Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Rijssen-Holten 2019De raad van de gemeente Rijssen-Holten overwegingen: gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders ‘belastingvoorstellen 2019’ en paragraaf 4.1 van de programmabegroting 2019 (Paragraaf lokale heffingen); gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gezien het positieve advies van de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Middelen van 26 november 2018; besluit: de verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019 (Verordening rioolheffing Rijssen-Holten 2019) vast te stellen. Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; belastingobject: een roerende zaak of een onroerende zaak; één onroerende zaak als bedoeld onder b: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling bestemd is om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; een geheel van twee of meer van de in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan, of in onderdeel 4 bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt geëxploiteerd; het binnen de gemeente gelegen gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom, van een in onderdeel 3 bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel 4 bedoeld samenstel of van een in onderdeel 5 bedoeld geheel; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: drinkwater, huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater grondwater of oppervlaktewater afvalwater: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een belastingobject waarnaar direct of indirect water wordt toegevoerd én van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan; ingeval sprake is van volgtijdig gebruik degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld. Artikel4.Maatstaf van heffing 1.De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat direct of indirect vanuit het belastingobject via de riolering wordt afgevoerd. 2.Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het einde van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het belastingobject is toegevoerd of opgepompt. 3.Indien er sprake is van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 3, wordt het aantal kubieke meters afvalwater evenredig toegedeeld. 4.Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 12 maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 5.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van: een watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of een bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De vorige volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 1.De op de voet van het lid 2 berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater via de gemeentelijke riolering is afgevoerd. 2.Indien in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters niet de hoeveelheid afvalwater kan worden vastgesteld, zoals hiervoor omschreven of indien het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het belastingobject is toegevoerd of opgepompt niet bekend is, wordt: voor tot woning dienende percelen de hoeveelheid afvalwater bepaald op 50 m³ per persoon per jaar; voor gebruikers van de niet tot woning dienende eigendommen de verdeelsleutel gehanteerd zoals deze door de respectievelijke gebruikers worden gebruikt voor de onderlinge verdeling van de waternota van het waterbedrijf en bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgegaan tot een zo reëel mogelijke verdeling op basis van beschikbare gegevens. Artikel5.Belastingtarieven Het tarief bedraagt voor een hoeveelheid afvalwater van 500 kubieke meters of minder € 198,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.