← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2019 (Tilburg)

Obsah (4)Artikel9Artikel10Artikel11Artikel12

lege van burgemeester en wethouders; - gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van schee

) Artikel8.

Artikel9

.

Artikel10

.

Artikel11

.

Artikel12

.

Hoofdstuk IV

Staangeld Artikel13.Aard en grondslag der belasting 1.

Onder de naam "staangeld" wordt een recht geheven voor het gebruik van gedeelten van de kaden van de haven of van de gemeentelijke aanlegplaatsen aan het Wilhelminakanaal met toestellen, werken of inrichtingen, welke onmiddellijk dan wel middellijk met het lossen en laden van vaartuigen verband houden, zoals los- en laadbruggen, hijskranen, elevatoren of andere soortgelijke toestellen, werken of inrichtingen.

  1. Bij dit gebruik is het onverschillig, of de in het eerste lid bedoelde toestellen, werken of inrichtingen zich in, op of boven de daar aangeduide kaden bevinden.
  2. Het staangeld wordt mede geheven voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht. Artikel14.Tarieven
  3. Het recht bedoeld in artikel 13 bedraagt per jaar: a. voor los- en laadbruggen € 16,35 per strekkende meter kademuur, met als minimum € 80,15 b. voor elke hijskraan met bijbehorende werken € 418,70 c. voor vergaarputten op bakken per stuk € 20,40 en voor daarbij behorende buisleidingen € 8,20 per strekkende meter, met een minimum voor de putten of bakken en buisleidingen tezamen van € 80,15 d. voor andere toestellen, werken of inrichtingen: indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen € 16,35 per vierkante meter met een minimum van € 80,15 en € 141,85 per strekkende meter kademuur met een minimum van € 726,20 bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter; e. voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het laden en lossen van andere vaartuigen zijn zijn aangebracht per vaartuig € 246,15
  4. Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.
  5. Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van een m², respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m² respectievelijk hele strekkende meter gehouden. Artikel15.Belastingplicht Het staangeld wordt geheven van degene, aan wie de gedeelten van de kaden in gebruik zijn gegeven. Hoofdstuk V Algemene bepalingen Artikel16.Belastingjaar Ter zake van de in artikel 13 opgenomen rechten wordt het belastingjaar gelijkgesteld aan een kalenderjaar. Artikel17.Tijdstip ontstaan/eindigen belastingplicht in de loop van het belastingjaar Indien de belastingplicht van de in artikel 13 opgenomen rechten in de loop van het belastingjaar aanvangen dan wel eindigen, worden de rechten geheven over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang/einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel18.Wijze van heffing De rechten worden geheven:
  6. Bij wijze van maandelijkse factuur voor wat betreft de rechten genoemd in artikel 3 als voldoening op aangifte.
  7. Bij wijze van aanslag voor wat betreft de rechten genoemd in artikel
  8. Artikel19.Kwijtschelding Bij de invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel20.Nadere regels door het college Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de scheepvaartrechten. Artikel21.Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel
  9. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet eerder dan 1 januari
  10. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  11. De "Verordening Scheepvaartrechten 2018" van 9 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.
  12. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening scheepvaartrechten 2019". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2018de griffier, de voorzitter,Memorie van toelichting behorende bij de "Verordening scheepvaartrechten 2019" Tarieven Voor 2019 zijn de tarieven verhoogd met de nominale index van 2,4%. Voor de tarieven van artikel 6, letters a en b geldt een BTW-vrijstelling in verband met een wijziging van de Europese Uitvoeringsverordening per 1 juli
  13. Voor de liggelden en de scheepvaartrechten zijn de kosten € 233.000,-- en de opbrengsten € 116.000,--. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) bedragen * € 1.000,- Jaarrekening Begroting Begroting 2017 2018 2019 Kosten taakveld(en) incl omslagrente 145 137 181 Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente 0 0 0 Netto kosten taakveld 145 137 181 Toe te rekenen kosten: Overhead incl. omslagrente 15 19 16 BTW 12 28 36 Totale kosten 172 184 233 Opbrengst heffingen 106 -115 -116 Saldo 66 69 117

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.