Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Cromstrijen houdende regels omtrent de heffing en invordering van watertoeristenbelasting Verordening Watertoeristenbelasting 2019De raad van de gemeente Cromstrijen; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 november 2018; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van Watertoeristenbelasting 2019” (Verordening Watertoeristenbelasting 2019) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: motorboten, motorjachten, zeilboten, zeiljachten of een soortgelijke vaartuig welke bestemd is dan wel gebezigd wordt voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ten anker leggen van eenzelfde vaartuig gedurende ten minste een maand. passanten: diegenen die verblijf houden in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een vaste ligplaats; historische schepen: schepen die ten minste vijftig jaar oud zijn, in oorspronkelijke staat verkeren, representatief zijn voor het maritiem erfgoed en ingeschreven staan bij het nationaal register van varende monumenten. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 op hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen en wateren. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig, dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een vaartuig. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- en volgboten; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; historische schepen. waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voor zover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt voor een gedeelte van een etmaal een vol etmaal gerekend. Artikel6Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.Voor vaste ligplaatsen kan het aantal verblijven als bedoeld in artikel 5 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal verblijven gesteld op het aantal verblijfhoudende personen vermenigvuldigd met het aantal etmalen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid. 2.Ter zake van de belasting voor het houden van verblijf op een vaste ligplaats, wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen: het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op 2,3: het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden, bepaald op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.