Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 6 november 2018; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2019 (Verordening precariobelasting 2019) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: jaar: een kalenderjaar; kwartaal: een kalenderkwartaal; maand: een kalendermaand; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon (natuurlijk persoon of rechtspersoon) één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water en oever, bestemd of geschikt om door een vaartuig, bruin schip of een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco, met vierkante of rechthoekige opbouw, en te oordelen naar zijn constructie of inrichting bestemd tot permanent woonverblijf van een of meerdere personen; woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van een of meer personen; bruine schepen: vaartuigen, die oorspronkelijk ten behoeve van de handelsvaart zijn gebouwd, maar die thans -zonder dat daaraan uitwendige voorzieningen zijn getroffen - uitsluitend voor permanente bewoning worden gebruikt en ten aanzien waarvan - blijkens de aard van het vaartuig, de daarop aanwezige voorzieningen, de wijze van voortstuwing, zo mogelijk de wijze van gebruik of ander omstandigheden - vaststaat, dat de gebruikers daarvan normaliter niet gedurende het gehele jaar eenzelfde ligplaats innemen. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift rechtens moeten worden gedoogd; het hebben van wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; voorwerpen of werken, welke noodzakelijk ter uitoefening van hun publiekrechtelijke taak door het rijk, de provincie, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of geplaatst; voorwerpen ten behoeve van bouw- of onderhoudswerkzaamheden van: objecten waarvoor een subsidie krachtens de monumentenwet wordt verleend; sociale woningwetbouw welke plaatsvindt door de gemeente of een toegelaten instelling; halteborden welke op de routes van openbare vervoersbedrijven zijn geplaatst; versieringen, aangebracht tijdens en ter gelegenheid van nationale of plaatselijke feesten, winkelweken en dergelijke; pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, bloembakken, goten, goot- of kroonlijsten, regenpijpen, balkons, vlaggenmasten, spionnen en dergelijke; de met toestemming van burgemeester en wethouders door sportverenigingen geplaatste reclameborden langs sportvelden. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven opgenomen in artikel 6 van deze verordening en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 7.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak van een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. 8.Ten aanzien van een woonark of woonschip, gelegen in de (oude) gemeente Heerenveen, zijnde het grondgebied van de gemeente voor de gemeentelijke herindeling en grenscorrectie per 1 januari 2014, wordt de belasting geheven conform het tarief genoemd in artikel 8.1 van de tarieventabel. 9.Ten aanzien van een woonark of woonschip, gelegen in de voormalige gemeente Boarnsterhim, voor zover dit het grondgebied betreft dat in het kader van de gemeentelijke herindeling en grenscorrectie vanaf 1 januari 2014 onderdeel wordt van de (nieuwe) gemeente Heerenveen, wordt de belasting geheven over de lengtemaat van een woonark of woonschip, gerekend in meters, conform het tarief genoemd in artikel 8.2 van de tarieventabel. 10.De lengtemaat van het woonschip of de woonark, wordt als volgt berekend: De maten worden uitwendig gemeten daar waar de grootste afstand geldt. De lengte wordt in een rechte lijn gemeten over de langste lengte van het woonschip of woonark. Stootranden, loopranden, dakranden, vlonders, terrassen aan- of behorende bij een woonschip of woonark, goten of andere kunstwerken, worden daarbij mee gemeten. Bij een historisch woonschip worden ook het roer en de eventuele boegspriet mee gemeten. 11.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengtemaat, een gedeelte van de lengtemaat als een volle eenheid aangemerkt. Artikel7Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van een voorwerp of voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. 3.Onverminderd het bepaalde in de voorgaande leden loopt ter zake van het hebben van leidingen, kabels en buizen per strekkende meter per maand, het belastingtijdvak van 1 januari 2019 tot en met 31 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.