Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de heffing en invordering van toeristenbelasting Verordening toeristenbelasting 2019De raad van de gemeente Zoetermeer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 november 2018; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN TOERISTENBELASTING 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- 3.Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf overeenkomstig het eerste lid, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: door degene die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel6Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting op/in: een camping op vaste staanplaatsen, in mobiele kampeeronderkomens, in vakantieonderkomens en vormen van verblijf anders dan in een hotel (incl. appartementen en andere verblijven met hoteldienstverlening): € 0,65; een pension, een bed & breakfast: € 1,65; een hotel (incl. appartementen en andere verblijven met hoteldienstverlening) € 3,25; Artikel7Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderkwartaal. Artikel8Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het kalenderkwartaal minder dan vijf zal of heeft belopen. Artikel10Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De 'Verordening toeristenbelasting 2018' van 18 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.De op artikel 12 van de in het eerste lid genoemde verordening gebaseerde regels van het college worden geacht mede gebaseerd te zijn op artikel 12 van deze verordening. 3.Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 5.Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening toeristenbelasting
- Vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2018,de griffier, drs. R. Blokland MCM de voorzitter,Ch.B. Aptroot