Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019De raad der gemeente Waddinxveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 oktober 2018; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2019; Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. afvalpas: een door of namens de gemeente aan een perceel verstrekte pas waarmee een ondergrondse inzamelcontainer kan worden ontgrendeld. basisset minicontainers: een set containers bestaande uit één minicontainer voor restafval, één minicontainer voor groen-, fruit- en tuinafval en één minicontainer voor papier. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De belasting wordt geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3.Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, wordt de belasting tevens geheven ter zake van het aanbieden ter lediging van een 140-liter of een 240-liter minicontainer voor restafval. 4.Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, wordt de belasting tevens geheven ter zake van het ontgrendelen van een inzamelcontainer met behulp van een afvalpas. 5.Onverminderd het bepaalde in de vorige leden, wordt de belasting tevens geheven ter zake van de belastbare feiten die zijn genoemd in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarieven 1.De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Belastingaanslagen van € 5,00 of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één biljet verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel5Vrijstellingen 1.Belastingplichtigen door wie blijkens een schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of een kopie van een afleverbon/factuur/recept als gevolg van enige medische aandoening extra afvalstoffen van enige omvang worden aangeboden worden voor de belasting als bedoeld in artikel 2, derde lid, maximaal aangeslagen voor het aantal van 13 keer dat een 140-liter of 240-liter minicontainer voor restafval ter lediging is aangeboden; de belasting als bedoeld in artikel 2, vierde lid, maximaal aangeslagen voor het aantal van 30 keer dat een ondergrondse inzamelcontainer voor restafval met behulp van een afvalpas is ontgrendeld. 2.Belastingplichtigen die in aanmerking willen komen voor het bepaalde in het eerste lid, moeten daartoe een verzoek indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per grondslag een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde belasting 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting bedoeld in artikel 7, eerste lid worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 75,00, doch minder dan € 5.000, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3.De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 7, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 4.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing is de kwijtscheldingsregeling uitsluitend van toepassing op de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en 1.4 van de tarieventabel. Voor de belasting als bedoeld in artikel 1.4 van de tarieventabel geldt dat deze kan worden kwijtgescholden tot een maximum van: 13 maal het tarief zoals genoemd in lid a. 13 maal het tarief zoals genoemd in lid b. 30 maal het tarief zoals genoemd in lid c. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel12Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing 2018" van 13 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.