Verordening op de heffing en invordering van Haven-, Lig- en Kadegelden 2019 De raad van de gemeente Zwartewaterland; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van Haven-, Lig- en Kadegelden 2019 (Verordening havengelden 2019) Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Haven: door burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen openbaar water tot ligplaats voor vaartuigen geschikt en in eigendom of beheer bij de gemeente; Havengeld: het recht dat geheven wordt voor het gebruik met vaartuigen van de voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren, alsmede van de bij dat water behorende en voor de scheepvaart bestemde gemeentelijke werken en voorzieningen; Havenmeester: het hoofd van de afdeling Beheer Openbare Ruimte of diegene die namens hem optreedt; Kade: kaden langs openbaar water in eigendom of beheer van de gemeente; Kadegeld: het recht dat geheven wordt voor het in gebruik nemen en hebben van kaden die eigendom van de gemeente zijn of die voor rekening van de gemeente worden onderhouden door daarop goederen, materialen en/of voorwerpen, van welke aard ook, te plaatsen, te leggen of te hebben. Lengte: de lengte over alles, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; Liggeld: het recht dat geheven wordt voor het gebruik van een ligplaats door pleziervaartuigen; Ligplaats: een gecreëerde gelegenheid om met een vaartuig, een pleziervaartuig of een woonschip aan te leggen; Particuliere kade: kade niet in eigendom of beheer zijnde bij de gemeente; Passagiersschip vaartuigen die worden gebezigd als showruimte of worden gebruikt voor het vervoer/ verblijf van gezelschappen (show, rondvaart, theaterschepen). Passant: de schipper aan wie geen vaste verblijfplaats is toegewezen; Pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet- bedrijfsmatige, d.w.z. sportieve, recreatieve of vakantie doeleinden; Openbaar water: alle wateren die al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk is; Oppervlakte: het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig of pleziervaartuig behorende meetbrief; Schipper: degene die over een vaartuig of pleziervaartuig het gezag heeft of degene die hem vervangt of als zodanig; Vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, pontons of materieel van soortgelijke aard, glijboten en ponten; Voorzieningen: de aanwezigheid van een toilet en/of douche gelegenheid, water- en elektriciteit aansluitingen en een ontvangstpunt voor afvalwater; Waterverplaatsing: de waterverplaatsing van het vaartuig volgens de geldige meetbrief; Woonschip: een vaartuig uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd; 1 dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende op 0.00 uur; 7,14 dagen: een aaneengesloten tijdvak van respectievelijk 7, 14 dagen; 1 overnachting: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren beginnende op 16.00 uur; 7 overnachtingen: een aaneengesloten tijdvak van 7 overnachtingen; Maand: een kalendermaand; Seizoen: het tijdvak van 1 mei tot en met 30 april; Jaar: een kalenderjaar. Artikel 2 Eenheden Een gedeelte van een jaar, kwartaal, maand, week, dag, m3, m2 en m wordt, voor zover daarvan niet is afgeweken in deze verordening, als een geheel beschouwd. Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam ‘havengeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik met vaartuigen van de voor de openbare dienst bestemde gemeentewateren, alsmede van de bij dat water behorende en voor de scheepvaart bestemde gemeentelijke werken en voorzieningen. Onder de naam ‘kadegeld’ wordt een recht geheven wegens het gebruik van kaden die eigendom van de gemeente zijn of die voor rekening van de gemeente worden onderhouden door daarop goederen, materialen en/of voorwerpen, van welke aard ook, te plaatsen, te leggen of te hebben. Onder de naam ‘liggeld’ wordt een recht geheven voor het gebruik met een pleziervaartuig, passagiersvaartuig of woonschip van een ligplaats. Artikel 4 Belastingplicht Belastingplichtig voor het havengeld en liggeld is de gezagvoerder, schipper, reder, eigenaar, gebruiker dan wel beheerder van het vaartuig. Het havengeld en liggeld is verschuldigd zodra een ligplaats wordt gebruikt hetgeen de retributie plichtige zo spoedig mogelijk aangeeft bij de havenmeester. Het kadegeld wordt geheven van degene die, al dan niet met vergunning, het gebruik heeft als bedoeld in artikel 3, tweede lid. Artikel 5 Belastingtarieven Het haven-, lig- en kadegeld wordt geheven naar het tarief opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag, een gedagtekende kennisgeving, nota of andere schriftuur. Artikel 7 Termijnen van betaling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.