Verordening toeristenbelasting 2011 (9.6b) Onderwerp: Verordening toeristenbelasting 2011 Samenvatting Deze verordening bevat de kaders voor het heffen van toeristenbelasting De gemeenteraad van Haaksbergen; voorstel van het college van: 23 november 2010 wettelijke basis: bepalingen van de Gemeentewet (artikel 224) en de Algemene wet bestuursrecht besluit: vast te stellen de Verordening toeristenbelasting 2011 Begripsomschrijvingen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden ; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden ; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, die niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Belastbaar feit Artikel 2 Terzake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, kampeerboerderijen, jeugdherbergen, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet in het persoonsregister van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Belastingplicht Artikel 3 Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, terzake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Vrijstellingen Artikel 4 De toeristenbelasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij terzake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; als gebruiker van een woonwagen of woonschip aangemerkt kan worden; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voorzover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers. Maatstaf van heffing Artikel 5 De toeristenbelasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing Artikel 6 Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: vakantieonderkomens en niet-beroepsmatig verhuurde ruimten bepaald op vier personen, indien het aantal slaapplaatsen zes of minder bedraagt en zes personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan zes bedraagt; mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen bepaald op gemiddeld drie slaapplaatsen. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in vakantieonderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten, dan wel mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen, die geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden gedurende: het seizoen bepaald op 45; het hele jaar bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.