Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Soest 2018De raad der gemeente Soest; gelezen het voorstel d.d. 1 november 2018, nr. RV 18-34; besluit: De Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Soest 2018 vast te stellen; De herberekende, hogere vergoedingen van € 312,10 (voorzitter) en € 262,17 (overige leden) met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 toe te kennen. Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Soest 2018 Paragraaf1BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan; doelmatigheid of efficiency: het streven om met een zo beperkt mogelijke inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; lid: een lid van de rekenkamercommissie dat op basis van artikel 2.2, eerste lid door de raad van buiten de kring van zijn leden is aangewezen. rechtmatigheid: de mate waarin de handelingen van een organisatie in overeenstemming zijn met de gemeentelijke begroting en van toepassing zijnde wetten, verordeningen en regels. Paragraaf2TAAK SAMENSTELLING EN LIDMAATSCHAP VAN DE REKENKAMERCOMMISSIE Artikel2.1Taak van de commissie 1.Er is een gemeentelijke rekenkamercommissie. 2.De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. Artikel2.2Samenstelling rekenkamercommissie 1.De rekenkamercommissie bestaat uit vijf leden die door de raad worden aangewezen op voordracht van een delegatie van de fractievoorzitters voor een periode van 3 jaar; deze leden kunnen door de raad op voordracht van de rekenkamercommissie één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode. 2.De leden zoals bedoeld in het vorige lid leggen, alvorens zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig ! (Dat verklaar en beloof ik!)” 3.De raad wijst uit de leden genoemd in lid 1 een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Artikel2.3Besluitvorming in de rekenkamercommissie 1.In vergaderingen van de rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft. 2.Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 3.Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij een meerderheid van de leden van de rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig is. Artikel2.4Einde van het lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van een lid eindigt: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie; wanneer het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen. Artikel2.5Verboden betrekkingen en verboden handelingen. 1.Een lid van de rekenkamercommissie kan in ieder geval niet tevens een betrekking vervullen als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a. tot en met h. van de Gemeentewet. De uitzonderingen als bedoeld in het tweede lid van dat artikel zijn van toepassing. 2.Het is de leden van de rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de rekenkamercommissie, een lid van de rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan. 3.Leden overleggen aan de raad een keer per benoemingsperiode een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen. Wanneer er zich tussentijds wijzigingen voordoen, dan wordt op het betreffende moment de gewijzigde lijst aan de raad overlegd. Artikel2.6Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamercommissie. 1.De leden van de rekenkamercommissie ontvangen een vaste maandelijkse vergoeding voor hun werkzaamheden. 2.De hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding voor de voorzitter is gelijk aan 25% van het bedrag, genoemd in klasse 5 van Tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, de hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding voor de overige leden is gelijk aan 21% van het bedrag genoemd in klasse 5 van Tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. De reiskosten van de leden van de Rekenkamercommissie worden vergoed conform fiscale regelgeving. Kosten gemaakt met het openbaar vervoer worden geheel vergoed. Parkeerkosten kunnen worden gedeclareerd. 3.De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de rekenkamercommissie als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.