Verordening rioolheffing 2019De raad der gemeente Mook en Middelaar, Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders d.d. 20 november 2018; Gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; Gelet op het advies van de raadscommissie d.d. 29 november 2018; Besluit: vast te stellen de Verordening op de Heffing en Invordering van rioolheffing
- Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Ingeval het perceel een onroerende zaak is wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Vrijstellingen De belasting is niet verschuldigd ter zake van percelen met een woz-waarde die minder is dan € 25.000, die in zelfstandig gebruik zijn als berging of garagebox. Artikel6Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel7Belastingtarieven Het tarief bedraagt per perceel € 237,
- Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Artikel11Kwijtschelding Een verzoek om kwijtschelding wordt getoetst aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, met dien verstande dat het in artikel 16, lid 1, van die regeling genoemde percentage voor de kosten van bestaan wordt vervangen door
- Artikel12Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in geval dat: het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen € 100 of minder is, uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld; het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen meer dan € 100 is, maar minder dan € 5.000 in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn een maand later; het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen € 5.000 of meer is, in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijn een maand later. In gevallen bedoeld in het eerste lid onder b geldt in afwijking van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de 26e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens op de 26e dag van elke volgende maand. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel13Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. Artikel14Overgangsrecht De 'Verordening op de Heffing en Invordering van rioolheffing 2018' van 14 december 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel15Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8e dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel16Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing gemeente Mook en Middelaar 2019’. Aldus besloten in zijn openbare vergadering d.d. 13 december 2018.De raad voornoemd,De griffier,A.W. Peters-SengersDe voorzitter,mr. drs. W. Gradisen