Verordening rioolheffingen 2011 (9.13c) Onderwerp: Verordening rioolheffingen 2011 Samenvatting Deze verordening bevat de kaders voor het heffen van een directe belasting ter dekking van de kosten voor de inzameling en het transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater, de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. De gemeenteraad van Haaksbergen; voorstel van het college van: 23 november 2010 wettelijke basis: bepalingen van de Gemeentewet (artikel 228a) en de Algemene wet bestuursrecht besluit: vast te stellen de Verordening rioolheffingen 2011 Begripsomschrijvingen Artikel 1 Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater Aard van de belasting Artikel 2 Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Belastbaar feit en belastingplicht Artikel 3 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Met betrekking tot de belasting, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Zelfstandige gedeelten Artikel 4 Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Maatstaf van heffing Artikel 5 De belasting wordt geheven: voor eigendommen die uitsluitend of in hoofdzaak voor bewoning worden gebruikt, naar een vast bedrag per eigendom. voor niet onder het eerste lid, onder a, van dit artikel begrepen eigendommen naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vastecapaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Belastingtarieven Artikel 6 De belasting bedraagt voor een eigendom als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, per kalenderjaar € 218,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.