Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lansingerland houdende regels omtrent de heffing en invordering van rioolheffing Verordening rioolheffing 2019Onderwerp: vaststelling Verordening Rioolheffing 2019 Kenmerk: T18.12001 De gemeenteraad heeft op 20 december 2018 de Verordening Rioolheffing 2019 vastgesteld en tevens de Verordening Rioolheffing 2018 ingetrokken. De Verordening Rioolheffing 2019 treedt per 1 januari 2019 in werking. De raad van de gemeente Lansingerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland; gelet op de artikelen 149 en 228a van de Gemeentewet. Besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019 (Verordening rioolheffing 2019) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; voor de toepassing van deze verordening wordt als één onroerende zaak aangemerkt: een gebouwd eigendom; een ongebouwd eigendom; een gedeelte van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer van de in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan, die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen; een geheel van twee of meer van de in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoelde eigendommen of in onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan of in onderdeel 4 bedoelde samenstellen, dat naar de omstandigheden beoordeeld één terrein vormt bestemd voor verblijfsrecreatie en dat als zodanig wordt geëxploiteerd; het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel 1 of onderdeel 2 bedoeld eigendom, van een in onderdeel 3 bedoeld gedeelte daarvan, van een in onderdeel 4 bedoeld samenstel of van een in onderdeel 5 bedoeld geheel; een roerende zaak is gelijk aan een onroerende zaak in de zin van onderdeel b; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfswater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam "rioolheffing" wordt geheven: een belasting van de gebruiker van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en een belasting van de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, onderdeel a, wordt geheven per perceel. 2.De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, onderdeel b, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4.De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd. Artikel5Belastingtarieven 1.De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, onderdeel a, bedraagt per perceel € 245,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.