontheffing: € 28,35 n.v.t. 1.18.2.2 voor een ontheffing voor de duur van maximaal een kalenderjaar: € 283,50 n.v.t. 1.18.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om vergunning tot het plaatsen - ten behoeve van bouw-, onderhouds- en/of sloopwerk - van bouwmaterialen, werktuigen, keten, loodsen, (rol)steigers, schuttingen, (materiaal)containers e.d. bedraagt: € 92,60 € 84,20 1.18.3.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag die wordt ingediend binnen de formele aanvraag termijn bepaald in artikel 1.3 van de Algemene plaatselijke verordening en - na beoordeling van de ambtenaar - binnen een kortere periode getoetst en behandeld kunnen worden, bedraagt: 1.18.3.1.1 tussen 1 en 3 weken: € 141,70 € 128,80 1.18.3.1.2 binnen 1 week: € 190,75 € 173,45 1.18.3.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging of wijziging van een al verleende vergunning bedraagt: € 46,05 € 41,85 1.18.3.3 Indien het plaatsen van een opstal een (gedeeltelijke) wegafsluiting noodzaakt, worden bovenvermelde leges verhoogd met: € 54,80 n.v.t. 1.18.3.3 Bij het verzoek tot verlenging van een (gedeeltelijke) wegafsluiting: € 27,40 n.v.t. 1.18.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing op grond van het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, bedraagt: (vermeerderd met tarief genoemd in artikel 1.18.8 en 1.18.8 en 1,18.11 en 1.18.13) € 18,95 n.v.t. 1.18.5 Het tarief voor het in behandeling nemen en/of het verstrekken van een duplicaat van een ontheffing op grond van het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens in verband met een gewijzigd kenteken, verlies, vermissing of diefstal - per ontheffingsbewijs, bedraagt: € 18,95 n.v.t. 1.18.6 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van de Wegenverkeerswet voor het houden van oriëntatieritten, auto‑ rally's bedraagt: € 45,60 € 45,25 1.18.7 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 87 van het Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten, bedraagt per verzoek, per transport: € 55,20 n.v.t. 1.18.8 Het tarief van een ontheffingsbewijs bij een aanvraag van een ontheffing als
van RVV 1990 bedraagt per kalenderjaar: (Door het bevoegd gezag kan ontheffing worden verleend van de artikelen 3, eerste lid, 4, 5, eerste en tweede lid, 6, eerste, tweede en derde lid, 8, 10, 23, eerste lid, 24, 25, 26, 42, 43, 46, 53, 61b, alsmede artikel 62 voor zover het betreft de verkeerstekens C1, C2, C4, C6 tot en met C21, C22a, D2, D4 tot en met D7, E1 tot en met E3, F7 en de verkeerstekens genoemd in de artikelen 73, 76, 77, 78, 81 en 98 – waaronder blauwe zone) € 60,25 n.v.t. 1.18.9 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een parkeervergunning zoals
de vigerende Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen, bedraagt: (vermeerderd met het jaartarief vergunning ingevolge de voormelde verordening) € 18,95 n.v.t. 1.18.10 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een parkeervergunning bij een kentekenwijziging of tot het verlenen van een duplicaat als
de vigerende Verordening Parkeerregulering en Parkeerbelastingen ten gevolge van verlies, diefstal of vermissing, bedraagt: € 18,95 n.v.t. 1.18.11 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van een jaarontheffing voor 'kabelbedrijven' op grond van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 in combinatie met een jaarvergunning voor het parkeren op vergunninghoudersplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen als
de vigerende "Verordening Parkeerregulering en parkeerbelastingen" voor het verrichten van storingswerkzaamheden aan of op de openbare weg, bedraagt per kalenderjaar: € 498,90 n.v.t. 1.18.12 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag inzake exploitatie Toeristisch Vervoer Maastricht bedraagt: 1.18.12.1 voor gemotoriseerd vervoer: Jaarlijks vermeerderd met leges ontheffing RVV (cf vigerende Verordening). € 644,70 n.v.t. 1.18.12.2 voor ongemotoriseerd vervoer: Jaarlijks vermeerderd met leges ontheffing RVV (cf vigerende Verordening). € 399,15 n.v.t. 1.18.13 Het tarief voor het verlenen van een vergunning voor het laden en lossen op betaalde- en vergunninghoudersplaatsen met een maximale parkeerduur van 15 minuten bedraagt per kalenderjaar Maximaal 3 ontheffingen per hotel op grond van de nota “Parkeren bij Hotels”: Indien geen plaatsen beschikbaar en te beoordelen door gemeente, eventuele aanleg bij nacalculatie. € 767,50 n.v.t. 1.18.14 Het tarief voor de digitale bezoekersregeling bedraagt € 18,95 24,10 1.18.15 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 22, lid 1, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen bedraagt: € 191,35 n.v.t. 1.18.16 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verstrekking van een landelijke gehandicaptenkaart bedraagt, 1.18.16.1 in geval van een standaard, uitgebreid, verkort, afgebroken of vervallen geneeskundig onderzoek: het factuurbedrag onafhankelijke keuringsdienst, vermeerderd met de leges voor de behandeling: € 48,25 n.v.t. 1.18.16.2 zonder geneeskundig onderzoek de leges voor de behandeling: € 48,25 n.v.t. 1.18.17 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een individuele gehandicaptenparkeerplaats bedraagt, exclusief de kosten voor de aanleg van deze plaats: € 266,50 n.v.t. 1.18.18 Het tarief voor het verstrekken van een landelijke gehandicaptenkaart c.q. duplicaat tengevolge van vermissing, diefstal of verlies bedraagt: € 27,25 n.v.t. Hoofdstuk 19 APV en Diversen analoge aanvraag digitale aanvraag Geluid 1.19.1 Het tarief voor een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 2 van de vigerende geluidhinderverordening gemeente Maastricht, bedraagt per dag, per locatie: € 145,70 € 132,50 met een maximum van: € 564,75 € 525,90 Terrassen 1.19.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een terras bedraagt per beschikking: € 123,70 € 112,45 1.19.2.1 Indien ter zake van de aanvraag van een vergunning voor het exploiteren van een terras advies van de welstandscommissie moet worden ingewonnen, wordt dit tarief verhoogd met: € 68,20 n.v.t. 1.19.2.2 Het tarief voor een verzoek voor het overschrijven van een terrasvergunning, gedurende de looptijd van bedoelde vergunning, van de geregistreerde exploitant naar de nieuwe exploitant bedraagt: € 39,60 € 36,00 Uitstallingsplan 1.19.3 Het tarief voor het in behandeling nemen van een initiatief uitstallingsplan cf. vigerend uitstallingenbeleid bedraagt: € 253,50 € 230,45 Ligplaatsen 1.19.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning zoals
de Verordening Woonschepen Zuid-Willemsvaart 2007 bedraagt: € 118,60 n.v.t. 1.19.4.1 Het tarief voor aanpassingen, toevoegingen en weigeringen in lopende vergunningen als
1.19.4 bedraagt: € 41,85 n.v.t. 1.19.4.2 Het tarief voor overschrijving van lopende vergunningen als
1.19.4 van de vergunninghouder naar rechtverkrijgende, bedraagt: € 41,85 n.v.t. Vuurwerk 1.19.5 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als
artikel 2.6.2 van de Algemene plaatselijke verordening (het aanwezig houden van vuurwerk voor particulieren) bedraagt per beschikking: € 484,35 € 436,00 Standplaatsen 1.19.6 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het geven van een beschikking voor het verkopen of te koop aanbieden aan de weg (vaste standplaats), als
artikel 5.2.3. van de Algemene plaatselijke verordening (inname standplaats), bedraagt: voor het eerste jaar € 198,00 € 179,95 1.19.6.1 Voor de verlenging: € 39,60 € 36,00 1.19.6.2 Voor het wijzigen van de vergunning: € 39,60 € 36,00 1.19.7 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor productinformatie en/of ideële groeperingen (incidentele standplaats), als
artikel 5.2.3. van de Algemene plaatselijke verordening (inname standplaats), bedraagt het tarief van de beschikking: € 39,60 € 36,00 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen 2.1.1.1 Onder de bouwkosten wordt in deze titel verstaan een raming van de bouwkosten exclusief BTW op basis van het product van de eenheidsprijzen voor het uit te voeren werk en de inhoud c.q. oppervlakte c.q. lengte van het bouwwerk, conform de door de heffingsambtenaar vast te stellen regeling vaststellen bouwkosten ten behoeve van de leges, die ter inzage ligt bij het GemeenteLoket. Voor bouwwerken die niet passen binnen het regime van vaststelling van bouwkosten op basis van de ‘Regeling vaststellen bouwkosten ten behoeve van de leges’ geldt de aannemingssom exclusief omzetbelasting,
paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) (zie bijlage 1 bij de Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2018), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen ten behoeve van de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, exclusief omzetbelasting, welke als bijlage deel uitmaakt van de door de gemeenteraad vastgestelde verordening (zie bijlage 2 bij de Legesverordening fysieke diensten Maastricht 2018). Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.1.1.2 Onder een bouwinitiatief/principeverzoek wordt verstaan een als zodanig door de verzoeker kenbaar gemaakt plan dat tenminste bestaat uit de bescheiden die nodig zijn voor het beoordelen van de (bouw)activiteit en dan met name op de onderdelen zoals
artikel 2.10, lid 1, sub c en d van de Wabo (bestemmingsplan en welstand). 2.1.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag/principeverzoek 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is 30% van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld. 2.2.2 Tot het beoordelen van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning/principeverzoek: 30% van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld. 2.2.2.1 Indien voor de behandeling van het onder 2.2.1. genoemde verzoek een advies of, op verzoek van de aanvrager een hernieuwd advies, wordt gevraagd van de welstandscommissie wordt het onder 2.2.1 genoemde tarief verhoogd met een overeenkomstig artikel 2.3.1.2 vastgesteld bedrag. 2.2.2.2 Indien binnen 26 weken na het verkrijgen van deze beoordeling een op basis van het ingediende bouwinitiatief/principeverzoek een aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, wordt: 90% van de op grond van artikel 2.2.2 betaalde leges daarmee verrekend. 2.2.3 In afwijking van 2.2.1 geldt voor het in behandeling nemen van een bouwinitiatief/principeverzoek tot het uitsluitend verkrijgen van een toets over bestemmingsplan en stedenbouwkundige bepalingen van de bouwverordening indien er geen sprake is van planologisch strijdig gebruik als
artikel 2.1, lid 1, sub c van de Wabo (schriftelijke verklaring geen strijd bestemmingsplan / bevestiging bestemming toegestaan), een tarief van: € 74,60 2.2.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van het vigerende bestemmingsplan in verband met het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor een met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan strijdige bouwactiviteit c.q. een verzoek de kaders of randvoorwaarden vast te stellen voor de herontwikkeling van een locatie in afwijking van het geldende bestemmingsplan bedraagt: € 2.413,05 2.2.5 Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot wijziging van het vigerende bestemmingsplan in verband met het voornemen een omgevingsvergunning aan te vragen voor een met de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan strijdige bouwactiviteit c.q. een verzoek de kaders of randvoorwaarden vast te stellen voor de herontwikkeling van een locatie in afwijking van het geldende bestemmingsplan in combinatie met toepassing van artikel 76a van de Wet geluidhinder, in verband met het inwinnen van een milieudeskundig advies en het toekennen van een hogere waarde, bedraagt: € 2.821,80 Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project bedraagt: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten Op andere wijze Digitaal via OLO 2.3.1.1 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen, per € 500: € 19,30 Geen differentiatie waarbij een minimum geldt van: € 171,50 € 119,10 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen: € 1.932,10 € 1.723,25 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 50.000 overstijgt: € 18,40 Geen differentiatie 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen: € 9.286,55 € 8.762,80 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 250.000 overstijgt: € 17,50 Geen differentiatie 2.3.1.1.4 indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen: € 18.033,60 € 16.986,05 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 500.000 overstijgt: € 16,70 Geen differentiatie 2.3.1.1.5 indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen: € 34.742,00 € 33.694,45 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 1.000.000 overstijgt: € 16,10 Geen differentiatie 2.3.1.1.6 indien de bouwkosten € 2.500.000 tot € 5.000.000 bedragen: € 82.981,70 € 81.934,15 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 2.500.000 overstijgt: € 15,45 Geen differentiatie 2.3.1.1.7 indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 10.000.000 bedragen: € 160.238,50 € 159.190,95 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 5.000.000 overstijgt: € 14,95 Geen differentiatie 2.3.1.1.8 indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen: € 310.038,15 € 308.990,60 vermeerderd met, voor elke € 500 waarmee het bedrag aan bouwkosten de € 10.000.000 overstijgt: € 14,70 Geen differentiatie Welstandstoets 2.3.1.2 Indien ter zake de aanvraag om vooroverleg, een principeverzoek of een omgevingsvergunning het inwinnen van een advies of op verzoek van de aanvrager een hernieuwd advies van de welstandscommissie of ambtelijke toetsing voor het onderdeel bouwactiviteiten en voor het onderdeel (onderhoud) monument en slopen als
artikel 2.1, eerste lid, onder a en / of f van de Wabo noodzakelijk is, wordt het onder 2.3.1.1 genoemde tarief per behandeling verhoogd met: 2.3.1.2.1 indien de bouwkosten minder dan € 50.000 bedragen: € 63,25 2.3.1.2.2 indien de bouwkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen: € 111,25 2.3.1.2.3 indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen: € 194,65 2.3.1.2.4 indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen: € 340,60 2.3.1.2.5 indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen: € 596,10 2.3.1.2.6 indien de bouwkosten € 2.500.000 tot € 5.000.000 bedragen: € 1.043,20 2.3.1.2.7 indien de bouwkosten € 5.000.000 tot € 10.000.000 bedragen: € 1.825,60 2.3.1.2.8 indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen: € 3.194,75 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 en 2.3.1.2 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 150% van de op grond van het betreffende onderdeel verschuldigde leges. Aanlegactiviteiten 2.3.2 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter zake een omgevingsvergunning als
art 2.1 lid 1 sub b van de Wabo (ten behoeve van een aanlegactiviteit) een bedrag van € 341,05 Planologisch strijdig gebruik ongeacht of er wel of geen sprake is van een bouwactiviteit 2.3.3 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, al dan niet in combinatie met een bouwactiviteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1, en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.3.1 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, van de Wabo (BEOORDELING afwijking) bedragen € 194,15 Verhoogd met: 2.3.3.2 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 1 van de Wabo (BEOORDELING binnenplanse afwijking) bedragen € 146,70 2.3.3.3 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 2 van de Wabo (BEOORDELING buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking) bedragen: € 293,35 2.3.3.3.1 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten minder dan € 500.000: € 4.430,80 2.3.3.3.2 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000: € 6.210,95 2.3.3.3.3 juncto art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (BEOORDELING projectbesluit) bedragen: bouwkosten en/of aanlegkosten meer dan € 2.000.000: € 8.874,55 2.3.3.4 De leges voor het in behandeling nemen van een verzoek om planologische toets, om te beoordelen of het gebruik ten behoeve van woningsplitsing en/of kamerverhuur past binnen de voorschriften van het bestemmingsplan, een bedrag van per locatie. € 160,25 Beoordeling aanvullende gegevens analoge aanvraag digitale aanvraag 2.3.4 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen: € 46,00 € 41,80 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid 2.3.5 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, 2.3.5.1 voor het ingebruiknemen van een bouwwerk in de zin van artikel 2.2, lid 1 sub a Besluit omgevingsrecht, 2.3.5.1.1 tot maximaal 50 personen: € 3.180,90 2.3.5.1.2 voor meer dan 50 personen: € 5.160,70 2.3.5.2 voor het ingebruiknemen van een bouwwerk in de zin van artikel 2.2, lid 1 sub b Besluit omgevingsrecht, 2.3.5.2.1 tot maximaal 100 personen: € 3.180,90 2.3.5.2.2 voor meer dan 100 personen: € 5.160,70 2.3.5.3 Indien de aanvraag zoals
2.3.5 gelijktijdig met een aanvraag om een omgevingsvergunning als
artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo wordt gedaan (samenloop bouwactiviteit), wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met: 75% 2.3.5.4.1 Indien bij de oplevering van de bouwwerkzaamheden blijkt dat het gebruik van een verleende omgevingsvergunning in marginale zin afwijkt: - uitgangspunten blijven gehandhaafd, - indeling en gebruik veranderen niet wezenlijk (minder dan 10%) - compartimentering en brandveiligheidsinstallaties wijzigen niet in concept, - gelijkwaardigheidsprincipe wijzigt niet, en - bij administratieve wijzigingen, en derhalve een nieuwe omgevingsvergunning moet worden verleend, wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met: 80% 2.3.5.4.2 Indien het gebruik van de verleende omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als
artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt het in artikel 2.3.5 genoemde tarief verminderd met: 60% 2.3.5.4.3 Het tarief voor een aanvraag zoals
2.5.1 en 2.5.2, die niet rechtstreeks voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 6 en 7 van het Bouwbesluit 2012 en dus uitsluitend kan worden verleend op basis van artikel 1.3 van het Bouwbesluit 2012 (gelijkwaardigheid), wordt vermeerderd met: 50% 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor onderhoudswerkzaamheden betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 74,60 2.3.6.2 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, waarvoor de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed geen afzonderlijk advies verstrekt, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 371,70 2.3.6.3 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als
artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo, waarvoor aan de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed een afzonderlijk advies verstrekt, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 1.099,30 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.6.4 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.6.1, 2.3.6.2 en 2.3.6.3 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit met betrekking tot een beschermd monument: Van de op grond van het betreffende onderdeel verschuldigde leges. 150% Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald,
artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 203,10 2.3.7.1 Indien het slopen waarvoor een omgevingsvergunning (sloopactiviteit) wordt gevraagd tevens vergunningplichtig is ingevolge art. 2.1 lid 1 sub f, g en h van de Wabo wordt het onder 2.3.6.1 tot en met 2.3.6.3 genoemde tarief eenmalig verhoogd met een bedrag van € 203,10 2.3.8 Uitweg/inrit 2.3.8.1 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 184,80 Alarminstallatie 2.3.8.2 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, waarvoor ingevolge artikel 2.4.16 van de Algemene plaatselijke verordening (alarminstallaties) een vergunning of ontheffing is vereist, als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 28,75 Stookverbod 2.3.8.3 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verkrijgen van een ontheffing als
artikel 5.5.1, derde lid van de Algemene plaatselijke verordening (verbod vuur te stoken), bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 63,80 2.3.9 Kappen 2.3.9.1 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van de Bomenverordening een vergunning is vereist, als
artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 54,90 2.3.9.2 Handelsreclame 2.3.9.2.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft het verkrijgen van een omgevingsvergunning als
artikel 2.2 lid 1 sub h van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 80,20 2.3.9.2.2 Indien ter zake de behandeling van een aanvraag als
2.3.10A.1 een advies van de welstandscommissie wordt ingewonnen, wordt het tarief in 2.3.10A.1 genoemde tarief verhoogd met: € 40,10 2.3.10 Projecten of handelingen in het kader van de Wet natuurbescherming (bescherming van een Natura 2000-gebied) 2.3.10.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied als
artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming, waarvoor Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg een verklaring van geen bedenkingen dient te geven of te weigeren ingevolge artikel 2.27, lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: 2.3.10.2 het van toepassing zijnde tarief zoals opgenomen in paragraaf 2.6 van de vigerende Tarieventabel behorende bij de vigerende Legesverordening van de Provincie Limburg inzake het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied als
artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming. Dit tarief bedraagt: 2.3.10.2.1 a. Landbouw en overige € 2.605,20 2.3.10.2.2 b. Industrie € 12.941,10 2.3.10.2.3 c. Infrastructuur € 19.403,75 Voor zover deze tarieven door Provinciale Staten van de Provincie Limburg zijn gewijzigd zijn de vigerende tarieven van kracht. 2.3.11 Leges in het kader van de Wet natuurbescherming worden niet geheven voor: 2.3.11.1 Het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning in het kader van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats of soorten in of nabij een Natura 2000-gebied betrekking hebbende op evenementen en het beheer van een Natura-gebied. Omgevingsvergunning in twee fasen 2.3.12 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als
artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.12.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.12.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.13 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.13.1 Voor het opstellen van een Programma van Eisen en/of opstellen van een Plan van Aanpak € 660,00 2.3.13.2 Voor de beoordeling van een of meerdere archeologische rapportages € 800,00 2.3.14 Advies 2.3.14.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.14.2 Indien een begroting als
subonderdeel 2.3.14.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.15 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.15.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als
artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: € 196,05 2.3.15.1.1 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.15.1.2 Indien een begroting als
subsubonderdeel 2.3.15.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.16 Duurzame voorzieningen 2.3.16.1 Onder het begrip 'duurzame voorziening' wordt verstaan: - het plaatsen van isolerend glas; - het plaatsen van een collector voor warmteopwekking; - het plaatsen van een collector voor elektriciteitsopwekking. 2.3.16.2 Voor het treffen van duurzame voorzieningen aan gebouwen worden geen leges bouwactiviteiten zoals
2.3.1.1 geheven. Hoofdstuk 4 Vermindering (vervallen) Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.1.1 Als een aanvrager zijn aanvraag ter zake een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als
de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat op verzoek van de aanvrager aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% 2.5.1.1.1 van de op grond van artikelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7 verschuldigde leges, en: 100% 2.5.1.1.2 Voor de op grond van de artikelen 2.1.3 t/m 2.1.9 verschuldigde leges, voor zover ter zake de aanvraag een of meer van de in deze artikelen genoemde procedures zijn gevolgd, wordt geen teruggaaf verleend. 2.5.1.2 Indien voor afgifte van een omgevingsvergunning als
art. 2.1 lid 1 sub d van de Wabo de aanvraag ter zake de omgevingsvergunning wordt ingetrokken wordt op een desbetreffend verzoek van de aanvrager: 50% van de op grond van art. 2.3.5 verschuldigde leges aan de aanvrager gerestitueerd. 2.5.1.3 Indien voor afgifte van een omgevingsvergunning als
art. 2.3.8.1 de aanvraag ter zake de omgevingsvergunning wordt ingetrokken wordt op een desbetreffend verzoek van de aanvrager 70% van de op grond van art. 2.3.5 verschuldigde leges aan de aanvrager gerestitueerd. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten 2.5.2.1 Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-activiteiten als
de onderdelen 2.3.1.1, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, dan wel op grond van het feit dat niet binnen de in art. 2.33 lid 2 sub a van de Wabo gestelde termijn na het verlenen van de omgevingsvergunning een aanvang met de bouwwerkzaamheden is gemaakt, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen twee jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-activiteiten als
de onderdelen 2.3.1.1, weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3.2 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit activiteiten als
onderdeel 2.3.8.2 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 70% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3.3 Onder een weigering
onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen 2.5.4.1 Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.14 en 2.3.15 wordt geen teruggaaf verleend. 2.5.5 Teruggaaf leges bij melden start en gereedmelding 2.5.5.1 Indien de vergunninghouder op de voorgeschreven wijze voldoet aan de verplichting om de start van de werkzaamheden alsmede de ingebruikname van het bouwwerk te melden, vindt er ten aanzien van de reeds betaalde leges een teruggaaf plaats van: € 10,65 2.5.6 Restitutiebepaling bij weigering omgevingsvergunning Wet natuurbescherming 2.5.6.1 Indien een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de Gemeente wordt geweigerd, als gevolg van het weigeren van een verklaring van geen bedenkingen met betrekking tot dit onderdeel door Gedeputeerde Staten van de Provincie Limburg, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van: 75% van de geheven leges van de aanvrager. 2.5.7 Restitutie bij intrekking aanvraag Wet natuurbescherming 2.5.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning, die voorziet in projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied, door de aanvrager wordt ingetrokken alvorens daarop door de Gemeente is beschikt, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager als volgt plaats: 2.5.7.1.1 indien het verzoek tot intrekking is gedaan binnen zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie door de Gemeente aan de aanvrager plaats van 50% van de geheven leges van de aanvrager. 2.5.7.1.2 indien het verzoek tot intrekking is gedaan zes maanden na datum van ontvangst van de aanvraag bij de Gemeente, vindt restitutie plaats door de Gemeente aan de aanvrager 25% van de geheven leges van de aanvrager. 2.5.8 Tarief als gevolg van het buiten behandeling laten van de aanvraag om een omgevingsvergunning 2.5.8.1 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals
hoofdstuk 3 van titel 2 op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling wordt gelaten, bedraagt het verschuldigde tarief: € 250 2.5.8.2 In afwijking van het gestelde in artikel 2.5.8.1: wanneer het tarief lager is dan € 250,00 is dat lagere tarief verschuldigd. 2.5.9 Tarief als gevolg van gebleken vergunningsvrije activiteit 2.5.9.1 Als bij de behandeling van een aanvraag om omgevingsvergunning blijkt dat de activiteit in zijn geheel vergunningsvrij kan worden uitgevoerd, bedraagt het verschuldigde tarief: € 100 Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning (vervallen) Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Indien de aanvraag ter zake een omgevingsvergunning die betrekking heeft op het bouwen in afwijking van een verleende omgevingsvergunning, het bouwwerk waarvoor vergunning is verleend nog niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.12 van de bouwverordening gereed is gemeld en nog niet in gebruik is genomen, wordt, voor zover van toepassing, het bedrag van de leges overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.1.1 vastgesteld, met dien verstande dat als bouwkosten gelden de bouwkosten van het bouwplan waarop de aanvraag betrekking heeft verminderd met de bouwkosten van het bouwplan waarvoor vergunning is verleend. Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat in feite van een nieuw bouwplan moet worden gesproken. Van een nieuw bouwplan is in ieder geval sprake indien de gevraagde omgevingsvergunning niet kan worden verleend dan nadat ontheffing is verleend van planologische bepalingen, of indien ter zake de bouwactiviteit tevens een vergunning is vereist als
artikel 2.1 lid 1 sub f van de Wabo (monumenten). Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als
artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening 2.8.1.1 (bouw)kosten minder dan € 500.000: € 7.806,25 2.8.1.2 (bouw)kosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000: € 9.586,40 2.8.1.3 (bouw)kosten meer dan € 2.000.000: € 12.249,95 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als
2.8.2.1 (bouw)kosten minder dan € 500.000: € 4.641,55 2.8.2.2 (bouw)kosten vanaf € 500.000 tot € 2.000.000: € 5.828,30 2.8.2.3 (bouw)kosten meer dan € 2.000.000: € 6.446,71 € 6.888,30 Hoofdstuk 9 Bouwvergunning eerste of tweede fase op grond van oude wetgeving (vervallen) Hoofdstuk 10 Overig 2.10.1 Indien uit hoofde van enig voorschrift publicatie en/of tervisielegging nodig is, wordt voor het publiceren en ter visie leggen van een activiteit het voor die activiteit geldende tarief eenmalig verhoogd met: € 123,00 2.10.2 Voor het in behandeling nemen van een melding tot wijziging van de tenaamstelling van een vergunning, als
artikel 2.25 lid 2 Wabo, een bedrag van € 21,10 2.10.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 41,85 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1 Horeca 3.1 Het tarief bedraagt voor: analoge aanvraag digitale aanvraag 3.1.1 het in behandeling nemen van een aanvraag ter zake een vergunning op grond van artikel 3 (en, indien van toepassing, artikel 4) van de Drank- en Horecawet per beschikking op aanvraag: Het tarief is ook verschuldigd wanneer de beschikking een weigering betreft, ook wanneer een weigering voorvloeit uit het niet tijdig aanleveren (conform door gemeente Maastricht gestelde termijn(en)) van bij de ontvangst van de aanvraag ontbrekende stukken. € 598,35 € 544,20 3.1.1.2 het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de DHW-vergunning van een leidinggevende 3.1.1.2.1 voor de eerste leidinggevende: € 138,15 € 125,60 3.1.1.2.2 voor iedere volgende leidinggevende: € 46,00 € 41,85 3.1.2 het in behandeling nemen van een aanvraag ter zake van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als
artikel 2.3.1.2 lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening (droge horecavergunning) bedraagt per beschikking op aanvraag: € 598,35 € 544,20 3.1.2.2 het in behandeling nemen van een aanvraag tot bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder: 3.1.2.2.1 voor de eerste leidinggevende: € 138,15 € 125,60 3.1.2.2.2 voor iedere volgende leidinggevende: € 46,00 € 41,85 tot een maximum van: € 506,55 € 460,50 3.1.3.3 voor het weigeren van een exploitatievergunning Droge Horeca (APV 2.3.1.2 lid 1) op grond van het bestemmingsplan € 138,15 € 125,60 3.1.4 het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als
artikel 35 van de Drank- en Horecawet: € 19,10 € 17,35 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten analoge aanvraag digitale aanvraag 3.2.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het houden van een evenement zoals
artikel 3.1 van de Evenementenverordening gemeente Maastricht 2016 (en zoals nadien gewijzigd), met inbegrip van de aanvragen voor het houden van een wedstrijd, niet zijnde de wedstrijden als
de WVW 1994, bedraagt per hieruit voortkomende beschikking: € 94,00 € 85,50 3.2.1.1 Indien de behandeling van een aanvraag voor het houden van een evenement een bezoekersaantal groter dan of gelijk aan 500 per dag en/of van drie dagen of meer betreft, bedraagt het tarief per beschikking: € 140,35 € 127,60 3.2.1.2 Het tarief voor de melding - en ná de melding, de annulering - van een evenement in gebouwen met een gebruiksvergunning, bedraagt per beschikking: € 76,65 € 69,70 3.2.1.3 Het tarief voor het wijzigen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor een reeds aangevraagd evenement, indien de aanvraag gewijzigd wordt gedurende de behandeling ervan, bedraagt per beschikking: € 94,00 € 85,50 3.2.1.4 Het tarief voor een vergunning voor wielertoertochten en/of wielerwedstrijden bedraagt per beschikking: € 49,75 € 45,25 3.2.1.5 Eenmalige bijdrage, indien uitvoeringsregeling evenementen van toepassing is: € 39,70 n.v.t. Hoofdstuk 3 Seksbedrijven analoge aanvraag digitale aanvraag 3.3.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als
artikel 3.2.1, lid 1 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichtingenvergunning) bedraagt: € 690,75 € 627,90 3.3.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder bedraagt: 3.3.2.1 voor de eerste leidinggevende: € 138,15 € 125,60 3.3.2.2 voor iedere volgende leidinggevende: € 46,00 € 41,85 tot een maximum van: € 506,55 € 460,50 Hoofdstuk 4 Smart-, headshops analoge aanvraag digitale aanvraag 3.4.1 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning als
artikel 2.3.1a.2 van de Algemene plaatselijke verordening (Smart-, headshop) bedraagt: € 598,35 € 544,20 3.4.2 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot de bijschrijving op de vergunning van de bedrijfsleider en/of beheerder bedraagt: 3.4.2.1 voor de eerste leidinggevende: € 138,15 € 125,60 3.4.2.2 voor iedere volgende leidinggevende: € 46,00 € 41,85 tot een maximum van: € 506,55 € 460,50 3.4.3 voor het weigeren vaneen vergunning voor een smart/head/growshop als
artikel 2.3.1a.2 van de APV op grond van het bestemmingsplan € 138,15 € 125,60 Hoofdstuk 5 Beleidsregels / toetsingscriteria ontheffingen nachtzaken analoge aanvraag digitale aanvraag 3.5 Het tarief voor: 3.5.1 het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing voor het exploiteren van een nachtzaak voor een periode van vijf jaar, of het verlenen van een proefontheffing van 12 maanden, bedraagt: € 920,00 € 836,35 3.5.2 het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlengen van een proeftijd als
3.5.2, bedraagt: € 385,80 € 350,70 3.5.3 het in behandeling nemen van een aanvraag tot een aanpassing in de nachtontheffing, na een wijziging in de ondernemersvorm van de vergunninghouder in de zin van artikel 29, eerste lid, Drank- en horecawet, bedraagt: € 250,55 € 227,80 3.5.4 het in behandeling nemen van een aanvraag tot een verlenging van een vijfjarige vergunning van een nachtzaak, welke zonder nadere advisering en/of werkzaamheden zonder meer verlengd kan worden, bedraagt: € 250,55 € 227,80 Hoofdstuk 6 In titel 1 en 3 niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking analoge aanvraag digitale aanvraag 3.6 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking, bedraagt: € 46,00 € 41,80 Aldus besloten door de raad der gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 13 november
het eerste lid, indien deze niet reeds in het bestek is gedaan, en van elke wijziging of intrekking daarvan, onverwijld schriftelijk kennis aan de aannemer. Zolang en voor zover de opdrachtgever niet schriftelijk aan de aannemer van het tegendeel doet blijken, vertegenwoordigt de directie de opdrachtgever in alle zaken het werk betreffende. In de gevallen echter, waar in de UAV uitdrukkelijk de opdrachtgever is genoemd, is alleen deze bevoegd. Indien meer dan één persoon als directie is aangewezen, wordt ieder der aangewezen personen geacht de directie te vertegenwoordigen. De directie oefent het toezicht uit op de uitvoering van het werk en op de naleving van de overeenkomst. Personen, die zijn aangewezen om de directie bij te staan, binden deze in zoverre het tegendeel niet schriftelijk aan de aannemer is medegedeeld. De directie is bevoegd te bepalen, dat door haar aan te duiden werkzaamheden niet mogen worden uitgevoerd dan in tegenwoordigheid van de directie of van door haar aangewezen personen. Indien en zolang de opdrachtgever van zijn in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geen gebruik heeft gemaakt, treedt hij daar, waar in de UAV sprake is van de directie, in haar plaats. §
, tweede lid, dan wel de bouwstoffen of hulpmiddelen,
, derde lid, klaarblijkelijk zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat de aannemer in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou handelen door zonder de directie daarop te wijzen tot uitvoering van het desbetreffende onderdeel van het werk over te gaan, is hij voor de schadelijke gevolgen van zijn verzuim aansprakelijk. Het in dit lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de in § 5, vierde lid, en deze paragraaf, zevenentwintigste lid, bedoelde gevallen. Indien de aannemer meent, behalve op de aannemingssom, op de vergoeding van de omzetbelasting en op de verrekening ingevolge de §§ 35 tot en met 39, nog andere aanspraken jegens de opdrachtgever te hebben, geeft hij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze kennis en in elk geval op zodanig tijdstip dat de directie de ter zake nodige gegevens kan verzamelen. Aan het verzamelen van die gegevens verleent de aannemer zijn medewerking. De opdrachtgever of de directie kan van de aannemer nadere inlichtingen verlangen omtrent de door hem kenbaar gemaakte aanspraken. De aannemer zorgt voor orde en veiligheid op het werk. Hij zorgt tevens voor een zodanige verlichting, dat een goede uitvoering van het werk gewaarborgd is. Wanneer bij de uitvoering van het werk voorwerpen of stoffen worden aangetroffen, waarvan redelijkerwijs geacht kan worden dat deze schade kunnen toebrengen aan personen, goederen of milieu, brengt de aannemer dit onmiddellijk ter kennis van de directie. Hij neemt terstond, zo mogelijk in overleg met de directie, de door de omstandigheden vereiste veiligheidsmaatregelen. De aannemer is verplicht alle onbekwame dan wel ongeschikte personen, die van zijnentwege of vanwege een onderaannemer of leverancier op het werk aanwezig zijn, op verlangen van de directie onverwijld daarvan te doen verwijderen. De aannemer moet gedurende de uitvoering van het werk op of in de nabijheid van de plaats, waar het wordt uitgevoerd, aanwezig zijn, tenzij de directie zulks onnodig oordeelt of een gevolmachtigde hem overeenkomstig § 4 vertegenwoordigt. De aannemer zorgt er voor, dat bij de uitvoering van het werk, tenzij hijzelf of zijn gevolmachtigde ter plaatse is, steeds een persoon aanwezig is, die de opdracht heeft orders of aanwijzingen van de directie op te volgen en deze onverwijld aan hem of zijn gevolmachtigde over te brengen. De aannemer verleent toegang tot het werk en het werkterrein aan de personen, die door de opdrachtgever of de directie tot toegang zijn gemachtigd, voor zover hij daartegen geen redelijke bezwaren heeft. Behalve het te werk gestelde personeel en uit anderen hoofde bevoegde personen mag de aannemer andere personen op het werk en het werkterrein toelaten voor zover de opdrachtgever of de directie daartegen geen redelijke bezwaren kenbaar maakt. De aannemer zorgt er voor, dat de directie en door de directie aangewezen personen, voor zover fabrieksgeheim zich daartegen niet verzet, vrije toegang hebben tot de terreinen, fabrieken, werkplaatsen en loodsen, zowel van de aannemer als van onderaannemers en leveranciers, waar werkzaamheden ten behoeve van het werk worden verricht of voor het werk bestemde bouwstoffen zijn opgeslagen, teneinde de werkzaamheden respectievelijk de bouwstoffen te inspecteren. Indien uit hoofde van fabrieksgeheim vrije toegang als
het voorgaande lid niet of niet ten volle kan worden gegeven, moet hiervan kennis worden gegeven: bij de inschrijving, indien de bevoegdheid tot het verlenen van vrije toegang bij de aannemer berust; bij de aanvraag tot goedkeuring van de betrokken onderaannemer of leverancier, indien de bevoegdheid bij een van hen berust.Een kennisgeving als bedoeld onder a zal niet worden aangemerkt als een aan de inschrijving verbonden voorwaarde. Indien twee of meer personen tezamen een werk hebben aangenomen, zijn zij hoofdelijk voor de gehele uitvoering daarvan aansprakelijk. Zij zijn verplicht een van hen schriftelijk aan te wijzen om hen in alle opzichten te vertegenwoordigen. De aannemer mag het werk niet geheel of ten dele aan een ander overdragen zonder schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever. De aannemer kan bepaalde onderdelen van het werk in onderaanneming laten uitvoeren, mits voor de keuze van deze onderdelen en van de daarvoor in te schakelen onderaannemers de schriftelijke goedkeuring van de directie is verkregen; deze goedkeuring zal niet mogen worden onthouden op onredelijke gronden. De aannemer blijft niettemin jegens de opdrachtgever voor die onderdelen ten volle verantwoordelijk. Indien door of namens de opdrachtgever het inschakelen van een bepaalde onderaannemer of leverancier is of wordt voorgeschreven, is de aannemer voor wat het presteren van die onderaannemer of leverancier betreft jegens de opdrachtgever tot niet meer gehouden dan tot datgene, waartoe de aannemer die onderaannemer of leverancier kan houden krachtens de voorwaarden door deze gehanteerd en zoals deze door de opdrachtgever zijn aanvaard of goedgekeurd. Indien de voorgeschreven onderaannemer of leverancier niet, niet tijdig of niet deugdelijk presteert en de aannemer het redelijkerwijs nodige heeft gedaan om nakoming en/of schadevergoeding te verkrijgen, zal de opdrachtgever de voor de aannemer ontstane meerdere kosten aan hem vergoeden, voor zover deze hem niet zijn vergoed door de onderaannemer of leverancier. Daartegenover zal de aannemer, op eerste verzoek van de opdrachtgever, aan deze zijn vordering op de voorgeschreven onderaannemer of leverancier cederen tot aan het door de opdrachtgever aan hem vergoede bedrag. Indien onderdelen van het werk in onderaanneming worden uitgevoerd, zal de aannemer de onderaannemer volledig inlichten omtrent de bepalingen van het bestek, die bij het desbetreffende onderdeel van belang kunnen zijn, en omtrent de wijze van uitvoering. Orders en aanwijzingen betreffende die onderdelen zullen door de directie uitsluitend aan de aannemer worden kenbaar gemaakt en zullen door deze aan de onderaannemer worden doorgegeven, tenzij de aannemer na overleg met de onderaannemer schriftelijk verzoekt bedoelde orders en aanwijzingen tevens rechtstreeks aan de onderaannemer mede te delen. De aannemer is verplicht ter zake van de overeenkomst in Nederland domicilie te hebben voor zover hij niet reeds in Nederland is gevestigd. Hoofdstuk IV. Aanvang, uitvoeringsduur, oplevering §
Opneming en goedkeuring De opneming van het werk geschiedt op schriftelijke, tot de directie gerichte aanvrage van de aannemer, waarin deze mededeelt op welke dag het werk naar zijn oordeel voltooid zal zijn. De directie kan genoegen nemen met een mondelinge mededeling, welke in het dagboek of weekrapport,
De opneming geschiedt zo spoedig mogelijk en in de regel binnen acht dagen na de in het eerste lid bedoelde dag. De dag en het tijdstip van opneming worden aan de aannemer tijdig en zo mogelijk ten minste drie dagen tevoren schriftelijk medegedeeld. De directie kan verlangen, dat de aannemer of zijn gevolmachtigde bij de opneming tegenwoordig is. Nadat het werk is opgenomen, wordt aan de aannemer binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het al dan niet is goedgekeurd, in het laatste geval met opgaaf van de gebreken, die de redenen voor de onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het werk goedgekeurd, dan wordt als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende mededeling aan de aannemer is verzonden. Met toestemming van de aannemer kan, in plaats van de schriftelijke mededeling
het vorige lid, worden volstaan met een overeenkomstige aantekening in het dagboek of weekrapport, met vermelding van de datum der aantekening. Alsdan wordt, indien het werk wordt goedgekeurd, als dag van goedkeuring aangemerkt de dag waarop de desbetreffende aantekening is geplaatst. Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het werk al dan niet is goedgekeurd, aan de aannemer verzonden dan wel, in het geval
het vierde lid, een overeenkomstig aantekening in het dagboek of weekrapport geplaatst, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de opneming te zijn goedgekeurd. Geschiedt de opneming niet binnen vijftien dagen na de in het eerste lid bedoelde dag, dan kan de aannemer bij aangetekende brief een nieuwe aanvrage tot de directie richten, met verzoek het werk binnen acht dagen op te nemen. Voldoet de directie niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de verzending van die brief te zijn goedgekeurd. Kleine gebreken, die gevoeglijk vóór een nog volgende betalingstermijn kunnen worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De aannemer is gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig mogelijk te herstellen. Met betrekking tot een heropneming na onthouding van goedkeuring vinden de bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing. Bij een heropneming zullen andere gebreken dan die, welke overeenkomstig het zevende lid aan de aannemer zijn opgegeven, alleen dan reden tot hernieuwde onthouding van goedkeuring kunnen zijn, indien zij eerst na de voorafgegane opneming aan de dag zijn getreden. § 10. Oplevering Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het overeenkomstig het bepaalde in § 9 is of geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever bedienings- en onderhoudsvoorschriften zal verstrekken met betrekking tot het technische installatiewerk, overhandigt hij deze op het tijdstip van ingebruikneming van het technische installatiewerk, of van het desbetreffende onderdeel daarvan, dan wel uiterlijk op de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien in het bestek is voorgeschreven dat de aannemer de opdrachtgever revisietekeningen met betrekking tot het technische installatiewerk zal verstrekken, overhandigt hij deze uiterlijk drie maanden na de dag waarop het technische installatiewerk als opgeleverd wordt beschouwd. Indien de aannemer niet een aanvrage om opneming als
, eerste lid, tot de directie heeft gericht, doch de opdrachtgever het werk voltooid acht, kan deze de aannemer zulks schriftelijk mededelen. De vijfde dag na de verzending van deze mededeling geldt dan als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd. De opdrachtgever kan het werk, voordat dit voltooid is, of een al dan niet voltooid onderdeel daarvan, in gebruik nemen of doen nemen mits de ingebruikneming een voldoende voortgang van het werk niet in gevaar brengt. De opdrachtgever gaat hiertoe niet over dan nadat hij dit schriftelijk aan de aannemer heeft medegedeeld en hij deze heeft gehoord en een opneming, dan wel – indien het een technisch installatiewerk betreft – een beproeving en opneming als
Indien door de ingebruikneming meer wordt verlangd van de aannemer dan redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, zal dit worden verrekend als meer werk. Indien door de ingebruikneming schade aan het werk ontstaat komt deze schade niet voor rekening van de aannemer. Door de in dit lid bedoelde ingebruikneming en opneming wordt het werk, dan wel dat onderdeel, niet als opgeleverd beschouwd. Voor technische installatiewerken geldt dat indien in het bestek een onderhoudstermijn als
is voorgeschreven, door de in dit lid bedoelde ingebruikneming de onderhoudstermijn onmiddellijk ingaat na de dag van ingebruikneming. §
, tweede lid, door de directie redelijkerwijs niet onderkend had kunnen worden en waarvan de aannemer binnen een redelijke termijn na de ontdekking mededeling is gedaan. (Vervallen). De rechtsvordering uit hoofde van een gebrek waarvoor de aannemer krachtens het tweede lid aansprakelijk is, is niet ontvankelijk indien zij wordt ingesteld na verloop van: vijf jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, of tien jaren na de in het eerste lid bedoelde dag, indien het werk geheel of gedeeltelijk is ingestort of dreigt in te storten dan wel ongeschikt is geraakt of ongeschikt dreigt te geraken voor de bestemming waarvoor het blijkens de overeenkomst bedoeld is en dit slechts kan worden verholpen of kan worden voorkomen door het treffen van zeer kostbare voorzieningen. Indien in het bestek een onderhoudstermijn is voorgeschreven, treedt voor de toepassing van deze paragraaf de dag na het verstrijken van die termijn in de plaats van de in het eerste lid bedoelde dag en wordt onder opneming van het werk verstaan: de opneming genoemd in § 11, zesde lid. Hoofdstuk V. Wijziging tijdstippen van uitvoering, schorsing, beëindiging in onvoltooide staat § 13. Wijziging tijdstippen van uitvoering De directie is bevoegd: indien in het bestek een onderhoudstermijn als
, eerste lid, is voorgeschreven, de uitvoering van ondergeschikte werkzaamheden tot in die onderhoudstermijn te verschuiven; bij meerjarig onderhoud de uitvoering van werken, waartoe de aannemer in een bepaald jaar verplicht is, in een ander jaar binnen de duur van dit onderhoud te verlangen. Indien het voorafgaande aanleiding tot verrekening geeft, wordt daarvoor overeenkomstig het bepaalde in § 36 een regeling getroffen. § 14. Schorsing van het werk en beëindiging van het werk in onvoltooide staat De opdrachtgever is bevoegd de uitvoering van het werk voor het geheel of voor een gedeelte te schorsen. In spoedeisende gevallen is de directie, hangende de beslissing van de opdrachtgever, voorlopig tot zodanige schorsing bevoegd. Gedurende de schorsing is de aannemer verplicht: in overleg met de directie gepaste maatregelen te nemen ter voorkoming en beperking van schade, die aan het werk zou kunnen ontstaan; na te laten zowel hetgeen schade aan het werk ten gevolge zou kunnen hebben als hetgeen de latere voortzetting zou kunnen bemoeilijken. Voorzieningen, die de aannemer ten gevolge van de schorsing moet treffen, worden als meer werk met hem verrekend. Schade, die de aannemer ten gevolge van de schorsing lijdt, wordt hem vergoed. Indien de schorsing langer dan één maand duurt, kan de aannemer bovendien vorderen, dat een evenredige betaling voor het uitgevoerde gedeelte van het werk plaats heeft. Daarbij wordt rekening gehouden met de nog niet verwerkte bouwstoffen, voor zover deze in verband met het bepaalde in § 19 eigendom van de opdrachtgever zijn geworden. Nog niet verwerkte voor keuring gereed zijnde bouwstoffen worden op verzoek van de aannemer eerst nog gekeurd. Indien de schorsing van het gehele werk langer duurt dan zes maanden, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. De opdrachtgever is bevoegd de aannemer op te dragen het werk in onvoltooide staat te beëindigen. Wanneer door voor rekening van de opdrachtgever komende omstandigheden de uitvoering van het werk gedurende meer dan twee maanden ononderbroken is vertraagd, is de aannemer bevoegd het werk in onvoltooide staat te beëindigen. In de gevallen
het zesde, zevende en achtste lid zal de opdrachtgever zo spoedig mogelijk na de beëindiging het werk overnemen. De aannemer is tot aan de overneming van het werk door de opdrachtgever gehouden de in het derde lid bedoelde verplichtingen na te komen. De aannemer heeft alsdan recht op de aannemingssom, vermeerderd met de kosten die hij als gevolg van de niet voltooiing heeft moeten maken en verminderd met de hem door de beëindiging bespaarde kosten. Aanspraken van de aannemer en de opdrachtgever op hetgeen overigens ter zake van de overeenkomst verschuldigd is blijven onverlet. Hoofdstuk VI. Werkterrein, reclame §
. Verzoekt de aannemer om keuring op een andere plaats dan door de directie is voorgeschreven, dan wordt dat niet geweigerd, indien toestaan niet in strijd is met de belangen van een goede hoedanigheid van het werk en van doeltreffende controle en mits de aannemer de hogere kosten ervan voor zijn rekening neemt. Waardevermindering en verlies van voor de keuring gebezigde bouwstoffen worden aan de aannemer niet vergoed. Ingeval van afkeuring van bouwstoffen kan zowel de directie als de aannemer vorderen, dat een in onderlinge overeenstemming getrokken monster uit die bouwstoffen tot na de beslechting van het uit die afkeuring mogelijk voortvloeiend geschil wordt bewaard. Deze monsters worden door beiden gewaarmerkt. De bewaring geschiedt op een in onderlinge overeenstemming te bepalen plaats. De aannemer heeft de bevoegdheid om ingeval van afkeuring van bouwstoffen herkeuring aan te vragen door een in overeenstemming met de opdrachtgever aan te wijzen deskundige, aan wiens uitspraak partijen ook in een later geschil gebonden zijn. Afgekeurde bouwstoffen worden zo spoedig mogelijk afgezonderd en van het werk verwijderd, ook indien zij reeds mochten zijn verwerkt. § 19. Eigendom van bouwstoffen Alle voor het werk bestemde bouwstoffen worden – zonder dat de opdrachtgever daardoor aansprakelijk wordt voor betalingen aan leveranciers of andere rechthebbenden – eigendom van de opdrachtgever, zodra zij zijn goedgekeurd en de aannemer door overlegging van (een) verklaring(en) volgens het bij de UAV behorende bijlage B heeft aangetoond, dat de leveranciers en eventuele andere rechthebbenden afstand doen van alle aanspraken op die bouwstoffen ten behoeve van de opdrachtgever. Geen overdracht van eigendom aan de opdrachtgever als
het eerste lid wordt geacht te hebben plaats gevonden: indien een schuldeiser van de opdrachtgever beslag legt op de in het eerste lid bedoelde bouwstoffen; indien de opdrachtgever failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend en het werk door de curator dan wel door de opdrachtgever en diens bewindvoerders niet wordt voortgezet. Het in dit lid bepaalde lijdt nochtans uitzondering met betrekking tot die bouwstoffen, welke de opdrachtgever aan de aannemer heeft betaald. Na voltooiing van het werk overgebleven bouwstoffen worden aan de aannemer teruggegeven en als niet geleverd beschouwd, behoudens toepassing van § 36, achtste lid. §
het eerste lid, verplicht dadelijk de vereiste aanduiding en verlichting aan te brengen, zo spoedig mogelijk de eerste maatregelen tot lichting, zoals het onderdoor brengen van kettingen, te nemen en de lichting in zo kort mogelijke tijd te voltooien. De in de voorgaande leden bedoelde werkzaamheden geschieden op kosten van de aannemer, tenzij het in het eerste lid bedoelde zinken is veroorzaakt door een omstandigheid die voor rekening van de opdrachtgever komt. Hoofdstuk IX. Uitvoering §
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.