Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2011De raad van de gemeente Doesburg; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2010; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet: besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2011 Artikel1Belastbaar Feit Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaartuigen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven, wordt onder de naam “Toeristenbelasting” een directe belasting geheven. Artikel2Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. vakantie-onderkomens : woningen en andere verblijven, niet zijnde kampeeronderkomens, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; b. mobiele kampeeronderkomens : tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn voor dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; c. niet beroepsmatig verhuurde ruimte : woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden worden; d. vaste standplaats : een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde kampeeronderkomen; e. vaste ligplaats : een water of gedeelte van een water dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar afmeren, dan wel ten anker leggen van eenzelfde vaartuig; f. vaartuig : een vaartuig dat is bestemd voor vakantie-of andere recreatieve doeleinden. Artikel3Belastingplicht a. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1 in hem daartoe ter beschikking staande ruimten dan wel op hem daartoe ter beschikking staande terreinen of wateren. b. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. c. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt. Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel5Belastingjaar Het belastingtijdjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. vakantie-onderkomens en niet beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op het aantal slaapplaatsen; b. kampeeronderkomens op vaste standplaatsen en vaartuigen op vaste ligplaatsen bepaald op de volgende gemiddelden: 1 indien het aantal slaapplaatsen 1 bedraagt; 1,6 indien het aantal slaapplaatsen 2 bedraagt; 2,2 indien het aantal slaapplaatsen 3 bedraagt; 2,8 indien het aantal slaapplaatsen 4 bedraagt; 3,2 indien het aantal slaapplaatsen 5 bedraagt; 3,6 indien het aantal slaapplaatsen 6 bedraagt; 4,2 indien het aantal slaapplaatsen 7 bedraagt; 4,5 indien het aantal slaapplaatsen 8 bedraagt; 4,7 indien het aantal slaapplaatsen 9 bedraagt; de helft van het aantal slaapplaatsen indien het aantal slaapplaatsen 10 of meer bedraagt; c. kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen en vaartuigen op niet vaste ligplaatsen bepaald op de volgende gemiddelden: 2 indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; 3,5 indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt. 2.Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt: a. ingeval verblijf wordt gehouden in vakantie-onderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten, danwel kampeeronderkomens op vaste standplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende: -het seizoen bepaald op 70; -het gehele jaar bepaald op 80; b. vaartuigen op vaste ligplaatsen, welke geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt kunnen worden gedurende: -het seizoen bepaald op 50; -het gehele jaar bepaald op 60; c. kampeeronderkomens op niet vaste standplaatsen en vaartuigen op niet vaste ligplaatsen bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.