Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Strijen houdende regels omtrent tarieven begraafplaatsen Verordening lijkbezorgingsrechten 2019De raad van de gemeente Strijen; gelezen het bijgaande raadsvoorstel d.d. 4 december 2018 inzake Belastingverordeningen 2019; gelet artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: begraafplaatsen: de begraafplaatsen te Strijen, Strijensas en Cillaarshoek. eigen graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; kindergraf: een algemeen of een eigen graf voor begraving van stoffelijke overschotten van kinderen beneden de twaalf jaar. eigen urnengraf: een graf waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het opgraven van een stoffelijk overschot of asbus op rechterlijk gezag; het begraven van doodgeboren kinderen of van gestorven zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Belastingtijdvak Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7Wijze van heffing De rechten, bedoeld in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld voor de onderhoudsrechten De onderhoudsrechten als bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 4 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijnen van betaling De rechten moeten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.De 'Verordening begraafrechten 2018’, vastgesteld op 19 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de dag van publicatie. 3.In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de rechten in die periode plaatsvindt. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.