Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2019De raad van de gemeente Zevenaar; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2018; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de parkeerverordening; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, Centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zevenaar een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor belasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) of die gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van her RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; bewonersvergunning: een vergunning die op grond van de parkeerverordening kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; mantelzorgvergunning: een vergunning, die op grond van de parkeerverordening kan worden verleend aan een mantelzorgbehoevend persoon, die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. Een mantelzorger is iemand, die onbetaald zorg verleend aan een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende ouder, kind, familielid, vriend of buur. bedrijfsvergunning: een vergunning die op grond van de parkeerverordening kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; werknemersvergunning: een vergunning die op grond van de parkeerverordening kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die op de loonlijst staat bij een bedrijf of instelling gevestigd in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; vergunning spoedeisende hulp: een vergunning die op grond van de parkeerverordening kan worden verleend aan de houder van een motorvoertuig die vanwege het spoedeisende karakter snel en op korte afstand van de bestemming hulp moet kunnen bieden in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; bezoekerskaart: een kraskaart die voorziet in een bezoekersregeling voor bezoekers in de vergunninghouderszone in de centrumschil of voor de parkeerterreinen in het centrum bestemd voor langparkeren, als bedoeld in de tarieventabel onder overige parkeerterreinen. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Vrijstelling De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats dat is voorzien van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, mits die parkeerkaart op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht. Artikel5Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel8Termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een verbinding met de centrale computer. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.In afwijking van het bepaalde in het derde lid kan een werknemersvergunning door middel van automatische incasso in maandelijkse termijnen van de betaalrekening van de belastingschuldige worden afgeschreven. De incassotermijnen vervallen op de laatste werkdag van de maand; 5.Bij de toepassing van het vorige lid wordt het aantal incassotermijnen gelijk gesteld aan het aantal gehele maanden dat na ingang van de vergunning overblijft, met dien verstande dat het minimum aantal termijnen één bedraagt. 6.Een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234 van de Gemeentewet moet terstond worden betaald. Artikel9Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel10Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 62,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.