Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting en -rechten 2011 De raad van de gemeente Hardinxveld-Giessendam;gezien het voorstel van burgemeester en wethouders nr. GemHG/INTERN/4110;gelet op de artikelen 228 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;b e s l u i tvast te stellen de volgende Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting en -rechten 2011 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:a. jaar : een kalenderjaar;b. kwartaal : een kalenderkwartaal;c. maand : een kalendermaand;d. week : een periode van zeven achtereenvolgende dagen;e. dag : een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur. Artikel 2 Belastbaar feit 1 Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 2 De rechten worden geheven voor:a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;b. het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Artikel 3 Belastingplicht 1 De precariobelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond worden aangetroffen; 2 De rechten worden geheven van degene: a. die gebruik maakt overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;b. die het genot heeft van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Artikel 4 Vrijstellingen precariobelasting De precariobelasting wordt niet geheven voor:a. het hebben van voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd;b. het hebben van voorwerpen, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;c. het hebben van voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;d. het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen;e. het hebben van brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen of van kabels en draden ten behoeve van de telefoon of kabeltelevisie al dan niet geëxploiteerd van overheidswege;f. het hebben van halteborden, wachthuisjes en dergelijke ten dienste van openbare middelen van vervoer;g. het hebben van borden, masten, palen en dergelijke die in verband met verkiezingen van publiekrechtelijke lichamen zijn aangebracht;h. het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een sociaal, cultureel of godsdienstig doel;i. het hebben van buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater;j. het hebben van buizen, draden en kabels ten behoeve van de gas-, water- en elektriciteitsdistributie;k. het hebben van pilaren, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen, bloembakken, klokken, vlaggenstokken, gevelautomaten en dergelijke voorwerpen;l. het hebben van kelderingangen, licht- en luchtopeningen, rijwieltegels, rijwielstandaards, stoeptreden, overstekken, luifels, erkers, balkons, uitbouwen, overbouwingen en dergelijke onderdelen van bouwwerken; Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting en de rechten worden geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 11 wordt voor de berekening van de precariobelasting een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2 Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3 De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4 Indien in de tarieventabel voor het hebben van voorwerpen zowel een jaar-, maand-, week- als dagtarief is opgenomen, is voor de berekening van de precariobelasting het tarief van toepassing dat het meest aansluit bij een ter zake door de gemeente verleende vergunning. In de gevallen waarin geen vergunning is verleend, geldt het tarief voor de kleinste tijdseenheid. Artikel 7 Belastingtijdvak 1 Indien de precariobelasting en de rechten naar jaartarieven worden geheven is het belastingtijdvak gelijk aan het kalenderjaar. 2 In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen is het belastingtijdvak een kwartaal, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel 8 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag en de rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, nota of ander schriftuur, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De naar jaartarieven geheven precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.