Omgevingsvergunningenbeleid 2019-2020Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen; In behandeling genomen het voorstel van d.d. 11 december 2018 Gelet op: artikel 7.2 Besluit omgevingsrecht besluit: Het omgevingsvergunningenbeleid 2019-2020 vast te stellen en na bekendmaking in werking te laten treden op 1 januari
(2)de mogelijkheden om in afwijking van een bestemmingsplan medewerking te kunnen verlenen aan een aanvraag omgevingsvergunning. Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH). De wet VTH is op 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de Omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. In deze verordening dient de gemeenteraad de kaders vast te leggen waaraan de uitvoering van de basistaken minimaal dient te voldoen. AMvB VTH Naast de wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. In deze AMvB wordt een vertaalslag gemaakt naar het Bor. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening. Deze AMvB wordt in een later stadium verwerkt in de AMvB's die onder de Omgevingswet komen te vallen, maar is nu apart vormgegeven vanwege de eerdere inwerkingtreding van de Wet VTH. Bouwbesluit. Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen. Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb bevat de algemene regels van het bestuursrecht met betrekking tot de verhouding tussen de overheid enerzijds en de burgers, bedrijven en overige instanties anderzijds alsmede de diverse overheidsorganen onderling. Verder regelt de Awb de bevoegdheden van bestuursorganen tot het nemen van besluiten. Hoe de besluiten moeten worden voorbereid, gemotiveerd, bekendgemaakt en ook het recht tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep. 1.5 Relevante ontwikkelingen Hieronder staan de (organisatorische, juridische- en maatschappelijke) ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn geweest op het samenstellen van het Omgevingsvergunningenbeleidsplan; 1.5.1 Omgevingsrecht Het omgevingsrecht is de laatste tien jaar fors aan veranderingen onderhevig. Meer en meer komt de nadruk te liggen op integraal en programmagericht werken. Terugkerende elementen zijn vermindering van de administratieve lastendruk, minder vergunningplichtige activiteiten, meer algemene regels en het introduceren van cyclisch werken (‘plan-do-check-act’ conform de Big 8 cyclus). Daarnaast eist de maatschappij steeds meer dat vergunningverlening, toezicht, maar ook handhaving eenduidiger en transparanter plaatsvindt. In de Wabo en het Bor zijn kwaliteitseisen opgenomen waaraan een goede, professionele vergunningverlening moet voldoen. In het kielzog van de Wabo zijn (onder andere) de volgende wetswijzigingen die van invloed zijn op de werkzaamheden binnen het veld van vergunningverlening in de afgelopen periode in werking getreden: • Verruiming vergunningsvrij bouwen (Bor); • Introductie van de ‘kan-bepaling’ voor de welstandstoets; • Bouwbesluit 2012; • Crisis- en Herstelwet; • Borging Kwaliteitscriteria 2.1 1.5.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, het garage dak in Tiel, winkelcentrum Bos en Lommer in Amsterdam, het winkelcentrum in Heerlen en de brand bij Chemie-Pack hebben ertoe geleid dat toezicht en handhaving hoger op de politieke agenda belandt. De overheid heeft ten aanzien van de VTH-taken een preventieve rol. Aannemers, vergunninghouders, eigenaren, burgers en ondernemers in het algemeen zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. De maatschappelijke ontwikkeling om burgers meer te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, vertaalt zich ook door naar het vakgebied VTH, onder de term ‘publiek wat moet, privaat wat kan’ (Commissie Dekker). In het wetsvoorstel ‘kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb) wordt het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Met dit nieuwe stelsel wordt beoogd meer verantwoording bij marktpartijen neer te leggen. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw zullen in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw uitgevoerd worden door een marktpartij en niet meer door de gemeente. De gemeente behoudt wel haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht op welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en voor de handhaving. Begonnen wordt met bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 1 (eenvoudigere bouwwerken zoals grondgebonden woningen). In de praktijk blijkt dat binnen het gros van de gemeenten de meeste bouwwerken vallen onder gevolgklasse 1, waardoor deze fase de meeste impact zal hebben. Het bouwtechnische gedeelte van het werk valt daarmee weg bij de gemeente, wat invloed heeft op de capaciteit zowel binnen de organisatie als buiten de organisatie. Later (naar verwachting in 2020) volgt uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 en
- Het is echter onduidelijk wanneer het wetsvoorstel tot wet verheven wordt. De verwachting is dat het voorstel tegelijk met de Omgevingswet in werking zal treden. Op 29 juni 2018 heeft de Minister een brief naar de Eerste Kamer gestuurd waarin ze de vragen van de Eerste Kamer beantwoordt en de kamer verzoekt het voorstel weer in behandeling te nemen. De Eerste Kamer heeft het voorstel aangehouden totdat de Tweede Kamer een aangekondigd debat over dit onderwerp heeft gehouden. Door de lange onduidelijkheid rondom dit wetsvoorstel is het lastig om te anticiperen op dit wetsvoorstel. De ontwikkelingen worden op de voet gevolgd. Voor nu betekent dit wel dat de VTH kwaliteitseisen en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen nog niet met elkaar verbonden zijn. Welke invloed de verschuiving van toets vooraf, naar controle achteraf heeft op de capaciteit is vooralsnog lastig in te schatten. 1.5.3 Kwaliteitscriteria 2.1 In 2009 zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk, het IPO en de VNG: de Package deal. In de Package deal wordt gesproken over de vorming van de Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD's), verdere decentralisatie van bevoegdheden en de kwaliteitscriteria. Voldoen aan deze kwaliteitscriteria draagt bij aan een betere uitvoering van de VTH-taken en een onafhankelijke en professionele overheid. De set kwaliteitscriteria (2.0) zijn regelmatig aangepast tot de definitieve versie in 2012: de Kwaliteitscriteria 2.
- De criteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten van de VTH-taken. De criteria hebben zowel betrekking op de kwaliteit van de organisatie als de kwaliteit van de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus is (Big 8 cyclus) voor het opstellen van doelstellingen naar monitoring op het behalen van deze doelstellingen. Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende medewerkers, de juiste opleidingen ervaring, kennis en het onderhouden en het borgen daarvan. Door nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, is er sprake van deregulering en daarmee een afname van taken. De verwachting is dat dit gevolgen heeft voor de benodigde personele capaciteit op die taken. Het gevolg kan zijn dat er onvoldoende personele capaciteit beschikbaar is om te voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau. Een oplossing hiervoor is het zoeken van samenwerking binnen de regio, waarbij in gezamenlijkheid wel kan worden voldaan aan de criteria. Voor het vaststellen van het gewenste kwaliteitsniveau is voor de thuistaken een Verordening Kwaliteit VTH vastgesteld. Voor de basistaken die bij de Omgevingsdienst Midden en West Brabant zijn onder gebracht zijn de Kwaliteitscriteria 2.1 vastgelegd. 1.5.4 Omgevingswet De Omgevingswet behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. In 2021 treedt de Omgevingswet volgens de huidige planning in werking. Door regelgeving op het gebied van omgevingsrecht te bundelen en te vereenvoudigen, ontstaat er meer samenhang in het beleid. De wijzigingen in wet- en regelgeving vereisen straks een hele nieuwe manier van werken van overheden. Namelijk integraal, participatief, meer digitaal en gebruikmakend van lokaal maatwerk. In onderstaande figuur staan de verbeterdoelen van de Omgevingswet. In 2019 gaan we binnen de gemeente Steenbergen aan de slag met de Omgevingswet. Wij zullen bepalen wat onze doelstellingen zijn en wat ons ambitieniveau is. Ook zal er worden gekeken naar de impact van de Omgevingswet op onze organisatie. De toekomstvisie zal ons handvatten geven voor de op te stellen omgevingsvisie. Pionieren en verkennen zijn twee belangrijke uitgangspunten die in 2019 nodig zijn om de Omgevingswet eigen te maken. 1.6 Opbouw omgevingsvergunningenbeleid In voorliggend omgevingsvergunningenbeleid wordt in hoofdstuk 2 de risicoanalyse en prioritering omschreven. Vervolgens komen de uitvoeringsdoelstellingen, werkwijzen, technieken en instrumenten aan bod. Tot slot wordt beschreven hoe wij de uitvoering van het Omgevingsvergunningenbeleid borgen.
- Risicoanalyse en prioriteitenberekening2.1 Inleiding Er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Omgevingsvergunningenbeleid opstellen betekent dan ook keuzes maken. Deze keuzes worden gemaakt op basis van een risicoanalyse. Een risicoanalyse geeft hiermee uiteindelijk de mogelijkheid om de beschikbare middelen adequaat in te zetten. De producten die geen onderdeel uitmaken van de risicoanalyse zijn die producten die geen rechtstreekse werking vanuit de Wabo hebben. Zo maken de meldingsplichtige activiteiten, aangestuurd vanuit het Bouwbesluit (melding brandveilig gebruik, sloopmelding), geen onderdeel uit van het Omgevingsvergunningenbeleid. De melding activiteitenbesluit geldt wel als indieningsvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning maar vindt zijn oorsprong in de Wet milieubeheer. Ook dit product maakt geen onderdeel uit van het Omgevingsvergunningenbeleid. Per 1 januari 2018 is het Besluit Brandveilig Gebruik Basishulpverlening Overige Plaatsen in werking getreden. Dit besluit regelt de melding brandveilig gebruik voor tijdelijke bouwsels wel of niet behorend bij een evenement. Dit product wordt rechtstreeks aangestuurd vanuit het Besluit en vindt zijn aansturing niet vanuit de Wabo. Hierdoor maakt ook dit product geen onderdeel uit van het Omgevingsvergunningenbeleid. Om de medewerkers zo effectief mogelijk in te zetten, moet bepaald worden waar binnen de gemeenten nadruk op wordt gelegd en waarop niet. Gebruikelijk is dat de nadruk wordt gelegd op zaken waarbij het risico tot een calamiteit het hoogst is, wanneer er te weinig aandacht aan besteed wordt. Deze afweging vindt plaats door de toepassing van een zogenoemd risicomodel. In dit beleidsplan wordt dit toegepast op aanvragen die leiden tot een omgevingsvergunning. Het model biedt gebruikers de mogelijkheid om op basis van een risico-inschatting de diepgang te bepalen binnen de toetsing van aanvragen om omgevingsvergunning. 2.2 Korte uitleg risico-analyse en prioriteitenberekening Voor alle relevante activiteiten binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het risico bepaald. Dit risico is bepaald middels een vaste methodiek, die is ingezet tijdens interactieve sessies met de medewerkers om het risico inzichtelijk te krijgen. Bij deze methodiek zijn verschillende beoordelingscriteria in acht genomen, te weten: Veiligheid: Draagt het gerealiseerde, afhankelijk van de ligging, ook bij aan een mogelijk onveilige situatie voor belendingen en gebruikers van de openbare ruimte? Leefbaarheid: Heeft het project voor wat betreft gebruik invloed op de gebruikers in en rondom het object? Financieel: Is er wezenlijk risico op economische schade voor de gemeenschap of de vergunninghouder? Natuurschoon / Stadsschoon: In hoeverre wordt het milieu en de natuur aangetast? Wordt er afbreuk gedaan aan de (cultuur) historische waarden? Gezondheid: In hoeverre is er afname van een gezond leefklimaat voor de mens en dier? Bestuurlijk imago: Wat is de imagoschade die ontstaat voor het bestuur? Aan elke risicoberekening hangt een prioriteit (zeer laag, laag, gemiddeld, hoog, zeer hoog). Deze prioriteit wordt direct doorberekend in de risicoanalyse. Zodoende is er per activiteit inzichtelijk wat zowel het risico als de bijbehorende prioriteit is. Vervolgens bepaalt de prioriteit met welke diepgang de specifieke aanvraag omgevingsvergunning dient te worden getoetst. De risicoanalyse wordt uitgevoerd in een ‘Excel-tool’. In deze tool wordt ook (specifieker en technischer) uiteengezet hoe de risicoanalyse en bijbehorende prioritering tot stand komt. De methode van risicobenadering wordt al jaren gehanteerd bij de uitvoering van handhavingstaken. Binnen het werkveld van vergunningverlening was dit tot dusver onbekend terrein. Een vaststaand format voor de bepaling van de prioritering was niet voorhanden. De gemeente Steenbergen heeft er voor gekozen om aansluiting te zoeken bij het risicomodel dat op basis van dit gezamenlijk opgestelde Omgevingsvergunningenbeleid wordt toegepast in de gemeente Bergen op Zoom en hoogstwaarschijnlijk in de toekomst ook in de gemeente Woensdrecht. Met de samenvoeging van Vergunningen, Toezicht en Handhaving in één beleidsplan zal deze priortering opnieuw worden bekeken. Er is gekozen om niet de prioriteiten te koppelen aan Wabo-activiteiten (bouwen, handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, slopen, kappen, etc.), zoals gesteld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Gekozen is om de prioritering projectafhankelijk te bepalen. Binnen de projectbenadering komen de Wabo-gerelateerde activiteiten tot uiting. Als binnen een bepaald project meerdere Wabo-activiteiten benodigd zijn, hebben alle activiteiten binnen dat project eenzelfde prioriteit. De projecten worden gewaardeerd aan de hand van de gebruiksfunctie van het project. Aan de hand van de prioritering van het project, wordt de diepgang van de toetsing bepaald. De prioritering in combinatie met de diepgang bepalen hoe een aanvraag omgevingsvergunning moet worden getoetst. De niveaus geven de diepgang van de toetsing weer. De uitkomsten van de risicoanalyse vertalen zich in diverse prioriteringen met daaraan gekoppeld de diepgang van de toetsing. Gezien het belang van het aspect ‘veiligheid’, wordt dit aspect zwaarder belast in verhouding tot de overige factoren. In de matrix is dit zichtbaar gemaakt door het aspect ‘veiligheid’ dubbel te laten meewegen. De prioritering is niet van invloed op de werkvoorraad. Kortom een prioriteit hoog betekent niet dat deze aanvraag met voorrang dient te worden behandeld. Uitsluitend de diepgang van de toetsing wordt hierdoor bepaald. De prioritering is tot stand gekomen door de vakinhoudelijke specialisten van de gemeenten Steenbergen, Woensdrecht en Bergen op Zoom. Deze hebben gezamenlijk de prioritering op elkaar afgestemd. Hierin zijn ook eventuele bestuurlijke risico’s meegenomen. De risicomatrix is daarmee voor de drie genoemde gemeenten gelijk. 2.3 Overzicht uitkomst risicoanalyse en prioritering Project Gemiddeld risico Gemiddeld risico (veiligheid x 2) Veligheid Leefbaarheid Financieel Natuur / Stadsschoon Gezondheid Bestuurlijk imago Prioriteit (veiligheid x 2) Diepgang van toetsing Wonen; Gevolgklasse 1: Grondgebonden woonfucties tot en met maximaal 3 bouwlagen 1 1,2 1 0 1 2 1 1 Laag N3 Wonen; Gevolgklasse 2 + 3: Grondgebonden woningen met 4 bouwlagen of meer, woongebouwen. 1,5 1,8 2 1 1 2 1 2 Laag N3 Wonen; Uibreidingen, interne wijzigingen 0,7 0,8 1 0 0 1 1 1 Zeer laag N3 Bijeenkomst; Lichte horeca (broodjeszaak, snackbar, restaurant zonder bezorging, buurthuis. 2 2,3 2 2 4 2 1 1 Gemiddeld N2 Bijeenkomst; Middelzware horeca (café, grillroom, sportkantine, restaurant met bezorging ('s nachts open) 2,7 3,2 3 3 3 3 2 2 Hoog N1 Bijeenkomst; Zware Horeca (dancing, discotheek, partycentrum, nachtclub (groot aantal bezoekers) 3,7 4,3 4 4 4 3 3 4 Zeer hoog N1 Cellengebouw (gevangenis, gesloten inrichtingen) 2 2,5 3 4 1 1 1 2 Gemiddeld N2 Gezondheid; verzorgings/ verpleegtehuis; ziekenhuis 2,3 3,2 5 3 1 2 1 2 Hoog N1 Industrie; Agrarisch en agrarisch ondersteunend (veehouderijen, loonwerkbedrijven) 3,3 3,8 3 4 2 3 4 4 Hoog N1 Industrie; Externe veiligheid, BRZO bedrijven. 3,7 4,3 4 3 3 4 4 4 Zeer hoog N1 Lichte industrie, (agrarische) opslaggebouwen 1,8 2,2 2 1 1 3 2 2 Gemiddeld N2 Kantoor; Kantoor 1,5 1,7 1 3 1 1 2 1 Laag N3 Logies; Hotels, pensions en B&B's + (hostels) 2,2 2,7 3 3 1 1 3 2 Gemiddeld N2 Logies; Opvangcentra, onderdak arbeidsmigranten, campeerterreinen 2,8 3,3 3 4 2 2 3 3 Hoog N1 Onderwijs/opvang; Basisschool, middelbare school, kinderdagopvang, dagopvang overig 2,5 3,2 4 3 2 1 3 2 Hoog N1 Sportfunctie; Sporthallen, sportvelden en bijbehorende accomodaties. 1,8 2 1 3 1 1 3 2 Gemiddeld N2 Winkel; Kleinschalige winkelfuncties 1,5 1,7 1 2 1 1 2 2 Laag N3 Winkel; Grootschalige detailhandelsactiviteiten (Supermarkten, bouwmarkten, tuincentra, autodealers, woninginrichting) 2,7 3,2 3 4 2 1 3 3 Hoog N1 Overige gebruiksfunctie; Parkeergarage, windmolens e.d. 2,5 3 3 4 2 2 2 2 Hoog N1 Andere overige gebruiksfuncties; fietsenstallingen; 1,3 1,7 2 2 1 1 1 1 Laag N3 Bouwwerk, geen gebouw zijnde- reclamemasten e.d. 1 1,2 1 1 1 1 1 1 Laag N3 Vergunningsplichtig slopen (Monumentale status, beschermd stadsgezicht) 3 3,5 3 2 3 4 2 4 Hoog N1 Vergunninsplichting (verbouwen) monument 2,7 3 2 2 3 4 2 3 Hoog N1 Grondwerkzaamheden waardevol gebied (Archeologisch en cultuurhistorisch) 1,8 2 1 1 3 2 1 3 Gemiddeld N2 Kappen van bomen 2 2,2 1 1 1 3 3 3 Gemiddeld N2 Overig (in te vullen per gemeente (bioscopen, theaters) 3,2 3,8 4 4 4 3 2 2 Hoog N1
- Doelstellingen3.1 Inleiding De ambities van het gemeentebestuur liggen op het gebied van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De zorg voor een goede fysieke leefomgeving is niet alleen de verantwoordelijkheid van de (lokale) overheid, maar van iedereen die in de gemeente woont, verblijft, werkt, onderneemt of recreëert. De bescherming van de fysieke leefomgeving staat centraal. Dit willen we niet bereiken via een terughoudende benadering van activiteiten, maar via een continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving met ruimte voor ontwikkeling. Regels zijn er niet om ondernemers, burgers en ons als lokale overheid te belemmeren, maar om ons te ondersteunen bij het bereiken van de gemeentelijke ambities. Vergunningverlening vindt plaats binnen de wettelijke kaders en biedt waar mogelijk ruimte voor ondernemerschap van zowel burgers als bedrijven. Nieuw ruimtelijk beleid wordt ruim geformuleerd, maar daarbij wel getoetst op uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en voorzien van objectief toetsbare regels. Hierbij wordt reeds, waar mogelijk, geanticipeerd op de uitwerking van de in ontwikkeling zijnde Omgevingswet. Bij deze benadering gaan wij uit van vertrouwen. Vertrouwen gaat hand in hand met het nemen van verantwoordelijkheid. Burgers, bedrijven en overheid mogen en moeten van elkaar kunnen verwachten dat zij zich houden aan hetgeen is afgesproken. Daar hoort ook bij dat de gemeente diegenen die de regels niet naleven ter verantwoording roept. Handhavend optreden draagt bij aan een gelijk speelveld en doet recht aan het rechtsgevoel van de samenleving dat verlangt dat regels worden nageleefd, dat gegeven vertrouwen niet wordt beschaamd en dat geen onherstelbare inbreuken worden gepleegd op een veilige, schone en gezonde fysieke leefomgeving. In het separate handhavingsbeleid wordt nader ingegaan op de handhavingsstrategie en nalevingsstrategie. Het bieden van ruimte voor ontwikkeling en tegelijkertijd het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving is het vertrekpunt bij zowel vergunningverlening alsmede het toezicht tijdens de bouw. Bij de uitoefening van taken en bevoegdheden houdt de gemeente rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. Ook wordt rekening gehouden met de taken en bevoegdheden van regionale, provinciale dan wel landelijke bestuursorganen. Dit veronderstelt een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, uitgaande van initiatieven en opgaven in de fysieke leefomgeving zelf. Een goede samenwerking met de partners en voldoende capaciteit om in te spelen op ontwikkelingen is daarbij onontbeerlijk. 3.2 Beleidsdoelstellingen Om, op basis van de aanwezige formatie, uitvoering te kunnen geven aan de ambities van het gemeentebestuur (veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit) is een prioriteitenlijst opgesteld. Dit wordt programmatisch werken genoemd. Door programmatisch te werken wordt de beschikbare capaciteit ingezet voor het maximaal toetsen van vergunningaanvragen daar waar de risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis het meest gevraagd is. Op die manier streeft de gemeente op een verantwoorde manier naar een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Tijdens de looptijd van dit omgevingsvergunningenbeleid monitoren wij het beleid, het uitvoeringsprogramma en de uitvoering aan de hand van de doelstellingen. Daarnaast wordt het beleid gemonitord en uitvoering gegeven aan de hand van de volgende doelstellingen, specifiek voor vergunningverlening: Vergunningverlening vindt plaats binnen de wettelijke kaders. Desalniettemin wordt het initiatief benaderd met de ja-mits benadering, in plaats van de van oorspronkelijk gehanteerde nee-tenzij benadering; Vergunningverlening en bouwtoezicht worden op een professionele wijze en een kwalitatief adequaat niveau uitgevoerd. Het huidige niveau van taakuitvoering blijft gehandhaafd. Deze kwaliteit vertaalt zich in: • het behalen van de wettelijke termijnen. Waar mogelijk wordt eerder op de aanvraag beslist; • het deugdelijk motiveren van gemeentelijke besluiten; • het verlenen van een kwalitatief hoogstaande en professionele dienstverlening. • Juridische procedures zoveel mogelijk voorkomen door de inzet van informatie gesprekken en mediationvaardigheden. Jaarlijks wordt het uitvoeringsprogramma opgesteld aan de hand van bovenstaande doelstellingen. De punten die de grondslag vormen voor het uitvoeringsprogramma gelden natuurlijk onverkort voor onze uitvoeringspartners. De doelstellingen uit het voorgaande uitvoeringsprogramma worden eveneens jaarlijks geëvalueerd. In onderstaande tabel staan de beleidsdoelstelling met bij behorende activiteiten schematisch weergegeven. Beleidsdoelstelling Activiteiten
- In lijn met de komst van de Omgevingswet worden binnen de gemeente Steenbergen de vergunningaanvragen met een ‘ja-mits’ houding benaderd. Voorlichting geven door vergunningverleners; Tijd creëren om met vergunningaanvragers in gesprek te gaan/vooroverleg te voeren.
- Vergunningverlening wordt op een professionele wijze en een kwalitatief adequaat niveau uitgevoerd. Het behalen van de wettelijke termijnen, waar mogelijk wordt eerder op de aanvraag beslist; Het deugdelijk motiveren van besluiten; Het verlenen van transparante dienstverlening.
- Juridische procedures zo veel mogelijk voorkomen dan wel zo efficiënt en klantvriendelijk mogelijk afhandelen. Informatieve gesprekken/vooroverleggen met vergunningaanvragers; Informele aanpak bij bezwaren toepassen; Mediationvaardigheden inzetten en verder ontwikkelen bij vergunningverleners en juridisch medewerker(s).
- De prioriteitstelling in combinatie met de diepgang van toetsen wordt te allen tijde gehandhaafd. De omgevingsregisseur controleert de dossiers steeksproefsgewijs.
- Werkwijzen, technieken en instrumenten4.1 Inleiding In de wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen of een melding moeten indienen om ze te mogen uitvoeren. Het is echter niet nodig om elke aanvraag die wordt ingediend even diepgaand te toetsen aan de betreffende wet- en regelgeving. Sommige activiteiten zijn namelijk wel vergunningplichtig, maar scoren laag op risico’s voor bijvoorbeeld veiligheid en gezondheid. In paragraaf 2.2 is reeds een korte toelichting gegeven op de toepassing van de opgestelde risicoanalyse. In dit hoofdstuk wordt de diepgang van de inhoudelijke beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning bepaald. 4.2 Toetsingsprotocol De prioritering uit de risicoanalyse bepaalt met welke diepgang een aanvraag om omgevingsvergunning voor dat specifieke project moet worden behandeld. De risicoanalyse gaat uit van een drietal scores, variërend van zeer laag naar zeer hoog. In deze paragraaf wordt deze prioritering vertaald naar de inhoudelijke toetsing van het werk. Diepgang toetsing niveau 1 (N1) Projecten die volgens de risicoanalyse op dit niveau scoren zijn aan te merken als ruimtelijk relevant met veel impact op de fysieke leefomgeving. Kan met enige zekerheid worden vastgesteld dat op basis van de aanwezige stukken voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving? De onderdelen die gewogen worden zijn: • Voldoet de aanvraag aan de indieningsvereisten uit de Regeling omgevingsrecht? • Voldoen de invoergegevens en uitkomsten aan de geldende wet- en regelgeving? Aandachtsgebieden liggen hier op constructieve veiligheid en brandveiligheid. Voor bouwfysische aspecten blijft de aannemelijkheidstoets gelden; • Voldoet de aanvraag aan het geldende bestemmingsplan; • Voldoet de aanvraag aan de geldende parkeernormering; • Voldoet de aanvraag aan het ter plaatse geldende welstandsniveau? Afhankelijk van het type project wordt het bouwplan voorgelegd aan de Welstandscommissie; • Bij het toepassen van een buitenplanse afwijkingsprocedure dient, indien noodzakelijk, een planschadeverhaalovereenkomst gesloten te worden; • Milieutechnische aspecten. Afhankelijk van het project dienen de milieutechnische aspecten (geluid, bodem) beoordeeld te worden. • Indien noodzakelijk wordt advies ingewonnen bij de Agrarische Adviescommissie Bouwaanvragen, Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; • Voldoet de aanvraag aan provinciaal beleid? • Is de verkeersaantrekkende werking en de verkeersafwikkeling afdoende geborgd? Diepgang toetsing niveau 2 (N2) Projecten die volgens de risicoanalyse op dit niveau scoren zijn aan te merken als ruimtelijk ondergeschikt met relatief weinig impact op de fysieke leefomgeving. De diepgang richt zich met name op de aannemelijkheidstoets. • Kan op basis van de aanwezige stukken voldoende aannemelijk worden gemaakt dat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving? • Voldoet de aanvraag aan de indieningsvereisten uit de Regeling omgevingsrecht? • Voldoen de invoergegevens en uitkomsten aan de geldende wet- en regelgeving? Aandachtsgebieden liggen hier op constructieve veiligheid en brandveiligheid. Voor bouwfysische aspecten geldt de aanwezigheidstoets in het kader van de toets aan de indieningsvereisten; • Voldoet de aanvraag aan het geldende bestemmingsplan; • Voldoet de aanvraag aan de geldende parkeernormering; • Voldoet de aanvraag aan het ter plaatse geldende welstandsniveau? Afhankelijk van het type project wordt het bouwplan voorgelegd aan de Welstandscommissie; • Bij het toepassen van een buitenplanse afwijkingsprocedure dient, indien noodzakelijk, een planschadeverhaalovereenkomst gesloten te worden; • Milieutechnische aspecten, in de vorm van beoordeling milieukundig bodemonderzoek dienen te worden beoordeeld; • Is de verkeersaantrekkende werking en de verkeersafwikkeling afdoende geborgd? Diepgang toetsing niveau 3 (N3) Projecten die volgens de risicoanalyse op dit niveau scoren zijn over het algemeen aan te merken als ruimtelijk ondergeschikt met weinig tot geen impact op de fysieke leefomgeving. De diepgang richt zich met name op de aanwezigheidstoets. Vanwege de veiligheidsdoelstelling van de gemeentebesturen wordt het aspect brandveiligheid, constructieve veiligheid en omgevingsveiligheid, afhankelijk van het project nader onderzocht. Verder wordt afhankelijk van de specifieke situatie de aanvraag getoetst aan het ter plaatse geldende welstandsniveau. Milieutechnische aspecten, in de vorm van de beoordeling van een milieukundig bodemonderzoek dienen te worden beoordeeld. Los van de bepaalde prioritering is het mogelijk om afhankelijk van het project extra toetsingen uit te voeren die noodzakelijk zijn ter bescherming van de fysieke leefomgeving. Voor personen die een inrichting drijven geldt dat een frontoffice medewerker beschikbaar is om vragen te behandelen. Voor ingewikkelde zaken verwijst hij door naar de milieudienst (OMWB). Er is een contactpersoon van de OMWB een dag in de week aanwezig op het gemeentehuis van Steenbergen. 4.3 Samenwerking met externe partijen Binnen het taakveld vergunningverlening kunnen tijdens de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning diverse externe partijen betrokken zijn. Partijen die in de zin van advisering betrokken worden, of partijen die een controlerende functie vervullen bij de totstandkoming van een omgevingsvergunning en de kwaliteit er van. Onderstaand overzicht maakt inzichtelijk met welke partijen door de gemeente de samenwerking wordt gezocht en welke rol zij daarin vervullen. Externe samenwerking Doel Opmerking Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant De veiligheidsregio adviseert afhankelijk van het Wabo-project op het gebied van brandveiligheid en indien afgeweken moet worden van het bestemmingsplan op het gebied van externe veiligheid. In de praktijk is dit met name de brandweer in het kader van advisering en controle ten aanzien van het Bouwbesluit / brandveilig gebruik. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant De OMWB adviseert afhankelijk van het Wabo project op het gebied van bodem, lucht, geluid etc. Indien wordt afgeweken wordt van het bestemmingsplan kan expertise worden verlangd ter motivering van de milieutechnische aspecten in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Opdrachten naar de OMWB lopen via de gemeentelijke accountbeheerder. Commissie ruimtelijke kwaliteit Deze commissie is belast met het adviseren van het college van Burgemeester en Wethouders ten aanzien van vergunningaanvragen op het gebied van welstand- en monumentenaspecten. De commissieleden zijn aangewezen door het college van Burgemeester en Wethouders en worden middels een dienstverleningsovereenkomst ingehuurd. De werkwijze is beschreven in de Verordening regelende de samenstelling en taak van de commissie ruimtelijke kwaliteit gemeente Steenbergen
- Rijksdienst cultureel erfgoed (RCE) Afhankelijk van de impact van het ontwerp adviseert RCE over het behoud van het cultureel erfgoed. Provincie Noord-Brabant Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure dient afstemming gezocht te worden. Deze afstemming vindt plaats via een vast contactpersoon bij de provincie Noord-Brabant Waterschap Bij ruimtelijke afwegingen die vallen onder de uitgebreide procedure en die van invloed zijn op het oppervlaktewater of de wijze hoe omgegaan wordt met de afvoer naar het oppervlaktewater dient afstemming gezocht te worden. Wettelijk adviseur ex artikel 2.26 Wabo. Afstemming vindt plaats via contactpersoon
- Borging uitvoering5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt uiteengezet hoe de uitvoering van het omgevingsvergunningenbeleid geborgd wordt. 5.2 Middelen De gemeente voert veel van haar vergunningverleningstaken in het kader van de fysieke leefomgeving in eigen beheer uit. Voor wat betreft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gaat het dan om de taken die genoemd zijn in artikel 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De verantwoordelijkheid voor de integrale uitvoering van de VTH taken ligt bij de teammanager van het desbetreffende team. Voor zover daarbij van de adviezen en bijdragen van andere teams binnen de gemeente gebruik moet worden gemaakt, laat dit de verantwoordelijkheid voor de integraliteit van uitvoering ongemoeid. Ambitie en capaciteit moeten bij elkaar passen. De aanwezige middelen voor het behandelen van een aanvraag om omgevingsvergunning en het toezicht op naleving van de verleende vergunningen zijn beperkt. In de jaarlijkse uitvoeringsplannen wordt aangegeven wat de verwachte omvang van de taken is en met welke formatie die kan worden uitgevoerd. De capaciteit voor het verrichten van toezicht tijdens de bouw is geïntegreerd in het separate Handhavingsbeleidsplan. Personeelsformatie De gemeentelijke taken op het gebied van de afhandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning worden grotendeels uitgevoerd door het team Wonen, Werken en Beleven, cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Daarnaast is een aantal specifieke (advies)taken belegd bij andere teams in de organisatie en bij partners als de OMWB en de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De benodigde capaciteit wordt berekend vanuit de gestelde doelen. Dit wordt vervolgens afgezet tegen de beschikbare capaciteit en geborgd in de begroting. Jaarlijks wordt de benodigde en beschikbare capaciteit opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Structurele wijzigingen in de capaciteit, inclusief de daarbij horende middelen, kunnen jaarlijks aan de raad worden voorgesteld tijdens het vaststellen van de begroting. Uitgangspunt is dat de legesinkomsten kostendekkend zijn voor de personeelsformatie die benodigd is voor de uitvoering van dit Omgevingsvergunningenbeleid. Taken en verantwoordelijkheden De werkzaamheden binnen het terrein van de omgevingsvergunningen worden uitgevoerd door bouwinspecteurs, toezichthouders, juristen en adviseurs. Taken en verantwoordelijkheden zijn op hoofdlijnen vastgelegd in de functiebeschrijvingen. Binnen de OMWB is de personeelsformatie, inclusief taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, in het functieboek vastgelegd. Bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn de taken en verantwoordelijkheden beschreven in het basistakenpakket. Opleiding Concern breed is er een opleidingsbudget waar opleidingen en cursussen uit gefinancierd kunnen worden. Om te waarborgen dat medewerkers adequaat zijn opgeleid wordt jaarlijks geïnventariseerd welke opleidingen (moeten) worden gevolgd. Soms betreft dit wensen van medewerkers zelf, maar waar nodig worden medewerkers verplicht om een opleiding te volgen indien dit noodzakelijk is voor een adequate uitvoering van de taken en/of wanneer dit een wettelijke plicht betreft. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de opleidingseisen in het kader van de VTH criteria. Vanuit het samenwerkingsverband ‘Brabantse Wal’ is geïnventariseerd welke opleidingen en trainingen gevolgd moeten worden om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria. De benodigde bijscholing zal waar mogelijk in-company worden gevolgd. De basis van de OMWB evenals de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is mede gelegen in het belang van de waarborging van een adequate en objectieve uitvoering van hun adviserende rol. Medewerkers die hiertoe een functie vervullen binnen het taakveld Wabo, dienen adequaat te zijn opgeleid. De verantwoordelijkheid hiertoe ligt bij deze adviserende organisaties. 5.3 Uitvoeringsprogramma’s en evaluatie hiervan Het Omgevingsvergunningenbeleid wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Dit wordt jaarlijks voor 1 februari vastgesteld. Hierin wordt uiteengezet hoe er in het betreffende jaar specifieke invulling gegeven wordt aan het Omgevingsvergunningenbeleid. De uitvoeringsplannen worden jaarlijks geëvalueerd, waarbij ook in acht wordt genomen in hoeverre het uitvoeringsplan heeft bijgedragen aan de realisatie van het omgevingsvergunningenbeleid. Een belangrijk onderdeel hiervan is de monitoring of de beleidsdoelstellingen worden behaald. Met het evaluatieverslag, dat jaarlijks voor 1 mei wordt vastgesteld, worden de besturen geïnformeerd over de uitgevoerde taken op het gebied van de omgevingsvergunningen, de mate waarin uitvoeringsdoelstellingen zijn behaald, de mate en kwaliteit van samenwerking met externe partijen (zoals de Omgevingsdienst), enz. Het evaluatieverslag wordt bekend gemaakt aan de gemeenteraad. 5.4 Evaluatie omgevingsvergunningenbeleidsplan Het omgevingsvergunningenbeleid wordt voor een beleidsperiode vastgesteld. Het beleid wordt dus echter wel, zoals hierboven beschreven, continue bezien (uitvoeringsplannen en evaluatie hiervan). Wanneer nodig blijkt kan het beleidsplan aangepast worden. Hierbij speelt de toekomstige ontwikkeling van het cluster Vergunningen, Toezicht en Handhaving een rol. De ambitie is te komen tot één VTH-beleid voor de gemeente Steenbergen. Hierbij zal de evaluatie van dit Omgevingsvergunningenbeleid worden meegenomen. Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van het cluster VTH en het VTH-beleid zal zijn het ketengericht werken; van vergunningaanvraag tot uiteindelijk eventuele handhaving binnen één cluster. Andere mogelijke redenen om het beleidsplan tussentijds aan te passen zijn: • evaluatie van de uitvoeringsplannen; • calamiteiten en/of bijzondere gevallen op landelijk dan wel lokaal niveau; • einde beleidsperiode. In het Omgevingsvergunningenbeleid wordt de strategische koers bepaald op basis waarvan de gemeentelijke vergunningstaak wordt uitgevoerd. Dit gebeurt op basis van vastgestelde prioriteiten en hieruit voortvloeiende beleidsdoelstellingen voor de betreffende beleidsperiode. Het Omgevingsvergunningenbeleid wordt vervolgens jaarlijks naar uitvoeringsprogramma’s vertaald. Het Omgevingsvergunningenbeleid is dus een kader op basis waarvan uitvoering wordt gegeven aan de vergunningstaak. Met het evaluatieverslag wordt het bestuur geïnformeerd over de mate waarin het Omgevingsvergunningenbeleid ten uitvoering is gebracht. Hierbij wordt de uitvoering t.o.v. de risico-prioritering en de beleidsdoelstellingen als leidraad genomen. Dit evaluatieverslag moet in verbetermaatregelen resulteren en dient daarmee uiteindelijk als input voor het Omgevingsvergunningenbeleid dan wel het VTH-beleid. Op deze wijze wordt continue verbetering binnen de ambtelijke organisatie geborgd. Bijlage I: Uitgebreide en reguliere procedure: Werkwijzen, technieken en instrumentenDoel Op basis van (juridisch correcte) overweging het nemen van een besluit op een aanvraag omgevingsvergunning. Verantwoordelijk De medewerker vergunningen is, namens het college, verantwoordelijk voor het tijdig besluiten op de aanvraag. Input De input van dit proces is de ontvangst van een aanvraag omgevingsvergunning. - Deze wordt per post, mail of digitaal via het OLO ontvangen; Output Een juridische correct besluit (beschikking) Opmerking In onderstaand proces is niet aangegeven wanneer er een brief wordt verstuurd (per mail of per post) Hier is voor gekozen omdat deze vorm van communicatie op elke willekeurige moment kan worden in gezet. Daarnaast is de inhoud c.q. strekking van de brief te afhankelijk van ingekomen aanvraag en daardoor niet als vast moment te plaatsen in een proces. Zie ook “mogelijke briefmomenten” onder dit proces Nr. Naamprocesstap Uitvoerende Beschrijving Benodigde documentatie
- Ontvangen aanvraag DIV Aanvragen van een omgevingsvergunning worden ontvangen.
- Registreren DIV Aanvraag wordt geregistreerd en wordt in de voorraad van de behandelde afdeling geplaatst.
- Publiceren Administratie medewerker Aanvraag wordt gepubliceerd. (verplicht) 4a. Verdelen aanvragen Omgevings-regisseur De omgevingsregisseur verdeelt de aanvragen. 4b. Beoordelen bevoegd gezag Behandelend medewerker De medewerker beoordeelt of de gemeente bevoegd gezag is of de provincie / waterschap
- Toets Bibobbeleid Behandeld medewerker De medewerker toetst de aanvraag aan het Bibobbeleid. Toets vergunningvrij Behandeld medewerker De medewerker toetst de aanvraag aan het Bijlage II van het Bor. Toets op activiteiten Behandeld medewerker De medewerker beoordeeld of de benodigde activiteiten aanwezig zijn (natuurbescherming, milieu etc.) Nr. Naamprocesstap Uitvoerende Beschrijving Benodigde documentatie Uitzetten adviezen (ontvankelijk) Behandeld medewerker Als de noodzaak aanwezig is zet de medewerker de vraag uit bij collega’s/derden om aan te geven of het onderdeel compleet is. Beoordeling op ontvankelijkheid Behandeld medewerker De medewerker beoordeeld of er voor zijn onderdeel voldoende stukken aanwezig zijn om een beoordeling te maken. Mor Toetsing lokale regelgeving Behandeld medewerker Controle aanwezigheid vooroverleg en anders toets bouwplan aan geldend b.p. 6 Toetsing landelijke wetgeving Behandeld medewerker Stukken toetsen op aannemelijkheid. Aangetoond dient te zijn dat voldaan wordt aan landelijke wetgeving zoals b.v. het Bouwbesluit. Checklist bouwbesluit Toetsing lokale regelgeving Behandeld medewerker Als de noodzaak nog aanwezig is, toets bouwplan aan geldend bestemmingsplan en/of Toets bouwplan aan welstandbeleid o.a. sneltoetscriteria of voorleggen aan commissie. Doc. ToetsBPen welstand. Advies welstand Uitzetten adviezen Behandeld medewerker Als de noodzaak aanwezig is zet de behandelaar zet adviezen uit bij collega’s of derden o.a. brandweer, OMWB etc. Doc.Advies derden 7 Ontvangst aangepaste & ontbrekende gegevens Behandeld medewerker (opnieuw) toetsing onderdelen 10a t/m 10c Regulierprocedure 8a Beschikking Behandeld medewerker Samenvoegen adviezen en opstellen te nemen besluit op de ingekomen aanvraag omgevingsvergunning. 9a Afstemmen/ Informeren Behandeld medewerker Als de noodzaak aanwezig is wordt het besluit doorgenomen met de betreffende portefeuillehouder en voorgelegd aan B&W. 10a Verzenden Administratie medewerker Verzenden van het besluit. 11a Publiceren Administratie medewerker Bekendmaken van het genomen besluit. (NIET verplicht) Uitgebreideprocedure 8b Beschikking concept Behandeld medewerker Opstellen te nemen conceptbesluit op de ingekomen aanvraag omgevingsvergunning. 9b Versturen Behandeld medewerker Toezenden van de conceptbeschikking aan de aanvrager en adviseurs. 10b Afstemmen/ Informeren Behandeld medewerker Als de noodzaak aanwezig is wordt het besluit doorgenomen met de betreffende wethouder 11b Ter inzage legging Administratie medewerker Ter inzage leggen van het conceptbesluit. 12b Beschikking def. Administratie medewerker Eventuele zienswijze meenemen in def. besluit op de ingekomen aanvraag omgevingsvergunning. 13b Afstemmen/ Informeren Behandeld medewerker Als de noodzaak aanwezig is wordt het besluit doorgenomen met de betreffende port. houder en voorleggen aan B&W. 14b Verzenden Administratie medewerker Verzenden van het def. besluit 15b Publiceren Administratie medewerker Bekendmaken van het genomen besluit. (NIET verplicht) Mogelijke briefmomenten Ontvangst- bevestiging medewerker Optioneel: De medewerker stuurt een ontvangstbevestiging . Versturen brief aanvraag compleet Behandeld medewerker De medewerker deelt mede dat de aanvraag compleet is / dat er voldoende gegevens aanwezig zijn om de aanvraag te beoordelen. of De behandelaar verzoekt om binnen een redelijke termijn aanvullende stukken aan te leveren. Adviezen derden Checklist Mor Versturen brief na ontvangen van de aanvullende stukken Behandeld medewerker De behandelaar deelt mede dat de aanvraag na aanvulling compleet is. of De behandelaar stelt de aanvraag buiten behandeling wegens ontbrekende stukken (verder naar stap 13a of 13b) Versturen brief naar aanleiding van de uitkomst van de toetsing (negatief) Behandeld medewerker De medewerker geeft aan wat er inhoudelijk niet klopt. Indien noodzakelijk verlengen c.q. opschorten en mogelijkheid bieden tot aanpassen, indien mogelijk uiteraard) Doc. Inh. niet akk. en termijn verlengen; Adviezen derden.