← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2019 (Bunschoten)

Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2019De raad van de gemeente Bunschoten; gezien het voorstel van het college burgemeester en wethouders van 30 oktober 2018, nr. 1134676; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: "Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2019" Artikel1Begripsomschrijving GBLT: het openbaar lichaam Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus - Tricijn te Zwolle. Artikel2 Belastbaar feit Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor het uitoefenen van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of gebruik van verstrekte hulpmiddelen. Artikel3Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene, die op de markt een standplaats inneemt. Artikel4Maatstaf van heffing De maatstaf van heffing voor de berekening van het marktgeld is de frontbreedte van de standplaats. Artikel5Tarief Het marktgeld bedraagt voor iedere strekkende meter frontbreedte of gedeelte daarvan: voor vaste plaatsen: - per kalenderjaar € 150,00 - met een minimum van € 373,00 voor dagplaatsen: - per marktdag € 4,05 - met een minimum van € 9,10 Artikel6Wijze van heffing 1.De marktgelden als bedoeld in artikel 5, onderdeel a van deze verordening, die geheven worden van vaste standplaatshouders, worden geheven bij wege van aanslag. 2.De marktgelden als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van deze verordening, die geheven worden van dagplaats standhouders, worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7Heffingstijdvakken 1.De marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel a van deze verordening, die geheven worden van vaste standplaatshouders worden geheven over een heffingstijdvak van een jaar. 2.De marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van deze verordening, die geheven worden van dagplaats standplaatshouders worden geheven over een heffingstijdvak van een dag. Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het marktgeld voor dagplaatsen is verschuldigd bij het innemen van een standplaats. 2.Het marktgeld voor vaste plaatsen is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar, of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als er in dat belastingjaar, na de aanvang van de belastingplicht zijn, nog volle etmalen overblijven. 4.Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde rechten als er in dat belastingjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,

  1. 5.Indien de belastingplicht van het marktgeld voor vaste plaatsen is beëindigd na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in één termijn die vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.Belastingaanslagen, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel a van deze verordening, waarvoor de belastingschuldige een machtiging heeft afgegeven om deze af te schrijven door middel van automatische incasso, dienen te worden betaald in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog in het desbetreffende kalenderjaar volle dan wel gedeeltelijke kalendermaanden resteren, met dien verstande dat het aantal maandelijkse termijnen niet minder dan zes bedraagt. Voor de overige aanslagen geldt onverkort de in lid 1 van dit artikel neergelegde hoofdregel. 3.Op de in lid 2 van dit artikel geldt als restrictie dat het bedrag per afschrijving op het totaal bedrag van het desbetreffende aanslagbiljet niet minder dan € 5,00 bedraagt. 4.In afwijking van artikel 9, lid 1 van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van deze verordening, dat geheven wordt van dagplaats standhouders, worden betaald op het moment van het uitreiken van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Voor de invordering van het marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels 1.Het dagelijks bestuur van GBLT kan met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel a van deze verordening, nadere regels geven. 2.Het college van Burgemeester en Wethouders kan met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden, zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel b van deze verordening, nadere regels geven. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De ‘Verordening marktgeld Bunschoten 2018’ van 7 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in lid 3 van dit artikel genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. 4.Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening marktgeld Bunschoten 2019’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 13 december 2018 de griffier, E.Hoogstraten de voorzitter, M. v.d.Groep

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.