← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019 (Moerdijk)

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 13 december 2018: gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 30 oktober

  1. gelet op artikel 224 van de Gemeentewet, BESLUIT vast te stellen de : VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN TOURISTENBELASTING 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd, dan wel te huur aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen, waarvoor in verband met de aanwezigheid aldaar een vergoeding in welke vorm dan ook wordt betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven wordt onder de naam ‘toeristenbelasting’ een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  2. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze maatstaf van heffing Voor vaste standplaatsen wordt in afwijking van artikel 5 de maatstaf van heffing forfaitair vastgesteld. In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing voor vaste standplaatsen worden vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen. Artikel 7 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting € 1,
  3. Het forfaitaire tarief als bedoeld in artikel 6 bedraagt per belastingjaar, per vaste standplaats €88,95 Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Voorlopige aanslag Na aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel11Aanslaggrens Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Artikel12Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. Indien een bestuurlijke boete is opgelegd is het bedrag inzake een bestuurlijke boete invorderbaar uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel13Registratieplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blijkt. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid
  4. Artikel14Kwijtschelding Bij invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel15Nadere regels Het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Artikel16Overgangsrechten inwerkingtreding De Verordening toeristenbelasting gemeente Moerdijk 2018, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  5. Artikel18Citeertitel De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting gemeente Moerdijk 2019’. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 13 december 2018.De griffier, H.D. Tiekstra,De voorzitter, J.P.M. Klijs.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.