← Nederland

Nadere regels Wmo, inclusief Financieel besluit gemeente Utrecht (Utrecht)

Nadere regels Wmo, inclusief Financieel besluit gemeente Utrecht Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen de volgende Nadere regels Wmo, inclusief Financieel besluit gemeente Utrecht Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Algemeen a. De begrippen in de Nadere regels worden gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), de Verordening maatschappelijke ondersteuning en de Beleidsregels Wmo . b. De regels voor de bijdrage in de kosten zijn mede gebaseerd op het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de geldende verordening Wmo van de gemeente Utrecht. c. Daar waar de Nadere regels in tegenspraak zijn met de bepalingen in de Verordening Wmo, zijn de bepalingen uit de Verordening Wmo leidend. Artikel2.Hoogte tarieven a. Het persoonsgebonden budget (pgb) is een verzilveringsvorm van de aan belanghebbende toegekende maatwerkvoorziening Wmo. Het pgb kan nooit hoger zijn dan de kosten van de goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura. b. De in deze Nadere regels genoemde maximale bedragen zijn gebaseerd op de kostprijs van de door de gemeente ingekochte voorziening in natura. c. Indien de werkelijke kosten van de voorziening lager liggen dan de in dit besluit genoemde maximale bedragen, worden de werkelijke kosten in de vorm van een pgb toegekend. d. De tarieven die zijn opgenomen in deze Nadere regels zijn de maximale tarieven die belanghebbende via het pgb mag declareren bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). e. In afwijking van lid d mag duurdere ondersteuning ingekocht worden als de budgethouder het verschil tussen het ingekochte tarief en het maximum tarief dat toegekend is via de gemeente, bijbetaalt aan de SVB. Conform de regels die het SVB hierover stelt. f. In hoofdstuk 3 tot en met 5 zijn de geldende maximum bedragen per voorziening opgenomen. Artikel3.Gedifferentieerd tarief a. Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en niet-professionals. b. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  1. Onder Instellingstarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ingekochte ondersteuning wordt geleverd door gekwalificeerd personeel dat in loondienst is bij een erkende zorginstelling (Blijkend uit registratie Wtzi, contract met zorgverzekeraar, contract met een zorgkantoor, contract met andere gemeente voor het leveren van ondersteuning), waarbij de bij de sector behorende cao nageleefd wordt. In dit tarief is rekening gehouden met de werkgeverslasten die gebruikelijk zijn voor een dergelijke zorginstelling.
  2. Onder ZZP tarief wordt verstaan het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb waarbij de ondersteuning wordt geleverd door een persoon die beroepsmatig is gekwalificeerd voor de betreffende ondersteuning, blijkend uit een diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs. En bij de Belastingdienst en Kamer van Koophandel geregistreerd staat als zelfstandige, eenmansbedrijf of freelancer. Ook personen die werkzaam zijn binnen een collectief van zelfstandig werkende professionals vallen hier onder én zorginstellingen die de in de sector geldende cao niet naleven. In al deze situaties is sprake van het ontbreken van of minder werkgeverslasten waardoor als gevolg van aannemelijke minderkosten het maximale tarief verlaagd wordt met 18%.
  3. Onder informeel tarief wordt verstaan: het tarief voor de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb indien de ondersteuning wordt geleverd door een persoon uit het netwerk van belanghebbende én/of een niet-professionele hulpverlener. Deze vorm van hulp kan onder de Regeling Dienstverlening aan Huis (RDH) vallen, die van kracht is sinds 1 januari
  4. Via deze regeling is de budgethouder gevrijwaard van het afdragen van loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en heeft daarnaast geen administratieve verplichtingen. Het in dit besluit gehanteerde tarief ligt ruim boven het wettelijk minimumloon.
  5. Om in aanmerking te kunnen komen voor het instellingstarief dienen de volgende documenten aangeleverd te worden: a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg. b. De melding loonheffingen aanmelding werkgever zoals deze bij de Belastingdienst is ingediend en de bevestiging. c. Een kopie van een geanonimiseerde arbeidsovereenkomst waaruit blijkt welke cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW d. Een overzicht van het aantal gekwalificeerde werknemers die in loondienst zijn van de organisatie waarvan sprake is in lid a.
  6. Om in aanmerking te komen voor het ZZP tarief dienen de volgende documenten ingediend te worden: a. De inschrijving in het Handelsregister waaruit blijkt dat er sprake is van er een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van (Wmo)zorg. b. Een kopie van een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs.
  7. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b, onder 4b en/of 4c en/of 4d niet overlegd worden, kan hoogstens het ZZP tarief worden toegekend.
  8. Indien de documenten waarvan sprake is in artikel 3, lid b onder 4 en 5 niet overlegd worden is automatisch sprake van het informele tarief. Artikel4.Bruto bedragen a. De in deze Nadere regels genoemde bedragen zijn, voor zover van toepassing, inclusief btw. b. De in deze Nadere regels opgenomen tarieven zijn bruto. Dat betekent dat hierin alle kosten besloten zijn, waaronder eventuele werkgeverslasten op het moment dat belanghebbende een overeenkomst in loondienst aangaat met de hulpverlener(s) in het kader van werkgever voor personeel aan huis. Artikel5.Eigen bijdrage a. Als voor de maatwerkvoorziening die met het pgb ingekocht wordt, een eigen bijdrage geldt, wordt ook over het toegekende pgb een eigen bijdrage in rekening gebracht. De hoogte van de eigen bijdrage wordt berekend door het CAK. b. De eigen bijdrage wordt berekend over het totale toegekende pgb. Bij een eventuele onderbenutting van het pgb vindt verrekening van de eigen bijdrage plaats in het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarvoor het budget is toegekend. c. De eigen bijdrage is nooit meer dan het toegekende pgb. Het toegekende pgb mag niet gebruikt worden om de eigen bijdrage te voldoen. Artikel6.Betaling a. Betaling van het persoonsgebonden budget vindt plaats aan de SVB. b. In afwijking van lid a vindt betaling van het eenmalige persoonsgebonden budget plaats aan de belanghebbende zelf, tenzij de wetgever hierover nadere regels stelt. Hoofdstuk2Bedragen persoonsgebonden budget voor maatwerkvoorziening Wmo Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden Omschrijving Eenheid Instellings-tarief ZZP – tarief Informeel tarief Hulp bij het huishouden Uur EUR 24,50 EUR 20,00 EUR 15,00 Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Individuele begeleiding Omschrijving Eenheid Instellings-tarief ZZP – tarief Informeel tarief Individuele begeleiding Uur EUR 49,00 EUR 40,00 EUR 20,00 Individuele begeleiding (specifieke expertise) Uur EUR 85,00 EUR 69,00 n.v.t. Bedragen persoonsgebonden budget voor de maatwerkvoorziening Begeleiding in een groep Omschrijving Eenheid Instellings-tarief ZZP – tarief Informeel tarief Dagbegeleiding Dagdeel EUR 44,00 EUR 36,00 n.v.t. Arbeidsmatige Activering Module 1 Maand EUR 216,00 EUR 177,00 n.v.t. Arbeidsmatige Activering Module 2 Maand EUR 444,00 EUR 364,00 n.v.t. Arbeidsmatige activering Module 3 Maand EUR 778,00 EUR 638,00 n.v.t. Vervoer naar dagbesteding Etmaal EUR 8,00 EUR 6,00 n.v.t. Bedragen persoonsgebonden budget voor Kortdurend verblijf Omschrijving Eenheid Instellings-tarief ZZP – tarief Informeel tarief Kortdurend verblijf GHZ/GGZ Etmaal EUR 212,00 EUR 174,00 EUR 30,00 Kortdurend verblijf 67+ Etmaal EUR 101,00 EUR 82,00 EUR 30,00 Bedragen persoonsgebonden budget voor Vervoer Vervoer Per maand Per Jaar ZZP – tarief Informeel tarief Vergoeding gebruik bruikleenauto of canta (dit is het maximale bedrag. Indien de werkelijke kosten lager zijn wordt de vergoeding hierop afgestemd) EUR 12,50 EUR 150,00 n.v.t. n.v.t. Individuele taxikostenvergoeding t/m 15 jaar EUR 56,00 EUR 672,00 n.v.t. n.v.t. Individuele taxikostenvergoeding 16 jaar en ouder (norm) EUR 112,00 EUR 1.344,00 n.v.t. n.v.t. Individuele taxikostenvergoeding echtpaar (per persoon) EUR 86,00 EUR 1.032,00 n.v.t. n.v.t. Rolstoeltaxikostenvergoeding t/m 15 jaar EUR 85,00 EUR 1.020,00 n.v.t. n.v.t. Rolstoeltaxikostenvergoeding 16 jaar en ouder (norm) EUR 168,00 EUR 2.016,00 n.v.t. n.v.t. Rolstoeltaxikostenvergoeding echtpaar (per persoon) EUR 126,00 EUR 1.512,00 n.v.t. n.v.t. Begeleidingskosten Per maand Per Jaar ZZP – tarief Informeel tarief Reiskostenvergoeding begeleider EUR 24,50 EUR 294,00 n.v.t. n.v.t. Hoofdstuk3Bedragen persoonsgebonden budget voor Beschermd wonen Omschrijving Eenheid Instellings-tarief ZZP – tarief Informeel tarief Ambulante gespecialiseerde begeleiding Uur EUR 47,00 EUR 39,00 EUR 20,00 Intensief ambulante gespecialiseerde begeleiding Uur EUR 83,00 EUR 68,00 n.v.t. Gespecialiseerde begeleiding in 24-uursvoorziening excl. dagbesteding Etmaal EUR 85,00 EUR 70,00 EUR 70,00 Gespecialiseerde begeleiding in 24-uursvoorziening incl. dagbesteding Etmaal EUR 109,00 EUR 89,00 EUR 89,00 Intensieve gespecialiseerde begeleiding in 24-uursvoorziening excl. dagbesteding Etmaal EUR 118,00 EUR 97,00 EUR 97,00 Intensieve gespecialiseerde begeleiding in 24-uursvoorziening incl. dagbesteding Etmaal EUR 144,00 EUR 118,00 EUR 118,00 Hoofdstuk4Eenmalig persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming Sportvoorziening eenheid Financiële tegemoetkoming voor sportvoorziening (aanschaf incl. instandhouding) Eens per 3 jaar Maximaal EUR 3.000,00 Verhuisvergoeding Financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten eenmalig Maximaal EUR 2.950,00 Hulpmiddelen Pgb voor alle varianten eenmalig De tegenwaarde van de goedkoopste adequate voorziening die de gemeente in natura verstrekt Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel7.Intrekking Het Financieel besluit Wmo 2018 wordt ingetrokken op 1 januari
  9. Artikel8.Overgangsrecht Eerder toegekende bedragen voor een pgb blijven in stand tot de individuele toekenning Wmo afloopt, herzien wordt of ingetrokken wordt. Artikel9.Inwerkingtreding De Nadere regels Wmo 2018, inclusief Financieel besluit gaan in op 1 januari
  10. Artikel10.Citeertitel Deze Nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Wmo , inclusief Financieel besluit gemeente Utrecht. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht in haar vergadering van 18 december 2018.De secretaris, De burgemeester,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.