Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019De raad van de gemeente Dalfsen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 oktober 2018, nummer 830; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019” Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; onder gemeentelijke riolering wordt mede begrepen het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; garagebox: autostalling, vrijstaand of geschakeld, niet verbonden aan de woning, met slechts afvoer van hemelwater; GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus – Tricijn. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven: van degene die het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en van degene die, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruik heeft van een perceel van waaruit water op de gemeentelijke riolering wordt geloosd, verder te noemen: gebruikersdeel. Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een eigendom in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel ten gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die het eigendom ter beschikking heeft gesteld. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Voor eigenaren van een garagebox geldt een apart tarief. Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle kalendermaand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het derde of vierde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Ingeval er sprake is van een gemeenschappelijke watermeter voor twee of meer percelen, dan wordt de hoeveelheid toegevoerd water voor ieder van die percelen gesteld op een aandeel dat recht evenredig is aan het aantal percelen dat op de gemeenschappelijke watermeter is aangesloten. Artikel6Vrijstellingen Eigenaren van percelen met een geregistreerde en door het bevoegd gezag goedgekeurde voorziening voor de Individuele Behandeling voor Afvalwater (IBA) zijn vrijgesteld van rioolheffing. Artikel 7 Belastingtarieven
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.