← Nederland

Verordening forensenbelasting 2019 Haaksbergen (9.7k) (Haaksbergen)

Verordening forensenbelasting 2019 Haaksbergen (9.7k)Samenvatting Deze verordening bevat de voorwaarden en tarieven van heffing en invordering van natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De gemeenteraad van Haaksbergen; Voorstel van het college van: 20 november 2018 Wettelijke basis: Bepaling van Gemeentewet (artikel 223) en de Algemene wet bestuursrecht. Besluit: Vast te stellen de verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting

  1. Artikel1Begripsbepaling Deze verordening verstaat onder: woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf verblijft. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt, voor het kalenderjaar waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde met dien verstande dat indien de gemeubileerde woning deel uitmaakt van belastingobject dat is gewaardeerd met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken, een vast bedrag in rekening wordt gebracht. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede lid geschiedt in overeenstemming met de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet. De forensenbelasting bedraagt per jaar voor een in artikel 1 bedoelde gemeubileerde woning en die deel uitmaakt van een belastingobject waarvan de waarde in het economisch verkeer is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken € 134,09 waarvan de waarde in het economisch verkeer niet is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken met een waarde in het economisch verkeer en waarvan de waarde in het economisch verkeer: 1 minder dan € 65.000 € 350 2 € 65.000 of meer maar minder dan € 176.000 € 534 3 € 176.000 of meer maar minder dan € 220.000 € 789 4 € 220.000 of meer maar minder dan € 285.000 € 1.192 5 € 285.000 of meer maar minder dan € 349.000 € 1.799 6 € 349.000 of meer maar minder dan € 414.000 € 2.408 7 € 414.000 of meer maar minder dan € 479.000 € 3.015 8 € 479.000 of meer € 3.622 Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De forensenbelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel
  2. Artikel8Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste twee en ten hoogste zeven bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven over de heffing en invordering van de forensenbelasting. Artikel10Overgangsrecht De Verordening forensenbelasting 2018 van 20 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel11Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
  3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. Artikel12Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening forensenbelasting
  5. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 december 2018 mr. G. Raaben griffier G.J. Kok MDR burgemeester

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.