Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lingewaal houdende regels omtrent de heffing en invordering van liggeld Verordening liggeld gemeente Lingewaal 2019De raad van de gemeente Lingewaal; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en nr.]; gelet op artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet besluit: vast te stellen de: VERORDENING op de heffing en de invordering van liggeld gemeente Lingewaal
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam "liggeld" wordt een recht geheven voor het hebben van een ligplaats, daaronder begrepen de diensten die met de ligplaats verband houden, bij een verblijf langer dan twee weken op de krachtens de "Woonschepenverordening 1998" aangewezen ligplaatsen. Artikel3Belastingplicht Het recht bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt de houder van de ligplaatsvergunning, bedoeld in artikel 6 van de "Woonschepenverordening 1998", dan wel de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 472,60 per belastingtijdvak. Artikel5Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel6Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel8Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van het liggeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel11Overgangsrecht De " Verordening liggeld 1999" van 5 november 1998, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel13Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening liggeld gemeente Lingewaal 2019". Aldus vastgesteld door de raad van Lingewaal,in zijn openbare vergadering van 13 december 2018De griffier, H.H. DameDe voorzitter,L.H.M. van Ruijven-van Leeuwen