Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Alkmaar houdende regels omtrent de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten Verordening Lijkbezorgingsrechten 2019De raad van de gemeente Alkmaar; Gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 30-10-2018; Gelet op het advies van de commissie : Bestuur en middelen; Gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; B e s l u i t vast te stellen de Verordening Lijkbezorgingsrechten 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van kinderlijken tot de leeftijd van zeven jaar; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; asbezorging: het bijzetten van een asbus met of zonder urn; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; asverstrooiing: het verstrooien van as; begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Alkmaar: begraafplaats Alkmaar, Westerweg 250, Alkmaar; begraafplaats De Rijp, Grote Dam 6, De Rijp; begraafplaats Driehuizen, Driehuizen 17, Driehuizen; begraafplaats Graft, Raadhuisstraat 24, Graft; begraafplaats Grootschermer, Zuideinde 5, Grootschermer; begraafplaats Koedijk, Kerkelaan, Koedijk; begraafplaats Markenbinnen, Dorpsstraat 43, Markenbinnen; begraafplaats Oost-Graftdijk, Oost-Graftdijk 45, Oost-Graftdijk; begraafplaats Oterleek, Dorpsstraat 65, Oterleek; begraafplaats Oudorp, Herenweg hoek Kerklaan, Oudorp; begraafplaats Schermerhorn, Oosteinde 2, Schermerhorn; begraafplaats Stompetoren, Noordervaart 122, Stompetoren; begraafplaats West-Graftdijk, Graftdijkplein, West-Graftdijk; Rooms Katholieke begraafplaats Schermerhorn, Oostmijzerdijk 3, Schermerhorn; beheerder: de ambtenaar die is belast met de dagelijkse leiding en beheer van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt; college: college van burgemeester en wethouders; gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf, algemeen kindergraf en algemeen urnengraf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; gedenkteken: voorwerp of plaat op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken en waarop plaquettes kunnen worden aangebracht; graf: een zandgraf of een keldergraf; grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf of gedenkplaats grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende of de gemeente op een graf wordt aangebracht; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin één of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet. Grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van kinderlijken tot de leeftijd van zeven jaar; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen tot de leeftijd van zeven jaar; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnennis of urnenkelder: een nis of kelder waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechts-persoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; plaquette: gedenkplaat met eventueel reliëf aan één zijde. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; urnennis of urnenkelder: een nis, of kelder of soortgelijke ruimte waarvoor aan een natuurlijk of rechts-persoon voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier (kinder)graf, een particulier urnengraf, een particuliere urnennis of urnenkelder of een gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze kan worden geacht in diens plaats te zijn getreden; verstrooiplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingtijdvak 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in onderdeel 3.4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in onderdeel 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2.Andere rechten als die bedoeld in onderdeel 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De rechten, als bedoeld in onderdeel, 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in onderdeel 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op teruggave van de rechten bedoeld in, 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in onderdeel 3.1.3, 3.1.4 en 3.1.5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel9Termijnen van betaling 1.De rechten als bedoeld in artikel 6.1 moeten in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De rechten als bedoeld in artikel 6.2 moeten worden betaald op het moment van uitreiking van de schriftelijke kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen twee maanden na de dagtekening van de kennisgeving. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten. Artikel11Overgangsrecht De verordening lijkbezorgingsrechten 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.