VERORDENING LIGGELDEN WOONSCHEPEN CUIJK 2019 De raad van de gemeente Cuijk gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 november 2018; gehoord het advies van de commissie Bestuur van 28 november 2018; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet. besluit: Vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LIGGELD VOOR WOONSCHEPEN 2019 (VERORDENING LIGGELDEN WOONSCHEPEN CUIJK 2019) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a.woonschip: een schip, uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of daartoe bestemd; b.ligplaats: een gemarkeerd gedeelte van het in artikel 2 bedoelde gebied. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam liggeld voor woonschepen wordt een recht geheven voor het hebben van een ligplaats met een woonschip binnen de daartoe aangegeven gedeelten van het gebied "De Kraaijenbergse Plassen", zoals dat op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte tekening in rood en geel is aangegeven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is de gebruiker van het woonschip; 2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; 3.Het recht wordt slechts geheven indien het verblijf binnen de gemeente met een woonschip een termijn van veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar te boven gaat. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief Het recht wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in een bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een schriftelijke kennisgeving, in de vorm van een gedagtekende nota. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is het recht verschuldigd over zoveel tweeënvijftigste gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twee-en-vijftigste gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht, als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 20,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.