Regeling beheer en toezicht BRPBurgemeester en wethouders van de Gemeente Hulst, Gelet op de: Wet basisregistratie personen. Algemene verordening gegevensbescherming. Besluiten: vast te stellen, de navolgende Regeling beheer en toezicht Basisregistratie personen. Hoofdstuk1:Aanwijzen functionarissen Artikel1 Het college van burgemeester en wethouders wijst functionarissen aan die belast worden met: het informatiebeheer; het beveiligingsbeheer; het privacybeheer; het systeembeheer; het toezichtsbeheer; de controle op informatiebeveiliging. (als de aanwijzing al op een andere plaats is geregistreerd, dan kan bovenstaande informatie verwijderd worden of kan er verwezen worden naar de betreffende regeling). Artikel2 1.De informatiebeheerder wijst functionarissen aan, die worden belast met: het gegevensbeheer; het applicatiebeheer; de gegevensverwerking; het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2, onder sub e, van de Wet bedoelde verklaring. Hoofdstuk2:Het informatiebeheer Artikel3 De informatiebeheerder beheert de gemeentelijke voorziening, het gegevensmagazijn en de autorisatiebesluiten. Artikel4 De informatiebeheerder voorziet in: de jaarlijkse planning van de beheeractiviteiten; de jaarlijkse rapportage aan het college van burgemeester en wethouders over de bij a. bedoelde planning, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de kengetallen van de bijhoudings- en beheerprocedures; een jaarlijkse rapportage over de resultaten die voortvloeien uit de in artikel 13 bedoelde kwaliteitssteekproef; het administratieve beheerprocedures, voor zover hier niet door of bij de wet in is voorzien; het periodieke overleg tussen hem en de op basis van de regeling aangewezen beheerders; de richtlijnen voor de bijhouding van de Basisregistratie Personen. Artikel5 De informatiebeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoering van het periodieke onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet naar de inrichting, werking en beveiliging van de basisregistratie, alsmede naar de verwerking van gegevens in de basisregistratie; de periodieke toezending van een uittreksel van de resultaten van het onderzoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Artikel6 De informatiebeheerder adviseert het college van burgemeester en wethouders over de navolgende aspecten die voortvloeien uit deze basisregistratie te weten: persoonsinformatievoorziening; beveiliging; gegevenskwaliteit; personeelsaangelegenheden. Artikel7 De informatiebeheerder beslist: over de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening; op verzoeken van organen van de gemeente tot het verkrijgen van gegevens uit de Basisregistratie personen; op verzoeken van derden, als genoemd in artikel 3.6 van de Wet en als genoemd in de, bij Verordening BRP genoemde derden tot het verkrijgen van gegevens uit de Basisregistratie personen; over de wijze van de verstrekking van gegevens met betrekking tot het bepaalde in dit artikel, onder b en c. Artikel8 De informatiebeheerder ziet er op toe dat: de in deze regeling opgenomen bepalingen worden nageleefd; de behandeling en afhandeling van verzoeken om gegevensverstrekking als genoemd in artikel 7 geschiedt volgens de bepalingen uit de wet, de Verordening Basisregistratie personen en Wet bescherming persoonsgegevens; de bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen ten aanzien van inrichting en bijhouding, evenals de beveiliging van de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen worden nageleefd; alle in artikel 3, lid 1 genoemde functionarissen, alsmede het team systeembeheer op de hoogte zijn van de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van het toepassingssysteem voor de gemeentelijke voorziening omtrent de Basisregistratie personen en van de gevolgen van deze installatie; de beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd. Artikel9 De informatiebeheerder, of een op grond van de artikelen 1 en 2 aangewezen functionaris, neemt deel aan buitengemeentelijk overleg betreffende onderwerpen die het beheer van de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen aangaan. Hoofdstuk3:Het gegevensbeheer Artikel10 De gegevensbeheerder BRP is verantwoordelijk voor: de juistheid, actualiteit en betrouwbaarheid van de gegevens die opgenomen zijn of worden, in de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen; het beheer van documentatie op het gebied van de overige wet- en regelgeving op het gebied van de Basisregistratie personen; de communicatie met de overheidsorganen aan wie gegevens worden verstrekt uit de Basisregistratie personen en andere houders van voorzieningen voor de Basisregistratie personen omtrent gegevensverwerking; het verwerken van complexe mutaties en correcties met betrekking tot de Basisregistratie personen; het uitzetten van richtlijnen met betrekking tot het actualiseren en corrigeren van persoonsgegevens, binnen de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen. De gegevensbeheerder beslist binnen 5 werkdagen over het in behandeling nemen van meldingen van een overheidsorganen, waarbij gerede twijfel bestaat over de juistheid van een in de gemeentelijke voorziening van de Basisregistratie personen opgenomen (authentieke) gegevens en stelt het overheidsorgaan in kennis van de genomen beslissing. Artikel11 De gegevensbeheerder BRP voorziet in: de behandeling van wijzigingsverzoeken als bedoeld in artikel 2.57, 2.58 en 2.60 van de Wet BRP; de controlewerkzaamheden ter waarborging van de kwaliteit van de Basisregistratie personen. Artikel12 De gegevensbeheerder BRP is bevoegd, in overleg met het afdelingshoofd Publieke Dienstverlening, vanuit de in artikel 10 bedoelde verantwoordelijkheid de gegevensverwerkers aanwijzingen te geven betreffende de opname en bijhouding van gegevens in de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen. Artikel13 Periodiek wordt de inhoudelijke kwaliteit van het bestand van persoonslijsten in de Basisregistratie personen, onderworpen aan een inhoudelijke controle door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De gegevensbeheerder BRP voorziet in een doorlopende kwaliteitssteekproef en de uitvoering van de daarmee samenhangende verbetermaatregelen, gericht op de handhaving van de kwaliteitsnorm van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gegevensbeheerder BRP voorziet in de uitvoering van het periodiek onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet, voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening. Artikel14 De gegevensbeheerder BRP neemt deel aan het in artikel 4, onder e genoemde overleg. Hoofdstuk4:Het systeembeheer Artikel15 De systeem-/netwerkbeheerder is verantwoordelijk voor de uitvoer van het technisch onderhoud van de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie personen (hierna toepassingssysteem genoemd). Artikel16 De systeem-/netwerkbeheerder voorziet in: de fysieke beveiliging van het toepassingssysteem; een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte, die zich op een andere locatie bevindt, dan de ruimte waarin de apparatuur voor de gemeentelijke voorziening van de BRP is opgesteld; de technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van het toepassingssysteem; de beschikbaarheid van het toepassingssysteem overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen. Artikel17 De systeem-/netwerkbeheerder is bevoegd: direct maatregelen te treffen op het moment dat de continuïteit van het toepassingssysteem of de daarin opgeslagen informatie, acuut in het geding is. Hij is verplicht achteraf ter zake te rapporteren aan de informatiebeheerder; aanwijzingen te geven over: het beheer van het toepassingssysteem; het beheer van bestanden; toe te passen reconstructiemaatregelen. Artikel18 De systeem-/netwerkbeheerder neemt deel aan het in artikel 4, onder e genoemde overleg. Hoofdstuk5:Het applicatiebeheer Artikel19 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening voorziet in: de communicatie bij storingen in hard- en software; de verzorging een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; de toekenning van de autorisatieniveaus voor de toepassing van actualiseringen, aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening en de informatiebeheerder, op grond van een besluit van de informatiebeheerder; de bijhouding van een dossier omtrent de autorisaties, die overeenkomstig artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend; het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem; de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan; een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeem- / netwerkbeheerder of een derde, voor de onder artikel 19 punt 7 genoemde problemen en klachten; de voorlichting aan de alle in artikel 1 en 2 genoemde functionarissen, met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem; de coördinatie van werkzaamheden, in geval van uitwijk in overleg met de systeem- / netwerkbeheerder; de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de Basisregistratie personen worden ontleend; de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens; een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde. Artikel20 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening is verantwoordelijk voor: de ondersteuning bij het gebruik van het toepassingssysteem; het tijdig opschonen van de relevante bestanden in de database; het beheer van de tabellen van de Basisregistratie personen; het beheer van de gebruikersdocumentatie. Artikel21 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening is bevoegd: gegevensverwerkers en het personeel van externe afdelingen/diensten die direct toegang hebben tot de Basisregistratie personen, aanwijzingen te geven over het gebruik van het toepassingssysteem; gedragsregels op te stellen omtrent het gebruik van de Basisregistratie personen. Artikel22 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening is verantwoordelijk voor de gehele of gedeeltelijke uitvoering van de uitwijkprocessen zoals beschreven in de procedure uitwijk, onderdeel van de procedure continuïteitsbeheer, van het informatiebeveiligingsplan. Artikel23 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening ziet erop toe dat voorgeschreven procedures uit het plan Informatiebeveiliging worden nageleefd. Artikel24 De applicatiebeheerder Publieke Dienstverlening neemt deel aan: het overleg genoemd in artikel 4, onder e; het externe gebruikersoverleg. Hoofdstuk6:Het privacybeheer Artikel25 De privacybeheerder adviseert de informatiebeheerder en het college van burgemeester en wethouders over de privacyaspecten die voortvloeien uit de uitvoering van de Wet en Verordening BRP. De privacybeheerder is verantwoordelijk voor: de advisering over de inhoudelijke afhandeling van de verzoeken als bedoeld in artikel 7, onder b, c en d van deze regeling; het dagelijkse toezicht op de naleving van de privacyvoorschriften in relatie tot het gebruik van gegevens uit de BRP die voortvloeien uit de Wet BRP en de Algemene Verordening Gegevensbeschermings. Artikel26 De privacybeheerder adviseert over: de afhandeling van de verzoeken om inzage in de Basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de wet respectievelijk artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (inzage); de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet; de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 17 en 21 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; de kennisgeving ingevolge artikel 19 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de Basisregistratie personen aan overheidsorganen en derden. Artikel27 De privacybeheerder is bevoegd: op grond van het in artikel 25, sub b genoemde toezicht, alle gebruikers van gegevens uit de Basisregistratie personen aanwijzingen te geven; ongevraagd advies uit te brengen over alle procedures en producten die betrekking hebben op de Basisregistratie personen, waarbij sprake is van het in geding zijn van de persoonlijke levenssfeer. Artikel28 De privacybeheerder is betrokken bij alle bezwaarschriftenprocedures die voortvloeien uit genomen beslissingen op grond van de Wet BRP en daarbij behorende regelingen, de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor zover hierbij privacyaspecten aan de orde zijn. Hoofdstuk7:De gegevensverwerking Artikel29 De gegevensverwerkers voorzien in: het verwerken van de gegevens in de Basisregistratie personen overeenkomstig de voorschriften van de krachtens de wet voorgeschreven systeembeschrijving (Logisch Ontwerp GBA) en de handleiding uitvoeringsprocedures, voor zover daartoe door de applicatiebeheerder geautoriseerd; het verzamelen van de daarvoor bestemde gegevens; de archivering van de brondocumenten op grond waarvan de gegevens zijn verwerkt; de behandeling van mutaties; de behandeling van het netwerkverkeer; de behandeling van de foutverslagen, voortvloeiend uit de inkomende netwerk- berichten; de toetsing van de waarde die aan overgelegde brondocumenten kan worden toegekend aan de hand van artikel 2.8 van de wet en ziet erop toe dat geen gegevens worden verwerkt uit documenten waaraan bij of krachtens de wet geen ontleningstatus is gegeven; de dagelijkse controle van de in de Basisregistratie personen aangebrachte actualiseringen; de kennisgeving aan de ingeschrevene voor wat betreft de verwerking van: wijziging van het naamgebruik; vervolginschrijving voor zover het een adreswijziging betreft die leidt tot opname in de Basisregistratie personen; de toezending van de complete persoonslijst aan de ingeschrevene ingeval van een inschrijving in de Basisregistratie personen; de afhandeling van de verzoeken om inzage in de Basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de wet respectievelijk artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (inzage); de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet; de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 17 en 21 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; de kennisgeving ingevolge artikel 19 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; de afhandeling van verzoeken om inzage in verstrekkingen uit de Basisregistratie personen aan overheidsorganen en derden. Artikel30 De gegevensverwerkers: beslissen op aangiften en verzoekschriften die op grond van de wet worden gedaan met inachtneming van het gestelde in artikel 26 en voor zover hier niet op andere wijze in is voorzien; beslissen over het verwerken van resultaten van onderzoeken die zijn ingesteld naar aanleiding van een melding van een overheidsorgaan; stellen overheidsorganen in kennis van de beslissing ingevolge sub b van dit artikel. Hoofdstuk8:De toezichthouder Artikel31 De toezichthouder als bedoeld in artikel 4.2 van de Wet BRP, is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de verplichtingen van de burger ingevolge hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 5 van de Wet BRP. Artikel32 De toezichthouder controleert of de burger voldoet zijn verplichtingen met betrekking tot de inschrijving in de BRP (artikel 2.38), de wijziging van diens adres (2.39), het rechtmatig gebruik van een briefadres (2.40 t/m 2.42), zijn vertrek uit Nederland (2.43), de verstrekking van alle inlichtingen die nodig zijn voor de bijhouding van de BRP. Artikel33 De toezichthouder ziet er op toe dat, indien de burger niet zelf aan zijn verplichtingen voldoet of kan voldoen, de verplichtingen worden vervuld door degene die daartoe bevoegd is op grond van de artikelen 2.49 en 2.50 van de Wet BRP. Artikel34 De toezichthouder ontleent de in lid 2 van dit artikel genoemde bevoegdheden aan hoofdstuk 5 van de Algemene Wet Bestuursrecht. De toezichthouder is in verband met de uitvoering van de taken als genoemd in artikel 32, bevoegd: met uitzondering van het zonder toestemming van een bewoner betreden van een woning, elke plaats te betreden met inbeslagname van apparatuur (zoals laptop, fotocamera); zich zo nodig toegang verschaffen met behulp van de sterke arm; zich te laten vergezellen door personen die door hem zijn aangewezen; inlichtingen te vorderen; inzage te vorderen van een identiteitsbewijs; zakelijke gegevens te vorderen, kopieën te maken of documenten mee te nemen om te kopiëren; onderzoek te doen; rapport op te maken ter zake een geconstateerde overtreding van de bepalingen van de Wet BRP, als genoemd in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.