Verordening op de heffing en de invordering reclamebelasting 2019De raad van de gemeente Doesburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 november 2018; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet besluit: vast te stellen de navolgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering reclamebelasting 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: reclameobject: een openbare aankondiging, in letters, tekens, cijfers, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg. Wet WOZ: de Wet waardering onroerende zaken. onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. jaar: een kalenderjaar. Artikel2Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen het gebied van de gemeente Doesburg, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart (Bijlage 1). Artikel3Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt een directe belasting geheven voor openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel4Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop, waaraan, waarin of waarbij één of meer reclameobjecten worden aangetroffen. Artikel5Vrijstelling De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn aangebracht in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; die door de gemeente of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; die door een politieke partij zijn aangebracht en een ideëel belang dienen; die onderdeel uitmaken van voor de verkoop of verhuur bestemde artikelen en producten in een etalage of in een winkel; die bestemd zijn voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak; die zijn aangebracht op scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen of kerken en uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw; die zijn aangebracht door (semi-)overheden of door culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met een ideële doelstelling en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; waarvan de (gezamenlijk) oppervlakte per onroerende zaak minder dan 1 A4 (624 vierkante centimeter) bedraagt. Artikel6Maatstaf van heffing 1.De reclamebelasting wordt geheven per onroerende zaak. 2.De heffingsmaatstaf is een bedrag dat afhankelijk is van de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. 3.Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. 4.Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel7Belastingtarief 1.Het tarief van de reclamebelasting bedraagt 0,21 % van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 456,00 en een maximumbedrag van € 616,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.