Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2017behorende bij de Verordening Leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2014 Collegebesluit van 6 juni 2017, nr 20 Besluit Het college heeft de beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2017 vastgesteld Vastgesteld door college van burgemeester en wethouders op 6 juni 2017 Ingangsdatum 01-08-2017
(2001)Over het algemeen, zo bleek, kan een kind van negen jaar zonder begeleiding alleen met de fiets over straat. 4.1.1 Fietsafstand Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt of een leerling c.q. ouder het vervoer naar school per fiets kan doen, geldt het volgende uitgangspunt: Regel primair onderwijs 6 kilometer (eventueel, de ouder met kind achterop) voortgezet onderwijs 12 km 4.1.2 Loopafstand Als tijdens de afhandeling van een aanvraag de vraag aan de orde komt wat van een leerling verwacht mag worden als het gaat om de afstand die een leerling lopend moet kunnen afleggen, geldt het volgende uitgangspunt: Regel 4 jaar tot en met 8 1,5 km 9 jaar en ouder 2 km Opmerking Indien de afstand van de woning naar school niet voldoet aan het afstandscriterium, dan dienen de ouders, ook als de route onveilig is, zelf voor begeleiding zorg te dragen indien de af te leggen route onveilig is. 4.2 Soorten vervoer 4.2.1 Openbaar vervoer, openbaar vervoer met begeleiding Bij de definiëring van het begrip 'openbaar vervoer' is aangesloten bij de begripsomschrijving zoals deze is vastgelegd in artikel 1 van de Wet personenvervoer
- In deze Wet wordt onder 'openbaar vervoer' verstaan voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus of auto. Regel De kosten van het openbaar vervoer en de reistijd van de route worden berekend met behulp van www.9292.nl((Kies "van" en "naar"-> plan de reis -> controleer het adres -> plan de reis, vervolg bij "de prijs van mijn reis" 1 en klik aan "een gedetailleerd prijsoverzicht", je krijgt nu te zien "vol tarief" en "korting" Klik op "alle beschikbare tarieven"), inclusief geldende kortingsregelingen en de informatie die verstrekt wordt op de websites van het openbaar vervoer bedrijf. Regel Indien de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, wordt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer verstrekt. Overigens is het niet zo dat de ouders, indien zij op basis van het criterium reistijd aanspraak op bekostiging van aangepast vervoer maken, van het college kunnen eisen dat de totale reistijd ook daadwerkelijk tot 50% of minder wordt teruggebracht in het geval dat het college het vervoer zelf organiseert. Regel Om te bepalen of het tijdcriterium van 1,5 uur wordt overschreden, is slechts van belang dat via individuele meting de conclusie wordt getrokken, dat de totale reisduur van die leerling met het openbaar vervoer meer dan anderhalf uur bedraagt en deze met het aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht. Is hiervan sprake dan kunnen ouders aanspraak maken op bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer. Bij de reistijd wordt vijf minuten wachttijd bij de bushalte per rit opgeteld. Indien de goedkoopst adequate manier van vervoer bestaat uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer (bus en trein, fiets en trein etc ), staat het de gemeente vrij om de wijze van bekostiging te kiezen. Als de gemeente gebruik gaat maken van centrale opstapplaatsen gelden de volgende richtlijnen. • de leerlingen dienen van huis naar een opstapplaats te lopen/fietsen/worden gebracht; hiermee mag een reistijd gemoeid zijn van ten hoogste dertig minuten (enkele reis); • de vertrektijden van de bus moeten zodanig zijn afgestemd op de aanvangs- en eindtijden van de lessen dat er niet of nauwelijks sprake is van wachttijden; • wanneer de leerling begeleiding behoeft bij het vervoer van huis naar de opstapplaats, moeten de ouders zelf voor de begeleiding zorg dragen. 4.2.2 Eigen vervoer in de vorm van auto of (brom)fiets Of van bekostiging van eigen vervoer sprake kan zijn, is ter beoordeling van het college. Bepalend hiervoor is dat dit vervoer voor de gemeente de goedkopere wijze van vervoer is. Ook kunnen aspecten als zelfredzaamheid van de leerling meespelen bij de beoordeling van het college of de leerling zelf gebruik kan maken van het vervoer per fiets. a Vervoer per fiets Voor de bekostiging 9 cent per kilometer b Eigen vervoer per auto Voor eigen vervoer per auto geldt dat de bekostiging van het eigen vervoer is gerelateerd aan de voor de gemeente goedkoopste bekostiging waar de ouders op basis van de bepalingen in de verordening voor in aanmerking komen: voor openbaar vervoer of voor aangepast vervoer. Indien het college besluit aan ouders een kilometervergoeding voor eigen vervoer toe te kennen, wordt volgens de artikelen 13 en 19 van de Verordening leerlingenvervoer een vergoeding verstrekt die is afgeleid van de Reisregeling binnenland. Ten aanzien van de vergoeding van autokosten kan de gemeente kiezen voor een schijvenmodel. Indien deze systematiek gehanteerd wordt, moet de heen- en terugreis tweemaal worden vergoed Aantal kilometers Kilometervergoeding in euro's 0 - 5.000 km 0,24 (65% x 0,37) per km 5.001 - 10.000 km 0,18 (48% x 0,37) per km 10.001 - 20.000 km 0,14 (37% x 0,37) per km 20.001 km en verder 0,12 (33% x 0,37) per km Ten aanzien van de vergoeding op basis van openbaar vervoer geldt de berekening zoals opgenomen onder 4.2.
- Opmerking
- Vergoeding tussen de middag Er worden maximaal twee enkele reizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Geen bekostiging wordt verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd. Opmerking
- Twee of meer leerlingen Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren die aangepast vervoer behoeven, wordt uitgegaan van de rijafstand uitgaande van de woning van de te vervoeren leerling die het verst van de school verwijderd woont.
- AANGEPAST VERVOER 5.1 Uitgangspunt Het vervoer vindt alleen plaats in aansluiting op het begin en einde van de schooldag, zoals aangegeven in de schoolgids De leerling heeft recht op maximaal 2 vervoersbewegingen per dag. Extra ritten, i.e ritten buiten het vaste patroon, vinden alleen plaats in opdracht van de gemeente. 5.2 Ophaal- en afzetplaats 5.2.1 Woning en school De leerlingen worden aan huis opgehaald tenzij een leerling de indicatie "opstapplaats" heeft. Aan huis ophalen betekent dat de leerling opgehaald dient te worden bij de voordeur. Bij een flat of instelling geldt de hal of centrale receptie als ophaalplek. Voor alle schoollocaties geldt dat per school bepaald wordt waar de kinderen afgezet worden (bv bij de toegang van het schoolterrein of in de centrale hal van de school). 5.2.2 Opstapplaats De gemeente kan opstapplaatsen toestaan. Indien een leerling op een opstapplaats moet worden opgehaald, geldt dat de gemeente de ligging van de opstapplaatsen bepaalt. 5.2.3 Overstapplaatsen De gemeente kan beslissen dat bij de uitvoering van het vervoer gebruik gemaakt wordt van overstapplaatsen 5.3 Individuele begeleiding kind in het aangepast vervoer Het is mogelijk dat een kind individuele leerling begeleiding nodig heeft. In dat geval wordt de begeleiding door of namens de ouders verzorgd. De gemeente bepaalt of begeleiding ingezet mag worden. Wanneer besloten wordt tot inzet van een ouder als begeleider, dient de vervoerder rekening te houden met deze extra zitplaats. Voor de begeleiding geldt dat het ophaal/brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. De begeleider moet bij een heenrit na afloop naar huis/halte gebracht worden en bij een retourrit eerst op het thuisadres/halte opgehaald worden. 5.4 Medische begeleiding Regel De gemeente is niet verantwoordelijk voor medische begeleiding in het leerlingenvervoer, wel zal er een zitplek ter beschikking worden gesteld voor de medische begeleiding 5.5 Individueel vervoer Met individueel vervoer is bedoeld, dat een leerling niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling individueel vervoerd moet worden. Indien dit type vervoer noodzakelijk is, wordt dit uitsluitend toegestaan op basis van een onafhankelijk onderzoek 5.6 Individuele reistijd Onder individuele reistijd wordt verstaan de tijd die een leerling in het voertuig doorbrengt vanaf het moment dat de leerling in het voertuig stapt tot het moment dat hij uitstapt bij afzetadres (woon-/ huisadres/op- c.q. uitstapplaats of school/stage). De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot 90 minuten per enkele reis tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. Een uitzondering hierop geldt voor leerlingen uit cluster
- Voor hen geldt een maximale reistijd van 60 minuten per enkele reis tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven. Voor de bepaling van de individuele reistijd geldt de werkelijke, in de praktijk, realiseerbare tijd. 5.7 Aanvang- en eindtijden Per school wordt voor het vervoer uitgegaan van de vaste aanvang- en eindtijden zoals aangegeven in de schoolgids. Afwijkingen hierop zijn alleen toegestaan in overleg met en na goedkeuring van de gemeente en mits door de ouders tijdig aangemeld. Bij een gewijzigde eindtijd door o.a. lesuitval is de school of de ouder/verzorger verantwoordelijk voor opvang van de leerlingen. Indien een leerling tijdens het onderwijs/de lessen bijvoorbeeld ziek wordt of naar tandarts of huisarts moet, zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer. De leerlingen worden alleen op de normale begin- en eindtijd volgens de schoolgids gebracht dan wel opgehaald. Wachttijden tot maximaal 2 lesuren (2 maal 50 minuten) worden bij het voorgezet onderwijs geaccepteerd. 5.8 Ophaal- en afzetmarges De afzet- en ophaaltijd aan school zijn gelegen binnen een tijdsmarge van 15 minuten voor het aanvangstijdstip respectievelijk na het eindtijdstip van de school volgens de schoolgids. Nb. Voor de Mytylschool geldt in verband met de tijd die leerlingen nodig hebben om na uitstappen in het leslokaal te komen, dat de leerlingen uiterlijk 10 minuten voor de formele aanvangstijd van de school gebracht moeten worden. Dit betekent dat de leerling wordt gebracht tussen 25 en 10 minuten voor de aanvang van de lessen. 5.9 Vaste zitplaats De gemeente streeft ernaar dat een leerling zoveel mogelijk een vaste zitplaats in het voertuig heeft. 5.10 Extreme weersomstandigheden Bij extreme weersomstandigheden beslist de gemeente of het vervoer al dan niet op een aangepast tijdstip plaats moet vinden. 5.11 Afmeldingen van ritten Zo gauw een ouder vaststelt dat een leerling als gevolg van ziekte of andere oorzaken niet vervoerd hoeft te worden, moet deze dit melden bij het door de gemeente aangewezen meldpunt, te weten "Regiovervoer Midden-Brabant". Een mutatie/afmelding geldt tot wederbericht. Een leerling, waarbij de chauffeur bij de heenrit voor niets aan de deur heeft gestaan, wordt automatisch voor de terugrit afgemeld, tenzij de ouder uiterlijk twee uur vóór de geplande ophaaltijd meldt aan het Servicepunt dat de terugrit wel gewenst is. 5.12 Thuis afzetten van de leerling De chauffeur moet de leerling bij de terugrit aan de ouder of aan iemand anders die namens de ouder aanwezig is op het vaste afzetadres overdragen De chauffeur mag het kind nooit alleen op de stoep achterlaten De ouder moet er voor zorgen dat hij/zij thuis is of dat de ouder iemand in huis heeft die namens de ouder de deur opendoet. Als op het huisadres de deur niet wordt opengedaan dan brengt de chauffeur de leerling naar een kinderopvang, gelegen in Tilburg. De chauffeur doet een briefje in de brievenbus met het adres waar de ouder de leerling kan ophalen. De kosten voor de extra opvang zijn voor rekening van de ouder. De ouder krijgt hiervoor een rekening toegestuurd.
- BEGELEIDING in het openbaar vervoer of bij het fietsen 6.1 Begeleiding De afstand van de woning naar de school moet meer zijn dan de in Hoofdstuk 2 gehanteerde afstand van zes kilometer om voor bekostiging van de vervoerkosten ten behoeve van een begeleider in aanmerking te komen. Indien de afstand van de woning naar school korter is dan zes kilometer, dienen de ouders in voorkomend geval zelf voor begeleiding zorg te dragen, ook indien de af te leggen route onveilig is. 6.2 Begeleiding door ouders Artikel 2, lid 3 van de Verordening. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen Regel Begeleiding is primair een taak van de ouders. Als dat niet mogelijk is, dienen zij zelf voor een oplossing te zorgen. Ingeval de leerling in een instelling woont blijven ouders, verzorgers als ook de instelling verantwoordelijk voor de zorg en de daarmee samenhangende begeleiding van de leerling naar school en terug. Als ouders, verzorgers en de instelling er zelf niet in slagen de begeleiding te leveren, kunnen zij daarvoor bijvoorbeeld een oppas, buren, familie of vrijwilligers inschakelen. 6.3 Begeleiding onmogelijk of begeleiding leidt tot ernstige benadeling In artikel 12, lid 1 aanhef en onder c en in artikel 18, lid 1 aanhef en onder c van de verordening is de volgende bepaling opgenomen "Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling .... indien: c aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11 (resp. artikel 17) en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is," Deze bepaling bevat een verplichting voor de ouder om aan het college bewijzen te overleggen en voor de gemeente om de individuele situatie te beoordelen. In artikel 1.m van de verordening staat dat onder ouders worden verstaan: ouders, voogden of verzorgers van de leerling. In deze beleidsregels onderdeel '
- OUDERS' staat nader omschreven wie exact worden bedoeld en wat hun verantwoordelijkheid is. 6.3.1 Eén ouder beschikbaar Er is sprake van de beschikbaarheid van één ouder in de volgende situaties De ouder is een alleenstaande ouder Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en één van beide ouders kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vorm geven gedurende het vervoersmoment vanwege scholing of arbeid. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en één van beide ouders kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vorm geven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet. 6.3.
- Ernstige benadeling Er is sprake van een ernstige benadeling van het gezin, als één van de volgende situaties aanwezig is Er is sprake van de beschikbaarheid van één ouder en Andere kinderen van onder de 10 jaar zijn thuis die begeleiding nodig hebben naar school wat niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening. De ouder heeft een structurele lichamelijke of zintuiglijke handicap waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is. De ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vorm geven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vorm geven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet. Het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan de acceptabel te achten begeleidingstijd, te weten méér dan 6 uur reistijd per dag voor leerlingen van regulier basisonderwijs op basis van een levensovertuiging méér dan 3 uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet (speciaal) onderwijs. 7 HANDICAP 7.1 Gehandicapte leerling Voor het bepalen of een leerling gehandicapt is gaan wij uit van de in de verordening opgenomen kenmerken, dat wil zeggen dat een leerling door een handicap geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer ook niet onder begeleiding. 7.2 Structurele en tijdelijke handicap Er is onderscheid te maken in structurele en tijdelijke handicaps. De gemeente is alleen verantwoordelijk voor vervoer van structureel gehandicapte leerlingen. Regel Indien in de verordening gesproken wordt van een handicap, wordt een structurele handicap bedoeld. In het leerlingenvervoer kennen we geen tijdelijke handicap. De gemeente verzorgt geen vervoer om tijdelijke medische redenen, bijvoorbeeld als een leerling een gebroken been heeft. Ouders hebben hier zelf een verantwoordelijkheid in. In sommige gevallen vergoedt de ziektekostenverzekeraar een gedeelte. Echter, het kan voorkomen dat een leerling een zware operatie moet ondergaan of een meervoudige ledematenbreuk heeft opgelopen, met als gevolg dat hij of zij een groot gedeelte van het schooljaar niet gebruik kan maken van het openbaar vervoer vanwege herstel of revalidatie. In dat geval kan een leerling eventueel wel een beroep doen op het leerlingenvervoer op basis van Hoofdstuk 2 en 3 van de verordening. Daarbij hanteert de gemeente de volgende regel: • bij een tijdelijke handicap tot zes maanden bestaat geen aanspraak op leerlingenvervoer, • bij een tijdelijke handicap die langer duurt dan zes maanden bekijkt de gemeente of de leerling in aanmerking komt voor vervoer op basis van Hoofdstuk 2 en 3 van de verordening. De gemeente geeft een beschikking af voor de duur van het herstel en/of de revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer verdwijnt, heeft de leerling geen recht meer op leerlingenvervoer.
- DREMPELBEDRAG en DRAAGKRACHT 8.1 Drempelbedrag Berekening eigen bijdrage Regel De berekening van de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 10 van de Verordening bepaalde afstand (6 km) wordt bepaald met behulp van de informatie van de lokale openbare vervoerder. Het tarief dat geldt op het moment van aanvraag, geldt voor (de rest van) het schooljaar waarvoor bekostiging wordt gevraagd. Regel Voor ouders met meerdere kinderen op het speciaal basisonderwijs zal het drempelbedrag maximaal één keer in rekening worden gebracht. 8.1.1 Fietsvergoeding Regel Bij een fietsvergoeding wordt er geen drempelbedrag in rekening gebracht. 8.1.2 Terugval in inkomen - inkomen Als peiljaar voor het inkomen moet op grond van de WPO (artikel 4, zevende lid) worden aangemerkt het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd, begint. Indien het inkomen van de betrokken ouders in de periode die ligt tussen het peiljaar waarin het inkomen wordt bepaald en het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, op een structurele wijze is gedaald, is het redelijk om in het voordeel van de ouders een later peiljaar te kiezen door gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 25 van de verordening. Door het kiezen van een later peiljaar kan het voorkomen dat ouders in dat latere peiljaar niet voldoen aan de inkomensgrens en dus geen drempelbedrag hoeven te betalen Regel Om te bepalen wanneer het redelijk is van de peildatum af te wijken, is aangesloten bij artikel 6.12 van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF). Dit artikel is niet in de verordening opgenomen maar is hieronder als nadere regel opgenomen Het gaat bij de toepassing van artikel 31 van de verordening om een beleidsbevoegdheid van het college. Onderstaand artikel vormt slechts een gedeeltelijke invulling van die beleidsruimte. Het betreffende artikel van de WSF kan als richtsnoer gehanteerd worden. Het college houdt dan zijn eigen bevoegdheid om in zeer bijzondere situaties een andere oplossing te kiezen. De toe te passen regel luidt: Op aanvraag van de ouder wordt bij de toepassing van artikel 22 uitgegaan van het inkomen van een ander jaar dan het inkomen over het tweede jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, indien: sprake is van een terugval in inkomen over het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, of sprake is van een terugval in inkomen over het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld, in welk geval wordt uitgegaan van het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van het toetsingsinkomen van de ouder van ten minste 15% ten opzichte van het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt vastgesteld. 8.1.3 Pleegouders en voogdijinstellingen Regel Aan pleegouders en voogdij instellingen wordt geen drempelbedrag in rekening gebracht. 21
- WIJZIGINGEN en TERUGVORDERING 9.1 Doorgeven van wijzigingen Artikel 6, eerste lid, van de verordening regelt dat ouders verplicht zijn wijzigingen door te geven aan het college, die van directe invloed zijn op de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten. Ouders dienen dergelijke wijzigingen onverwijld mede te delen aan het college Regel Ouders moeten in ieder geval de volgende wijzigingen doorgeven: wijziging van de reistijd, in verband met verandering in bijvoorbeeld het openbaar vervoer, • wijziging in het woonadres van de leerling, door bijvoorbeeld verhuizing, • wijziging in de gezinssituatie of gezinssamenstelling, die invloed heeft op het al dan niet kunnen begeleiden van leerlingen, • wijziging van het adres van de school, • wijziging van de schooltijden van de school; • toekenning van bekostiging voor het reizen van en naar school. 9.2 Terugvordering Artikel 6, vierde lid, van de verordening biedt in dergelijke situaties een kapstok om de ten onrechte betaalde bekostiging terug te vorderen of in mindering te brengen bij eventueel nieuw te verstrekken bekostiging. De beslissing dient aan de aanvrager bekend te worden gemaakt (artikel 3.41 Awb) Regel Het college hanteert het uitgangspunt dat ten onrechte ontvangen tegemoetkomingen voor leerlingenvervoer altijd van de ouders worden terug gevorderd.
- ADVISERING 10.1 Adviezen van deskundigen uit het onderwijs Regel Meestal zal het advies duidelijk zijn over het soort onderwijs waar een leerling naar vervoerd moet worden. Dat advies zal de gemeente moeten volgen. Als de gemeente wil afwijken dan zal zij die afwijking moeten motiveren. Op basis van de jurisprudentie kan de gemeente alleen afwijken van adviezen uit het onderwijs indien dit gemotiveerd en onderbouwd is door een onafhankelijke deskundige.
- ONTZEGGINGEN UIT HET AANGEPAST VERVOER 11.1 Procedure Bij ernstig normafwijkend gedrag kan de gemeente een leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzeggen. Hierbij zal de volgende procedure worden gevolgd. De gemeente neemt kennis van de informatie van het gedrag en bespreekt dit met de ouders Als de conclusie van het onderzoek van de gemeente is dat het voorval is terug te voeren op de handicap van de leerling en dus aan de leerling kan worden toegerekend dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijv. begeleiding in het aangepast vervoer, eigen vervoer) Als de conclusie van het onderzoek van de gemeente is dat het voorval niet is terug te voeren op de handicap van de leerling, wordt het ongewenste gedrag aan de leerling toegerekend. De gemeente neemt de beslissing over al dan niet sanctioneren en over de hoogte van de sanctie. Als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, hebben gemeenten voordat een sanctie wordt opgelegd overleg met elkaar. Voordat een beschikking wordt verstuurd vindt een gesprek plaats met de ouders. Afhankelijk van de ernst van het incident ontvangen de ouders van de gemeente een beschikking met een schriftelijke waarschuwing, of een tijdelijke uitsluiting, of een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing. Als de conclusie van het onderzoek van de gemeente is dat het ongewenste gedrag moet worden toegerekend aan de ouders, voert de ambtenaar van de gemeente hierover een gesprek met de ouders. Afhankelijk van de ernst van het incident ontvangen de ouders van de gemeente een beschikking met een schriftelijke waarschuwing, of een tijdelijke uitsluiting, of een (tijdelijke) uitsluiting zonder voorafgaande waarschuwing. ad a. Schriftelijke waarschuwing In deze brief wordt in ieder geval meegedeeld dat. - bij herhaling van ongewenst gedrag de leerling voor een termijn van maximaal 4 weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer; - de leerling van enige vorm van leerlingenvervoer wordt uitgesloten voor een termijn van maximaal 2 maanden excl. vakanties, als hij zich na de eerste schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag. Ad b. Tijdelijke uitsluiting Herhaald gedrag: eerste tijdelijke uitsluiting Vindt opnieuw ongewenst gedrag plaats binnen een periode van 12 maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief, dan vindt een onderzoek plaats als hierboven beschreven. Is de conclusie van het onderzoek van de gemeente dat het ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouders van de leerling en de ambtenaar van de gemeente. Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de eerste waarschuwingsbrief een tweede brief (beschikking) waarin hen wordt meegedeeld, dat - vanwege de herhaling van ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van 1 dag tot 4 weken wordt uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer. - Als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan ongewenst gedrag, dan wordt de leerling uitgesloten van enige vorm van leerlingenvervoer met een maximum van 2 maanden excl. vakanties. Herhaald gedrag een volgende (tijdelijke) uitsluiting Vindt opnieuw ongewenst gedrag plaats binnen een periode van 12 maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief, dan vindt een onderzoek plaats als hierboven beschreven. Is de conclusie van het onderzoek van de gemeente dat het ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouders van de leerling en de ambtenaar van de gemeente Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de eerste en de tweede (waarschuwings) brief een derde brief (beschikking) waarin hen wordt meegedeeld, dat vanwege de herhaling van het ongewenste gedrag de leerling wordt uitgesloten van enig vorm van leerlingenvervoer met een minimum van 1 dag en een maximum van 2 maanden excl vakanties. Toelichting: Valt het einde van het schooljaar binnen de termijn waarvoor de maatregel is opgelegd, dan geldt de uitsluiting voor de van toepassing zijnde periode exclusief de zomervakantie Dit betekent dat de uitsluiting ook gedeeltelijk in het nieuwe schooljaar kan vallen. Opmerking Loopt de sanctie af in een volgend schooljaar, dan moeten ouders een aanvraag indienen voor leerlingenvervoer voor dat nieuwe schooljaar.