Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Overbetuwe houdende regels omtrent de heffing en invordering van reinigingsheffingen Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2019De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 9 oktober 2018; gehoord het advies van de voorbereidende vergadering van 27 november 2018; gelet op artikel(en) 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening reinigingsheffingen gemeente Overbetuwe 2019 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: ‘gebruik maken’ in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; city-bin: 40 liter groene of grijze container. Hoofdstuk2Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel waarvoor ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Medisch afval 1.Als tegemoetkoming in de kosten kan de belastingplichtige voor de afvalstoffenheffing in aanmerking komen voor het tarief ‘overige inzamelsystemen’, opgenomen in hoofdstuk 1, artikel 1.3 onder c van de bij deze verordening behorende tarieventabel, indien hij als gevolg van een chronische ziekte of medische beperking van hemzelf of van personen die behoren tot zijn huishouden, extra huishoudelijke afvalstoffen moet aanbieden zoals stoma-, incontinentie- en dialysemateriaal. 2.De belastingplichtige die in aanmerking wil komen voor dit tarief moet jaarlijks een daartoe strekkende aanvraag indienen bij de heffingsambtenaar. Hierbij moet een schriftelijke verklaring van de huisarts of medisch specialist te worden gevoegd, waaruit blijkt dat als gevolg van een chronische ziekte of medische beperking medisch afval wordt aangeboden. Indien geen advies van een huisarts of medisch specialist kan worden overlegd, moet met een eigen schriftelijke verklaring aannemelijk worden gemaakt, dat gebruik wordt gemaakt van materiaal dat medisch afval tot gevolg heeft, onder overlegging van bijvoorbeeld op naam gestelde aankoopnota’s van de (online) apotheek waar de materialen of hulpmiddelen zijn aangeschaft. Artikel6Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in hoofdstuk 1, 2 en 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing 1.De belasting genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2.De belasting, bedoeld in de hoofdstukken 2 en 5 van de tarieventabel, wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.De belasting, bedoeld in de hoofdstukken 2 en 5 van de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.In afwijking van het tweede lid geldt, als het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen of andere heffingen minder bedraagt dan € 50,- of meer is dan € 45.000,-, dat deze aanslagen moeten worden betaald in één termijn. Deze termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand na de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 4.De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 8, tweede lid: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met vierde lid gestelde termijnen. Hoofdstuk3Reinigingsrechten Artikel11Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel12Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel13Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de hoofdstukken 3, 4 en 5 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel14Belastingjaar Voor de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel15Wijze van heffing 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag. 2.De rechten, bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van de tarieventabel, worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel16Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel17Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in de hoofdstukken 4 en 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel18Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.